Skip to main content

ECLI:NL:RBROT:2026:7506

Tribunal

Rotterdam

Date

3 June 2026

Langue

nl

Résumé de l'Affaire

Question Juridique

Bestuursrecht

Décision / Solution

Uitspraak

Rotterdam

Procedure: UitspraakDomain: BestuursrechtType: uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/5845
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college

(gemachtigde: mr. drs. M.A.C. Kooij).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het besluit van het college om geen Europese gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers (EGP-P) aan de dochter van eiseres toe te kennen. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

1.1.. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college terecht de aanvraag voor een EGP-P heeft afgewezen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. De dochter van eiseres heeft op 17 oktober 2024 een aanvraag ingediend voor een EGP-P. Het college heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 30 december 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 30 juni 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

2.1.. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

2.2.. De rechtbank heeft het beroep op 30 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van het college.

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Op 11 november 2024 heeft een arts van het Team Sociaal Medische Advisering (SMA) een medisch advies uitgebracht naar aanleiding van de aanvraag van de dochter van eiseres. Uit dit advies blijkt – voor zover relevant – dat de dochter van eiseres een aantoonbare loopbeperking heeft van langdurig aard, dat zij van deur tot deur continu afhankelijk is van de bestuurder en dat de maximale loopafstand wordt geschat op 250-500 meter. Zij wordt dus in staat geacht om meer dan 100 meter zelfstandig te lopen en er zijn ook geen aantoonbare andere ernstige beperkingen, anders dan een loopbeperking.

3.1..

Met het primaire besluit heeft het college de aanvraag van eiseres afgewezen, omdat de dochter van eiseres niet voldoet aan criteria voor een EGP-P. Met het bestreden besluit heeft het college zijn standpunt gehandhaafd. Het college is van mening dat de dochter van eiseres niet voldoet aan de wettelijke vereisten voor een EGP-P en dat de

SMA-arts een volledig beeld heeft gehad van haar medische situatie. Ook is er volgens het college geen reden om de hardheidsclausule toe te passen. Anders dan de loopbeperking is er geen andere aantoonbare ernstige beperking die het toekennen van de kaart alsnog rechtvaardigt, aldus het college.

Standpunt eiseres

4. Eiseres voert aan dat de aanvraag ten onrechte is afgewezen, terwijl de dochter van eiseres een erkende medische diagnose heeft. Zij heeft nog steeds, net als een aantal jaar geleden toen er wel een EGP-P is verstrekt, continu intensieve begeleiding nodig. De situatie van de dochter is dus onveranderd en haar beperkingen rechtvaardigen het alsnog toekennen van een EGP-P.

Beoordeling door de rechtbank

5. Het college kan een EGP-P verstrekken als er voldaan is aan de bij ministeriele regeling gestelde criteria.Voor een gehandicaptenkaart kunnen in aanmerking komen – voor zover voor de uitspraak van belang – passagiers van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, die ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking hebben van langdurige aard, waardoor zij – met de gebruikelijke loophulpmiddelen – in redelijkheid niet in staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen en die voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk zijn van de hulp van de bestuurderen bestuurders en passagiers van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, andere dan bedoeld onder a en b, die ten gevolge van een aandoening of gebrek aantoonbare ernstige beperkingen, andere dan loopbeperkingen hebben.

5.1.. De rechtbank overweegt als volgt. De SMA-arts heeft de dochter van eiseres gezien tijdens een spreekuur, heeft een lichamelijk en oriënterend psychologisch onderzoek verricht, heeft nadere vragen gevragen gesteld en het medisch dossier als ook de specialistenbrief van 24 september 2024 bestudeerd. De SMA-arts heeft vervolgens geconcludeerd dat de dochter van eiseres met haar loopbeperking meer dan 100 meter zelfstandig kan lopen. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan het medisch advies van de SMA-arts. Eiseres heeft ook geen medische stukken overgelegd waaruit blijkt dat haar dochter minder dan 100 meter zelfstandig kan lopen. De brief van 28 januari 2019 waar eiseres naar verwijst betreft de medische situatie van de dochter zes jaar geleden. De arts heeft in het aanvullend advies van 19 mei 2025 toegelicht dat zij destijds onder andere afhankelijk was van sondevoeding. Zes jaar geleden was de conclusie dat de dochter van eiseres minder dan 100 meter kan lopen, maar de huidige medische situatie is nu anders en op dat punt verbeterd. Dit betekent dat de dochter van eiseres als passagier niet in aanmerking komt voor een EGP-P, omdat zij niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 1, eerste lid, onder b van de Regeling gehandicaptenkaart.

5.2.. Ook het beroep op de hardheidsclausuleslaagt niet. Volgens de toelichting op de Regeling gehandicaptenkaart (Staatscourant 2001, 130, pagina 12) gaat het bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder d, van de Regeling om een hardheidsclausule die kan worden toegepast als de aanvrager van de kaart ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare ernstige beperking heeft anders dan een loopbeperking, die het hebben van een gehandicaptenparkeerkaart rechtvaardigt.

5.3.. De SMA-arts bevestigt in het aanvullend advies van 19 mei 2025 dat de dochter van eiseres snel overprikkeld is en geen situationeel bewustzijn heeft in een openbare ruimte en daarom nog steeds afhankelijk is van begeleiding. Wel concludeert de SMA-arts dat de neurologische aandoening voldoende onder controle is. Dat wat door eiseres is aangevoerd is door de SMA-arts meegewogen in het oordeel dat er geen sprake is van een aantoonbare ernstige beperking anders dan een loopbeperking. De rechtbank kan zich voorstellen dat het voor eiseres niet gemakkelijk is, maar heeft geen aanknopingspunten om anders te oordelen.

5.4.. Gelet op het voorgaande, heeft het college zich mogen baseren op het advies van de SMA-arts en dus terecht de aanvraag van de dochter van eiseres afgewezen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college terecht de aanvraag voor een EGP-P heeft afgewezen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Shahani, rechter, in aanwezigheid van E.J. van den Doel, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2026.

De griffier is verhinderd te tekenen.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Artikel 49, eerste lid, van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer.

Artikel 1, eerste lid, onder b, van de Regeling gehandicaptenkaart.

Artikel 1, eerste lid, onder d, van de Regeling gehandicaptenkaart.

Artikel 1, eerste lid, onder d, van de Regeling gehandicaptenkaart.

Plus de Décisions