[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"court-category-den-haag-compulsory-care-nl":3},{"court":4,"category":9,"stats":15,"decisions":21,"total":16,"page":48,"limit":49},{"id":5,"name":6,"country":7,"slug":8},58,"Den Haag","nl","den-haag",{"id":10,"slug":11,"name":12,"country":13,"createdAt":14},56,"compulsory-care-nl","Compulsory Care","NL","2026-07-08T16:54:05.500Z",{"totalDecisions":16,"dateRange":17,"topProvisions":20},3,{"min":18,"max":19},"2026-05-26T00:00:00.000Z","2026-05-28T00:00:00.000Z",[],[22,33,41],{"id":23,"ecli":24,"slug":25,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":19,"fullText":27,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":29,"sourceTimestamp":30,"parsedAt":31,"updatedAt":32},"619","ECLI:NL:RBDHA:2026:15461","ecli-nl-rbdha-2026-15461","","RECHTBANK DEN HAAG\n\nJeugd- en Zorgrecht\n\nZaaknummer: C\u002F09\u002F705617 \u002F JE RK 26-883\n\nDatum uitspraak: 28 mei 2026\n\nBeschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging gesloten jeugdhulp\n\nin de zaak van\n\nRaad voor de Kinderbeschermingte Den Haag,\n\nhierna te noemen: de Raad,\n\nover\n\n [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,\n\nhierna te noemen: [de minderjarige] ,\n\nadvocaat mr. mr. J. Looman uit Wassenaar.\n\nDe kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:\n\n [de moeder 1] ,\n\nhierna te noemen: [de moeder 1] ,\n\nen\n\n [de moeder 2] ,\n\nhierna te noemen: [de moeder 2] ,\n\nwonende in [woonplaats] ,\n\nhierna ook tezamen te noemen: de ouders.\n\nDe kinderrechter merkt als informant aan:\n\nWilliam Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.\n\n1. Het verdere verloop van de procedure\n\n1.1.. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 mei 2026 [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 4 juni 2026 en voor dezelfde duur een spoedmachtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, met aanhouding van het overige deel van het verzoek.\n\n1.2.. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:\n\n- de beschikking van 21 mei 2026 en de hierin genoemde stukken;\n\n- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 28 mei 2026.\n\n1.3.. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:\n\n- [de minderjarige] met haar advocaat;\n\n- de ouders;\n\n- [naam 1] , namens de Raad;\n\n [naam 2] , namens de gecertificeerde instelling;\n\nde ambulante opvoedondersteuner van Impegno, [naam 3] , als toehoorder.\n\n1.4.. De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover, voorafgaand aan de zitting en in het bijzijn van haar advocaat, een gesprek gevoerd met de kinderrechter. De kinderrechter heeft op verzoek van [de minderjarige] de inhoud van het gesprek vertrouwelijk gehouden.\n\n2. De feiten\n\n2.1.. \n [de minderjarige] verblijft bij [instelling] .\n\n2.2.. De kinderrechter verwijst voor een weergave van de overige feiten naar de beschikking van 21 mei 2026.\n\n3. Het verzoek\n\n3.1.. De Raad verzoekt [de minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de resterende duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ook verzoekt de Raad een machtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling. De Raad heeft het verzoek, samengevat en zakelijk weergegeven, als volgt gemotiveerd.\n\n3.2.. Er zijn al langere tijd grote zorgen bestaan over de ontwikkeling en veiligheid van [de minderjarige] . [de minderjarige] vertoont fors zelfbepalend gedrag, loopt veelvuldig weg, houdt zich niet aan de afspraken en accepteert geen grenzen. Daarnaast zijn er signalen dat [de minderjarige] contacten heeft met meerderjarige mannen waarmee zij seksuele handelingen zou verrichten in ruil voor wiet en vapes en zijn er signalen dat zij zichzelf beschadigt. Aangezien de thuissituatie niet langer houdbaar was, verblijft [de minderjarige] sinds oktober 2025 bij Ipse de Bruggen. Bij Ipse de Bruggen, waar [de minderjarige] voorheen verbleef, zijn de zorgen de afgelopen periode echter steeds verder toegenomen. [de minderjarige] loopt ’s nachts steeds vaker weg en is dan nachten achtereen weg. Op die momenten is het onduidelijk met wie en waar zij is. [de minderjarige] brengt zichzelf in gevaarlijke en risicovolle situaties en zij lijkt vaker onder invloed te zijn van drugs en\u002Fof alcohol. Ook zijn er signalen dat in haar omgeving cocaïne wordt gebruikt. Er zijn tevens ernstige zorgen over haar sociale netwerk. [de minderjarige] en haar vriendje zouden samen een scooter hebben gestolen en zich hierop verplaatsen zonder helm en zonder rijbewijs. Ook zijn er zorgen dat [de minderjarige] beelden van zichzelf deelt op sociale media waarop zij seksuele handelingen uitvoert. Bij [de minderjarige] ontbreekt het aan probleeminzicht en zij is niet aanspreekbaar op haar gedrag. Hiernaast gaat zij ook niet meer naar school. De ouders zijn op dit moment wel bereid, maar niet, althans onvoldoende, in staat om de veiligheid van [de minderjarige] te waarborgen. Ook op de open groep lukt het niet meer om [de minderjarige] te begrenzen in haar gedrag en haar veiligheid voldoende te waarborgen. De betrokkenheid van een jeugdbeschermer is nodig om zicht te houden op de ontwikkeling en veiligheid van [de minderjarige] , regie te voeren over de (in te zetten) hulpverlening voor [de minderjarige] en de ouders te ondersteunen bij de beslissingen die genomen moeten worden in [de minderjarige] haar belang. Daarnaast is een gesloten plaatsing noodzakelijk omdat dit op dit moment de enige manier is om de veiligheid van [de minderjarige] te waarborgen en [de minderjarige] tot rust te laten komen en te stabiliseren.\n\n4. De standpunten\n\n4.1.. De advocaat van [de minderjarige] heeft naar voren gebracht dat hij de zorgen begrijpt. Beide moeders zijn erg betrokken en [de minderjarige] is een lief meisje en het is van belang dat zij weer rust en stabiliteit krijgen zodat een passend hulpverleningstraject kan worden gestart, om uiteindelijk weer tot de situatie te komen dat [de minderjarige] terug naar huis kan. Wel is het zorgelijk dat er zorgen worden uitgesproken over het rondgaan van filmpjes van [de minderjarige] waarop zij seksuele handelingen zou verrichten en dat [de minderjarige] mogelijk met meerderjarige mannen zou omgaan, terwijl er geen duidelijke bron voor deze zorgen in het rapport wordt vermeld en dat deze ook niet ter zitting kan worden genoemd. Dit is temeer vervelend omdat [de minderjarige] ontkent dat hier sprake van is.\n\n4.2.. De ouders hebben ingestemd met het verzoek. Zij maken zich zorgen om [de minderjarige] en hopen dat zij snel de hulp krijgt die zij nodig heeft.\n\n4.3.. De gecertificeerde instelling heeft zich achter het verzoek van de Raad geschaard.\n\n5. De beoordeling\n\n5.1.. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan.Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [de minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen. Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.\n\n5.2.. De kinderrechter overweegt daartoe dat er al lange tijd ernstige zorgen zijn over de veiligheid en ontwikkeling van [de minderjarige] , en dat deze in de afgelopen periode zelfs fors zijn toegenomen. [de minderjarige] gaat niet naar school, loopt weg en is soms nachten lang weg waarbij onduidelijk is met wie en waar zij is. Ook gebruikt zij middelen en alcohol. Hoewel [de minderjarige] ontkent dat er sprake zou zijn van (seksueel) contact met meerderjarige mannen en filmpjes hiervan, lijken er in ieder geval sprake te zijn van situaties waar [de minderjarige] haar veiligheid en ontwikkeling in gevaar komen en waarvan het noodzakelijk is dat er meer zicht op komt en onderzoek naar gedaan wordt. De kinderrechter ziet dat de ouders liefdevol en betrokken zijn, maar dat de band tussen hen en [de minderjarige] verstoord is, en gunt het hen dat zij weer als gezin liefdevol contact kunnen hebben om zo toe te werken naar een veilige thuisplaatsing. Tot die tijd is het noodzakelijk dat een jeugdbeschermer betrokken blijft en de noodzakelijke hulpverlening inzet voor [de minderjarige] . De komende periode is de gesloten plaatsing noodzakelijk met als doel de veiligheid te waarborgen, stabiliteit te creëren en passende behandeling mogelijk te maken.\n\n5.3.. Daarom stelt de kinderrechter [de minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de resterende duur van drie maanden en verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Ook machtigt de kinderrechter de gecertificeerde instelling om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling.5.4.. De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.\n\n6. De beslissing\n\nDe kinderrechter:\n\n6.1.. stelt [de minderjarige] voorlopig onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 4 juni 2026 tot 21 augustus 2026;\n\n6.2.. verleent een machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 4 juni 2026 tot 21 augustus 2026;\n\n6.3.. verklaart de beslissing onder 6.1. uitvoerbaar bij voorraad.\n\nDeze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026 door mr. M.M.C. Limbeek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 5 juni 2026.\n\nTegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:\n\ndegenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;\n\nandere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.\n\n Artikel 1:257 BW.\n\n Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).\n\n Artikel 2 Besluit gezagsregisters.","rechtspraak_nl","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:15461","2026-06-08T00:00:00.000Z","2026-07-08T16:52:53.682Z","2026-07-13T00:28:39.559Z",{"id":34,"ecli":35,"slug":36,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":37,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":38,"sourceTimestamp":39,"parsedAt":31,"updatedAt":40},"950","ECLI:NL:RBDHA:2026:17307","ecli-nl-rbdha-2026-17307","RECHTBANK DEN HAAG\n\n Team Jeugd- en Zorgrecht\n\nZaak-\u002Frekestnr.: C\u002F09\u002F705623 \u002F FA RK 26-5081\n\nDatum beschikking: 26 mei 2026\n\nMachtiging tot voortzetting van de crisismaatregel\n\nBeschikkingnaar aanleiding van het op 22 mei 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:\n\n [betrokkene],\n\nhierna te noemen: betrokkene,\n\ngeboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats],\n\nwonende te [woonplaats],\n\nthans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling], te [plaats],\n\nadvocaat: mr. A.G.P. de Boon te Zoetermeer.\n\nProcesverloop\n\nBij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 21 mei 2026 genomen crisismaatregel.\n\nBij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:\n\neen afschrift van de beschikking van de burgemeester van de [gemeente] tot het nemen van de crisismaatregel;\n\neen op 21 mei 2026 ondertekende medische verklaring van [psychiater], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;\n\n- een brief van de officier van justitie van 22 mei 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft.\n\nDe mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 mei 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:\n\n- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;\n\n- de physician assistant, mevrouw [naam].\n\nOmdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.Beoordeling\n\nDaargelaten of er sprake is van sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, is ter zitting gebleken dat betrokkene zich niet langer verzet tegen de noodzakelijke zorg ter behandeling van het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.\n\nVoorafgaand aan de zitting heeft de physician assistant een overleg gepland met de ambulante psychiater van betrokkene. Op 29 mei 2026 zal worden besproken hoe de behandeling in het ambulante kader weer kan worden opgestart. De physician assistant heeft daarbij uitgesproken dat het de voorkeur heeft om de opname in de tussentijd op vrijwillig basis voort te zetten als een time-out. Betrokkene is hiermee ter zitting akkoord gegaan, mits zij kan worden overgeplaatst naar de Medium Care in [gemeente]. Bij navraag door de physician assistant is dit mogelijk gebleken.\n\nNu er geen sprake meer is van verzet tegen de zorg, is de rechtbank van oordeel dat niet is voldaan aan de wettelijke eisen voor het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.\n\nBeslissing\n\nDe rechtbank:\n\nwijst het verzoek af.\n\nDeze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, bijgestaan door K.S. Versteegen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 mei 2026.\n\nDe schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 juni 2026.\n\nTegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:17307","2026-06-26T00:00:00.000Z","2026-07-13T00:28:56.310Z",{"id":42,"ecli":43,"slug":44,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":45,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":46,"sourceTimestamp":39,"parsedAt":31,"updatedAt":47},"977","ECLI:NL:RBDHA:2026:17299","ecli-nl-rbdha-2026-17299","RECHTBANK DEN HAAG\n\n Team Jeugd- en Zorgrecht\n\nZaak-\u002Frekestnr.: C\u002F09\u002F705572 \u002F FA RK 26-5053\n\nDatum beschikking: 26 mei 2026\n\nMachtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling\n\nBeschikkingnaar aanleiding van het op 21 mei 2026 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:\n\n [cliënt],\n\nhierna te noemen: cliënt,\n\ngeboren op [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats], [geboorteland],\n\nwonende te [woonplaats],\n\nthans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling 1], te [plaats],\n\nadvocaat: mr. M. van Olffen te Nootdorp.\n\nProcesverloop\n\nHet procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 21 mei 2026.\n\nBij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:\n\n- de beschikking tot inbewaringstelling van de burgemeester van de [gemeente] van 20 mei 2026;\n\n- de op 20 mei 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam 1], die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij haar behandeling betrokken was;\n\n- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 16 september 2024.\n\nDe mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 mei 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:\n\n- cliënt, bijgestaan door mr. P. Arkema-Hummel, waarnemend voor de advocaat;\n\n- de arts, mevrouw [naam 2].\n\nStandpunten ter zitting\n\nDe arts heeft ter zitting naar voren gebracht dat betrokkene zowel op de open afdeling van [zorginstelling 2] als in de huidige accommodatie momenten heeft met onrust en agitatie. Zij wil op deze momenten naar buiten en weigert te eten en drinken. De komende tijd is nodig om de situatie verder te laten kalmeren, waarna kan worden gekeken naar een passende plek bij [zorginstelling 2].\n\nBetrokkene heeft ter zitting geen uitdrukkelijk verweer gevoerd tegen het verzoek. Zij erkent verward te zijn geraakt. Zij wil het verblijf in de huidig instelling wel een kans geven, maar begrijpt dat een inbewaringstelling nodig is voor haar eigen veiligheid.\n\nBeoordeling\n\nUit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van een psychogeriatrische aandoening, te weten een ongespecificeerde neurocognitieve stoornis, dit ernstig nadeel veroorzaakt.\n\nHet onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat uit:\n\n- levensgevaar;\n\n- ernstig lichamelijk letsel;\n\n- ernstige materiële schade;\n\n- maatschappelijke teloorgang;\n\n- bedreiging van de veiligheid van cliënt al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt;\n\n- de situatie dat cliënt met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;\n\n- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.\n\nTijdens de opname op een open afdeling van een verpleeghuis voorafgaand aan de inbewaringstelling heeft betrokkene zich suïcidaal geuit en met spullen door de kamer gegooid. Ook dwaalde zij door de zorginstelling en ging in de avonden zelfstandig naar buiten. Zij wordt echter niet in staat geacht om de weg terug naar het huis te vinden of aan anderen uit te leggen waar zij verblijft. Verder kan betrokkene achterdochtig zijn, waarbij zij onder meer verwijten maakt richting verplegend personeel en verbaal en fysiek agressief gedrag kon tonen. Ten slotte riep zij mogelijk de agressie van medebewoners op met haar gedrag, waaronder ongevraagd de kamer van anderen binnenlopen. Ook op de huidige afdeling worden momenten gezien waarbij betrokkene onrustig en geagiteerd gedrag toont.\n\nOm het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is\n\nvoortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.\n\nGebleken is dat cliënt zich verzet tegen de voortzetting van het verblijf in een accommodatie. Betrokkene heeft tijdens haar verblijf op zowel de open afdeling als de gesloten afdeling verbaal verzet getoond tegen de opname. Ook heeft zij zich eerder suïcidaal geuit als de open opname zou worden gecontinueerd.\n\nGelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes weken.\n\nBeslissing\n\nDe rechtbank:\n\nverleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van:\n\n [cliënt],\n\ngeboren op [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats], [geboorteland],\n\nbepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 juli 2026.\n\nDeze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, bijgestaan door K.S. Versteegen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 mei 2026.\n\nDe schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 juni 2026.\n\nTegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:17299","2026-07-13T00:28:57.224Z",1,20]