Skip to main content

ECLI:NL:RBZWB:2026:5375

Tribunal

Breda

Date

19 May 2026

Langue

nl

Résumé de l'Affaire

Question Juridique

Civiel recht; Personen- en familierecht

Décision / Solution

Uitspraak

Breda

Procedure: UitspraakDomain: Civiel recht; Personen- en familierechtType: uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummers: C/02/448105 / JE RK 26-824 (spoed)

C/02/448114 / JE RK 26-828 (regulier)

Datum uitspraak: 19 mei 2026

(Nadere) beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

locatie Etten-Leur, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI),

over de minderjarige:

[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] ,

advocaat: mr. P.J.M. Groenhuis-Kools uit Breda.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M. Czarnota uit Oosterhout,

[de vader],

hierna te noemen: de vader,

wonende in [plaats 1] .

1. Het verdere verloop van de procedure

1.1.. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

In de zaak met kenmerk C/02/448105 / JE RK 26-824 (spoed):

  • de in deze zaak gegeven beschikking van 12 mei 2026 en alle daarin genoemde stukken;

In de zaak met kenmerk C/02/448114 / JE RK 26-828 (regulier):

  • de in deze zaak gegeven beschikking van 12 mei 2026 en alle daarin genoemde stukken;

1.2. Op 19 mei 2026 heeft de kinderrechter de zaken mondeling behandeld tijdens de zitting met gesloten deuren. Bij die gelegenheid zijn verschenen:

  • [minderjarige] en zijn advocaat, die apart met de kinderrechter hebben gesproken; [minderjarige] heeft de behandeling die aansluitend plaats vond niet bijgewoond;

  • de advocaat van [minderjarige] ;

  • de moeder;

  • een vertegenwoordiger namens de GI.

De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

2. De feiten2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

2.2. Bij beschikking van 7 oktober 2025 heeft de kinderrechter in deze rechtbank de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 3 november 2025 tot

3 november 2026.

2.3. Laatstelijk, bij de in deze zaak gegeven beschikking van 12 mei 2026 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee weken, zijnde tot 26 mei 2026, onder aanhouding van het overige.

2.4. Op grond van voormelde machtiging verblijft [minderjarige] bij [accommodatie] in [plaats 2] .

3. De (resterende) verzoeken

Thans liggen de volgende resterende verzoeken nog ter beoordeling voor.

3.1. De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in

een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de resterende duur van twee weken;

3.2. De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van

[minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes

maanden.

4. Het standpunt van de GI

4.1..

Ter onderbouwing van en in aanvulling op het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan.

[minderjarige] is een jongen van 15 jaar oud die bij zijn moeder en broertje in [plaats 3] woont. In

december 2025 heeft er een intake met MST plaatsgevonden omdat hij al langere tijd

gedragsproblemen laat zien. Hij is dagelijks verbaal agressief, gebruikt cannabis, verzuimt van school en/of werk, gaat regelmatig zonder toestemming van huis waardoor moeder niet weet waar hij is. [minderjarige] is eerder van school gestuurd vanwege zijn verbale agressie richting leraren die aangaven zich onveilig te voelen. Eerdere pogingen tot een vorm van dagbesteding liepen vast, onder andere door een verstoord dag- en nachtritme, overmatig gamen en veel conflicten tussen moeder en [minderjarige] . Moeder voelt zich overbelast en machteloos.

De MST-behandeling bij de Viersprong richtte zich op:

Het verminderen van agressief en grensoverschrijdend gedrag van [minderjarige] .

Het stoppen of verminderen van het cannabisgebruik.

Het herstellen van structuur en deelname aan werk.

Het versterken van de opvoedvaardigheden van moeder.

Het verbeteren van de communicatie en onderlinge relaties binnen het gezin.

Tijdens de implementatie van de plannen raakt [minderjarige] ernstig ontregeld. Vervolgens heeft zich een incident voorgedaan (begin april) waarbij [minderjarige] fors grensoverschrijdend gedrag heeft laten zien richting de therapeut (vasthouden in huis onder bedreiging van een mes en het lek steken van haar autobanden). Hierbij zijn strafbare feiten gepleegd. Naar aanleiding hiervan is de behandeling tijdelijk ‘on hold’ gezet en na overleg met de moeder beëindigd..

[minderjarige] is op 11 mei aangehouden door de politie i.v.m. het stelen van een scooter.

[minderjarige] is op die scooter staande gehouden door de politie en is toen doorgereden. Er heeft een achtervolging plaatsgevonden en hij is alsnog meegenomen naar het politiebureau.

De politie heeft Jeugdbescherming Brabant gebeld met het bericht dat hij onhandelbaar is. Hij zegt o.a. zichzelf iets aan te gaan doen.

Gezien de combinatie van ernstig probleemgedrag, veiligheidsrisico’s voor de omgeving en

[minderjarige] zelf, en het ontbreken van voldoende opvoedingsmogelijkheden in de thuissituatie, is

een gesloten plaatsing noodzakelijk.

Tijdens de gesloten plaatsing zal in de eerste weken alles gericht zijn op afkoeling van [minderjarige] . Daarna dient aan zijn problematiek gewerkt te worden.

4.2.. De gedragskundige concludeert dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen: Eerdere intensieve ambulante hulpverlening, waaronder MST, heeft ondanks inzet van moeder en betrokken hulpverlening onvoldoende geleid tot structurele veiligheid, begrenzing en gedragsverandering bij [minderjarige] . Daarbij blijft sprake van ernstige escalaties, agressief en grensoverschrijdend gedrag, suïcidale uitingen en het zich onttrekken aan gezag en hulpverlening, waardoor een gesloten setting momenteel noodzakelijk is om de veiligheid van [minderjarige] en zijn omgeving te waarborgen. De gedragskundige adviseert een termijn van drie maanden te hanteren en het verzoek voor de resterende termijn aan te houden.

5. Het standpunt van belanghebbenden

5.1. [minderjarige] vertelt de kinderrechter, samengevat, dat hij weer bij zijn moeder wil wonen. Hij ziet in dat hij zich soms moeilijk kan beheersen, maar ziet daar niet zo’n groot probleem in. [minderjarige] heeft een vriendinnetje. Zijn toekomstwens is dat hij gelukkig zal zijn in zijn familie leven.

5.2. De moeder brengt naar voren dat er iets aan de situatie moet worden gedaan. Ingrijpen was noodzakelijk. Gevraagd naar de oorzaak wordt duidelijk verwoord dat structureel huiselijk geweld in de thuis situatie de achterliggende oorzaak vormt van het gedrag van [minderjarige] . [minderjarige] heeft daartoe dringend (trauma)behandeling nodig. Die zal in een niet gesloten kader niet van de grond komen. De moeder ondersteunt het verzoek. Zij is ook van mening dat zeker zes maanden nodig zullen zijn om [minderjarige] in een goed spoor te krijgen.

5.4. Namens [minderjarige] voert mr. Groenhuis-Kools aan dat [minderjarige] zelf het liefst weer meteen terug wil keren naar zijn moeder. De realiteit is ook dat er sprake is van een uit de hand gelopen samenstel van gebeurtenissen waarin herstel en terugkeer naar een normaal patroon niet aan [minderjarige] zelf kunnen worden overgelaten. Ook het vrijwillig kader zal niet toereikend zijn. Een minimale termijn die nodig zal zijn om tot normalisering te geraken is de nog lopende termijn van de ondertoezichtstelling..

6. De (nadere) beoordelingSpoedmachtiging gesloten jeugdhulp

6.1. Bij voornoemde beschikking van 12 mei 2026 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend voor de duur van twee weken en iedere verdere beslissing aangehouden.

6.2. Het resterende deel van het spoedverzoek zal worden afgewezen aangezien de kinderrechter thans tevens zal beslissen op het reguliere verzoek gesloten plaatsing ten aanzien van [minderjarige] .

Reguliere machtiging gesloten jeugdhulp

6.3. De kinderrechter dient de vraag te beantwoorden of een machtiging gesloten jeugdhulp gerechtvaardigd is. Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet, kan een machtiging om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven alleen worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter:

a. jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren;

b. de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken; en

c. er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.

6.4. Uit de overgelegde stukken en wat tijdens de zitting is besproken, volgt dat bij [minderjarige] sprake is van een langdurig en ernstig patroon van gedrags- en opvoedingsproblematiek. Sinds langere tijd laat [minderjarige] forse gedragsproblemen zien, waaronder verbale en fysieke agressie, grensoverschrijdend gedrag, cannabisgebruik, school- en werkverzuim, weglopen van huis en het zich onttrekken aan gezag en hulpverlening. Eerdere hulpverleningstrajecten en vormen van dagbesteding

zijn onvoldoende duurzaam gebleken. Het MST-traject heeft niet geleid tot voldoende stabiliteit en veiligheid. Zorgwekkend is dat gedurende het MST-traject ernstige escalaties hebben plaatsgevonden, waaronder het bedreigen van een therapeut met een mes en vernieling van eigendommen.

Daarnaast hebben recent opnieuw ernstige incidenten plaatsgevonden, waaronder

betrokkenheid bij diefstal van een scooter, een politieachtervolging, suïcidale uitingen,

fysieke agressie richting moeder en een escalatie waarbij politie, een onderhandelaar en een

arrestatieteam moesten worden ingezet. Deze gebeurtenissen laten zien dat sprake is van

ernstige emotieregulatieproblemen, agressieregulatieproblematiek en een sterk verhoogd

risico op verdere escalaties en mogelijk crimineel gedrag.

De moeder is niet in staat verandering bij [minderjarige] tot stand te brengen.

6.5. Naar het oordeel van de kinderrechter is er een onhoudbare situatie ontstaan, waarbij sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren.

6.6. De kinderrechter is van oordeel dat, gelet op het voorgaande, is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet. De kinderrechter deelt de ernstige zorgen van de GI en acht een machtiging gesloten jeugdhulp noodzakelijk om de ontwikkeling van [minderjarige] te waarborgen, hem te beschermen en een verdere ontwikkelingsbedreiging af te wenden. De kinderrechter onderschrijft de visie van (de advocaat van) de moeder dat na een eerste periode van afkoeling bij de behandeling van [minderjarige] aandacht dient te zijn voor de geschiedenis van structureel ernstig huiselijk geweld waarin [minderjarige] heeft verkeerd, althans waarvan hij getuige is geweest.

Duur van de machtiging

6.7. De kinderrechter zal de machtiging gesloten jeugdhulp van [minderjarige] verlenen voor de duur van de nog lopende ondertoezichtstelling, derhalve tot 3 november 2026. Dit is niet conform het advies van de gedragswetenschapper, maar gelet op de ernst van de situatie en het gegeven dat alle ter zitting verschenen belanghebbenden doordrongen zijn van de noodzaak van een termijn die tenminste de nog lopende ondertoezichtstelling periode bestrijkt, zal de kinderrechter in dit specifieke geval het advies van de gedragswetenschapper niet opvolgen.

6.8. De kinderrechter stelt vast dat het spoedverzoek op goede gronden is toegewezen, zodat de spoedbeslissing dus in stand blijft. Het resterende deel van het spoedverzoek zal worden afgewezen, nu daarin wordt voorzien door de beslissing op het regulier verzoek.

6.9. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

De kinderrechter:

In de zaak met kenmerk C/02/448105 / JE RK 26-824 (spoed)

7.1. wijst het resterende deel van het verzoek strekkende tot een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp af;

In de zaak met kenmerk C/02/448114 / JE RK 26-828 (regulier):

7.2. verleent een machtiging gesloten jeugdhulp van [minderjarige] met ingang van 26 mei 2026 tot 3 november 2026.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026 door mr. Van Leuven, kinderrechter, in aanwezigheid van de griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 26 mei 2026.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

  • door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.

Plus de Décisions