ECLI:NL:RBZWB:2026:5336
Résumé de l'Affaire
Civiel recht; Personen- en familierecht
Uitspraak
Middelburg
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/448079 / FA RK 26-2439
Datum uitspraak: 18 mei 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1957 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. W. van der Sande uit Goes.
1. Het verloop van de procedure
1.1.. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 mei 2026;
het e-mailbericht van [accommodatie] van 15 mei 2026 met bijlage.
1.2.. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
de heer [naam 1], behandelaar;
mevrouw [naam 2], verpleegkundige;
de partner van betrokkene.
2. Wat vaststaat
2.1.. Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie]. De burgemeester van de gemeente Goes heeft de crisismaatregel op 12 mei 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
3.1.. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4. De standpunten
4.1.. Betrokkene stelt dat het beter gaat met haar. Ze krijgt momenteel medicatie, maar als ze dit niet meer wil, hoeft ze het niet meer te nemen. Er is geen directe aanleiding geweest voor haar terugval en betrokkene wil dan ook graag weer naar huis.
4.2.. De advocaat stelt dat het verzoek primair moet worden afgewezen. Betrokkene wil naar huis en wil geen medicatie meer nemen. Hiernaast heeft ze een zelfbindingsverklaring waarin wordt vermeld dat ze opgenomen wil worden en medicatie wil ontvangen op het moment dat het noodzakelijk is. Subsidiair kan het verzoek worden toegewezen met de vormen van verplichte zorg zoals de behandelaar tijdens de zitting noodzakelijk heeft geacht.
4.3.. De behandelaar stelt dat betrokkene een katatoon beeld liet zien toen ze werd ogenomen. Er is medicatie gestart en sindsdien is dit beeld verbeterd. Echter is het ziektebesef en het ziekte-inzicht nog zeer beperkt. Ook is betrokkene nog erg zorgbehoeftig; er is bijna één op één begeleiding nodig. Echter wil betrokkene niet opgenomen zijn en neemt ze liever haar medicatie niet in. Haar medicatie neemt ze momenteel onder dwang. Opname in een klinische setting is momenteel nog noodzakelijk. Voor wat betreft de vormen van verplichte zorg zijn alleen de vormen ‘het toedienen van medicatie’, ‘het verrichten van medische controles’, ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘het opnemen in een accommodatie’ noodzakelijk. De overige vormen zijn niet nodig. Betrokkene heeft een zelfbindingsverklaring, maar omdat er (soms actief) verzet is, kan hier momenteel geen gebruik van worden gemaakt.
4.4.. De verpleegkundige stelt dat de zelfzorg van betrokkene iets is verbeterd ten opzichte van toen ze net werd opgenomen. Ze krijgt ook lorazepam en dit werkt goed voor haar.
4.5.. De partner van betrokkene heeft aangegeven dat hij het niet ziet zitten als betrokkene op dit moment naar huis komt. Ze heeft op bepaalde momenten medicatie nodig en dit kan haar niet altijd op de juiste momenten in de thuissituatie geboden worden. Zonder medicatie gaat het niet goed met betrokkene.
5. De beoordeling
5.1.. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.. Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
ernstig lichamelijk letsel;
ernstige psychische schade;
ernstige verwaarlozing;
maatschappelijke teloorgang;
het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.3.. Sinds ongeveer vier weken is er sprake van een terugval in klachten bij betrokkene; ze spendeert uren voor de kledingkast waarbij zij repetitieve, niet doelgerichte handelingen uitvoert om haar kledingkast op orde te maken. Ze kwam niet meer uit de woning en deed dwanghandelingen, waarbij ze vergeet te eten en te drinken. Onder dwang van haar partner neemt zij minimaal eten en drinken tot zich, waardoor ze enkele kilo’s is afgevallen. Daarnaast slaapt betrokkene nauwelijks en put ze zichzelf uit. De thuissituatie is voor zowel haar als de partner niet meer houdbaar.5.4.. Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit psychische stoornissen. Betrokkene heeft namelijk neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen), depressieve-stemmingsstoornissen en overige DSM-5 stoornissen.
5.5.. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.. De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
het toedienen van medicatie;
het verrichten van medische controles;
het beperken van de bewegingsvrijheid;
opnemen in een accommodatie.
5.7.. De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
5.8.. Betrokkene verzet zich tegen de zorg.
5.9.. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
6. De beslissing
De rechtbank:
6.1.. verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1957 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6. staan kunnen worden toegepast;
6.2.. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 juni 2026;
6.3.. wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 1 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.