[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"court-category-haarlem-tort-law-nl":3},{"court":4,"category":9,"stats":15,"decisions":21,"total":16,"page":41,"limit":42},{"id":5,"name":6,"country":7,"slug":8},67,"Haarlem","nl","haarlem",{"id":10,"slug":11,"name":12,"country":13,"createdAt":14},72,"tort-law-nl","Tort Law","NL","2026-07-08T16:54:31.314Z",{"totalDecisions":16,"dateRange":17,"topProvisions":20},2,{"min":18,"max":19},"2023-12-06T00:00:00.000Z","2026-06-17T00:00:00.000Z",[],[22,33],{"id":23,"ecli":24,"slug":25,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":19,"fullText":27,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":29,"sourceTimestamp":30,"parsedAt":31,"updatedAt":32},"1638","ECLI:NL:RBNHO:2026:7578","ecli-nl-rbnho-2026-7578","","RECHTBANKNOORD-HOLLAND\n\nCiviel recht\n\nKantonrechter\n\nZittingsplaats Haarlem\n\nZaaknummer: 11961316 \\ CV EXPL 25-7568\n\nVonnis van 17 juni 2026\n\nin de zaak van\n\n1. [eiser 1], 2. [eiser 2],\n\nbeiden wonende te [plaats 1],\n\neisende partijen,\n\nhierna samen te noemen: [eisers],\n\ngemachtigde: mr. L.C. Pitters,\n\ntegen\n\n1. [gedaagde 1] H.O.D.N. [bedrijf 1],\n\nwonende en zaakdoende te [plaats 2],\n\nprocederend in persoon,\n\n2. [gedaagde 2], 3. [gedaagde 3],\n\nbeiden wonende te [plaats 1],\n\ngemachtigde: mr. E. Aslan,\n\n gedaagde partijen,\n\nhierna te noemen: [gedaagde 1] respectievelijk [gedaagde 2].\n\nDe zaak in het kort\n\n [eisers] en [gedaagde 2] zijn buren. In 2019 is bij verbouwingswerkzaamheden aan de woning van [gedaagde 2] een schoorsteen verwijderd. Dit is gedaan door [gedaagde 1], die door [gedaagde 2] was ingeschakeld als aannemer. Volgens [eisers] is door het verwijderen van de schoorsteen een ventilatiekanaal van zijn woning afgesloten, waardoor hij ventilatieproblemen ervaart en schade lijdt. [gedaagde 1] en\u002Fof [gedaagde 2] zijn volgens [eisers] aansprakelijk voor deze schade. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voeren verweer. Zij betogen allebei dat er door het verwijderen van de schoorsteen geen schade kan zijn toegebracht aan een ventilatiekanaal van de woning van [eisers].\n\nDe kantonrechter concludeert dat het oorzakelijk verband tussen de gestelde schade en het gestelde schadeveroorzakende feit niet is komen vast te staan en wijst de vordering daarom af.\n\n1. De procedure\n\n1.1.. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 4 november 2025 met producties 1-34 - het mondeling antwoord van [gedaagde 1] van 12 november 2025 - de conclusie van antwoord van [gedaagde 2] van 7 januari 2026 met producties 1-8 - de akte houdende eisvermeerdering tevens akte houdende overleggen aanvullende productie met productie 35, door de griffie ontvangen op 11 mei 2026\n\n- het tussenvonnis van 11 februari 2026\n\n- de mondelinge behandeling van 26 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - de pleitaantekeningen die namens [eisers] en [gedaagde 2] zijn voorgedragen.\n\n1.2.. Ten slotte is vonnis bepaald.\n\n2. De feiten\n\n2.1.. \n [eisers] is sinds 2014 eigenaar van de woning aan de [adres 1] in [plaats 1]. [gedaagde 2] is sinds 2019 eigenaar van de woning aan de [adres 2] in [plaats 1]. Deze partijen zijn buren van elkaar.\n\n2.2.. \n [gedaagde 1] heeft in 2019 in opdracht van [gedaagde 2] de schoorsteen van de woning van [gedaagde 2] verwijderd.\n\n2.3.. \n\nIn opdracht van [eisers] heeft [bedrijf 2] op 27 november 2023 onderzoek uitgevoerd in zijn woning. [betrokkene 1] van [bedrijf 2] heeft in zijn rapport van 30 november 2023 dat aan de hand van dat onderzoek is opgesteld, geconcludeerd dat nader onderzoek geboden was. Verder staat in het rapport van [bedrijf 2] (p. 8-9):\n\n“(…) het is mogelijk (ook nog niet uit te sluiten) dat de verminderde werking van de ventilatie opening in de kelder het gevolg is van de werkzaamheden aan de schoorsteen van de buren.\n\nOndergetekende heeft het mogelijk verband hiertussen nog niet kunnen vaststellen. Hiervoor dient het dak van de woning veilig te worden betreden.\n\nOp basis van de bouwkundige tekeningen is het sterke vermoeden dat de ventilatiekanalen niet in de schoorsteen van de buren zijn uitgekomen maar dat deze afzonderlijk uitmonden onder de dakpannen ter hoogte van de woningscheidende wand. Ondergetekende houdt het nog voor mogelijk dat bij het verwijderen van de schoorsteen op nummer [adres 2] vuil in het kanaal terecht is gekomen. Dit is echter niet vastgesteld door ondergetekende. Uiteraard is ook op andere wijze verstopping of gedeeltelijke afdichting van het kanaal mogelijk, bijvoorbeeld gedierte(…)”.2.4.. Op 19 maart 2024 is een vervolgonderzoek gepland. In het e-mailbericht van [betrokkene 2] van [bedrijf 2] van 15 april 2024 staat: “(…) Op dinsdag 19 maart 2024 heeft er een aanvullend onderzoek plaatsgevonden naar de vochtproblematiek in de woning van familie [eisers] te [plaats 1]. Hierbij het dak aan de achterzijde, voor zover dat mogelijk was, geïnspecteerd met een lange ladder. Daarbij is de woning binnen geïnspecteerd. Ter plaatse van de badkamer op de 2e verdieping, de overloop op de 1e verdieping en de trapkast, allen ter plaatse van de woningscheidende muur, zijn geen vocht gerelateerde problemen waargenomen.Op basis van de gedane waarnemingen kan er worden geconcludeerd dat er geen vocht gerelateerde problemen aanwezig zijn in de woning. Ik zie derhalve niet de noodzaak om een aanvullend onderzoek uit te voeren, waarbij een maatregel, zoals het plaatsen van een steiger, dient te worden getroffen om het dak nader te inspecteren.(…)”.\n\n2.5.. In opdracht van [eisers] heeft [bedrijf 4] (hierna: [bedrijf 4]) op 29 augustus 2024 onderzoek uitgevoerd in zijn woning. In het rapport van [bedrijf 4] van 16 oktober 2024, pagina 3, staat: “(…)Vraag 1. Werkt de onluchting\u002Fventilatie in de eensteensmuur in de kelder naar behoren?Antwoord:(…) Uit ons onderzoek naar het bouwdossier van de woning hebben wij vastgesteld dat de gesloopte schoorsteen diende als ventilatiekanaal voor de keuken, w.c., douche en kelderkast van partij 1[[eisers], kantonrechter].(…)Als bewijs dienen de volgende bouwtekeningen, zie ook debijlagen 1 tot en met 3:(…)”.\n\n{afbeelding 1}\n\nTer onderbouwing van het antwoord op vraag 1 zijn in het rapport van [bedrijf 4] de volgende afbeeldingen opgenomen:\n\nVerder staat in het rapport van [bedrijf 4], meer specifiek op pagina 5 in antwoord op vraag 3: “Op basis van de door ons gewonnen informatie uit het bouwdossier en de in de woning van partij 1 geconstateerde routes van de ventilatiekanalen, achten wij een causaal verband aangetoond tussen de ontstane gebrekkige ventilatie en het handelen van partij 2 en\u002Fof haar aannemer.”\n\n2.6.. \n [eisers] heeft [gedaagde 2] (onder meer) op 1 april 2025 per brief aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden schade, waarbij [gedaagde 2] is gesommeerd deze schade aan [eisers] te vergoeden. Hiertoe is [gedaagde 2] niet overgegaan.\n\n2.7.. \n [eisers] heeft [gedaagde 1] op 21 juli 2025 aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden schade, waarbij [gedaagde 1] is gesommeerd om deze schade aan [eisers] te vergoeden. Hiertoe is [gedaagde 1] niet overgegaan.\n\n Tekst3. Het geschil\n\n3.1.. \n [eisers] vordert – na vermeerdering van eis - veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot betaling van € 8.083,99, alsook veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot betaling van € 100,00 per maand vanaf oktober 2025, vermeerderd met rente en kosten.\n\n3.2.. \n [eisers] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [eisers] vordert schadevergoeding uit onrechtmatige daad. Hij stelt daartoe dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] schade hebben (laten) veroorzaken aan de woning van [eisers]. Door het op onrechtmatige wijze (laten) verwijderen van de schoorsteen van de woning van [gedaagde 2] is het ventilatiekanaal in de woning van [eisers] gedicht en lijdt hij schade. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] danwel [gedaagde 1] moet(en) deze schade aan [eisers] vergoeden. De schade bestaat uit de herstelkosten en immateriële schade bestaande uit gederfd woongenot.\n\n3.3.. \n [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voeren verweer. Op hun verweren gaat de kantonrechter – voor zover van belang – bij de beoordeling van het geschil in.\n\n4. De beoordeling\n\n4.1.. Voor toewijzing van de vordering is vereist dat de gedragingen en\u002Fof het nalaten van [gedaagde 1] en\u002Fof [gedaagde 2] als onrechtmatige daad kunnen worden aangemerkt, waarna zij (dan wel een van hen) de schade die [eisers] door die gedraging lijdt en heeft geleden moet(en) vergoeden. Daarbij moet een oorzakelijk verband bestaan tussen de onrechtmatige gedragingen van [gedaagde 1] en\u002Fof [gedaagde 2] en de schade die [eisers] lijdt. Omdat [eisers] zich op de stelling beroept dat sprake is van een onrechtmatige daad waardoor hij schade lijdt en heeft geleden, draagt hij daarvan de stelplicht en bewijslast.\n\nHet oorzakelijk verband ontbreekt4.2.. \n [eisers] stelt dat [gedaagde 1] en\u002Fof [gedaagde 2] onrechtmatig hebben gehandeld door de schoorsteen die (grotendeels) op de woning van [gedaagde 2] stond, te (laten) verwijderen. In de schoorsteen mondden volgens [eisers] twee gescheiden kanalen uit; het rookkanaal van de woning van [gedaagde 2] en het ventilatiekanaal van de woning van [eisers]. Door het verwijderen van de schoorsteen is een ventilatiekanaal van de woning van [eisers] afgedicht. Het ventilatiekanaal diende ter ventilering van de keuken, de w.c., de douche en de kelderkast van de woning van [eisers]. Door het verwijderen van de schoorsteen en het in verband daarmee afdichten van het ventilatiekanaal lijdt [eisers] schade in de vorm van onder meer schimmelvorming in zijn woning. Ter onderbouwing heeft [eisers] onder meer de rapporten van [bedrijf 2] en [bedrijf 4] overgelegd. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben het voorgaande gemotiveerd betwist. Volgens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] had de schoorsteen geen functie voor enig ventilatiekanaal van de woning van [eisers] en kwam er geen ventilatiekanaal van de woning van [eisers] uit in de schoorsteen.\n\n4.3.. De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat door het verwijderen van de schoorsteen enig ventilatiekanaal van de woning van [eisers] is afgedicht. Niet is namelijk komen vast te staan dat enig ventilatiekanaal van de woning van [eisers] uitkwam in de schoorsteen. Er kan daarom ook geen oorzakelijk verband bestaan tussen verwijdering van de schoorsteen en de (gestelde) problemen met de ventilatie in de woning van [eisers]. De vragen of sprake is van een onrechtmatige gedraging of nalaten, schade en, zo ja, in hoeverre schade aan [gedaagde 1] en\u002Fof [gedaagde 2] kan worden toegerekend, behoeven daarom geen beantwoording. De vordering is niet toewijsbaar. De kantonrechter overweegt hiertoe als volgt.\n\n4.4.. Ter onderbouwing van zijn stellingen heeft [eisers] gewezen op het rapport van [bedrijf 4]. Hierin is geconcludeerd dat “de gesloopte schoorsteen diende als ventilatiekanaal voor de keuken, w.c., douche en kelderkast” van de woning van [eisers]. Ter onderbouwing daarvan zijn een aantal afbeeldingen onder die conclusie in het rapport opgenomen, waaruit volgens de deskundige zou blijken dat het ventilatiekanaal voor de woning van [eisers] uitkomt in de schoorsteen. De kantonrechter heeft [eisers] tijdens de mondelinge behandeling voorgehouden dat de afbeeldingen zoals opgenomen in het rapport van [bedrijf 4] een dergelijke verbinding tussen het ventilatiekanaal en de schoorsteen niet laten zien. [eisers] heeft in reactie daarop toegelicht dat de afbeeldingen in samenhang moeten worden gezien.4.5.. \n\nHoewel afbeelding 1 een ingezoomde afbeelding afkomstig uit afbeelding 2 lijkt, is deze door [eisers] gestelde samenhang zonder nadere toelichting en onderbouwing niet begrijpelijk. Weliswaar zijn op afbeelding 1 mogelijk twee kanalen te zien, maar hiermee staat niet vast dat een van deze twee kanalen een ventilatiekanaal is. In dit verband is van belang dat [gedaagde 2] gemotiveerd en met stukken onderbouwd heeft toegelicht dat op de schoorsteen alleen de rookkanalen voor de haard op de begane grond en de kachel op de eerste verdieping van de woning van [gedaagde 2] waren aangesloten en dat dit een gesloten systeem was. De twee kokers die te zien zijn op afbeelding 1 zijn volgens [gedaagde 2] waarschijnlijk de rookkanalen voor de haard en de kachel van de woning van [gedaagde 2]. Technisch is het volgens [gedaagde 2] bovendien niet mogelijk het ventilatiekanaal van de woning van [eisers] langs het rookkanaal dat was aangesloten op de schoorsteen te laten lopen. Volgens de destijds en nu geldende normen moet er namelijk een veilige afstand (van anderhalve meter) zitten tussen een ventilatiekanaal en een rookkanaal. Het ventilatiekanaal voor de woning van [eisers] komt volgens [gedaagde 2] uit in het dak van de woning van [eisers].\n\nOok volgens [gedaagde 1] is het technisch niet mogelijk de ventilatie voor de woning van [eisers] via het rookkanaal en de schoorsteen te laten lopen. Dit zou gevaar voor koolomonoxidevergiftiging opleveren.\n\n4.6.. Een en ander strookt met hetgeen het [bedrijf 2] heeft gerapporteerd over de opening in de kelder\u002Ftrapkast: “De oorspronkelijke functie van de opening is een natuurlijke ventilatie van de kelderruimte. De opening komt uit in een in de woning scheidende wand gemetseld ventilatiekanaal (met ruwe wanden) dat zeer waarschijnlijk uitmond onder de dakpannen van de woning (…)”.\n\n4.7.. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde 2] aan de hand van een afbeelding waarop beide woningen te zien zijn bovendien nog toegelicht dat boven de badkamer van de woning van [eisers] een ontluchting is geplaatst. [gedaagde 2] concludeert dat die uitgang boven de badkamer dient ter ventilatie. [eisers] heeft tijdens de mondelinge behandeling bevestigd dat dakdekker [bedrijf 3] in 2023 de badkamerventilatie boven op het dak heeft vervangen. Dit was echter geen ventilatie, volgens [eisers] zagen de werkzaamheden op de vervanging van een ontluchtingspijp. Hoewel [eisers] een andere benaming aanhoudt, acht de kantonrechter aannemelijk dat die pijp dient als ventilatie voor de badkamer. De redenering van [eisers] dat de “ontluchtingspijp” niet dient ter ventilatie van de badkamer wordt bij deze stand van zaken daarom verworpen. Dit betekent dat de kantonrechter aanneemt dat het ventilatiekanaal van de badkamer niet uitkwam in de schoorsteen.\n\n4.8.. In het licht van de gemotiveerde betwistingen en het rapport van [bedrijf 2] had het op de weg van [eisers] gelegen nader te onderbouwen dat in de schoorsteen wel een ventilatiekanaal voor zijn woning uitkam, en dat heeft hij niet gedaan. De kantonrechter gaat daarom voorbij aan dit betoog van [eisers].\n\n4.9.. Ook afbeelding 3 van het rapport van [bedrijf 4] ondersteunt de stellingen van [eisers] niet. In die afbeelding staat “ventilatiekanalen voor keuken, w.c., douche en kelderkast opnemen in speciale B2 blokken”. Daaruit kan evenwel niet worden geconcludeerd dat enig ventilatiekanaal van de woning van [eisers] samenkwam met de rookkanalen in de schoorsteen. Op de vraag van de kantonrechter tijdens de mondelinge behandeling of deze passage mogelijk kan zien op de functie van een apart ventilatiekanaal heeft [eisers] geantwoord dat dit deel van de tekst behoort bij de bouw van de schoorsteen. Dit betoog is door [eisers] echter niet toegelicht of onderbouwd en blijkt ook niet uit de bijlagen bij het rapport van [bedrijf 4], zodat de kantonrechter aan dit betoog voorbij gaat.\n\n4.10.. De kantonrechter heeft [eisers] tijdens de mondelinge behandeling voorgehouden dat zij een deskundigenrapport en de onderbouwing daarvan moet kunnen begrijpen alvorens zij deze kan overnemen. Daarvan is in dit geval geen sprake, zodat de kantonrechter voorbij gaat aan de conclusies in het rapport van [bedrijf 4], zoals opgenomen in antwoord op vraag 1 en vraag 3 van het rapport. [eisers] heeft in dit verband nog gesteld dat het rapport voor de deskundige logisch is opgesteld, omdat hij dit soort werkzaamheden dagelijks uitvoert. Dit standpunt kan hem, gelet op het voorgaande, niet baten. De kantonrechter concludeert dat uit het rapport van [bedrijf 4] niet de conclusie kan worden getrokken dat enig ventilatiekanaal van de woning van [eisers] uitkwam in de schoorsteen. Door het verwijderen van de schoorsteen kan dus ook geen ventilatiekanaal zijn afgedicht, zodat geen oorzakelijk verband bestaat tussen het verwijderen van de schoorsteen en de (gestelde) gebrekkige ventilatie in de woning van [eisers].\n\n4.11.. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter [eisers] voorgehouden dat in het rapport van [bedrijf 2] staat: “(…) Op basis van de bouwtekeningen is het sterke vermoeden dat de ventilatiekanalen niet in de schoorsteen van de buren zijn uitgekomen maar dat deze afzonderlijk uitmonden onder de dakpannen ter hoogte van de woningscheidende wand.(…)”. Ook heeft de kantonrechter de inhoud van het e-mailbericht van de inspecteur van [bedrijf 2] van 15 april 2024 aan [eisers] voorgehouden. [eisers] heeft toegelicht dat het rapport van Bureau van Bouwpathologie niet zo uitvoerig is uitgevoerd als [bedrijf 4], zodat de inhoud van het rapport van [bedrijf 4] bij de beoordeling van dit geschil als uitgangspunt moet worden genomen. Aan dit betoog gaat de kantonrechter voorbij gelet op hetgeen zij in rechtsoverwegingen 4.4. tot en met 4.10. over het rapport van [bedrijf 4] heeft overwogen.\n\n [eisers] wordt veroordeeld in de kosten4.12.. \n [eisers] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.\n\nDe proceskosten van [gedaagde 1] worden begroot op:\n\n- verletkosten\n\n€\n\n100,00\n\nTotaal\n\n€\n\n100,00\n\n De proceskosten van [gedaagde 2] worden begroot op:\n\n- salaris gemachtigde\n\n€\n\n720,00\n\n(2 punten × € 360,00)\n\n- nakosten\n\n€\n\n144,00\n\n(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)\n\nTotaal\n\n€\n\n864,00\n\n5. De beslissing\n\nDe kantonrechter\n\n5.1.. wijst de vorderingen van [eisers] af,\n\n5.2.. veroordeelt [eisers] in de proceskosten van [gedaagde 1] van € 100,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisers] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend\n\n5.3.. veroordeelt [eisers] in de proceskosten van [gedaagde 2] c.s. € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisers] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,\n\n5.4.. verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.\n\n Dit vonnis is gewezen door mr. P.M. Wamsteker en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.\n\n Pagina 3 van het rapport van [bedrijf 4] van 16 oktober 2024.\n\n Op grond artikel 6:162 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek.\n\n Artikel 150 van het Wetboek voor Burgerlijke Rechtsvordering.","rechtspraak_nl","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:7578","2026-06-24T00:00:00.000Z","2026-07-08T16:52:53.682Z","2026-07-13T00:29:30.977Z",{"id":34,"ecli":35,"slug":36,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":37,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":38,"sourceTimestamp":39,"parsedAt":31,"updatedAt":40},"944","ECLI:NL:RBNHO:2023:14279","ecli-nl-rbnho-2023-14279","RECHTBANKNOORD-HOLLAND\n\nCiviel recht\n\nKantonrechter\n\nZittingsplaats Haarlem\n\nZaaknummer: 10496518 \\ CV EXPL 23-2818\n\nVonnis van 6 december 2023\n\nin de zaak van\n\n [eiser],\n\nwonende te [plaats 1],\n\neisende partij,\n\nhierna te noemen: [eiser],\n\ngemachtigde: ARAG Rechtsbijstand,\n\ntegen\n\nde besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid\n\n [gedaagde] B.V.,\n\ngevestigd te [plaats 2],\n\ngedaagde partij,\n\nhierna te noemen: [gedaagde],\n\ngemachtigde: mr. Th.C. Visser en mr. M. Kol.\n\nDe zaak in het kort\n\n [eiser] houdt in zijn tuin gemiddeld 200 siervogels. Voorafgaand aan de uitvoering van heiwerkzaamheden door [gedaagde] op het perceel van de achterburen van [eiser], heeft hij [gedaagde] gewaarschuwd voor de gevolgen van die werkzaamheden voor de gezondheid van zijn vogels: kans op overlijden als gevolg van stress en de inwerking daarvan op de vogels. Geadviseerd is om in plaats van te heien de zgn. pulsmethode te gebruiken.\n\n [gedaagde] heeft dat advies niet opgevolgd en in de waarschuwing ook geen aanleiding gezien om voorzorgsmaatregelen te nemen om eventuele schade te voorkomen.\n\nIn de weken na het heien zijn tientallen vogels overleden en ook zijn er verschillende broednesten verlaten waardoor een groot aantal eitjes niet zijn uitgekomen. Volgens [eiser] heeft [gedaagde] door te heien onzorgvuldig gehandeld en dient hij op grond van onrechtmatige daad de schade van [eiser] te vergoeden.\n\n1. De procedure\n\n1.1.. Het verloop van de procedure blijkt uit:\n\n- de dagvaarding met zes producties van 3 mei 2023 van [eiser],\n\n- de conclusie van antwoord van [gedaagde], ontvangen ter griffie van deze rechtbank op 12 juli 2023,\n\n- het tussenvonnis van 26 juli 2023 waarin de mondelinge behandeling is bepaald,\n\n- de nagekomen producties 1 en 2 van [gedaagde], ontvangen ter griffie van deze rechtbank op 3 november 2023,\n\n- de mondelinge behandeling van 13 november 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.\n\n1.2.. Ten slotte is vonnis bepaald.\n\n2. Feiten\n\n2.1.. \n [eiser] is vogelliefhebber en houdt hobbymatig diverse siervogels, ook ter vermeerdering. Hij houdt gemiddeld 200 vogels in 64 kooien om en nabij zijn woning en schuur.\n\n2.2.. In juni 2022 vernam [eiser] van zijn achterburen dat zij een uitbouw aan hun woning zouden laten bouwen. Daarvoor diende een fundering aangelegd te worden. De funderingspalen zouden door middel van heien geplaatst worden. De heiwerkzaamheden zouden worden uitgevoerd door [gedaagde].\n\n2.3.. Op 29 juni 2022 heeft [eiser] [gedaagde] telefonisch gewaarschuwd voor het risico dat de heiwerkzaamheden tot de dood van zijn vogels zouden kunnen leiden. De zoon van [eiser] heeft dit in zijn e-mail van 1 augustus 2022 aan [gedaagde] herhaald. Voor zover relevant vermeldt de e-mail:\n\n“U heeft contact gehad met mijn vader, (…) [eiser], die woont aan de [adres 1] te [plaats 1]. Ik heb begrepen dat u werkzaamheden gaat verrichten aan de [adres 2]. Onderdeel daarvan zijn heiwerkzaamheden (…). U heeft voorgesteld om gezamenlijk een nulmeting uit te voeren om eventuele schade achteraf vast te stellen. (…)\n\nZoals mijn vader wellicht ook heeft aangegeven gebruikt hij de schuur als vogelverblijf. Hoogfrequent trillen zal enorme stress tot gevolg hebben bij de vogels die tot gevolg heeft dat de vogels nesten verlaten en zichzelf dood vliegen in de hokken. Dit is eerder bij vergelijkbare werkzaamheden gebeurd in 2004. Dit heeft toen tot een rechtszaak geleid waarbij de aannemer circa € 100.000 heeft moeten betalen als schadevergoeding.\n\nWat ons betreft zijn er twee opties: de funderingsmethode aanpassen of de vogels tijdelijk elders onderbrengen. Dit laatste zal een gefaseerd proces zijn van enkele maanden ivm het broeden van de vogels waarbij de verwachting is dat er ook een gevolgschade zal zijn doordat vogels tijdelijk niet kunnen broeden. Hiervoor kunnen we van tevoren een kosteninschatting opgeven.\n\nIk ga ervanuit dat u bij de sloopwerkzaamheden ook gepaste maatregelen neemt om verstoring van de vogels te voorkomen.”\n\n2.4.. \n [gedaagde] heeft een bezoek aan de woning van [eiser] gebracht. [gedaagde] heeft daarbij een aantal foto’s genomen van de opstallen van [eiser]. Hij heeft verder niet op voormelde brief gereageerd.\n\n2.5.. Op 15 september 2022 heeft [gedaagde] de hiervoor genoemde heiwerkzaamheden uitgevoerd. In de zes weken erna zijn veel vogels van [eiser] gestorven. Tevens zijn broednesten verlaten waardoor eieren niet meer zijn uitgekomen.\n\n2.6.. In zijn brief van 21 november 2022 heeft [eiser] [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor de schade. Dezelfde dag heeft [gedaagde] per e-mail laten weten niet in te gaan op de aansprakelijkheidstelling.\n\n2.7.. Op 16 januari 2023 heeft [eiser] aan een deskundige van EMN de opdracht verstrekt om onderzoek te doen naar de oorzaak van de sterfte onder de vogels en om de omvang van de schade te begroten.\n\n2.8.. Het onderzoek door de deskundige vond op 30 januari 2023 plaats in de woning van [eiser]. [gedaagde] was voor het onderzoek uitgenodigd, maar hij is daarop niet ingegaan. Het deskundigenrapport verscheen op 17 februari 2023. Voor zover relevant vermeldt het rapport:\n\n“Schadeoorzaak:\n\nVogels zijn, vooral als zij broeden, zeer stressgevoelig. Vogels zijn van nature vluchtdieren die vooral bij impulsgeluid schrikken en willen vluchten. Harde geluiden en trillingen als gevolg van verbouwingswerkzaamheden aan de buitenzijde van de muur van client [[eiser], kantonrechter] veroorzaken een vluchtreactie die maar beperkt opgevolgd kan worden door de vogels, omdat ze in een kooitje zitten. De vogels zullen zich of te pletter vliegen tegen de tralies, of dermate in de stress geraken dat zij hun eieren niet meer uitbroeden en last krijgen van veer-uitval. Gezien de lange tijd dat client [[eiser], kantonrechter] reeds vogels onder dezelfde omstandigheden houdt en uitstekende broedresultaten behaald heeft, is het aannemelijk dat de werkzaamheden van wederpartij [[gedaagde], kantonrechter] in de tuin van [betrokkene] [de achterburen van [eiser], kantonrechter] hebben geleid tot het overlijden van vogels en het niet uitbroeden van de eitjes.\n\nSchadeomvang:\n\nClient[[eiser], kantonrechter] toonde tijdens ons bezoek bakjes met niet uitgebroede eitjes, en dode vogels welke in de vrieskast bewaard werden ten behoeve van expertise. De vogels zijn in ons bijzijn uitgepakt en gedetermineerd.\n\nSchadevaststelling:\n\n(…)\n\nOverzicht dode vogels\n\nSplendid parkiet (man) geelborst\n\n€ 200,00\n\nGlans ekster (koppel)\n\n€ 120,00\n\nPurpergranaat astrild (pop)\n\n€ 200,00\n\nMozambiquesijs (man)\n\n€ 100,00\n\nBiens astrild koppel (geel man, pastel pop)\n\n€ 200,00\n\nDiamant duif 5 stuks wit, witbont\n\n€ 150,00\n\nRoodkop papagaaiamadine\n\n€ 75,00\n\nGouldamadine 3 stuks\n\n€ 75,00\n\nZebravink 5 stuks\n\n€ 20,00\n\nDoornastrild\n\n€ 75,00\n\nBeans astrild geel\u002Fpastel\n\n€ 100,00\n\nGlanskopnon (pop)\n\n€ 175,00\n\nSplendid parkiet (man) Turkooise en split\n\n€ 200,00\n\nkanarie\n\n€ 20,00\n\nBruine duif\n\n€ 5,00\n\nKleine parkiet 12 stuks\n\n€ 120,00\n\nAgapornis fischeri 15 stuks lutino\n\n€ 2.250,00\n\nAgapornis fischeri 16 stuks turkooise\n\n€ 1.900,00\n\nAgapornis roseicollis 14 stuks\n\n€ 700,00\n\n190 eitjes agapornis ssp 75% komt uit á € 75\n\n€ 10.687,50\n\nTotaal\n\n€ 17.372,50\n\n2.9.. Per e-mail van 20 februari 2023 heeft [eiser] het deskundigenrapport aan [gedaagde] gestuurd met het verzoek de schade en de onderzoekskosten te vergoeden. Dezelfde dag heeft (de advocaat van) [gedaagde] de aansprakelijkheid (nogmaals) van de hand gewezen.\n\n3. Het geschil\n\n3.1.. \n [eiser] vordert – samengevat – dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] veroordeelt tot betaling van:\n\n€ 17.372,50 aan hoofdsom,\n\n€ 832,84 aan expertisekosten,\n\n€ 1.149,96 aan buitengerechtelijke kosten,\n\ne wettelijke rente over de hoofdsom,\n\nde proces- en nakosten.3.2.. \n [eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] bij het uitvoeren van heiwerkzaamheden op het perceel van de achterburen van [eiser] niet zorgvuldig heeft gehandeld, waardoor tientallen vogels die [eiser] in zijn tuin houdt zijn overleden en waardoor 190 eitjes niet zijn uitgebroed. [gedaagde] heeft geen voorzorgsmaatregelen genomen, terwijl [eiser] [gedaagde] vooraf heeft gewaarschuwd voor de te verwachten gevolgen van de werkzaamheden voor zijn vogels. Aldus heeft [gedaagde] onrechtmatig gehandeld en dient hij de schade te vergoeden.\n\n3.3.. \n [gedaagde] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met veroordeling van hem in de kosten van deze procedure.\n\n3.4.. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.\n\n4. De beoordeling\n\nOnrechtmatig handelen?\n\n4.1.. De kantonrechter stelt voorop dat van een aannemer die bouwwerkzaamheden gaat verrichten mag worden verwacht dat hij de nodige zorgvuldigheid in acht neemt om het ontstaan van schade aan eigendommen van derden te voorkomen. De mate van zorgvuldigheid die in een concreet geval kan worden gevergd is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, zoals de aard en ingrijpendheid van de werkzaamheden, de voorzienbaarheid van de schade, de wenselijkheid van het voeren van overleg met omwonenden om mogelijke risico’s in kaart te brengen, de mogelijkheid onderzoek te verrichten, de praktische mogelijkheden om voorzorgsmaatregelen te treffen en de eventuele bijzondere kwetsbaarheid van het buurtperceel.\n\n4.2.. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] onrechtmatig tegenover [eiser] heeft gehandeld en dat [eiser] daardoor schade heeft geleden. De kantonrechter legt dat hieronder uit.\n\n4.3.. Vast staat dat [eiser], toen hij in juni 2022 vernam dat heiwerkzaamheden onderdeel uit zouden maken van de verbouwing van zijn achterburen, hij eind juni 2022 [gedaagde] telefonisch heeft gewaarschuwd voor de mogelijke gevolgen voor zijn vogels. Die waarschuwing heeft [eiser] nadien herhaald in de door zijn zoon opgestelde e-mail van 1 augustus 2022 (zie 2.3), waarin [eiser] erop heeft gewezen dat hij in 2004 een vergelijkbare situatie heeft meegemaakt. Volgens [eiser] lieten de (toenmalige) achterburen van hetzelfde perceel hun woning volledig renoveren. De aannemer die de verbouwingswerkzaamheden uitvoerde nam toen geen voorzorgsmaatregelen waardoor veel vogels stierven en schade ontstond aan het vogelverblijf. In de rechtszaak die volgde is [eiser] vervolgens in het gelijk gesteld en oordeelde de rechter dat de aannemer circa € 100.000,- aan schadevergoeding aan [eiser] diende te betalen. Gegeven deze concrete verwijzing naar een vergelijkbare situatie, had van [gedaagde] verwacht mogen worden dat hij begreep dat het uitvoeren van heiwerkzaamheden risicovol zou kunnen zijn. Daarbij was [gedaagde] ruim tweeënhalve maand voorafgaand aan de heiwerkzaamheden op de hoogte van de bijzondere kwetsbaarheid van het buurtperceel en was de schade om die reden voor [gedaagde] te voorzien. Hij had dan ook het nodige onderzoek kunnen en moeten doen om helder te krijgen of de voorgenomen werkwijze wel verantwoord was.\n\n4.4.. Bovendien heeft [eiser] aan [gedaagde] voorgesteld om in plaats van te heien gebruik te maken van een alternatieve funderingsmethode. Niet weersproken is dat pulsen hier de aangewezen methode was geweest, omdat die geen trillingen veroorzaakt. Weliswaar zijn de kosten voor schroefpalen ongeveer € 500,00 tot € 1.000,00 per paal hoger, maar voor de uitbouw waren (slechts) vier funderingspalen nodig. [gedaagde] had over de everdeling van deze (extra) kosten met [eiser] en zijn opdrachtgevers overleg kunnen voeren, maar dat heeft [gedaagde] niet gedaan. [gedaagde] heeft zich de belangen van [eiser] niet kenbaar aangetrokken en heeft ondanks de waarschuwing en het verzoek gebruik te maken van een alternatieve funderingsmethode geen aanleiding heeft gezien om passende voorzorgsmaatregelen te nemen. [gedaagde] heeft aldus onzorgvuldig en dus onrechtmatig tegenover [eiser] gehandeld.\n\nCausaal verband4.5.. \n [gedaagde] voert aan dat uit het deskundigenrapport van 17 februari 2023 niet de oorzaak van de vogelsterfte volgt. Daarbij is volgens [gedaagde] van belang dat de heiwerkzaamheden op 15 september 2022 plaatsvonden en de deskundige pas op 30 januari 2023 ter plaatse onderzoek heeft gedaan. Omdat [eiser] de dode vogels en de eitjes al die tijd zijn vrieskist heeft bewaard en er bovendien geen autopsie van de vogels heeft plaatsgevonden, kan niet worden vastgesteld dat de vogels daadwerkelijk aan de gevolgen van stress veroorzaakt door de heiwerkzaamheden zijn gestorven, aldus [gedaagde].\n\n4.6.. \n\nDe kantonrechter volgt het verweer van [gedaagde] niet. De opstelling van [gedaagde] is daarvoor mede redengevend.\n\nHet enkele feit dat [eiser] in de weken na de heiwerkzaamheden in staat is geweest een vrieskist te vullen met een grote hoeveelheid dode vogels en eieren, nadat hij deze sterfte als een mogelijk gevolg van die werkzaamheden in het vooruitzicht heeft gesteld, is op zichzelf al een aanwijzing voor een mogelijk verband. Als [gedaagde] zich de belangen van [eiser] enigszins had aangetrokken, zou hij zijn ingegaan op de uitnodiging van [eiser] om langs te komen en de situatie op te nemen teneinde vervolgens overleg te kunnen voeren over de afdoening.\n\nDe botte weigering om daartoe over te gaan betekent dat hij zelf onderzoeksmiddelen onbenut heeft gelaten.\n\nDie lijn heeft hij gecontinueerd in januari: [gedaagde] is uitgenodigd voor het onderzoek ter plaatste op 30 januari 2023, maar heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Ook die onderzoeksmogelijkheid heeft hij onbenut gelaten.\n\n [eiser] heeft ter zitting onweersproken aangevoerd dat de bij het onderzoek betrokken deskundige gespecialiseerd is in vogels en 2004 ook betrokken was bij het onderzoek naar de doodsoorzaak van de vogels. Dat brengt mee dat de kantonrechter op het gezag van deze deskundige vertrouwt en bij gebrek aan inhoudelijke betwisting op grond van het oordeel van deze deskundige aanneemt dat de dood van de dieren en het niet uitkomen van de eieren het gevolg is van de uitgevoerde heiwerkzaamheden.\n\nDat [eiser] om kosten te besparen ervoor gekozen heeft de vogels niet inwendig te laten onderzoeken door een diergeneeskundig specialist, zoals hij dat in 2004 wel heeft laten doen, is geen reden voor een ander oordeel. [gedaagde] heeft alle gelegenheid gehad om met de vogels tegenonderzoek te doen, maar heeft die onbenut gelaten.\n\nSchade\n\n4.7.. \n\nDe kantonrechter stelt vast dat het deskundigenrapport van 17 februari 2023 de totale omvang van de schade begroot op een bedrag van € 17.372,50, bestaande uit 84 vogels en 190 eitjes. [eiser] heeft erop gewezen dat de omvang van zijn schade eigenlijk groter is, omdat hij niet alle eitjes heeft kunnen bewaren voor het onderzoek door de deskundige.\n\nMede gelet op de toelichting die [eiser] ter zitting op de totstandkoming van het rapport heeft gegeven, waar niets tegenover is gesteld, acht de kantonrechter dit rapport een adequate schatting van de schade. De kantonrechter stelt de schade dan ook vast op een bedrag van € 17.372,50.\n\nSchuldeisersverzuim?\n\n4.8.. \n [gedaagde] heeft aangevoerd dat [eiser] in schuldeiserverzuim verkeert, omdat [eiser] sinds juni 2022 wist dat de heiwerkzaamheden midden september 2022 uitgevoerd zouden worden. Volgens [gedaagde] had [eiser] daarom zelf maatregelen moeten nemen om de schade te voorkomen, door bijvoorbeeld zijn vogels elders onder te brengen.\n\n4.9.. \n\nDe kantonrechter gaat ook aan dat verweer voorbij. Het betoog miskent dat de zorgplicht in dit soort situaties in beginsel op de aannemer rust. Als die heeft vastgesteld dat degene die stelt schade te vrezen het ontstaan daarvan eenvoudig en zonder veel inspanning en kosten kan voorkomen en dekking van die kosten aanbiedt, kan aan die zorgplicht door de enkele verwitting van de aard en uitvoeringsdatum van de werkzaamheden zijn voldaan. Maar daarvan is hietr allerminst sprake.\n\n [eiser] heeft erop gewezen dat voor hem ondoenlijk was om het grote aantal vogels (gemiddeld 200) dat hij houdt elders onder te brengen. De 64 kooien zijn moeilijk te verplaatsen zonder ze te beschadigen, de kunnen vogels tijdelijk kunnen broeden en kunnenniet zomaar in een schuur ondergebracht kunnen worden, omdat zij onder meer verwarming en ventilatie nodig hebben. Van [eiser] kon daarom niet gevergd worden zijn vogels elders onder te brengen.\n\n Weliswaar heeft [eiser] dat in zijn e-mail van 1 augustus 2022 aan [gedaagde] als mogelijkheid genoemd, maar [eiser] heeft er daarbij tevens op gewezen dat er bij gebruikmaking van die mogelijkheid alsnog schade zal ontstaan. Nu [gedaagde] dit alternatief destijds niet verder heeft besproken, kan het niet als alternatief worden beschouwd.\n\nVoor zover het beroep op schuldeisersverzuim als een beroep op een verplichting tot schadebeperking moet worden beschouwd faalt het op deze gronden evenzeer.\n\nSlotsom en kosten\n\n4.10.. Nu de voormelde schade een gevolg is van de hiervoor besproken onrechtmatige daad, zal [gedaagde] die moeten vergoeden. [gedaagde] moet ook de expertisekosten ter hoogte van € 832,84 aan [eiser] betalen, omdat dit redelijke kosten ter vaststelling van aansprakelijkheid en schade zijn.\n\n4.11.. \n [eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering van € 1.149,96 als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief van € 948,73 bij een hoofdsom van € 17.372,50. De kantonrechter wijst daarom € 948,73 toe en zal het overige afwijzen.\n\n4.12.. \n [gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [eiser] als volgt vastgesteld:\n\n- kosten van de dagvaarding\n\n€\n\n133,13\n\n- griffierecht\n\n€\n\n693,00\n\n- salaris gemachtigde\n\n€\n\n792,00\n\n(2,00 punten × € 396,00)\n\nTotaal\n\n€\n\n1.618,13\n\n4.13.. \n\n [eiser] vordert daarnaast veroordeling van [gedaagde] in de nakosten.\n\nVolgens vaste rechtspraak (zie HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853) levert een kostenveroordeling ook voor de nakosten een executoriale titel op. Een veroordeling tot betaling van de proceskosten omvat dus een veroordeling tot betaling van de nakosten. De kantonrechter zal daarom de nakosten niet afzonderlijk in de proceskostenveroordeling vermelden.\n\n5. De beslissing\n\nDe kantonrechter\n\n5.1.. veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van een schadevergoeding van € 17.372,50, te vermeerderen € 832,84 aan expertisekosten en met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 3 mei 2023 tot de dag van volledige betaling,\n\n5.2.. veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 948,73 voor buitengerechtelijke kosten,\n\n5.3.. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot dit vonnis vastgesteld op € 1.618,13,\n\n5.4.. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,\n\n5.5.. wijst het meer of anders gevorderde af.\n\nDit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2023.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:14279","2026-07-07T00:00:00.000Z","2026-07-13T00:28:56.101Z",1,20]