[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"court-category-den-haag-mental-health-law-nl":3},{"court":4,"category":9,"stats":15,"decisions":20,"total":16,"page":39,"limit":40},{"id":5,"name":6,"country":7,"slug":8},58,"Den Haag","nl","den-haag",{"id":10,"slug":11,"name":12,"country":13,"createdAt":14},67,"mental-health-law-nl","Mental Health Law","NL","2026-07-08T16:54:19.252Z",{"totalDecisions":16,"dateRange":17,"topProvisions":19},2,{"min":18,"max":18},"2026-05-26T00:00:00.000Z",[],[21,32],{"id":22,"ecli":23,"slug":24,"caseNumber":25,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":26,"summary":25,"language":7,"source":27,"sourceUrl":28,"sourceTimestamp":29,"parsedAt":30,"updatedAt":31},"950","ECLI:NL:RBDHA:2026:17307","ecli-nl-rbdha-2026-17307","","RECHTBANK DEN HAAG\n\n Team Jeugd- en Zorgrecht\n\nZaak-\u002Frekestnr.: C\u002F09\u002F705623 \u002F FA RK 26-5081\n\nDatum beschikking: 26 mei 2026\n\nMachtiging tot voortzetting van de crisismaatregel\n\nBeschikkingnaar aanleiding van het op 22 mei 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:\n\n [betrokkene],\n\nhierna te noemen: betrokkene,\n\ngeboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats],\n\nwonende te [woonplaats],\n\nthans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling], te [plaats],\n\nadvocaat: mr. A.G.P. de Boon te Zoetermeer.\n\nProcesverloop\n\nBij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 21 mei 2026 genomen crisismaatregel.\n\nBij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:\n\neen afschrift van de beschikking van de burgemeester van de [gemeente] tot het nemen van de crisismaatregel;\n\neen op 21 mei 2026 ondertekende medische verklaring van [psychiater], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;\n\n- een brief van de officier van justitie van 22 mei 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft.\n\nDe mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 mei 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:\n\n- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;\n\n- de physician assistant, mevrouw [naam].\n\nOmdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.Beoordeling\n\nDaargelaten of er sprake is van sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, is ter zitting gebleken dat betrokkene zich niet langer verzet tegen de noodzakelijke zorg ter behandeling van het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.\n\nVoorafgaand aan de zitting heeft de physician assistant een overleg gepland met de ambulante psychiater van betrokkene. Op 29 mei 2026 zal worden besproken hoe de behandeling in het ambulante kader weer kan worden opgestart. De physician assistant heeft daarbij uitgesproken dat het de voorkeur heeft om de opname in de tussentijd op vrijwillig basis voort te zetten als een time-out. Betrokkene is hiermee ter zitting akkoord gegaan, mits zij kan worden overgeplaatst naar de Medium Care in [gemeente]. Bij navraag door de physician assistant is dit mogelijk gebleken.\n\nNu er geen sprake meer is van verzet tegen de zorg, is de rechtbank van oordeel dat niet is voldaan aan de wettelijke eisen voor het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.\n\nBeslissing\n\nDe rechtbank:\n\nwijst het verzoek af.\n\nDeze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, bijgestaan door K.S. Versteegen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 mei 2026.\n\nDe schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 juni 2026.\n\nTegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.","rechtspraak_nl","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:17307","2026-06-26T00:00:00.000Z","2026-07-08T16:52:53.682Z","2026-07-13T00:28:56.310Z",{"id":33,"ecli":34,"slug":35,"caseNumber":25,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":36,"summary":25,"language":7,"source":27,"sourceUrl":37,"sourceTimestamp":29,"parsedAt":30,"updatedAt":38},"977","ECLI:NL:RBDHA:2026:17299","ecli-nl-rbdha-2026-17299","RECHTBANK DEN HAAG\n\n Team Jeugd- en Zorgrecht\n\nZaak-\u002Frekestnr.: C\u002F09\u002F705572 \u002F FA RK 26-5053\n\nDatum beschikking: 26 mei 2026\n\nMachtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling\n\nBeschikkingnaar aanleiding van het op 21 mei 2026 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:\n\n [cliënt],\n\nhierna te noemen: cliënt,\n\ngeboren op [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats], [geboorteland],\n\nwonende te [woonplaats],\n\nthans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling 1], te [plaats],\n\nadvocaat: mr. M. van Olffen te Nootdorp.\n\nProcesverloop\n\nHet procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 21 mei 2026.\n\nBij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:\n\n- de beschikking tot inbewaringstelling van de burgemeester van de [gemeente] van 20 mei 2026;\n\n- de op 20 mei 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam 1], die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij haar behandeling betrokken was;\n\n- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 16 september 2024.\n\nDe mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 mei 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:\n\n- cliënt, bijgestaan door mr. P. Arkema-Hummel, waarnemend voor de advocaat;\n\n- de arts, mevrouw [naam 2].\n\nStandpunten ter zitting\n\nDe arts heeft ter zitting naar voren gebracht dat betrokkene zowel op de open afdeling van [zorginstelling 2] als in de huidige accommodatie momenten heeft met onrust en agitatie. Zij wil op deze momenten naar buiten en weigert te eten en drinken. De komende tijd is nodig om de situatie verder te laten kalmeren, waarna kan worden gekeken naar een passende plek bij [zorginstelling 2].\n\nBetrokkene heeft ter zitting geen uitdrukkelijk verweer gevoerd tegen het verzoek. Zij erkent verward te zijn geraakt. Zij wil het verblijf in de huidig instelling wel een kans geven, maar begrijpt dat een inbewaringstelling nodig is voor haar eigen veiligheid.\n\nBeoordeling\n\nUit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van een psychogeriatrische aandoening, te weten een ongespecificeerde neurocognitieve stoornis, dit ernstig nadeel veroorzaakt.\n\nHet onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat uit:\n\n- levensgevaar;\n\n- ernstig lichamelijk letsel;\n\n- ernstige materiële schade;\n\n- maatschappelijke teloorgang;\n\n- bedreiging van de veiligheid van cliënt al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt;\n\n- de situatie dat cliënt met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;\n\n- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.\n\nTijdens de opname op een open afdeling van een verpleeghuis voorafgaand aan de inbewaringstelling heeft betrokkene zich suïcidaal geuit en met spullen door de kamer gegooid. Ook dwaalde zij door de zorginstelling en ging in de avonden zelfstandig naar buiten. Zij wordt echter niet in staat geacht om de weg terug naar het huis te vinden of aan anderen uit te leggen waar zij verblijft. Verder kan betrokkene achterdochtig zijn, waarbij zij onder meer verwijten maakt richting verplegend personeel en verbaal en fysiek agressief gedrag kon tonen. Ten slotte riep zij mogelijk de agressie van medebewoners op met haar gedrag, waaronder ongevraagd de kamer van anderen binnenlopen. Ook op de huidige afdeling worden momenten gezien waarbij betrokkene onrustig en geagiteerd gedrag toont.\n\nOm het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is\n\nvoortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.\n\nGebleken is dat cliënt zich verzet tegen de voortzetting van het verblijf in een accommodatie. Betrokkene heeft tijdens haar verblijf op zowel de open afdeling als de gesloten afdeling verbaal verzet getoond tegen de opname. Ook heeft zij zich eerder suïcidaal geuit als de open opname zou worden gecontinueerd.\n\nGelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes weken.\n\nBeslissing\n\nDe rechtbank:\n\nverleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van:\n\n [cliënt],\n\ngeboren op [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats], [geboorteland],\n\nbepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 juli 2026.\n\nDeze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, bijgestaan door K.S. Versteegen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 mei 2026.\n\nDe schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 juni 2026.\n\nTegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:17299","2026-07-13T00:28:57.224Z",1,20]