[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"category-road-traffic-nl-2025":3},{"detail":4,"years":74},{"category":5,"year":11,"latestYear":11,"monthlyCounts":12,"decisions":38,"total":19,"page":14,"limit":73},{"id":6,"slug":7,"name":8,"country":9,"createdAt":10},65,"road-traffic-nl","Road Traffic","NL","2026-07-08T16:54:19.226Z",2025,[13,16,18,20,22,24,26,28,30,32,34,36],{"month":14,"count":15},1,0,{"month":17,"count":15},2,{"month":19,"count":14},3,{"month":21,"count":15},4,{"month":23,"count":15},5,{"month":25,"count":15},6,{"month":27,"count":15},7,{"month":29,"count":15},8,{"month":31,"count":15},9,{"month":33,"count":14},10,{"month":35,"count":14},11,{"month":37,"count":15},12,[39,53,63],{"id":40,"ecli":41,"slug":42,"caseNumber":43,"courtId":44,"decisionDate":45,"fullText":46,"summary":43,"language":47,"source":48,"sourceUrl":49,"sourceTimestamp":50,"parsedAt":51,"updatedAt":52},"1609","ECLI:NL:RBNNE:2025:5930","ecli-nl-rbnne-2025-5930","",70,"2025-11-26T00:00:00.000Z","RECHTBANK NOORD-NEDERLAND\n\nZittingsplaats Leeuwarden\n\nBestuursrecht\n\nbeschikkingsnummer: 264635342\n\nzaaknummer: 11682592 BU VERZ 25-954\n\nproces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van26 november 2025\n\nin de zaak van\n\n [betrokkene] (de betrokkene),\n\ndie woont in [woonplaats] ,\n\ngemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl.\n\nInleiding\n\n1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 5 maart 2024, om 11:44 uur, op de Groningerstraat in Surhuisterveen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 429,00 (inclusief administratiekosten).\n\n1.1.. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.\n\n1.2.. \n\nDe kantonrechter heeft het beroep op 26 november 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie\n\nmr. P. Veenstra.\n\n1.3.. Na afloop van de behandeling op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.\n\nBeoordeling door de kantonrechterBeslissing\n\n2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.\n\nStandpunten\n\n3. Betrokkene voert aan dat hij geen mobiel elektronisch apparaat heeft vastgehouden, maar zijn Justitiebadge. Hij heeft geblindeerde ramen en hij was aan het rommelen in zijn zakken, op zoek naar zijn badge. Deze badge heeft wel de vorm van een mobiele telefoon. De verbalisant vroeg aan hem wat voor telefoon hij had. Hij heeft zijn telefoon toen uit het opbergvakje gehaald, waar die lag op te laden. Gemachtigde voert aan dat betrokkene de verkeersovertreding consistent heeft ontkend. Betrokkene heeft dat ook direct bij de staandehouding gedaan. De verklaring van de verbalisant is niet compleet, omdat hij niet heeft verklaard hoe hij de verkeersovertreding heeft waargenomen. Het aanvullend proces-verbaal voegt ook niets toe aan de verklaring in het zaakoverzicht.\n\n4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond verklaard moet worden. De verbalisant heeft verklaard dat hij alleen een boete oplegt als hij zeker is dat hij een verkeersovertreding heeft gezien. Daarnaast heeft betrokkene tijdens de staandehouding niet verklaard dat hij een badge uit zijn zak aan het halen was.\n\nOverwegingen\n\n5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.\n\n5.1.. De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan de verklaring van de verbalisant te twijfelen. Die verklaart dat hij zag dat betrokkene een mobiel elektronisch apparaat vasthad. Een badge is normaal niet zo groot dat die makkelijk verward kan worden met een mobiele telefoon. Daarnaast heeft betrokkene juist niet consistent aangevoerd dat hij een badge vasthad. Hij heeft dit namelijk in administratief beroep en bij de staandehouding niet aangevoerd, terwijl dat wel van hem verwacht mag worden als hij inderdaad een badge vasthad. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete te matigen.\n\nConclusie\n\nDe kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.\n\nWaarvan proces-verbaal,\n\nmr. M. Hidding, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter\n\nAfschrift verzonden aan partijen op:\n\nRechtsmiddel\n\nAls u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het\n\ngerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:\n\na. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of\n\nb. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.\n\nHet (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.\n\nDe wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.","nl","rechtspraak_nl","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:5930","2026-07-03T00:00:00.000Z","2026-07-08T16:52:53.682Z","2026-07-13T00:29:29.474Z",{"id":54,"ecli":55,"slug":56,"caseNumber":43,"courtId":57,"decisionDate":58,"fullText":59,"summary":43,"language":47,"source":48,"sourceUrl":60,"sourceTimestamp":61,"parsedAt":51,"updatedAt":62},"831","ECLI:NL:GHARL:2025:8751","ecli-nl-gharl-2025-8751",72,"2025-10-15T00:00:00.000Z","Parketnummer : 20-002786-24\n\nUitspraak : 15 oktober 2025\n\nTEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshofArnhem-Leeuwarden, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch\n\ngewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 16 augustus 2023, in de strafzaak met parketnummer 96-271636-22 tegen:\n\n [verdachte] ,\n\ngeboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,\n\nwonende te [adres] .\n\nHoger beroep\n\nBij het vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994’, de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem bij verstek veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 1.000,00 subsidiair 20 dagen hechtenis, alsmede tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 maanden met aftrek van de tijd gedurende welke het rijbewijs ingevorderd en ingehouden is geweest ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994.\n\nNamens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.\n\nOnderzoek van de zaak\n\nDit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.\n\nHet hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.\n\nDe advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een geldboete ter hoogte van €1.000,00 subsidiair 20 dagen hechtenis, alsmede tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 maanden.\n\nNamens de verdachte is vrijspraak bepleit. Daarnaast is een straftoemetingsverweer gevoerd.\n\nVonnis waarvan beroep\n\nHet hof verenigt zich met het bestreden vonnis van de politierechter, met aanvulling van de gronden waarop dit berust en met aanvulling van de strafmotivering\n\nVoorts zal het hof - nu de meervoudige strafkamer van het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359, derde lid, eerst volzin, van het Wetboek van Strafvordering - de inhoud van het door de politierechter opgesomde bewijsmiddel dat redengevend is voor de bewezenverklaring hieronder uitwerken.\n\nAanvulling en uitwerking van de bewijsvoering\n\nBewijsmiddelen\n\nHierna wordt verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie Landelijke Eenheid, zaakregistratienummer PL0900-2022311407, op ambtsbelofte opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , hoofdagent, gesloten d.d. 21 oktober 2022, bevattende een verzameling van op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen en met doorgenummerde digitale dossierpagina’s 1-17.\n\n1. Het proces-verbaal rijden onder invloed d.d. 21 oktober 2022, digitale dossierpagina’s 4-5, voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 1] :\n\nControle rijden onder invloed\n\nOp 21 oktober 2022 om 01.45 uur bevond ik mij op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de A1, ter hoogte van hectometerpaal 40.4 linker rijbaan, Amersfoort.\n\nOp bovengenoemde datum, tijd en plaats zag ik dat een persoon als bestuurder van een voertuig, personenauto, Volkswagen Polo, Nederland, kenteken [kenteken] , dit bestuurde.\n\nTer controle op de naleving van de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 gestelde\n\nvoorschriften heb ik, verbalisant, de bestuurder zijn voertuig doen stilhouden en een\n\nonderzoek ingesteld.\n\nBeginnende bestuurder\n\nHet betrof hier een bestuurder van een motorrijtuig waarvoor voor het besturen een rijbewijs vereist is. Bij controle bleek dat de bestuurder in het bezit was van een rijbewijs waarvan sedert de datum waarop aan hem voor de eerste maal een rijbewijs is afgegeven nog geen vijf jaren zijn verstreken en dat hij op die datum van afgifte de leeftijd van 18 jaar of ouder had bereikt.\n\nVordering voorlopig onderzoek uitgeademde lucht\n\nIk heb op 21 oktober 2022 om 01.46 uur de bestuurder gevorderd mee te werken aan een voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht (voorlopig ademonderzoek), alsmede de aanwijzingen die ik in dat kader heb gegeven, op te volgen.\n\nGeen medewerking voorlopig onderzoek uitgeademde lucht\n\nDe bestuurder verleende geen medewerking aan het voorlopig onderzoek van uitgeademde\n\nlucht, wat mij bleek uit: de verdachte wilde niet meewerken aan een ademtest. Ik hoorde de verdachte verklaren dat hij dit niet wilde doen.\n\nIdentiteitsgegevens van de verdachte\n\nDe verdachte gaf mij op te zijn genaamd:\n\nAchternaam: [verdachte] (het hof begrijpt [verdachte])\n\nVoornamen: [verdachte]\n\nGeboren: [geboortedag] 1995\n\nDe opgegeven personalia werden door mij geverifieerd aan de hand van zijn geldig rijbewijs.\n\nBevel tot medewerking aan ademanalyse\n\nOp 21 oktober 2022 om 01.47 uur heb ik de verdachte bevolen zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8 Wegenverkeerswet 1994. Tevens heb ik hem meegedeeld dat hij verplicht was tijdens dit onderzoek gevolg te geven aan alle, door de bedienaar van het ademanalyseapparaat, ten dienste van dit onderzoek gegeven aanwijzingen. Vervolgens is de verdachte meegedeeld dat een weigering van dit onderzoek een misdrijf oplevert. Voor dit onderzoek is de verdachte overgebracht naar het bureau van politie in Amersfoort.\n\nGeen gevolg aan bevel tot medewerking ademanalyse\n\nDe verdachte gaf op 21 oktober 2022 om 01.48 uur geen gevolg aan dit bevel, wat mij bleek uit het volgende feit: er is door verbalisant [verbalisant 2] , rang Brigadier, het bevel gegeven voor de medewerking aan de ademanalyse. Gezien het feit dat de verdachte naar alcohol riekte en rood doorlopen ogen had. De verdachte verklaarde vervolgens niet mee te willen werken aan de ademanalyse.\n\n2. Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 21 oktober 2022, digitale dossierpagina’s 11-12, voor zover inhoudende de verklaring van de verdachte:\n\nV: verdachte\n\nP: verhoorder\n\nP: Er is je bevolen medewerking te verlenen aan een ademanalyse. Waarom weiger je hieraan medewerking te verlenen?\n\nV: Ik heb hier geen zin in.\n\nBewijsoverweging\n\nDe raadsvrouw van de verdachte heeft ter zitting in hoger beroep aangevoerd dat het bevel tot ademanalyse onbevoegd is gegeven. Verbalisant [verbalisant 1] heeft het bevel tot ademanalyse gegeven en hij is de enige die het proces-verbaal rijden onder invloed d.d. 21 oktober 2022 heeft ondertekend, echter zou [verbalisant 1] niet over de juiste rang beschikken. Daarnaast heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er onjuistheden in voornoemd proces-verbaal staan. Als gevolg daarvan heeft de raadsvrouw het hof verzocht het proces-verbaal niet tot het bewijs te bezigen, hetgeen tot vrijspraak dient te leiden.\n\nHet hof overweegt dienaangaande als volgt.\n\nHet hof overweegt dat – ingevolge artikel 163 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) – bij verdenking dat de bestuurder van een voertuig heeft gehandeld in strijd met artikel 8 WVW 1994, de opsporingsambtenaar hem kan bevelen om medewerking te verlenen aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a, en artikel 8, derde lid, onderdeel a WVW 1994. De onderdelen a in het tweede en derde lid van artikel 8 WVW 1994 zien op het alcoholgehalte in de uitgeademde lucht. Ingevolge artikel 163, lid 8 WVW 1994 worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels vastgesteld omtrent de wijze van uitvoering van dat artikel.\n\nDeze nadere regels zijn neergelegd in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. Artikel 10, lid 3 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer bepaalt dat het ademonderzoek wordt verricht door een opsporingsambtenaar. Ingevolge artikel 1 onderdeel a van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer wordt in dit besluit onder opsporingsambtenaar verstaan een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering. Ingevolge artikel 141 onderdeel b van het Wetboek van Strafvordering juncto artikel 2 onderdeel a van de Politiewet 2012 betreft dit ambtenaren die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak.\n\nOp grond van het voorgaande komt het hof komt tot de conclusie dat verbalisant [verbalisant 1] bevoegd was om het bevel tot het verlenen van medewerking aan het ademonderzoek te geven. Het verweer van de raadsvrouw wordt derhalve verworpen.\n\nTen aanzien van de door de raadsvrouw aangedragen onjuistheden in het proces-verbaal merkt het hof op dat, voor zover daar sprake van is, deze niet bijdragen aan het bewijs. Ten overvloede overweegt het hof dat deze door de raadsvrouw gestelde onjuistheden niet van dusdanige aard zijn dat het gehele proces-verbaal als onbetrouwbaar terzijde geschoven dient te worden. Dit verweer van de raadsvrouw wordt eveneens verworpen.\n\nAanvulling van de strafmotivering\n\nHet hof verenigt zich met hetgeen door de politierechter omtrent de op te leggen straf is overwogen en beslist. Het hof zal deze overwegingen aanvullen met de constatering dat in hoger beroep sprake is van een schending van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het hof stelt de aanvang van deze termijn op de datum van het instellen van het hoger beroep op 10 oktober 2023. Het einde wordt door het hof gesteld op 15 oktober 2025, zijnde de datum van de einduitspraak van het hof. Daarmee is de redelijke termijn van 2 jaren met enkele dagen overschreden. Gelet op deze zeer geringe overschrijding volstaat het hof met de constatering ervan en zal daaraan geen verdere consequenties verbinden.\n\nBESLISSING\n\nHet hof:\n\nbevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.\n\nAldus gewezen door:\n\nmr. Y.G.M. Baaijens-van Geloven, voorzitter,\n\nmr. A.M.G. Smit en mr. A. Muller, raadsheren,\n\nin tegenwoordigheid van mr. D.S. Yap en mr. N. van Abeelen, griffiers,\n\nen op 15 oktober 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.\n\nmr. Y.G.M. Baaijens-van Geloven, mr. A.M.G. Smit en mr. N. van Abeelen zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:8751","2026-02-26T00:00:00.000Z","2026-07-13T00:28:50.161Z",{"id":64,"ecli":65,"slug":66,"caseNumber":43,"courtId":67,"decisionDate":68,"fullText":69,"summary":43,"language":47,"source":48,"sourceUrl":70,"sourceTimestamp":71,"parsedAt":51,"updatedAt":72},"1200","ECLI:NL:GHARL:2025:1333","ecli-nl-gharl-2025-1333",63,"2025-03-07T00:00:00.000Z","Parketnummer: 20-002730-24\n\nUitspraak : 7 maart 2025\n\nTEGENSPRAAK\n\nArrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshofArnhem-Leeuwarden\n\ngewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 23 maart 2023 met parketnummer 96-114519-22 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf onder parketnummer 96-265625-20, in de strafzaak tegen:\n\n [verdachte] ,\n\ngeboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,\n\nwonende te [adres] .\n\nHoger beroep\n\nBij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als\n\n‘eendaadse samenloop van overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994’ (feit 1 en feit 4)\n\n‘overtreding van artikel 20 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990’ (feit 2)\n\n‘overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (510 microgram)’ (feit 3),\n\nde verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht weken (feit 1, feit 3 en feit 4), alsmede een geldboete ter hoogte van € 960,00 subsidiair 19 dagen hechtenis (feit 2). Aan de verdachte is tevens de bevoegdheid ontzegd motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs reeds ingevorderd en ingehouden is geweest (feit 1, feit 3 en feit 4). Tot slot is de tenuitvoerlegging gelast van de in de zaak met parketnummer 96-265625-20 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van een week.\n\nNamens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.\n\nOnderzoek van de zaak\n\nDit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.\n\nHet hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.\n\nDe advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met uitzondering van de opgelegde gevangenisstraf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van tien weken ten aanzien van feiten 1, 3 en 4 en dat het hof voor het overige tot dezelfde beslissingen komt als de politierechter.\n\nDe verdediging heeft primair vrijspraak bepleit van alle tenlastegelegde feiten. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd. Voorts heeft de verdediging ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van de onder parketnummer 96-265625-20 voorwaardelijk opgelegde straf primair bepleit dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, subsidiair dat deze dient te worden afgewezen en meer subsidiair dat de proeftijd dient te worden verlengd dan wel dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf wordt omgezet in een taakstraf. Tot slot heeft de verdediging het hof verzocht om een eventuele ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen niet in onvoorwaardelijke, maar in voorwaardelijke zin op te leggen.\n\nVonnis waarvan beroep\n\nHet vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.\n\nTenlastelegging\n\nAan de verdachte is tenlastegelegd dat:\n\n1. hij op of omstreeks 11 augustus 2021 te Nieuwegein, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorie(ën) van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Zandveldseweg, als bestuurder een motorrijtuig, (driewielig motorrijtuig), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;\n\n2. hij op of omstreeks 11 augustus 2021 te Nieuwegein, binnen de bebouwde kom, als bestuurder van een motorvoertuig (driewielig motorrijtuig), op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Zandveldseweg, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 105 kilometer per uur, in elk geval de aldaar voor motorvoertuigen toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden;\n\n3. hij op of omstreeks 11 augustus 2021 te Nieuwegein, als bestuurder van een motorrijtuig, (driewielig motorrijtuig), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 510 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;\n\n4. hij op of omstreeks 11 augustus 2021 te Nieuwegein, op de weg, de Zandveldseweg, als bestuurder een motorrijtuig (driewielig motorrijtuig), van categorie B heeft bestuurd, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs zijn geldigheid had verloren en dat hij bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs moet voldoen aan de bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 123b, derde lid, gestelde voorwaarden, en aan hem geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven.\n\nDe in de tenlastelegging voorkomende taal- en\u002Fof schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.\n\nVrijspraak van het onder 4 tenlastegelegde\n\nHet hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 4 tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.\n\nBewezenverklaring\n\nHet hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:\n\n1.\n\nhij op 11 augustus 2021 te Nieuwegein, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een categorie van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de Zandveldseweg, als bestuurder een motorrijtuig, (driewielig motorrijtuig), van die categorie heeft bestuurd;\n\n 2. hij op 11 augustus 2021 te Nieuwegein, binnen de bebouwde kom, als bestuurder van een motorvoertuig (driewielig motorrijtuig), op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Zandveldseweg, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 105 kilometer per uur, in elk geval de aldaar voor motorvoertuigen toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden;\n\n3. op 11 augustus 2021 te Nieuwegein, als bestuurder van een motorrijtuig, (driewielig\n\nmotorrijtuig), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 510 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.\n\nHet hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.\n\nBewijsmiddelen\n\nHierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie-eenheid Midden-Nederland, dienst Regionale Operationele Samenwerking, afdeling Infrastructuur, team Verkeer, op ambtsbelofte opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , surveillanten van politie, gesloten d.d. 12 augustus 2021, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen, met digitaal genummerde dossierpagina’s 1-31. Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.\n\n1. Het proces-verbaal verkeersovertredingen d.d. 12 augustus 2021, dossierpagina’s 3-6, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] :\n\nOp 11 augustus 2021 om 21:32 uur bevond ik mij in uniform gekleed en met snelheidscontrole belast op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, [locatie] .\n\nDaar zag ik, [verbalisant 2] (…), een bestuurder van een 2\u002F3-wielig voertuig, een (…) Piaggio, type M64, voorzien van het kenteken [kenteken] , rijden over de rijbaan van [locatie] . Deze kwam uit de richting Jachtmonde.\n\n(…)\n\nDe Zandveldseweg is gelegen binnen de als zodanig aangeduide bebouwde kom. Voor deze weg dan wel dit weggedeelte geldt een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur. (…)\n\nIk, [verbalisant 2] (…), zag dat deze bestuurder met dat motorvoertuig reed met een door mij gemeten snelheid van 109 kilometer per uur, die na correctie overeenkomt met een werkelijke snelheid van 105 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid dan de ter plaatse toegestane 50 kilometer per uur, in feite een overschrijding van 55 kilometer per uur.\n\nDeze snelheid is door mij, [verbalisant 2] (…), vastgesteld met behulp van een voor de meting getest, op de voorgeschreven wijze gebruikt en op 6 april 2021 tot 322 kilometer per uur geijkt verkeersmeetmiddel (…).\n\nOp 11 augustus 2021, te 21:33 uur, hield ik, [verbalisant 1] (…), op de openbare weg, Zandveldseweg te Nieuwegein, de man als verdachte staande en vroeg hem naar zijn identiteitsgegevens. De verdachte gaf op te zijn genaamd:\n\nAchternaam : [verdachte]\n\nVoornamen : [verdachte]\n\nGeboren : [geboortedag] 1991\n\nGeboorteplaats : [geboorteplaats] in Nederland\n\nAdres : [adres]\n\nPostcode plaats : [adres]\n\nBRP-nummer : [documentnummer 1]\n\nDe verdachte identificeerde zich met een Belgische verblijfstitel, document nummer: [documentnummer 2]\n\n .\n\n2. Het proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeersweg 1994 d.d. 12 augustus 2021, dossierpagina’s 9-10, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisant [verbalisant 1] :\n\nDatum feit : 11 augustus 2021 (…)\n\nLocatie : op de openbare weg, [locatie]\n\nEr is een onderzoek ingesteld naar aanleiding van een snelheidsovertreding, namelijk honderdnegen kilometer per uur ongecorrigeerd binnen de bebouwde kom rijden waar vijftig is toegestaan.\n\nVerdachte\n\nAchternaam : [verdachte]\n\nVoornamen : [verdachte]\n\nGeboren : [geboortedag] 1991\n\nGeboorteplaats : [geboorteplaats] in Nederland\n\n(…)\n\nMotorrijtuig\n\n(…)\n\nKenteken : [kenteken]\n\nMerk\u002Ftype : Piaggio M64\n\n(…)\n\nRijbewijscategorie\n\nVoor het besturen van bovenstaand motorrijtuig is een rijbewijs vereist van de categorie(ën):\n\nB\n\nNa onderzoek bleek dat deze bestuurder een op zijn naam gesteld rijbewijs voor één of meer categorieën van motorrijtuigen dan wel voor een gedeelte van de geldigheidsduur ongeldig is verklaard.\n\n3. Een schriftelijk bescheid, te weten een uitdraai BVI-IB d.d. 12 augustus 2021, dossierpagina’s 13-16;\n\nIdentiteit [verdachte]\n\n Geboren [geboortedag] 1991 (30) te [geboorteplaats]\n\n(…)\n\nRijbewijsnummer [documentnummer 3]\n\nLand uitgifte Nederland\n\nDatum uitgifte 10-07-2014\n\n(…)\n\nMaatregelen\n\nNr\n\nRegistratie\n\nEinde reg.\n\nGevorderde\n\ninleverdatum\n\nSoort\n\nAutoriteit\n\nInleversoort\n\n(…)\n\n(…)\n\n(…)\n\n(…)\n\n(…)\n\n(…)\n\n(…)\n\n2\n\n24-01-2017\n\n19-09-2018\n\nVorderingsprocedure\n\nCbr Divisie Vorderingen\n\nVolledig ongeldig rijbewijs\n\nCATEGORIEËN\n\nCategorie\n\nSoort\n\nAM\n\nOngeldigheid\n\nB\n\nOngeldigheid\n\n4. Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van het CBR gericht aan de verdachte d.d. 24 januari 2017, voor zover inhoudende:\n\nAANGETEKEND\n\nDe heer [verdachte]\n\n(…)\n\n(…) Datum\n\n 24 januari 2017\n\nOnderwerp Besluit: onderzoek naar uw alcoholgebruik, voorlopig geen rijbewijs\n\nGeachte heer [verdachte] ,\n\nU bent aangehouden met te veel alcohol op. (…)\n\nDaarom hebben we besloten dat u een onderzoek moet laten doen naar uw alcoholgebruik. Ook mag u voorlopig niet meer rijden. In elk geval niet tot de uitslag van het onderzoek. (…)\n\nHet onderzoek is niet vrijblijvend. Werkt u niet mee, dan wordt uw rijbewijs ongeldig.\n\n(…)\n\n5. Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van het CBR gericht aan de verdachte d.d. 12 september 2018, voor zover inhoudende:\n\nOnderwerp Besluit: rijbewijs ongeldig\n\nGeachte heer [verdachte] ,\n\nOp 24 januari 2017 hebben we u een brief gestuurd. In die brief stond dat u een onderzoek naar uw alcoholgebruik moest laten doen. Helaas heeft u dit onderzoek niet, of niet op tijd betaald. U bent dus ook niet onderzocht. Daarom verklaren we uw rijbewijs ongeldig vanaf 19 september 2018. En mag u niet meer rijden. (…)\n\n6. Proces-verbaal rijden onder invloed d.d. 14 augustus 2021, dossierpagina’s 22-24, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 3] , [verbalisant 2] en [verbalisant 1] :\n\nOp 11 augustus 2021 zag ik, [verbalisant 2] (…), dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een voertuig motorrijtuig, Piaggio M64, Nederland, kenteken [kenteken] , reed op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, [locatie] .\n\n(…)\n\nIk, [verbalisant 2] (…), heb op 11 augustus 2021 om 21:45 uur de bestuurder gevorderd mee te werken aan een voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht (voorlopig ademonderzoek), alsmede de aanwijzingen die ik in dat kader heb gegeven, op te volgen.\n\nMet medewerking van de bestuurder heb ik, [verbalisant 2] (…), hem dit voorlopig ademonderzoek afgenomen met behulp van een door de Minister aangewezen ademtestapparaat.\n\nAls resultaat van deze test zag ik, [verbalisant 2] (…), dat het ademtestapparaat een alcoholindicatie aangaf van: A\u002FG.\n\nHet resultaat van de ademtest werd direct aan de verdachte meegedeeld. Dat resultaat leidde tot een verdenking van een gedraging in strijd met artikel 8 Wegenverkeerswet 1994.\n\nDe verdachte gaf mij, [verbalisant 1] (…), op te zijn genaamd:\n\nAchternaam : [verdachte]\n\nVoornamen : [verdachte]\n\nGeboren : [geboortedag] 1991\n\nGeboorteplaats : [geboorteplaats] in Nederland\n\n(…)\n\nOp 11 augustus 2021 (…) heeft de verdachte zich onder leiding van mij, [verbalisant 3] (…), opsporingsambtenaar als bedoeld in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, onderworpen aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8 lid 4, onder a, Wegenverkeerswet 1994. (…)\n\n7. Het schriftelijk bescheid, te weten een resultaat ademonderzoek, dossierpagina 27, voor zover inhoudende:\n\nStartdatum: 11 augustus 2021\n\nStarttijd: 22:08\n\nEindtijd: 22:14\n\nAchternaam verdachte: [verdachte]\n\nVoornaam verdachte: [verdachte]\n\nAdemonderzoek-resultaat: 510 ug\u002Fl\n\n8. Het proces-verbaal van de in de zaak gehouden terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, d.d. 23 maart 2023, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:\n\nHet klopt dat ik de avond van 11 augustus 2021 alcohol had gedronken. Ik was uit geweest. Het klopt ook dat ik toen wist dat mijn rijbewijs ongeldig was verklaard.\n\nBewijsoverwegingen\n\nDe verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. Daartoe is in de kern aangevoerd dat het niet de verdachte, maar zijn (achter)neef [betrokkene 1] is geweest die op 11 augustus 2021 door de politie is aangehouden ter zake van de tenlastegelegde feiten. De verdachte zou die dag samen met [betrokkene 1] op een door die [betrokkene 1] bestuurd motorrijtuig naar een beachclub in Nieuwegein zijn gereden, waar de verdachte later op de avond zou zijn opgehaald door zijn ex-partner. Later zou [betrokkene 1] zijn aangehouden door de politie terwijl hij het motorrijtuig bestuurde, waarbij [betrokkene 1] zich tegenover de politie zou hebben gelegitimeerd met een Belgisch identiteitsbewijs van de verdachte dat op dat moment in een tasje onder de buddyseat van het motorrijtuig lag. Zowel de verdachte als [betrokkene 1] zijn van Hindoestaanse afkomst en vertonen uiterlijke gelijkenissen. Een persoonsverwarring wordt door de verdediging dan ook zeer wel mogelijk geacht. Het alternatieve scenario van de verdachte is in de visie van de verdediging voldoende concreet en gedetailleerd en vindt op onderdelen steun in de overige bewijsmiddelen, zodat vrijspraak dient te volgen.\n\nHet hof overweegt dienaangaande als volgt.\n\nOp verzoek van de verdediging zijn op 21 februari 2024 [betrokkene 1] , zijnde de (achter)neef van de verdachte die zich volgens de verdediging ten tijde van het tenlastegelegde als de verdachte zou hebben voorgedaan, en [betrokkene 2] , zijnde de ex-partner van de verdachte die volgens de verdediging de verdachte op de tenlastegelegde datum bij een beachclub in Nieuwegein zou hebben opgehaald, door de raadsheer-commissaris als getuigen gehoord.\n\nGetuige [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij zich in het verleden nooit voor de verdachte heeft uitgegeven. Ook heeft hij verklaard dat hij niet kan motorrijden en dat hij nooit met de verdachte op een motor heeft gereden. De rechter-commissaris heeft tijdens het verhoor vastgesteld dat getuige [betrokkene 1] geen sterke gelijkenissen vertoont met de persoon die is afgebeeld op pagina 13 van het procesdossier (hof: een foto van de verdachte).\n\nGetuige [betrokkene 2] heeft ten overstaan van de raadsheer-commissaris verklaard dat zij de verdachte in het verleden wel eens heeft afgezet en opgehaald bij een industrieterrein in Nieuwegein, maar dat zij dat nooit heeft gedaan als de verdachte uitging. De Beachclub was volgens de getuige de favoriete plek van de verdachte, maar zij heeft de verdachte daar nooit opgehaald.\n\nHet hof stelt vast dat de alternatieve lezing van de verdachte, inhoudende dat niet hij, maar de heer [betrokkene 1] degene is geweest die op 11 augustus 2021 door de politie is aangehouden, geen steun vindt in de hiervoor bedoelde getuigenverklaringen.\n\nHet hof overweegt voorts dat de verbalisanten in hun proces-verbaal van 12 augustus 2021 relateren dat zij de bestuurder van het motorrijtuig naar zijn identiteitsgegevens hebben gevraagd, dat door de aangehouden persoon die gegevens toen zijn verstrekt - waaronder de geboortedatum, geboorteplaats en het woonadres van de verdachte - en dat deze persoon zich daarnaast identificeerde met een Belgische verblijfstitel, waarvan de verdachte erkent dat deze van hem is. Het hof constateert dat de identificerende gegevens die door de aangehouden persoon kennelijk mondeling zijn verstrekt overeenkomen met de persoonsgegevens van de verdachte. Het hof constateert verder dat de foto op het Belgische bewijs (pagina 19 digitale procesdossier) sterke gelijkenissen vertoont met een andere foto van de verdachte in het dossier (pagina 13, foto rijbewijs 10 juli 2014). De raadsheer-commissaris heeft aan de hand van deze laatste foto opgemerkt dat dhr. [betrokkene 1] daarmee geen sterke gelijkenis vertoont. Het hof begrijpt hieruit dat dhr. [betrokkene 1] dus ook geen sterke gelijkenis vertoont met de persoon die is afgebeeld op het Belgische bewijs op pagina 19 van het procesdossier, dat door de aangehouden persoon ter identificatie aan de politie is getoond..\n\nNaar het oordeel van het hof kan het dan ook niet anders zijn dan dat het de verdachte is geweest die ten tijde en ter zake van het tenlastegelegde door de politie is aangehouden.\n\nHetgeen overigens door de verdediging is aangevoerd, leidt niet tot een ander standpunt.\n\nHet hof verwerpt het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging in al zijn onderdelen.\n\nResumerend acht het hof, op grond van het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten heeft begaan.\n\nStrafbaarheid van het bewezenverklaarde\n\nHet onder 1 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als:\n\novertreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.\n\nHet onder 2 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als:\n\novertreding van het bepaalde bij artikel 20, aanhef en onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.\n\nHet onder 3 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als:\n\novertreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (510 microgram).\n\nEr zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.\n\nStrafbaarheid van de verdachte\n\nEr zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.\n\nOp te leggen sancties\n\nDe advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van tien weken ten aanzien van feiten 1, 3 en 4, en dat het hof voor het overige tot dezelfde beslissingen komt als de politierechter.\n\nDe verdediging heeft bepleit dat aan de verdachte geen straf in de vorm van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal worden opgelegd, maar een voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een taakstraf. Daarnaast is bepleit om een ontzegging van de bevoegdheid om de motorrijtuigen te besturen geheel voorwaardelijk op te leggen. Daartoe is gewezen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.\n\nHet hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.\n\nMeer in het bijzonder overweegt het hof het navolgende.\n\nTen laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich op 11 augustus 2021 – kort gezegd – schuldig heeft gemaakt aan het besturen van een motorrijtuig terwijl zijn rijbewijs voor categorie B ongeldig was verklaard (feit 1), waarbij hij de ter plekke toegestane maximumsnelheid heeft overschreden (feit 2), en hij onder invloed van alcohol verkeerde (feit 3). Het hof rekent het de verdachte aan dat hij heeft gehandeld zoals is bewezenverklaard. Met zijn handelen heeft hij de verkeersveiligheid in gevaar gebracht.\n\nHet hof heeft gelet op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Zij gaan als vertrekpunt voor de straftoemeting bij het besturen van een motorrijtuig in geval van een (gedeeltelijk) ongeldig verklaard rijbewijs (feit 1) uit van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken. Ter zake van het rijden onder invloed in auto’s en motoren (feit 3) gaan de oriëntatiepunten – in geval van een hoeveelheid alcohol van 510 microgram in combinatie met relevante recidive binnen een periode van vijf jaar, waarbij sprake is van een onherroepelijke veroordeling voor een soortgelijk feit – als vertrekpunt uit van een geldboete van € 650,00 en een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid om mottorijtuigen te besturen voor de duur van 3 maanden.\n\nHet hof heeft ook acht geslagen op het de verdachte betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 10 december 2024. Daaruit blijkt dat de verdachte voorafgaand aan het bewezenverklaarde meerdere malen onherroepelijk is veroordeeld ter zake van soortgelijke feiten. Daarbij zijn aan hem eerder onder meer (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen opgelegd. Die eerdere veroordelingen hebben de verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden opnieuw soortgelijke strafbare feiten te begaan. Bovendien volgt hieruit dat de verdachte zich niets aantrekt van beslissingen tot ongeldigverklaring die tot doel hebben de verkeersveiligheid te bevorderen. Het hof weegt deze omstandigheden ten nadele van de verdachte mee bij de strafoplegging.\n\nVoorts heeft het hof gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. De verdediging heeft in dat verband naar voren gebracht dat de verdachte zijn rijbewijs op dagelijkse basis nodig heeft om zijn werkzaamheden uit te kunnen voeren, reden waarom een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen door de verdachte onwenselijk wordt geacht.\n\nAlles afwegende – en gegeven de vrijspraak van feit 4 – acht het hof de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 8 wekenvoor feit 1 en feit 3 en de oplegging van eengeldboete ter hoogte van € 960,00, subsidiair 19 dagen hechtenisvoor feit 2, passend en geboden. Hetgeen in hoger beroep omtrent de persoonlijke omstandigheden van de verdachte naar voren is gebracht, brengt het hof niet tot een ander oordeel.\n\nGelet op de eerder aan de verdachte opgelegde sancties - oplopende gevangenisstraffen - en de omstandigheden waaronder de verdachte opnieuw de fout in is gegaan - veel te hard rijden, wederom met alcohol op, is het hof van oordeel dat ten aanzien feit 1 en feit 3 niet kan worden volstaan met oplegging van een andere straf dan een die vrijheidsbeneming met zich brengt.\n\nHet hof overweegt dat de politierechter de bijkomende straf van de ontzegging van de rijbevoegdheid heeft opgelegd voor een combinatie van de bewezenverklaarde feiten, terwijl de wet niet voorziet in de mogelijkheid tot het opleggen van een ontzegging van de rijbevoegdheid voor meer dan één misdrijf of voor een combinatie van een misdrijf en een overtreding. Mede ter bescherming van de verkeersveiligheid zal het hof ter zake van feit 1 en voor de duur van 6 maandenaan de verdachtede bevoegdheid ontzeggen om motorrijtuigen te besturen.\n\nHet verweer dat de verdachte, kort gezegd, het rijbewijs niet kan missen, wordt door het hof verworpen omdat het belang van de bescherming van de verkeersveiligheid in dit geval zwaarder weegt dan het belang van de verdachte bij behoud van het rijbewijs in het tijdvak van 6 maanden. Daarnaast is de verdachte reeds eerder ter zake van verkeersovertredingen veroordeeld. Het hof acht een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid noodzakelijk om de verdachte de onjuistheid van de bewezenverklaarde handelwijze te doen inzien. Daarnaast is het hof niet gebleken dat de verdachte voor zijn werk geen gebruik kan maken van andere (openbaar) vervoersmogelijkheden.\n\nVordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 96-265625-20\n\nHet Openbaar Ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van een voorwaardelijke opgelegde gevangenisstraf voor de duur van één (1) week, opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Midden-Nederland van 14 januari 2021 onder parketnummer 96-265625-20. Blijkens het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 10 december 2024 is de startdatum van deze proeftijd 28 januari 2021 en is de einddatum daarvan 27 januari 2023. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.\n\nDe verdediging heeft primair bepleit dat het Openbaar Ministerie vanwege de bepleite vrijspraak niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, subsidiair dat deze dient te worden afgewezen en meer subsidiair dat de proeftijd dient te worden verlengd dan wel dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf wordt omgezet in een taakstraf.\n\nHet hof overweegt als volgt.\n\nHet hof is ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging – anders dan de verdediging – van oordeel dat de tenuitvoerlegging van de gehele voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf dient te worden gelast, nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde schuldig heeft gemaakt.\n\nToepasselijke wettelijke voorschriften\n\nDe beslissing is gegrond op de artikelen 20 en 92 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, de artikelen 23, 24, 24c, 57 en 62 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 9, 176, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.\n\nBESLISSING\n\nHet hof:\n\nvernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:\n\nverklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 4 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;\n\nverklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan;\n\nverklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;\n\nverklaart het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;\n\nten aanzien van het in de zaak met parketnummer 96-114519-22 onder 1 en onder 3 bewezenverklaarde\n\nveroordeelt de verdachte tot een gevangenisstrafvoor de duur van8 (acht) weken;\n\nontzegt de verdachte ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van6 (zes) maanden;\n\nten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde\n\nveroordeelt de verdachte tot een geldboetevan€ 960,00 (negenhonderdzestig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door19 (negentien) dagen hechtenis;\n\nten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging\n\nbeveelt de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 14 januari 2021, parketnummer 96-265625-20, te weten een gevangenisstrafvoor de duur van1 (één) week.\n\nAldus gewezen door:\n\nmr. R.G.A. Beaujean, voorzitter,\n\nmr. S.V. Pelsser en mr. O.A.J.M. Lavrijssen, raadsheren,\n\nin tegenwoordigheid van mr. drs. A. Burgmeijer, griffier,\n\nen op 7 maart 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:1333","2025-03-10T00:00:00.000Z","2026-07-13T00:29:09.598Z",20,[75,11,76,77],2026,2024,2023]