ECLI:NL:RBZWB:2026:5339
Résumé de l'Affaire
Civiel recht; Personen- en familierecht
Uitspraak
Breda
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447938 / FA RK 26-2357
Datum uitspraak: 18 mei 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1938 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. P. Doorakkers uit Oosterhout.
1. Het verloop van de procedure
1.1..
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 7 mei 2026.
1.2.. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
[persoon] , verpleegkundige huisartsenpraktijk;
de zoon van betrokkene;
de schoondochter van betrokkene.
2. Het verzoek
2.1.. Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
3. De standpunten
3.1.. Betrokkene geeft aan dat het vrij goed met haar gaat en dat zij thuis wil blijven wonen. Zij raakt zeer geagiteerd wanneer er gesproken wordt over een mogelijke opname in een instelling en loopt de tuin in.
3.2.. De verpleegkundige brengt, samengevat, naar voren dat betrokkene niemand toelaat voor haar persoonlijke verzorging. Het ziekte-inzicht is niet aanwezig bij betrokkene en haar ziekte is ook niet bespreekbaar met haar. Betrokkene ontving hulp van [hulpverlening] maar de zorg wordt zwaarder, mede vanwege de achterdocht van betrokkene. Volgens de verpleegkundige gaat het om de onvoorspelbaarheid van het gedrag van betrokkene (en dan vooral het dwaalgedrag in de nacht, haar groeiende achterdocht en de agressie richting echtgenoot) en de zorgen die daarbij komen kijken, die maken dat betrokkene niet meer thuis kan blijven.
3.3.. De zoon van betrokkene verklaart dat zijn vader met één oog open licht ’s nachts. Voor hem vormt de situatie inmiddels ook een (te) zware belasting, mede gezien zijn eigen groeiende fysieke kwetsbaarheid. Betrokkene kan zichzelf niet meer wassen, andere dagelijkse handelingen m.b.t. bijvoorbeeld aankleden, eten en drinken niet meer uitvoeren en heeft continu aandacht en zorg nodig om dit nog enigszins in goede banen te leiden.
3.4.. De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek gelet op de nadrukkelijke wens van betrokkene om niet naar een verpleeghuis te hoeven verhuizen. Betrokkene herkent zich niet in het beeld wat van haar geschetst wordt.
4. De beoordeling
4.1.. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie.
4.3.. Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene sinds enkele maanden geen seconde meer alleen kan worden gelaten. Betrokkene is namelijk al driemaal uit het huis weggeglipt en buiten in de winter gaan dwalen zonder jas. Daarnaast is betrokkene niet in staat bij een (medisch) noodgeval anderen te alarmeren, hetgeen niet alleen een gevaar vormt voor betrokkene zelf maar ook voor haar echtgenoot. Voorts is betrokkene wegens het snel geagiteerde gedrag en het weigeren van thuiszorg, huishoudelijke hulp en echtgenoot, niet langer in staat zichzelf te verzorgen. Vanuit de agitatie maakt betrokkene slaande bewegingen, balt zij haar vuisten en tracht zij met spullen te gooien of de tafel om te gooien. De echtgenoot van betrokkene is inmiddels ernstig overbelast.
4.4.. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er is voldoende gebleken dat de thuissituatie van betrokkene onhoudbaar is. Betrokkene heeft 24-uurs zorg nodig en die kan in de thuissituatie niet worden geboden. De feitelijke zorg zal (indien nodig) onder dwang uitgevoerd moeten worden om agitatie en agressie te verminderen en verdere zelfverwaarlozing en maatschappelijke teloorgang te voorkomen.
4.5.. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene wil pertinent niets horen over dementie aangezien er niks mis zou zijn met haar geheugen. Wanneer gesproken wordt over het niet meer thuis kunnen wonen of verhuizen naar een accommodatie neemt het verzet alleen maar meer toe. Mevrouw wordt dan ontzettend boos en begint te schreeuwen.
4.6.. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de overgelegde stukken blijkt dat in de thuissituatie niet meer de benodigde 24-uurs zorg kan worden geleverd. De inzet van thuiszorg wordt door betrokkene geweigerd, waarbij zij geagiteerd raakt, hen de deur wijst en zelf wegloopt. De thuissituatie is reeds langere tijd aan het escaleren, ondanks de inzet van mantelzorg en thuiszorg. Er is dan ook geen ander alternatief dan opname van betrokkene.
4.7.. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.
5. De beslissing
De rechtbank:
5.1.. verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1938 in [geboorteplaats] ;
5.2.. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 november 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 29 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.