[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"court-category-maastricht-criminal-procedure-nl":3},{"court":4,"category":9,"stats":15,"decisions":20,"total":16,"page":45,"limit":46},{"id":5,"name":6,"country":7,"slug":8},74,"Maastricht","nl","maastricht",{"id":10,"slug":11,"name":12,"country":13,"createdAt":14},84,"criminal-procedure-nl","Criminal Procedure","NL","2026-07-08T16:55:34.252Z",{"totalDecisions":16,"dateRange":17,"topProvisions":19},3,{"min":18,"max":18},"2026-07-06T00:00:00.000Z",[],[21,31,38],{"id":22,"ecli":23,"slug":24,"caseNumber":25,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":26,"summary":25,"language":7,"source":27,"sourceUrl":28,"sourceTimestamp":18,"parsedAt":29,"updatedAt":30},"1664","ECLI:NL:RBLIM:2026:6518","ecli-nl-rblim-2026-6518","","RECHTBANK LIMBURG\n\nZittingsplaats Maastricht\n\nStrafrecht\n\nParketnummer : 03.268186.23\n\nTegenspraak (gemachtigde raadsman)\n\nVonnis van de meervoudige kamer van 6 juli 2026\n\nin de strafzaak tegen\n\n [verdachte] ,\n\ngeboren te [geboortegegevens] 1976,\n\ndomicilie kiezende te [adres 1] .\n\nDe verdachte wordt bijgestaan door mr. H.G. Koopman, advocaat kantoorhoudende te Amsterdam.\n\n1. Onderzoek van de zaak\n\nDe zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 22 juni 2026. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.\n\nDeze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen de medeverdachte [medeverdachte 1] met het parketnummer 03.277358.23 en de strafzaak tegen de medeverdachte [medeverdachte 2] met het parketnummer 03.142029.24.\n\n2. De tenlastelegging\n\nDe tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.\n\nDe verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte (al dan niet samen met anderen):\n\nFeit 1: op 12 oktober 2023 opzettelijk (ongeveer) 32,87 gram heroïne, 4,54 gram cocaïne en 120,43 gram metamfetamine aanwezig heeft gehad;\n\nFeit 2: op 12 oktober 2023 de productie van heroïne, cocaïne, metamfetamine of in ieder geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I heeft voorbereid en bevorderd.\n\n3. De beoordeling van het bewijs3.1. \n\nHet standpunt van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie acht beide feiten bewezen. De politie heeft op 12 oktober 2023 in de woning van de medeverdachte [medeverdachte 1] drugs en allerlei goederen voor de productie van drugs aangetroffen. De verdachte heeft verklaard uit die woning te zijn gekomen en betrokken te zijn bij de productie van drugs in die woning.3.2. \n\nHet standpunt van de verdediging\n\nTen aanzien van de voorbereidingshandelingen concludeert de verdediging tot vrijspraak. De verdachte heeft de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen niet aangeschaft. Niet in te zien is wat de bijdrage van de verdachte is geweest aan de voorbereidingshandelingen. De uiting van de voorbereidingshandelingen ligt niet op of omstreeks 12 oktober 2023, maar in de periode erna.3.3. \n\nHet oordeel van de rechtbank\n\nBewijsmiddelen\n\nTer bevordering van de leesbaarheid van dit vonnis, heeft de rechtbank de bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in bijlage II.\n\nDe overwegingen van de rechtbank\n\nOp grond van die bewijsmiddelen acht de rechtbank het aanwezig hebben van de harddrugs (feit 1) en de voorbereiding\u002Fbevordering van de productie van synthetische drugs (feit 2) bewezen. De rechtbank overweegt daartoe in het bijzonder als volgt.\n\nDe verdachte is op 12 oktober 2023 door de politie aangetroffen onder het balkon van de woning aan de [adres 2] nummer [huisnummer] te Heerlen. De verdachte hing – voordat de politie ter plekke kwam – aan dat balkon en hij is van dit balkon naar beneden gevallen, nadat een andere man heeft geprobeerd hem omhoog te trekken. Bij controle van de telefoon van de verdachte kreeg de politie het vermoeden dat de verdachte zich bezighield met (de productie van) verdovende middelen. De politie is daarop voornoemde woning binnengetreden en trof daar een hoeveelheid drugs aan en de tenlastegelegde voorwerpen en stoffen. Die voorwerpen en stoffen kunnen gebruikt worden voor de productie van synthetische drugs. De huurder van de voornoemde woning is de medeverdachte [medeverdachte 1] . In de woning is op een dressoir in de woonkamer een gasmasker aangetroffen met daarop het DNA van de medeverdachte [medeverdachte 2] en op het tv-meubel een gasmasker met daarop het DNA van de verdachte.\n\nHet voorgaande levert redengevende feiten en omstandigheden op dat de verdachte het aan hem tenlastegelegde samen met anderen heeft gepleegd: naast medeverdachte [medeverdachte 2] is dat medeverdachte [medeverdachte 1] , de huurder van de bedoelde woning. En in een geval als dit, mag van de verdachte een aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring worden verwacht. Die is door de verdachte op geen enkel moment gegeven.\n\nDe rechtbank concludeert, op grond van het voorgaande, dat de verdachte samen met anderen zich schuldig gemaakt geeft aan het hem tenlastegelegde.\n\nUit de bewijsmiddelen volgt overigens niet specifiek welke drugs geproduceerd zouden gaan worden, nu daarin enkel wordt gesproken over substanties voor de productie van synthetische drugs. De rechtbank acht daarmee niet bewezen dat de voorbereidingshandelingen specifiek gericht waren op de productie van heroïne, cocaïne en\u002Fof metamfetamine, maar wel op een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.\n\n3.4. \n\nDe bewezenverklaring\n\nDe rechtbank acht bewezen dat de verdachte\n\nten aanzien van feit 1:\n\nop 12 oktober 2023 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad:\n\n- ongeveer 32,87 gram heroïne, en\n\n- ongeveer 4,54 gram cocaïne, en\n\n- ongeveer 120,43 gram metamfetamine,\n\nzijnde heroïne, cocaïne en metamfetamine, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;\n\nten aanzien van feit 2:\n\nop 12 oktober 2023 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervaardigen van een (of meer) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en te bevorderen,\n\n- twee gasmaskers (met filter), en\n\n- een paar rubberen handschoenen, en\n\n- een weegschaal, en\n\n- een speciekuip, en\n\n- een maatbeker, en\n\n- een mes, en\n\n- een (of meer) spatel(s), en\n\n- een (of meer) jerrycan(s), en\n\n- een zak met het opschrift ‘Caus 5 kg’, en\n\n- een zak met het opschrift ‘Perka 3 kg’, en\n\n- een zak met het opschrijft ‘Wijnsteen 2,5 kg’,\n\nzijnde voorwerpen en stoffen waarvan hij, verdachte, en\u002Fof zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, voorhanden heeft gehad.\n\nDe rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.\n\n4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde\n\nHet bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:\n\nten aanzien van feit 1:\n\nmedeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;\n\nten aanzien van feit 2:\n\nmedeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.\n\nEr zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.\n\n5. De strafbaarheid van de verdachte\n\nDe verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.\n\n6. De straf6.1. \n\nDe vordering van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van het voorarrest.6.2. \n\nHet standpunt van de verdediging\n\nDe verdediging verzoekt een straf op te leggen overeenkomstig de duur van de voorlopige hechtenis, te weten 244 dagen. Zij heeft daartoe aangevoerd dat dat in de LOVS-oriëntatiepunten voor feit 1 een gevangenisstraf van 6 weken staat en dat de redelijke termijn is overschreden.6.3. \n\nHet oordeel van de rechtbank\n\nBij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.\n\nDe verdachte heeft zich met anderen schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische drugs en het bezit van een hoeveelheid harddrugs. De verdachte is daardoor medeverantwoordelijk voor de nadelige effecten die het gebruik van harddrugs veroorzaakt voor de volksgezondheid en de criminaliteit die met harddrugs gepaard gaat. Ook brengt de opslag van grondstoffen die worden gebruikt bij het vervaardigen en bewerken van harddrugs grote risico’s met zich mee, zoals brand- en ontploffingsgevaar en het vrijkomen van giftige dampen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de productiemiddelen zijn aangetroffen in een appartement in een woonwijk. Van de mogelijke gevolgen voor de omwonenden heeft de verdachte zich kennelijk niets aangetrokken.\n\nGelet op de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend is. Daarbij heeft de rechtbank voor wat betreft het aanwezig hebben van de harddrugs gelet op de daarvoor geldende LOVS-oriëntatiepunten en voor wat betreft de voorbereidingshandelingen voor de productie van harddrugs op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank stelt daarbij vast dat de verdachte wisselende verklaringen heeft afgelegd, geen volledige openheid van zaken heeft willen geven en geen (volledige) verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen.\n\nDe rechtbank houdt er echter rekening mee dat in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. In dit geval is de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn aangevangen op 13 oktober 2023, de datum waarop de verdachte in verzekering is gesteld. Dit betekent dat de redelijke termijn van twee jaren met bijna negen maanden is overschreden. Van bijzondere omstandigheden die deze termijnoverschrijding kunnen rechtvaardigen, is niet gebleken. Daarom zal de rechtbank de op te leggen gevangenisstraf verminderen en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 243 dagen opleggen, overeenkomstig de tijd die de verdachte in voorarrest heeft gezeten en hoeft de verdachte niet terug naar de gevangenis.\n\n7. Het beslag\n\nOnttrekking aan het verkeer\n\nDe rechtbank zal de inbeslaggenomen verdovende middelen en de verpakking daarvan onttrekken aan het verkeer. Ten aanzien van de verdovende middelen overweegt de rechtbank dat de feiten met betrekking tot deze voorwerpen zijn begaan en deze van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. De onttrekking aan het verkeer van een voorwerp omvat mede de verpakking, zodat ook deze zal worden onttrokken.\n\nTeruggave\n\nDe rechtbank beslist daarnaast tot teruggave van de simkaart.\n\n8. De wettelijke voorschriften\n\nDe beslissing berust op de artikelen 36b, 36d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet.\n\n9. De beslissing\n\nDe rechtbank:\n\nBewezenverklaring\n\nverklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;\n\nspreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;\n\nStrafbaarheid\n\nverklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;\n\nverklaart de verdachte strafbaar;\n\nStraf\n\nveroordeelt de verdachte voor beide feiten tot een gevangenisstraf van 243 dagen;\n\nbeveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;\n\nBeslag\n\n- onttrekt aan het verkeer de volgende in beslag genomen voorwerpen:\n\n1. STK Verdovende Middelen (G1646867);\n\n1. STK Verdovende Middelen (G1646111);\n\n1. STK Verdovende Middelen (G1646204);\n\n1. STK Verdovende Middelen (G1646424);\n\n1. STK Verdovende Middelen (G1646431);\n\n1. STK Verdovende Middelen (G1646434);\n\n1. STK Verdovende Middelen (G1646219);\n\n1. STK Zak (G1646187);\n\n- gelast de teruggave van het volgende in beslag genomen voorwerp aan de verdachte:\n\n1. STK Simkaart van zaktelefoon (G1646414).\n\nDit vonnis is gewezen door mr. D. Osmić, voorzitter, mr. M.E.M.W. Nuijts en mr. T.C.M. Smeets, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.A.H. Bohnen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 6 juli 2026.\n\nBuiten staat\n\nDe griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.\n\nBIJLAGE I: De tenlastelegging\n\nAan de verdachte is ten laste gelegd dat\n\nTen aanzien van feit 1:\n\nhij, op of omstreeks 12 oktober 2023 in de gemeente Heerlen tezamen en\n\nin vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, opzettelijk\n\naanwezig heeft gehad:\n\n- ongeveer 32,87 gram heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een\n\nmateriaal bevattende heroïne, en\u002Fof\n\n- ongeveer 4,54 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een\n\nmateriaal bevattende cocaïne, en\u002Fof\n\n- ongeveer 120,43 gram metamfetamine,\n\nin elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende\n\nmetamfetamine,\n\nzijnde heroïne, cocaïne en\u002Fof metamfetamine, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet\n\nbehorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel\n\n3a van die wet;\n\nTen aanzien van feit 2:\n\nhij, op of omstreeks 12 oktober 2023 in de gemeente Heerlen tezamen en\n\nin vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, om een feit,\n\nbedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te\n\nweten\n\n- het opzettelijk binnen en\u002Fof buiten het grondgebied van Nederland\n\nbrengen, en\u002Fof\n\n- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen,\n\nafleveren, verstrekken en\u002Fof vervoeren, en\u002Fof\n\n- het opzettelijk vervaardigen,\n\nvan een (of meer) hoeveelhe(i)d(en) heroïne, cocaïne en\u002Fof metamfetamine, in elk geval een (of meer)\n\nmiddel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel\n\naangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet,\n\nvoor te bereiden en\u002Fof te bevorderen,\n\n- twee gasmaskers (met filter), en\u002Fof\n\n- een paar rubberen handschoenen, en\u002Fof\n\n- een weegschaal, en\u002Fof\n\n- een speciekuip, en\u002Fof\n\n- een maatbeker, en\u002Fof\n\n- een mes, en\u002Fof\n\n- een (of meer) spatel(s), en\u002Fof\n\n- een (of meer) jerrycan(s), en\u002Fof\n\n- een zak met het opschrift ‘Caus 5 kg’, en\u002Fof\n\n- een zak met het opschrift ‘Perka 3 kg’, en\u002Fof\n\n- een zak met het opschrijft ‘Wijnsteen 2,5 kg,\n\nzijnde voorwerpen en\u002Fof stoffen waarvan hij, verdachte, en\u002Fof zijn\n\nmededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat\n\nzij bestemd waren tot het plegen van dat feit, voorhanden heeft gehad.\n\nBIJLAGE II: De bewijsmiddelen\n\nHet proces-verbaal van bevindingenvan 12 oktober 2023, p.20-21\n\nOp 12 oktober 2023 bevonden wij ons op de [adres 2] te Heerlen, aan de achterzijde van de aldaar gelegen flat. Wij zagen dat er aan de achterzijde van de flat een persoon op de grond lag. Wij zagen dat deze persoon lag onder het tweede balkon gezien vanaf de [straatnaam 1] . Ik liep naar de vrouw die eerder bij de gewonde man stond. Zij verklaarde dat zij de man aan het balkon had zien hangen en dat een andere man deze man naar boven wilde trekken. Dat de man uiteindelijk toch viel en dat de andere man na een aantal minuten kwam kijken bij de gewonde en meteen ook weer weg liep. Teneinde de identiteit van de gewonde man te achterhalen bekeken wij de telefoon van het slachtoffer. Wij openden de telefoon en zagen in de fotogalerij foto's waarop vermoedelijk verdovende middelen, en de productie hiervan, te zien waren.\n\nHet proces-verbaal van bevindingenvan 12 oktober 2023, p.23-24\n\nOp 12 oktober 2023 was ik op de [adres 2] \u002F [straatnaam 2] in verband met een incident hulpverlening van een persoon die vanaf een balkon omlaag was gevallen. Ter plaatse kon achterhaald worden dat het om appartement [huisnummer] ging. Terwijl ik de woning betrad, rook ik bij binnenkomst in de woonkamer een weeïge geur, mij bekend als de geur van amfetamine. Ik zag diverse aanwijzingen waaruit ik vermoedde dat er in de woning harddrugs vervaardigd werden. Ik zag onder andere in de woonkamer:\n\n- Naast de tv een geel gasmasker liggen met een filterbus.\n\n- Op het dressoir in de woonkamer lagen resten wit poeder en doorzichtige kristallen,\n\nalsmede gele rubberen handschoenen, een zwart gasmasker met filter en een weegschaal\n\nmet resten kristalachtige stof. In de keuken stond een witte speciekuip met daarin een oa een maatbeker, een mes, en spatels. Vervolgens zag ik op het balkon meerdere jerrycans staan.\n\nHet proces-verbaal van aanhouding verdachtevan 12 oktober 2023, p.245\n\nOp 12 oktober 2023 gingen wij ter plaatse in het Zuyderland ziekenhuis in Heerlen op verzoek van officier van dienst politie [naam] . Aldaar zou een onbekende man liggen die eerder op de dag van een balkon was gevallen. Volgens [naam] zou er een drugslab zijn aangetroffen in de woning waar de man van zou zijn gevallen. Aldaar troffen wij een Spaanssprekende man aan die aangaf [verdachte] te heten.\n\nHet proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagnamevan 13 oktober 2023, p.34\n\nOp 12 oktober 2023 werd voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de woning, [adres 2] Heerlen. Tijdens de doorzoeking werd het volgende in beslag genomen: Gasmasker zwart, Gasmasker geel, Zakje cocaïne, Handschoenen zwart, Zakje brok heroïne, Zakje brok heroïne, Bolletje cocaïne, Zakje MDMA wit, Zakje MDMA bruin, Zak met opschrift “Caus 5kg”, Zak kleur paars met vloeistof, Zak met opschrift “Perka 3kg”, Zak met opschrift “Wijnsteen 2kkg”.\n\nHet proces-verbaal van bevindingenvan 24 oktober 2023, p.117\n\nHet is mij ambtshalve bekend dat de combinatie van de substantie Caus, Perka, Wijnsteen en Amfetamine gebruikt kan worden voor de productie van synthetische drugs.\n\nHet proces-verbaal van bevindingenvan 12 oktober 2023, p.163\n\nNaar aanleiding van het ontvangen huurcontract van Wonen Limburg in relatie tot het appartement: [adres 2] te Heerlen, ben ik in gesprek gegaan met een medewerker van Wonen Limburg. Op het overzicht zijn twee bankrekeningnummers weergegeven in relatie tot de hoofdhuurder [medeverdachte 1] .\n\nDe kennisgeving van inbeslagnemingvan 13 oktober 2023, p.101\n\nPlaats: [adres 2] Heerlen\n\nDatum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur\n\nGoednummer: PL2300-2023162733-1646198, 33 gram heroine bruto\n\nDe kennisgeving van inbeslagnemingvan 13 oktober 2023, p.104\n\nPlaats: [adres 2] Heerlen\n\nDatum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur\n\nGoednummer: PL2300-2023162733-1646209, 6 gram bruto cocaine\n\nDe kennisgeving van inbeslagnemingvan 13 oktober 2023, p.105\n\nPlaats: [adres 2] Heerlen\n\nDatum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur\n\nGoednummer: PL2300-2023162733-1646213, 42 gram bruto amfetamine \u002F crystal meth\n\nDe kennisgeving van inbeslagnemingvan 13 oktober 2023, p.108\n\nPlaats: [adres 2] Heerlen\n\nDatum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur\n\nGoednummer: PL2300-2023162733-1646224, 51 gram bruto crystal meth \u002F amfetamine\n\nDe kennisgeving van inbeslagnemingvan 13 oktober 2023, p.109\n\nPlaats: [adres 2] Heerlen\n\nDatum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur\n\nGoednummer: PL2300-2023162733-1646231, 40 gram bruto mdma \u002F amfetamine\n\nHet proces-verbaal onderzoek verdovende middelenvan 14 november 2023, p.68-73\n\nDe aangeboden partij verdovende middelen bestond uit:\n\nGoednummer: PL2300-2023162733-1646198\n\nSIN: AAQQ7919NL\n\nRelatie met SIN: AAQR6444NL\n\nGoednummer: PL2300-2023162733-1646209\n\nSIN: AAQQ7920NL\n\nRelatie met SIN: AAQR6445NL\n\nGoednummer: PL2300-2023162733-1646231\n\nSIN: AAQQ7921NL\n\nRelatie met SIN: AAQR6446NL\n\nGoednummer: PL2300-2023162733-1646224\n\nSIN: AAQQ7922NL\n\nRelatie met SIN: AAQR6447NL\n\nGoednummer: PL2300-2023162733-1646213\n\nSIN: AAQQ7923NL\n\nRelatie met SIN: AAQR6448NL, AAQR6449NL, AAQR6450NL, AAQR6451NL\n\nDe deskundigenrapporten van ing. M. Visser-van Leeuwen,als rapporteur verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituutte Den Haag van 13 november 2023, p.74-81\n\nKenmerk: AAQR6444NLOmschrijving: brokjes, bruin, uit 32,87 gram\n\nConclusie: bevat heroïne\n\nKenmerk: AAQR6445NL\n\nOmschrijving: poeder, wit, uit 4,54 gram\n\nConclusie: bevat cocaïne\n\nKenmerk: AAQR6446NLOmschrijving: poeder en brokjes, bruin, uit 35,70 gram\n\nConclusie: bevat metamfetamine\n\nKenmerk: AAQR6447NL\n\nOmschrijving: kristal, crèmekleurig, uit 47,30 gram\n\nConclusie: bevat metamfetamine\n\nKenmerk: AAQR6448NL\n\nOmschrijving: kristal, wit, uit 4,67 gram\n\nConclusie: bevat metamfetamine\n\nKenmerk: AAQR6449NL\n\nOmschrijving: kristal, wit, uit 2,10 gram\n\nConclusie: bevat metamfetamine\n\nKenmerk: AAQR6450NL\n\nOmschrijving: kristal, crèmekleurig, uit 21,27 gram\n\nConclusie: bevat metamfetamine\n\nKenmerk: AAQR6451NL\n\nOmschrijving: kristal, wit, uit 9,39 gram\n\nConclusie: bevat metamfetamine\n\nHet proces-verbaal van bevindingenvan 22 november 2023, p.180\n\nOp 12 oktober 2023 werd in de woning [adres 2] te Heerlen een productielocatie voor synthetische drugs aangetroffen. In het appartement werden diverse goederen bemonsterd voor DNA-onderzoek.\n\nDe kennisgeving van inbeslagnemingvan 13 oktober 2023, p.91\n\nPlaats: [adres 2] Heerlen\n\nDatum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur\n\nAAPV8333NL: zwartkleurig gasmasker (aangetroffen woonkamer)\n\nDe kennisgeving van inbeslagnemingvan 13 oktober 2023, p.95\n\nPlaats: [adres 2] Heerlen\n\nDatum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur\n\nAAPV8335NL: geelkleurig gasmasker (aangetroffen woonkamer)\n\nDe deskundigenrapportagevan dr. PJ. Herbergs, forensisch DNA-deskundige, verbonden aanThe Maastricht Forensic Institute, van 16 november 2023, p.182-188\n\nBemonstering: Gehele contactvlak met het gezicht van het gasmasker (met SIN AAPV8335NL)\n\nDNA-profiel: DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man.*\n\nMogelijke donor van celmateriaal: Verdachte [verdachte] .\n\nOm een uitspraak te doen over het mogelijk aanwezig zijn van celmateriaal van verdachte [verdachte] in de bemonstering 'gehele contactvlak met het gezicht van het gasmasker (met SIN AAPV8335NL) AAQJ4430NL' is de likelihood-ratio (LR) methode toegepast. Daarbij worden de resultaten bezien in het licht van twee, elkaar uitsluitende hypothesen:\n\nHypothese 1: de bemonstering van het spoor bevat DNA van verdachte [verdachte] en twee onbekende, niet verwante personen.\n\nHypothese 2: de bemonstering van het spoor bevat DNA van drie onbekende, niet verwante\n\npersonen.\n\nDe resultaten van het onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.\n\nBemonstering: Gehele contactvlak met het gezicht van gasmasker (met SIN AAPV8333NL)DNA-profiel: DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man.* Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man. De frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard.\n\nMogelijke donor van celmateriaal: [medeverdachte 2] (DNA-hoofdprofiel)\n\nBemonstering: Rondom de filterventielen aan de binnenzijde van het gasmasker (met SIN AAPV8333NL)\n\nDNA-profiel: DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard\n\nMogelijke donor van celmateriaal: [medeverdachte 2]\n\n Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van de Districtsrecherche Parkstad-Limburg, proces-verbaalnummer LB2R023104-51, gesloten d.d. 15 februari 2024, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 305.","rechtspraak_nl","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:6518","2026-07-08T16:52:53.682Z","2026-07-13T00:29:32.342Z",{"id":32,"ecli":33,"slug":34,"caseNumber":25,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":35,"summary":25,"language":7,"source":27,"sourceUrl":36,"sourceTimestamp":18,"parsedAt":29,"updatedAt":37},"1665","ECLI:NL:RBLIM:2026:6516","ecli-nl-rblim-2026-6516","RECHTBANK LIMBURG\n\nZittingsplaats Maastricht\n\nStrafrecht\n\nParketnummer : 03.142029.24\n\nTegenspraak (gemachtigde raadsman)\n\nVonnis van de meervoudige kamer van 6 juli 2026\n\nin de strafzaak tegen\n\n [verdachte] ,\n\ngeboren te [geboortegegevens] 1991,\n\nwonende te [adres 1] .\n\nDe verdachte wordt bijgestaan door mr. P.E. van Zon, advocaat kantoorhoudende te Eindhoven.\n\n1. Onderzoek van de zaak\n\nDe zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 22 juni 2026. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.\n\nDeze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen de medeverdachte [medeverdachte 1] met het parketnummer 03.277358.23 en de strafzaak tegen de medeverdachte [medeverdachte 2] met het parketnummer 03.268186.23.\n\n2. De tenlastelegging\n\nDe tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.\n\nDe verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:\n\nop 12 oktober 2023 de productie van heroïne, cocaïne, metamfetamine of in ieder geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I heeft voorbereid en bevorderd.\n\n3. De beoordeling van het bewijs3.1. \n\nHet standpunt van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie acht het feit bewezen. De politie heeft op 12 oktober 2023 in de woning van de medeverdachte [medeverdachte 1] allerlei goederen voor de productie van drugs aangetroffen. Van de verdachte is DNA aangetroffen op een van deze goederen, te weten een aldaar aangetroffen gasmaker. De verdachte heeft daarvoor geen verklaring gegeven, anders dan dat hij wel eens in die woning kwam.3.2. \n\nHet standpunt van de verdediging\n\nDe verdediging concludeert tot vrijspraak. De verdediging voert daartoe aan dat het enige mogelijke bewijsmiddel een DNA spoor betreft op een verplaatsbaar voorwerp, waarvan niet vaststaat dat het delict gerelateerd is. Subsidiair voert de verdediging aan dat alleen het voorhanden hebben van een gasmasker niet voldoende is om voorbereidingshandelingen te bewijzen.3.3. \n\nHet oordeel van de rechtbank\n\nBewijsmiddelen\n\nTer bevordering van de leesbaarheid van dit vonnis, heeft de rechtbank de bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in bijlage II.\n\nDe overwegingen van de rechtbank\n\nOp grond van die bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van drugs. De rechtbank overweegt daartoe in het bijzonder als volgt.\n\nDe medeverdachte [medeverdachte 2] is op 12 oktober 2023 door de politie aangetroffen onder het balkon van de woning aan de [adres 2] te Heerlen. [medeverdachte 2] hing – voordat de politie ter plekke kwam – aan dat balkon en hij is van dit balkon naar beneden gevallen, nadat een andere man heeft geprobeerd hem omhoog te trekken. Bij controle van de telefoon van [medeverdachte 2] kreeg de politie het vermoeden dat hij zich bezighield met (de productie van) verdovende middelen. De politie is daarop voornoemde woning binnengetreden en trof daar een hoeveelheid drugs aan en de tenlastegelegde voorwerpen en stoffen. Die voorwerpen en stoffen konden gebruikt worden voor de productie van synthetische drugs. De huurder van voornoemde woning is de medeverdachte [medeverdachte 1] . In de woning is op een dressoir in de woonkamer een gasmasker aangetroffen met daarop het DNA van de verdachte en op het tv-meubel een gasmasker met daarop het DNA van de medeverdachte [medeverdachte 2] .\n\nEr is DNA van de verdachte aangetroffen rondom de filterventielen aan de binnenzijde van het gasmasker. Op het gehele contactvlak met het gezicht van datzelfde gasmasker is daarnaast een DNA mengprofiel aangetroffen, met het DNA-hoofdprofiel van de verdachte. Het gasmasker betreft weliswaar een verplaatsbaar object, maar het wordt in de woning van de medeverdachte [medeverdachte 1] aangetroffen in combinatie met drugs en een grote hoeveelheid andere voorwerpen die bedoeld zijn om harddrugs te vervaardigen. Daarom acht de rechtbank (de aanwezigheid van) dit gasmasker een daderspoor. Daarbij komt dat het procesdossier aanknopingspunten biedt voor de conclusie dat het drugsgerelateerde strafbare feit, gepleegd in de woning van de medeverdachte [medeverdachte 1] , door meerdere personen is gepleegd. Er zijn immers dadersporen aangetroffen en wel van de verdachte en van medeverdachte [medeverdachte 2] , terwijl dit zich allemaal heeft afgespeeld in de woning van de andere medeverdachte, [medeverdachte 1] . En in een geval als dit, waarbij er aldus redengevende feiten en omstandigheden zijn die wijzen op een samenwerkingsverband waarvan de verdachte deel heeft uitgemaakt, mag van de verdachte een aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring worden verwacht. Die is door de verdachte niet gegeven. De verdachte heeft bij de politie slechts verklaard dat hij een paar keer in de woning van de medeverdachte [medeverdachte 1] is geweest en dat hij niet weet wat hij toen heeft aangeraakt.\n\nDe rechtbank concludeert, op grond van het voorgaande, dat de verdachte samen met anderen zich schuldig gemaakt geeft aan het hem tenlastegelegde.\n\nUit de bewijsmiddelen volgt overigens niet specifiek welke drugs geproduceerd zouden gaan worden, nu daarin enkel wordt gesproken over substanties voor de productie van synthetische drugs. De rechtbank acht daarmee niet bewezen dat de voorbereidingshandelingen specifiek gericht waren op de productie van heroïne, cocaïne en\u002Fof metamfetamine, maar wel op een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.3.4. \n\nDe bewezenverklaring\n\nDe rechtbank acht bewezen dat de verdachte\n\nop 12 oktober 2023 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervaardigen van een (of meer) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en te bevorderen,\n\n- twee gasmaskers (met filter), en\n\n- een paar rubberen handschoenen, en\n\n- een weegschaal, en\n\n- een speciekuip, en\n\n- een maatbeker, en\n\n- een mes, en\n\n- een (of meer) spatel(s), en\n\n- een (of meer) jerrycan(s), en\n\n- een zak met het opschrift ‘Caus 5 kg’, en\n\n- een zak met het opschrift ‘Perka 3 kg’, en\n\n- een zak met het opschrijft ‘Wijnsteen 2,5 kg’,\n\nzijnde voorwerpen en stoffen waarvan hij, verdachte, en\u002Fof zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, voorhanden heeft gehad.\n\nDe rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.\n\n4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde\n\nHet bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:\n\nmedeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.\n\nEr zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.\n\n5. De strafbaarheid van de verdachte\n\nDe verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.\n\n6. De straf6.1. \n\nDe vordering van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.6.2. \n\nHet standpunt van de verdediging\n\nDe verdediging heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de strafmaat.6.3. \n\nHet oordeel van de rechtbank\n\nBij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.\n\nDe verdachte heeft zich met anderen schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische drugs. De verdachte is daardoor medeverantwoordelijk voor de nadelige effecten die het gebruik van harddrugs veroorzaakt voor de volksgezondheid en de criminaliteit die met harddrugs gepaard gaat. Ook brengt de opslag van grondstoffen die worden gebruikt bij het vervaardigen en bewerken van harddrugs grote risico’s met zich mee, zoals brand- en ontploffingsgevaar en het vrijkomen van giftige dampen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de productiemiddelen zijn aangetroffen in een appartement in een woonwijk. Van de mogelijke gevolgen voor de omwonenden heeft de verdachte zich kennelijk niets aangetrokken.\n\nGelet op de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend is. Daarbij heeft de rechtbank gelet op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de verdachte geen openheid van zaken heeft willen geven en geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen.\n\nDe rechtbank dient er rekening mee te houden dat in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. In dit geval is de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn aangevangen op 9 april 2024, de datum waarop de verdachte in verzekering is gesteld. Dit betekent dat de redelijke termijn van twee jaren met bijna 3 maanden is overschreden. Van bijzondere omstandigheden die deze termijnoverschrijding kunnen rechtvaardigen, is niet gebleken. Zonder overschrijding van de redelijke termijn had de rechtbank aan de verdachte opgelegd een gevangenisstraf van 200 dagen waarvan een deel voorwaardelijk. Nu deze redelijke termijn wel is overschreden, zal de rechtbank aan de verdachte opleggen een gevangenisstraf van 180 dagen waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Het voorwaardelijke deel dient als een waarschuwing aan de verdachte: mocht hij nog eens overwegen om de wet te overtreden, dan weet hij wat hem mogelijk te wachten staat.\n\n7. De wettelijke voorschriften\n\nDe beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c en 47 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 10a van de Opiumwet.\n\n8. De beslissing\n\nDe rechtbank:\n\nBewezenverklaring\n\nverklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;\n\nspreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;\n\nStrafbaarheid\n\nverklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;\n\nverklaart de verdachte strafbaar;\n\nStraf\n\nveroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren;\n\nbeveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;\n\nbepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van twee jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.\n\nDit vonnis is gewezen door mr. D. Osmić, voorzitter, mr. M.E.M.W. Nuijts en mr. T.C.M. Smeets, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.A.H. Bohnen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 6 juli 2026.\n\nBuiten staat\n\nDe griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.\n\nBIJLAGE I: De tenlastelegging\n\nAan de verdachte is ten laste gelegd dat\n\nhij, op of omstreeks 12 oktober 2023 in de gemeente Heerlen tezamen en\n\nin vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, om een feit,\n\nbedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te\n\nweten\n\n- het opzettelijk binnen en\u002Fof buiten het grondgebied van Nederland\n\nbrengen, en\u002Fof\n\n- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen,\n\nafleveren, verstrekken en\u002Fof vervoeren, en\u002Fof\n\n- het opzettelijk vervaardigen,\n\nvan een (of meer) hoeveelhe(i)d(en) heroïne, cocaïne en\u002Fof metamfetamine, in elk geval een (of meer)\n\nmiddel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel\n\naangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet,\n\nvoor te bereiden en\u002Fof te bevorderen,\n\n- twee gasmaskers (met filter), en\u002Fof\n\n- een paar rubberen handschoenen, en\u002Fof\n\n- een weegschaal, en\u002Fof\n\n- een speciekuip, en\u002Fof\n\n- een maatbeker, en\u002Fof\n\n- een mes, en\u002Fof\n\n- een (of meer) spatel(s), en\u002Fof\n\n- een (of meer) jerrycan(s), en\u002Fof\n\n- een zak met het opschrift ‘Caus 5 kg’, en\u002Fof\n\n- een zak met het opschrift ‘Perka 3 kg’, en\u002Fof\n\n- een zak met het opschrijft ‘Wijnsteen 2,5 kg,\n\nzijnde voorwerpen en\u002Fof stoffen waarvan hij, verdachte, en\u002Fof zijn\n\nmededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat\n\nzij bestemd waren tot het plegen van dat feit, voorhanden heeft gehad.\n\nBIJLAGE II: De bewijsmiddelen\n\nHet proces-verbaal van bevindingenvan 12 oktober 2023, p.20-21\n\nOp donderdag 12 oktober 2023 bevonden wij ons op de openbare weg, de [adres 2] te Heerlen, aan de achterzijde van de aldaar gelegen flat. Wij zagen dat er aan de achterzijde van de flat een persoon op de grond lag. Wij zagen dat deze persoon lag onder het tweede balkon gezien vanaf de [straatnaam 1] . Ik liep naar de vrouw die eerder bij de gewone man stond. Zij verklaarde dat zij de man aan het balkon had zien hangen en dat een andere man deze man naar boven wilde trekken. Dat de man uiteindelijk toch viel en dat de andere man na een aantal minuten kwam kijken bij de gewonde en meteen ook weer weg liep. Teneinde de identiteit van de gewonde man te achterhalen bekeken wij de telefoon van het slachtoffer. Wij openden de telefoon en zagen in de fotogalerij foto's waarop vermoedelijk verdovende middelen, en de productie hiervan, te zien waren.\n\nHet proces-verbaal van bevindingenvan 12 oktober 2023, p.23-24\n\nOp 12 oktober 2023 was ik op de [adres 2] \u002F [straatnaam 2] in verband met een incident hulpverlening van een persoon die vanaf een balkon omlaag was gevallen. Ter plaatse kon achterhaald worden dat het om appartement [huisnummer] ging. Terwijl ik de woning betrad, rook ik bij binnenkomst in de woonkamer een weeïge geur, mij bekend als de geur van amfetamine. Ik zag diverse aanwijzingen waaruit ik vermoedde dat er in de woning harddrugs vervaardigd werden. Ik zag onder andere in de woonkamer:\n\n- Naast de tv een geel gasmasker liggen met een filterbus.\n\n- Op het dressoir in de woonkamer lagen resten wit poeder en doorzichtige kristallen,\n\nalsmede gele rubberen handschoenen, een zwart gasmasker met filter en een weegschaal\n\nmet resten kristalachtige stof. In de keuken stond een witte speciekuip met daarin een oa een maatbeker, een mes, en spatels. Vervolgens zag ik op het balkon meerdere jerrycans staan.\n\nHet proces-verbaal van aanhouding verdachtevan 12 oktober 2023, p.245\n\nOp donderdag 12 oktober 2023 gingen wij ter plaatse in het Zuyderland ziekenhuis in Heerlen op verzoek van officier van dienst politie [naam] . Aldaar zou een onbekende man liggen die eerder op de dag van een balkon was gevallen. Volgens [naam] zou er een drugslab zijn aangetroffen in de woning waar de man van zou zijn gevallen. Aldaar troffen wij een Spaanssprekende man aan die aangaf [medeverdachte 2] te heten.\n\nHet proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagnamevan 13 oktober 2023, p.34\n\nOp 12 oktober 2023 werd voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de woning, [adres 2] Heerlen. Tijdens de doorzoeking werd het volgende in beslag genomen: Gasmasker zwart (Partij 1), Gasmasker geel (Partij 3), Zakje cocaïne (Partij 14), Handschoenen zwart (Partij 2), Zakje brok heroïne (Partij 4), Zakje brok heroïne (Partij 5), Bolletje cocaïne (Partij 11), Zakje MDMA wit (Partij 17), Zakje MDMA bruin (Partij 18), Zak met opschrift “Caus 5kg” (Partij 19), Zak kleur paars met vloeistof (Partij 20), Zak met opschrift “Perka 3kg” (Partij 21), Zak met opschrift “Wijnsteen 2kkg” (Partij 22).\n\nHet proces-verbaal van bevindingenvan 24 oktober 2023, p.117\n\nHet is mij ambtshalve bekend dat de combinatie van de substantie Caus, Perka, Wijnsteen en Amfetamine gebruikt kan worden voor de productie van synthetische drugs.\n\nHet proces-verbaal van bevindingenvan 12 oktober 2023, p.163\n\nNaar aanleiding van het ontvangen huurcontract van Wonen Limburg in relatie tot het appartement: [adres 2] te Heerlen, ben ik in gesprek gegaan met een medewerker van Wonen Limburg. Op het overzicht zijn twee bankrekeningnummers weergegeven in relatie tot de hoofdhuurder [medeverdachte 1] .\n\nHet proces-verbaal van verhoor van de verdachte[verdachte] van 9 april 2024, p.295-300\n\nV: Door verbalisanten wordt onderstaande foto op A4( [medeverdachte 1] ) formaat getoond aan de verdachte. Herkent u deze man?A: Ja, dat is [medeverdachte 1] .V: Weet u waar deze persoon woont?A: Ik ben een paar keer bij hem thuis geweest. Ik weet waar hij woont. Het adres weet ik niet, het is in Heerlen.\n\nHet proces-verbaal van bevindingenvan 22 november 2023, p.180\n\nOp 12 oktober 2023 werd in de woning [adres 2] te Heerlen een productielocatie voor synthetische drugs aangetroffen. In het appartement werden diverse goederen bemonsterd voor DNA-onderzoek. AAPV8333NL: een zwart gasmasker aangetroffen op het grote dressoir in de woonkamer.\n\nDe kennisgeving van inbeslagnemingvan 13 oktober 2023, p.91\n\nPlaats: [adres 2] Heerlen\n\nDatum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur\n\nAAPV8333NL: zwartkleurig gasmasker (aangetroffen woonkamer)\n\nDe kennisgeving van inbeslagnemingvan 13 oktober 2023, p.95\n\nPlaats: [adres 2] Heerlen\n\nDatum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur\n\nAAPV8335NL: geelkleurig gasmasker (aangetroffen woonkamer)\n\nDe deskundigenrapportagevan dr. PJ. Herbergs, forensisch DNA-deskundige, verbonden aan The Maastricht Forensic Institute, van 16 november 2023, p.182-188\n\nBemonstering: Gehele contactvlak met het gezicht van het gasmasker (met SIN AAPV8335NL)\n\nDNA-profiel: DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man.*\n\nMogelijke donor van celmateriaal: Verdachte [medeverdachte 2] .\n\nOm een uitspraak te doen over het mogelijk aanwezig zijn van celmateriaal van verdachte [medeverdachte 2] in de bemonstering 'gehele contactvlak met het gezicht van het gasmasker (met SIN AAPV8335NL) AAQJ4430NL' is de likelihood-ratio (LR) methode toegepast. Daarbij worden de resultaten bezien in het licht van twee, elkaar uitsluitende hypothesen:\n\nHypothese 1: de bemonstering van het spoor bevat DNA van verdachte [medeverdachte 2] en twee onbekende, niet verwante personen.\n\nHypothese 2: de bemonstering van het spoor bevat DNA van drie onbekende, niet verwante\n\npersonen.\n\nDe resultaten van het onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.\n\nBemonstering: Gehele contactvlak met het gezicht van gasmasker (met SIN AAPV8333NL)DNA-profiel: DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man.* Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man. De frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard.\n\nMogelijke donor van celmateriaal: [verdachte] (DNA-hoofdprofiel)\n\nBemonstering: Rondom de filterventielen aan de binnenzijde van het gasmasker (met SIN AAPV8333NL)\n\nDNA-profiel: DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard\n\nMogelijke donor van celmateriaal: [verdachte]\n\n Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van de Districtsrecherche Parkstad-Limburg, proces-verbaalnummer LB2R023104-51, gesloten d.d. 15 februari 2024, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 305.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:6516","2026-07-13T00:29:32.390Z",{"id":39,"ecli":40,"slug":41,"caseNumber":25,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":42,"summary":25,"language":7,"source":27,"sourceUrl":43,"sourceTimestamp":18,"parsedAt":29,"updatedAt":44},"1666","ECLI:NL:RBLIM:2026:6520","ecli-nl-rblim-2026-6520","RECHTBANK LIMBURG\n\nZittingsplaats Maastricht\n\nStrafrecht\n\nParketnummer : 03.277358.23\n\nTegenspraak\n\nVonnis van de meervoudige kamer van 6 juli 2026\n\nin de strafzaak tegen\n\n [verdachte] ,\n\ngeboren te [geboortegegevens] 1987,\n\nwonende te [adres 1] .\n\nDe verdachte wordt bijgestaan door mr. P.W. Szymkowiak, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.\n\n1. Onderzoek van de zaak\n\nDe zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 22 juni 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.\n\nDeze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen de medeverdachte [medeverdachte 1] met het parketnummer 03.142029.24 en de strafzaak tegen de medeverdachte [medeverdachte 2] met het parketnummer 03.268186.23.\n\n2. De tenlastelegging\n\nDe tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.\n\nDe verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte (al dan niet samen met anderen):\n\nFeit 1: op 12 oktober 2023 opzettelijk (ongeveer) 32,87 gram heroïne, 4,54 gram cocaïne en 120,43 gram metamfetamine aanwezig heeft gehad;\n\nFeit 2: op 12 oktober 2023 de productie van heroïne, cocaïne, metamfetamine of in ieder geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I heeft voorbereid en bevorderd.\n\n3. De beoordeling van het bewijs3.1. \n\nHet standpunt van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie acht beide feiten bewezen. De politie heeft op 12 oktober 2023 in de woning van de verdachte drugs en allerlei goederen voor de productie van drugs aangetroffen. De officier van justitie voert aan dat op camerabeelden in de omgeving van de woning op 12 oktober 2023 iemand te zien is die erg op de verdachte lijkt. Het DNA van de verdachte is in de woning aangetroffen, waaronder op een gasmasker, al heeft daarvan geen berekening van de bewijswaarde plaatsgevonden. De verdachte heeft in de betreffende periode zijn telefoon niet gebruikt. De verdachte legt daarnaast wisselende verklaringen af over het al dan niet kennen van de medeverdachte [medeverdachte 2] . De verdachte wist volgens de officier van justitie wat er in de woning aanwezig was en heeft zich daarmee (ook) schuldig gemaakt aan de voorbereidingshandelingen.3.2. \n\nHet standpunt van de verdediging\n\nDe verdediging bepleit vrijspraak. De verdachte heeft zijn woning uitgeleend en hij heeft geen drugs voorhanden gehad en ook geen voorbereidingshandelingen voor de productie van drugs getroffen. Als het al de verdachte op de camerabeelden is, dan zegt dat niet meer dan dat hij in de buurt was. Er is niet vastgesteld dat het DNA van de verdachte op het gasmasker zit. Er is ook niet duidelijk wat er geproduceerd zou gaan worden.3.3. \n\nHet oordeel van de rechtbank\n\nBewijsmiddelen\n\nTer bevordering van de leesbaarheid van dit vonnis, heeft de rechtbank de bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in bijlage II.\n\nDe overwegingen van de rechtbank\n\nOp grond van die bewijsmiddelen acht de rechtbank het aanwezig hebben van de harddrugs (feit 1) en de voorbereiding\u002Fbevordering van de productie van synthetische drugs (feit 2) bewezen. De rechtbank overweegt daartoe in het bijzonder als volgt.\n\nDe medeverdachte [medeverdachte 2] is op 12 oktober 2023 door de politie aangetroffen onder het balkon van de woning van de verdachte aan de [adres 2] te Heerlen. [medeverdachte 2] hing – voordat de politie ter plekke kwam – aan dat balkon en hij is van dit balkon naar beneden gevallen, nadat een andere man heeft geprobeerd hem omhoog te trekken. Bij controle van de telefoon van [medeverdachte 2] kreeg de politie het vermoeden dat hij zich bezighield met (de productie van) verdovende middelen. De politie is daarop de woning van de verdachte binnengetreden en trof daar een hoeveelheid drugs aan en de tenlastegelegde voorwerpen en stoffen. Die voorwerpen en stoffen kunnen gebruikt worden voor de productie van synthetische drugs. De huurder van voornoemde woning is de verdachte. In de woning is op een dressoir in de woonkamer een gasmasker aangetroffen met daarop het DNA van de medeverdachte [medeverdachte 1] en op het tv-meubel een gasmasker met daarop het DNA van de medeverdachte [medeverdachte 2] .\n\nHet voorgaande levert redengevende feiten en omstandigheden op dat de verdachte -die verantwoordelijk is voor hetgeen zich in zijn woning afspeelt en bevindt- zich, samen met anderen, schuldig heeft gemaakt aan het hem tenlastegelegde. De verklaring van de verdachte over dit alles is naar het oordeel van de rechtbank ongeloofwaardig. De verdachte heeft aangevoerd dat hij niet thuis was toen die spullen in zijn woning kwamen en dat hij in die tijd vaak bij zijn opa in Amsterdam was. Hij zou zijn woning hebben uitgeleend aan een Dominicaanse man, een zekere [naam 1] of [naam 2] . De rechtbank acht het echter niet geloofwaardig dat de verdachte zijn woning heeft uitgeleend aan een persoon waarvan hij de voornaam niet eens kent. Dat de verdachte aanvoert in het verleden op straat te hebben geleefd en het daarom niet vreemd te vinden om zijn woning achter te laten aan iemand die hij niet of nauwelijks kent, maakt niet dat de rechtbank zijn verklaring geloofwaardig(er) vindt. Daar komt bij dat de verdachte tijdens de terechtzitting heeft verklaard [medeverdachte 2] niet te kennen, terwijl hij in de raadkamer gevangenhouding heeft verklaard hem wel drie à vijf minuten te hebben gezien. Dit is een opvallende tegenstrijdigheid die de geloofwaardigheid van de verklaring van de verdachte behoorlijk aantast.\n\nDe rechtbank concludeert, op grond van het voorgaande, dat de verdachte samen met anderen zich schuldig gemaakt geeft aan het hem tenlastegelegde.\n\nUit de bewijsmiddelen volgt overigens niet specifiek welke drugs geproduceerd zouden gaan worden, nu daarin enkel wordt gesproken over substanties voor de productie van synthetische drugs. De rechtbank acht daarmee niet bewezen dat de voorbereidingshandelingen specifiek gericht waren op de productie van heroïne, cocaïne en\u002Fof metamfetamine, maar wel op een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.3.4. \n\nDe bewezenverklaring\n\nDe rechtbank acht bewezen dat de verdachte\n\nten aanzien van feit 1:\n\nop 12 oktober 2023 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad:\n\n- ongeveer 32,87 gram heroïne, en\n\n- ongeveer 4,54 gram cocaïne, en\n\n- ongeveer 120,43 gram metamfetamine,\n\nzijnde heroïne, cocaïne en metamfetamine, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;\n\nten aanzien van feit 2:\n\nop 12 oktober 2023 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervaardigen van een (of meer) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en te bevorderen,\n\n- twee gasmaskers (met filter), en\n\n- een paar rubberen handschoenen, en\n\n- een weegschaal, en\n\n- een speciekuip, en\n\n- een maatbeker, en\n\n- een mes, en\n\n- een (of meer) spatel(s), en\n\n- een (of meer) jerrycan(s), en\n\n- een zak met het opschrift ‘Caus 5 kg’, en\n\n- een zak met het opschrift ‘Perka 3 kg’, en\n\n- een zak met het opschrijft ‘Wijnsteen 2,5 kg’,\n\nzijnde voorwerpen en stoffen waarvan hij, verdachte, en\u002Fof zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, voorhanden heeft gehad.\n\nDe rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.\n\n4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde\n\nHet bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:\n\nten aanzien van feit 1:\n\nmedeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;\n\nten aanzien van feit 2:\n\nmedeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.\n\nEr zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.\n\n5. De strafbaarheid van de verdachte\n\nDe verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.\n\n6. De straf6.1. \n\nDe vordering van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 180 dagen met aftrek van de duur van het voorarrest, waarvan 85 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarde zoals geadviseerd door de reclassering. Daarnaast vordert de officier van justitie oplegging van een taakstraf van 80 uren.6.2. \n\nHet standpunt van de verdediging\n\nBij bewezenverklaring dient een straf overeenkomstig de duur van het voorarrest te worden opgelegd. De verdediging voert daartoe aan dat de redelijke termijn is overschreden.6.3. \n\nHet oordeel van de rechtbank\n\nBij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.\n\nDe verdachte heeft zich met anderen schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische drugs en het bezit van een hoeveelheid harddrugs. De verdachte is daardoor medeverantwoordelijk voor de nadelige effecten die het gebruik van harddrugs veroorzaakt voor de volksgezondheid en de criminaliteit die met harddrugs gepaard gaat. Ook brengt de opslag van grondstoffen die worden gebruikt bij het vervaardigen en bewerken van harddrugs grote risico’s met zich mee, zoals brand- en ontploffingsgevaar en het vrijkomen van giftige dampen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de productiemiddelen zijn aangetroffen in een appartement in een woonwijk. Van de mogelijke gevolgen voor de omwonenden heeft de verdachte zich kennelijk niets aangetrokken.\n\nGelet op de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat in beginsel een gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend is. Daarbij heeft de rechtbank voor wat betreft het aanwezig hebben van de harddrugs gelet op de daarvoor geldende LOVS-oriëntatiepunten en voor wat betreft de voorbereidingshandelingen voor de productie van harddrugs op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank stelt daarbij vast dat de verdachte wisselende verklaringen heeft afgelegd, geen volledige openheid van zaken heeft willen geven en geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen. In het voordeel van de verdachte rekent de rechtbank mee het door de reclassering uitgebrachte advies, waaruit volgt dat hij zich goed aan de schorsingsvoorwaarden heeft gehouden en dat hij bezig is om zijn leven weer positief op te bouwen. Verder houdt de rechtbank, in strafmitigerende zin, rekening met de overschrijding van de redelijke termijn. In dit geval is de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn aangevangen op 22 oktober 2023, de datum waarop de verdachte in verzekering is gesteld. Dit betekent dat de redelijke termijn van twee jaren met ruim acht maanden is overschreden. Van bijzondere omstandigheden die deze termijnoverschrijding kunnen rechtvaardigen, is niet gebleken.\n\nGelet op de voornoemde strafmitigerende omstandigheden, zal de rechtbank de verdachte niet terugsturen naar de gevangenis. De rechtbank zal aan de verdachte opleggen een gevangenisstraf van 235 dagen, waarvan 140 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Het voorwaardelijke deel dient als een waarschuwing aan de verdachte: mocht hij nog eens overwegen om de wet te overtreden, dan weet hij wat hem mogelijk te wachten staat. Daarnaast zal de rechtbank aan de verdachte opleggen een taakstraf van 80 uren.\n\n7. Het beslag\n\nDe rechtbank beslist tot teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten de gsm.\n\n8. De wettelijke voorschriften\n\nDe beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet.\n\n9. De beslissing\n\nDe rechtbank:\n\nBewezenverklaring\n\nverklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;\n\nspreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;\n\nStrafbaarheid\n\nverklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;\n\nverklaart de verdachte strafbaar;\n\nStraf\n\nveroordeelt de verdachte voor de beide feiten tot een gevangenisstraf van 235 dagen, waarvan 140 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren;\n\nbeveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;\n\nbepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van twee jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;\n\nstelt als bijzondere voorwaarde, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de veroordeelde zich binnen 5 dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij de reclassering van het Leger des Heils op het adres Putgraaf 3, 6411 GT Heerlen;\n\ngeeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;\n\nvoorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:\n\nten behoeve van het vaststellen van zijn\u002Fhaar identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;\n\nmedewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;\n\nveroordeelt de verdachte voor beide feiten tot een taakstraf voor de duur van 80 uren;\n\nbeveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 40 dagen;\n\nVoorlopige hechtenis\n\n- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;\n\nBeslag\n\n- gelast de teruggave van het volgende in beslag genomen voorwerp aan de verdachte:\n\n1 STK GSM (G1648474).\n\nDit vonnis is gewezen door mr. D. Osmić, voorzitter, mr. M.E.M.W. Nuijts en mr. T.C.M. Smeets, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.A.H. Bohnen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 6 juli 2026.\n\nBuiten staat\n\nDe griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.\n\nBIJLAGE I:De tenlastelegging\n\nAan de verdachte is ten laste gelegd dat\n\nTen aanzien van feit 1:\n\nhij, op of omstreeks 12 oktober 2023 in de gemeente Heerlen tezamen en\n\nin vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, opzettelijk\n\naanwezig heeft gehad:\n\n- ongeveer 32,87 gram heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een\n\nmateriaal bevattende heroïne, en\u002Fof\n\n- ongeveer 4,54 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een\n\nmateriaal bevattende cocaïne, en\u002Fof\n\n- ongeveer 120,43 gram metamfetamine,\n\nin elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende\n\nmetamfetamine,\n\nzijnde heroïne, cocaïne en\u002Fof metamfetamine, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet\n\nbehorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel\n\n3a van die wet;\n\nTen aanzien van feit 2:\n\nhij, op of omstreeks 12 oktober 2023 in de gemeente Heerlen tezamen en\n\nin vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, om een feit,\n\nbedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te\n\nweten\n\n- het opzettelijk binnen en\u002Fof buiten het grondgebied van Nederland\n\nbrengen, en\u002Fof\n\n- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen,\n\nafleveren, verstrekken en\u002Fof vervoeren, en\u002Fof\n\n- het opzettelijk vervaardigen,\n\nvan een (of meer) hoeveelhe(i)d(en) heroïne, cocaïne en\u002Fof metamfetamine, in elk geval een (of meer)\n\nmiddel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel\n\naangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet,\n\nvoor te bereiden en\u002Fof te bevorderen,\n\n- twee gasmaskers (met filter), en\u002Fof\n\n- een paar rubberen handschoenen, en\u002Fof\n\n- een weegschaal, en\u002Fof\n\n- een speciekuip, en\u002Fof\n\n- een maatbeker, en\u002Fof\n\n- een mes, en\u002Fof\n\n- een (of meer) spatel(s), en\u002Fof\n\n- een (of meer) jerrycan(s), en\u002Fof\n\n- een zak met het opschrift ‘Caus 5 kg’, en\u002Fof\n\n- een zak met het opschrift ‘Perka 3 kg’, en\u002Fof\n\n- een zak met het opschrijft ‘Wijnsteen 2,5 kg,\n\nzijnde voorwerpen en\u002Fof stoffen waarvan hij, verdachte, en\u002Fof zijn\n\nmededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat\n\nzij bestemd waren tot het plegen van dat feit, voorhanden heeft gehad.\n\nBIJLAGE II: De bewijsmiddelen\n\nHet proces-verbaal van bevindingenvan 12 oktober 2023, p.20-21\n\nOp 12 oktober 2023 bevonden wij ons op de [adres 2] te Heerlen, aan de achterzijde van de aldaar gelegen flat. Wij zagen dat er aan de achterzijde van de flat een persoon op de grond lag. Wij zagen dat deze persoon lag onder het tweede balkon gezien vanaf de [straatnaam 1] . Ik liep naar de vrouw die eerder bij de gewonde man stond. Zij verklaarde dat zij de man aan het balkon had zien hangen en dat een andere man deze man naar boven wilde trekken. Dat de man uiteindelijk toch viel en dat de andere man na een aantal minuten kwam kijken bij de gewonde en meteen ook weer weg liep. Teneinde de identiteit van de gewonde man te achterhalen bekeken wij de telefoon van het slachtoffer. Wij openden de telefoon en zagen in de fotogalerij foto's waarop vermoedelijk verdovende middelen, en de productie hiervan, te zien waren.\n\nHet proces-verbaal van bevindingenvan 12 oktober 2023, p.23-24\n\nOp 12 oktober 2023 was ik op de [adres 2] \u002F [straatnaam 2] in verband met een incident hulpverlening van een persoon die vanaf een balkon omlaag was gevallen. Ter plaatse kon achterhaald worden dat het om appartement [huisnummer] ging. Terwijl ik de woning betrad, rook ik bij binnenkomst in de woonkamer een weeïge geur, mij bekend als de geur van amfetamine. Ik zag diverse aanwijzingen waaruit ik vermoedde dat er in de woning harddrugs vervaardigd werden. Ik zag onder andere in de woonkamer:\n\n- Naast de tv een geel gasmasker liggen met een filterbus.\n\n- Op het dressoir in de woonkamer lagen resten wit poeder en doorzichtige kristallen,\n\nalsmede gele rubberen handschoenen, een zwart gasmasker met filter en een weegschaal\n\nmet resten kristalachtige stof. In de keuken stond een witte speciekuip met daarin een oa een maatbeker, een mes, en spatels. Vervolgens zag ik op het balkon meerdere jerrycans staan.\n\nHet proces-verbaal van aanhouding verdachtevan 12 oktober 2023, p.245\n\nOp 12 oktober 2023 gingen wij ter plaatse in het Zuyderland ziekenhuis in Heerlen op verzoek van officier van dienst politie [naam 3] . Aldaar zou een onbekende man liggen die eerder op de dag van een balkon was gevallen. Volgens [naam 3] zou er een drugslab zijn aangetroffen in de woning waar de man van zou zijn gevallen. Aldaar troffen wij een Spaanssprekende man aan die aangaf [medeverdachte 2] te heten.\n\nHet proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagnamevan 13 oktober 2023, p.34\n\nOp 12 oktober 2023 werd voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de woning, [adres 2] Heerlen. Tijdens de doorzoeking werd het volgende in beslag genomen: Gasmasker zwart, Gasmasker geel, Zakje cocaïne, Handschoenen zwart, Zakje brok heroïne, Zakje brok heroïne, Bolletje cocaïne, Zakje MDMA wit, Zakje MDMA bruin, Zak met opschrift “Caus 5kg”, Zak kleur paars met vloeistof, Zak met opschrift “Perka 3kg”, Zak met opschrift “Wijnsteen 2kkg”.\n\nHet proces-verbaal van bevindingenvan 24 oktober 2023, p.117\n\nHet is mij ambtshalve bekend dat de combinatie van de substantie Caus, Perka, Wijnsteen en Amfetamine gebruikt kan worden voor de productie van synthetische drugs.\n\nHet proces-verbaal van bevindingenvan 12 oktober 2023, p.163\n\nNaar aanleiding van het ontvangen huurcontract van Wonen Limburg in relatie tot het appartement: [adres 2] te Heerlen, ben ik in gesprek gegaan met een medewerker van Wonen Limburg. Op het overzicht zijn twee bankrekeningnummers weergegeven in relatie tot de hoofdhuurder [verdachte] .\n\nDe kennisgeving van inbeslagnemingvan 13 oktober 2023, p.101\n\nPlaats: [adres 2] Heerlen\n\nDatum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur\n\nGoednummer: PL2300-2023162733-1646198, 33 gram heroine bruto\n\nDe kennisgeving van inbeslagnemingvan 13 oktober 2023, p.104\n\nPlaats: [adres 2] Heerlen\n\nDatum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur\n\nGoednummer: PL2300-2023162733-1646209, 6 gram bruto cocaine\n\nDe kennisgeving van inbeslagnemingvan 13 oktober 2023, p.105\n\nPlaats: [adres 2] Heerlen\n\nDatum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur\n\nGoednummer: PL2300-2023162733-1646213, 42 gram bruto amfetamine \u002F crystal meth\n\nDe kennisgeving van inbeslagnemingvan 13 oktober 2023, p.108\n\nPlaats: [adres 2] Heerlen\n\nDatum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur\n\nGoednummer: PL2300-2023162733-1646224, 51 gram bruto crystal meth \u002F amfetamine\n\nDe kennisgeving van inbeslagnemingvan 13 oktober 2023, p.109\n\nPlaats: [adres 2] Heerlen\n\nDatum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur\n\nGoednummer: PL2300-2023162733-1646231, 40 gram bruto mdma \u002F amfetamine\n\nHet proces-verbaal onderzoek verdovende middelenvan 14 november 2023, p.68-73\n\nDe aangeboden partij verdovende middelen bestond uit:\n\nGoednummer: PL2300-2023162733-1646198\n\nSIN: AAQQ7919NL\n\nRelatie met SIN: AAQR6444NL\n\nGoednummer: PL2300-2023162733-1646209\n\nSIN: AAQQ7920NL\n\nRelatie met SIN: AAQR6445NL\n\nGoednummer: PL2300-2023162733-1646231\n\nSIN: AAQQ7921NL\n\nRelatie met SIN: AAQR6446NL\n\nGoednummer: PL2300-2023162733-1646224\n\nSIN: AAQQ7922NL\n\nRelatie met SIN: AAQR6447NL\n\nGoednummer: PL2300-2023162733-1646213\n\nSIN: AAQQ7923NL\n\nRelatie met SIN: AAQR6448NL, AAQR6449NL, AAQR6450NL, AAQR6451NL\n\nDe deskundigenrapporten van ing. M. Visser-van Leeuwen,als rapporteur verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituutte Den Haag van 13 november 2023, p.74-81\n\nKenmerk: AAQR6444NLOmschrijving: brokjes, bruin, uit 32,87 gram\n\nConclusie: bevat heroïne\n\nKenmerk: AAQR6445NL\n\nOmschrijving: poeder, wit, uit 4,54 gram\n\nConclusie: bevat cocaïne\n\nKenmerk: AAQR6446NLOmschrijving: poeder en brokjes, bruin, uit 35,70 gram\n\nConclusie: bevat metamfetamine\n\nKenmerk: AAQR6447NL\n\nOmschrijving: kristal, crèmekleurig, uit 47,30 gram\n\nConclusie: bevat metamfetamine\n\nKenmerk: AAQR6448NL\n\nOmschrijving: kristal, wit, uit 4,67 gram\n\nConclusie: bevat metamfetamine\n\nKenmerk: AAQR6449NL\n\nOmschrijving: kristal, wit, uit 2,10 gram\n\nConclusie: bevat metamfetamine\n\nKenmerk: AAQR6450NL\n\nOmschrijving: kristal, crèmekleurig, uit 21,27 gram\n\nConclusie: bevat metamfetamine\n\nKenmerk: AAQR6451NL\n\nOmschrijving: kristal, wit, uit 9,39 gram\n\nConclusie: bevat metamfetamine\n\nHet proces-verbaal van bevindingenvan 22 november 2023, p.180\n\nOp 12 oktober 2023 werd in de woning [adres 2] [huisnummer] te Heerlen een productielocatie voor synthetische drugs aangetroffen. In het appartement werden diverse goederen bemonsterd voor DNA-onderzoek.\n\nDe kennisgeving van inbeslagnemingvan 13 oktober 2023, p.91\n\nPlaats: [adres 2] Heerlen\n\nDatum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur\n\nAAPV8333NL: zwartkleurig gasmasker (aangetroffen woonkamer)\n\nDe kennisgeving van inbeslagnemingvan 13 oktober 2023, p.95\n\nPlaats: [adres 2] Heerlen\n\nDatum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur\n\nAAPV8335NL: geelkleurig gasmasker (aangetroffen woonkamer)\n\nDe deskundigenrapportagevan dr. PJ. Herbergs, forensisch DNA-deskundige, verbonden aanThe Maastricht Forensic Institute, van 16 november 2023, p.182-188\n\nBemonstering: Gehele contactvlak met het gezicht van het gasmasker (met SIN AAPV8335NL)\n\nDNA-profiel: DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man.*\n\nMogelijke donor van celmateriaal: Verdachte [medeverdachte 2] .\n\nOm een uitspraak te doen over het mogelijk aanwezig zijn van celmateriaal van verdachte [medeverdachte 2] in de bemonstering 'gehele contactvlak met het gezicht van het gasmasker (met SIN AAPV8335NL) AAQJ4430NL' is de likelihood-ratio (LR) methode toegepast. Daarbij worden de resultaten bezien in het licht van twee, elkaar uitsluitende hypothesen:\n\nHypothese 1: de bemonstering van het spoor bevat DNA van verdachte [medeverdachte 2] en twee onbekende, niet verwante personen.\n\nHypothese 2: de bemonstering van het spoor bevat DNA van drie onbekende, niet verwante\n\npersonen.\n\nDe resultaten van het onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.\n\nBemonstering: Gehele contactvlak met het gezicht van gasmasker (met SIN AAPV8333NL)DNA-profiel: DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man.* Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man. De frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard.\n\nMogelijke donor van celmateriaal: [medeverdachte 1] (DNA-hoofdprofiel)\n\nBemonstering: Rondom de filterventielen aan de binnenzijde van het gasmasker (met SIN AAPV8333NL)\n\nDNA-profiel: DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard\n\nMogelijke donor van celmateriaal: [medeverdachte 1]\n\n Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van de Districtsrecherche Parkstad-Limburg, proces-verbaalnummer LB2R023104-51, gesloten d.d. 15 februari 2024, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 305.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:6520","2026-07-13T00:29:32.446Z",1,20]