[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"court-category-rotterdam-theft-nl":3},{"court":4,"category":9,"stats":15,"decisions":21,"total":16,"page":48,"limit":49},{"id":5,"name":6,"country":7,"slug":8},61,"Rotterdam","nl","rotterdam",{"id":10,"slug":11,"name":12,"country":13,"createdAt":14},107,"theft-nl","Theft","NL","2026-07-08T16:56:56.553Z",{"totalDecisions":16,"dateRange":17,"topProvisions":20},3,{"min":18,"max":19},"2026-06-12T00:00:00.000Z","2026-07-07T00:00:00.000Z",[],[22,32,40],{"id":23,"ecli":24,"slug":25,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":19,"fullText":27,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":29,"sourceTimestamp":19,"parsedAt":30,"updatedAt":31},"1221","ECLI:NL:RBROT:2026:8067","ecli-nl-rbrot-2026-8067","","Rechtbank Rotterdam\n\nMeervoudige kamer strafzaken\n\nParketnummers: 10\u002F073695-26, 10\u002F008304-26 en 10\u002F353396-25 (gevoegd ter terechtzitting)\n\nParketnummers vordering tenuitvoerlegging (TUL): 10\u002F329152-22 en 10\u002F201224-24\n\nDatum uitspraak: 7 juli 2026\n\nDatum zitting: 23 juni 2026\n\nTegenspraak\n\nVerdachte:\n\n [verdachte] ,\n\ngeboren op [geboortedatum 1] 2005 in [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] ),\n\ningeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] te [woonplaats] ,\n\ngedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] , [detentieafdeling] .\n\nAdvocaat van de verdachte: mr. M.R. de Kok\n\nOfficier van justitie: mr. R.J.E. Planken\n\nBenadeelde partij: [benadeelde]\n\nKern van het vonnis\n\nDe verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere vermogensdelicten, vernieling en het overtreden van een gedragsaanwijzing. Omdat de vernieling niet aan de verdachte is toe te rekenen, wordt hij ten aanzien daarvan ontslagen van alle rechtsvervolging. De overige feiten worden de verdachte in verminderde mate toegerekend. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf opgelegd van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. Aan het voorwaardelijk strafdeel worden bijzondere voorwaarden verbonden. De vorderingen tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.1. Tenlastelegging\n\nDe volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:\n\nParketnummer 10\u002F073695-26\n\n1\n\nhij op of omstreeks 9 maart 2026 te Rotterdam, althans in Nederland,\n\n50 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat\u002Fdie geheel of ten dele\n\naan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen\n\nmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen\n\nwelke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en\u002Fof gevolgd van geweld en\u002Fof\n\nbedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] ,\n\ngepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en\u002Fof gemakkelijk te\n\nmaken, en\u002Fof om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht\n\nmogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door voornoemd\n\ngeldbedrag onverhoeds uit de hand van die [slachtoffer 1] en\u002Fof gleuf van de\n\npinautomaat te grissen en\u002Fof weg te pakken en\u002Fof zich te verzetten tegen die [slachtoffer 1] en\u002Fof zich los te rukken.\n\n2\n\nhij op of omstreeks 9 maart 2026 te Rotterdam, althans in Nederland,\n\n150 euro, althans een geldbedrag bestaande uit meerdere bankbiljetten, in elk geval\n\nenig goed, dat\u002Fdie geheel of ten dele aan de Albert Heijn (vestiging [adres 2] , Rotterdam), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft\n\nweggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen\n\nwelke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en\u002Fof gevolgd van geweld en\u002Fof\n\nbedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] ,\n\ngepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en\u002Fof gemakkelijk te\n\nmaken, en\u002Fof om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht\n\nmogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door\n\n- onverhoeds in de kassalade van de kassa waaraan die [slachtoffer 2] op dat moment werkzaam was te graaien, en\u002Fof\n\n- vervolgens voormeld geldbedrag uit die kassa te grissen en\u002Fof rukken.\n\n3\n\nhij op of omstreeks 10 maart 2026 te Rotterdam, althans in Nederland,\n\n100 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat\u002Fdie geheel of ten dele\n\naan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n)heeft weggenomen met het\n\noogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen\n\nwelke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en\u002Fof gevolgd van geweld en\u002Fof\n\nbedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] ,\n\ngepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en\u002Fof gemakkelijk te\n\nmaken, en\u002Fof om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht\n\nmogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door voornoemd\n\ngeldbedrag onverhoeds uit de hand van die [slachtoffer 3] te grissen en\u002Fof trekken\n\nParketnummer 10\u002F353396-26\n\nhij op of omstreeks 29 december 2025 te Rotterdam,\n\nopzettelijk en wederrechtelijk\n\neen of meerdere ruiten, in elk geval enig goed, dat\u002Fdie geheel of ten dele aan een\n\nander, te weten aan [slachtoffer 4] en\u002Fof Woningstichting Woonstad Rotterdam,\n\ntoebehoorde\n\nheeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en\u002Fof weggemaakt.\n\nParketnummer 10\u002F008304-25\n\nhij op of omstreeks 8 januari 2026 te Rotterdam\n\nopzettelijk\n\nheeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel\n\n509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van Strafvordering, te weten de\n\ngedragsaanwijzing d.d. 30 december 2025, gegeven door de officier van justitie te\n\nRotterdam\n\ndoor kort weergegeven inhoudende dat hij, verdachte:\n\n- zich niet zal ophouden in\u002Fop\u002Frond de Josephstraat 52 te Rotterdam en\n\n- zich zal onthouden van contact met [slachtoffer 4] , geboren [geboortedatum 2] 2002, [naam 1] , geboren op [geboortedatum 3] 2012,\n\n [naam 2] , geboren [geboortedatum 4] 2019,\n\n [naam 3] , geboren [geboortedatum 5] 1974,\n\n [naam 4] , geboren [geboortedatum 6] 2008,\n\ndoor zich op te houden in\u002Fop\u002Frond de [adres 3] en\u002Fof contact op te nemen\n\nmet die [naam 4] .2. Bewijs2.1.. \n\nVordering van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor alle feiten. Ten aanzien van feit 2 onder parketnummer 10\u002F073695-26 heeft zij vrijspraak gevorderd voor het bestanddeel geweld.2.2.. \n\nConclusie van de verdediging\n\nDe verdediging heeft zich ten aanzien van feit 1 onder parketnummer 10\u002F073695-26 en de feiten onder parketnummers 10\u002F008304-26 en 10\u002F353396-25 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van feit 2 en feit 3 onder parketnummer 10\u002F073695-26 heeft de verdediging aangevoerd dat het bestanddeel geweld niet kan worden bewezen en daarvoor vrijspraak bepleit.\n\n2.3.. Oordeel van de rechtbank2.3.1.. \n\nBewezenverklaring en bewijsmiddelen\n\nDe volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.\n\nDe bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten onder parketnummers 10\u002F008304-26 en 10\u002F353396-25 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven. Ook ten aanzien van feit 2 onder parketnummer 10\u002F073695-26 wordt volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.\n\nParketnummer 10\u002F073695-26\n\nFeit 2\n\nDe bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 23 juni 2026;\n\nHet proces-verbaal van aangifte nummer [nummer proces-verbaal 1] (pagina’s 40 en 41 van het zaaksdossier), inhoudende als verklaring van de aangever [naam 5] ;\n\nHet proces-verbaal van politie nummer [nummer proces-verbaal 2] (pagina’s 1 en 2 van het aanvullend proces-verbaal behorende bij het zaaksdossier), inhoudende als relaas van de verbalisant [naam 6] .\n\nParketnummer 10\u002F008304-26\n\nDe bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 23 juni 2026;\n\nHet proces-verbaal van politie nummer [nummer proces-verbaal 3] , (pagina’s 9 en 10 van het zaaksdossier), inhoudende als relaas van de verbalisanten [naam 7] en [naam 8] of één van hen;\n\nEen ander geschrift, te weten een gedragsaanwijzing in de zaak met parketnummer 10\u002F353396-25.\n\nParketnummer 10\u002F353396-25\n\nDe bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 23 juni 2026;\n\nHet proces-verbaal van aangifte nummer [nummer proces-verbaal 4] , (pagina’s 7 en 8 van het zaaksdossier), inhoudende als verklaring van de aangeefster [slachtoffer 4] .\n\nDe bewezenverklaring van feit 1 en feit 3 onder parketnummer 10\u002F073695-26 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelenen de onderstaande bewijsmotivering.\n\nFeit 1\n\n1. Verklaring van de verdachte\n\nOp 9 maart 2026 was ik bij de Geldmaat in Rotterdam. Ik heb toen 50 euro gepakt uit de gleuf van een geldautomaat terwijl dat geld van iemand anders was.\n\n2. Proces-verbaal van de politie\n\nOp 9 maart 2026, omstreeks 08:30 uur bevond ik mij op het Binnenwegplein 6A te Rotterdam. Ik liep bij de Geldmaat naar binnen. Ik stond bij de pinautomaat en ik wilde 100 euro contant storten op mijn bankrekening. Ik voelde en zag ineens achter mij een man. Ik zag dat de man zijn hand bij de gleuf van de pinautomaat hield, om mijn contante geld te pakken. Ik draaide mij om en ik pakte de man bij zijn jas vast. De man probeerde naar de uitgang te lopen. Dit is de man uiteindelijk gelukt. De man heeft uiteindelijk 50 euro contant bij zich kunnen houden.\n\n3. Proces-verbaal van de politie\n\nOp 9 maart 2026, omstreeks 08.29 uur, vond er bij de Geldmaat Binnenwegplein in Rotterdam een diefstal plaats. Van de diefstal zijn camerabeelden aanwezig van Geldmaat Binnenwegplein in Rotterdam. De camerabeelden voor de diefstal op 9 maart 2026 betreffen camerabeelden op de datum van 9 maart 2026 tussen de tijdstippen 08.15 uur en 08.45 uur.\n\nBestandnaam stream 3:\n\n(..)\n\n08.30: Ik zie dat de persoon zijn zwarte rugtas op zijn borst draagt en naar de vrouw bij de geldautomaat kijkt. Ik zie dat de persoon naast haar gaat staan bij de geldautomaat. Ik zie dat de persoon veel om zich heen kijkt. Ik zie dat de persoon een snelle beweging naar de vrouw maakt bij de geldautomaat. Ik zie dat de man naar het geld grijpt uit de geldautomaat waar de vrouw bij staat. Ik zie dat de vrouw de persoon tegen wil houden. Ik zie dat de persoon zich verzet en zich losrukt en vervolgens de Geldmaat Binnenwegplein in Rotterdam uitrent. Ik zie dat de vrouw verbaasd om zich heen kijkt en vervolgens weer verder achter de persoon loopt die weggerend is.\n\nFeit 3\n\n1. Verklaring van de verdachte\n\nOp 10 maart 2026 was ik bij de Geldmaat in Rotterdam. Ik heb toen 100 euro gepakt uit de handen van een mevrouw die daar net geld had gepind.\n\n2. Proces-verbaal van de politie\n\nOp 10 maart 2026 omstreeks 09:45 uur, stond ik binnen bij de geldautomaat welke is gevestigd op het Binnenwegplein 6A Rotterdam. Ik had mijn bankpas in de automaat gestopt. Ik voerde mijn pincode in en drukte op 100 euro en koos voor twee biljetten van 50 euro. Ik zag dat er twee biljetten van 50 euro uit de automaat kwam. Ik haalde de biljetten eruit en begon de biljetten te vouwen. Terwijl ik aan het vouwen was met mijn beide handen draaide ik mij om richting de uitgang omdat ik naar buiten wilde lopen. Ik zag opeens dat de twee biljetten welke ik net had gevouwen uit mijn handen werd getrokken. Ik tilde mijn hoofd op en ik zag dat er een jongen tegenover mij stond. Ik zag dat de dader zich omdraaide en naar buiten rende.\n\n3. Proces-verbaal van de politie\n\nOp 10 maart 2026, om 09.44 uur, vond er een diefstal met geweld plaats bij de Geldmaat op het Binnenwegplein. Van de diefstal met geweld zijn camerabeelden aanwezig.\n\nIk, verbalisant, zag op stream 4 het volgende: Ik zag dat er een vrouw de ruimte inliep. Ik zag dat zij door de ingang liep om 09.43 uur in de richting van de automaten.\n\nIk, verbalisant, herkende haar door het signalement uit de aangifte als: [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 7] -1980 te [geboorteplaats 2] .\n\nIk zag dat er een man de ruimte inliep. Ik zag dat hij door de ingang liep om 09.44 uur in de richting van de automaten.\n\n Ik, verbalisant, herkende deze man onmiddellijk als zijnde aangehouden verdachte: [verdachte] , geboren op [verdachte] -2005 te [geboorteplaats 1] .\n\nIk zag [slachtoffer 3] om 09.43 uur in beeld komen. Ik zag dat [slachtoffer 3] vanaf de ingang naar een automaat liep. Ik zag dat ze een pas in de automaat stopte. Ik zag om 09.44 dat [voornaam verdachte] vanaf de ingang naar binnen liep. Ik zag dat [slachtoffer 3] met haar rechterhand iets uit de automaat pakte. Ik zag dat [voornaam verdachte] linksachter op ongeveer een meter afstand van [slachtoffer 3] ging staan. Ik zag dat [slachtoffer 3] iets uit de automaat pakte dat leek op biljetten en deze met beide handen vastpakte. Ik zag dat [voornaam verdachte] zich verplaatste en rechtsachter op ongeveer een meter afstand van [slachtoffer 3] ging staan en tegelijk nog steeds constant naar [slachtoffer 3] keek. Ik zag dat [slachtoffer 3] zich rechtsom wegdraaide van de automaat. Ik zag dat [voornaam verdachte] met veel kracht met 2 handen iets uit [slachtoffer 3] haar handen pakte. Ik zag dat hierdoor [slachtoffer 3] een stukje werd meegetrokken. Ik zag dat [voornaam verdachte] zich met de biljetten in zijn hand omdraaide en wegrende naar de uitgang. Ik zag dat [slachtoffer 3] achter [voornaam verdachte] aanrende.2.3.2.. \n\nBewijsmotivering\n\nDe rechtbank is gelet op de inhoud van de hierboven opgenomen bewijsmiddelen van oordeel dat de verdachte bij feit 1 en feit 3 ook geweld heeft gebruikt bij de diefstal. In geval van feit 1 bestond het geweld uit het weggrissen van het geld en het zich lostrekken uit de greep van de aangeefster. In geval van feit 3 bestond het geweld uit het (met kracht) trekken van het geld uit de handen van de aangeefster waardoor deze een stukje werd meegetrokken. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het gebruiken van geweld bij het plegen van feit 2.2.3.3.. Volledige bewezenverklaring\n\nBewezen is dat:\n\nParketnummer 10\u002F073695-26\n\n1\n\nhij op of omstreeks9 maart 2026 te Rotterdam,althans in Nederland,\n\n50 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat\u002Fdiegeheel of ten dele\n\naan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een andertoebehoorde(n)heeft weggenomen\n\nmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen\n\nwelke diefstal werd voorafgegaan,vergezeld en\u002Fofgevolgd van gewelden\u002Fof\n\nbedreiging met geweldtegen die [slachtoffer 1] ,\n\ngepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en\u002Fofgemakkelijk te\n\nmaken, en\u002Fofom, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht\n\nmogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door voornoemd\n\ngeldbedrag onverhoeds uit de hand van die [slachtoffer 1] en\u002Fofgleuf van de\n\npinautomaat te grissen en\u002Fofweg te pakken en\u002Fofzich te verzetten tegen die [slachtoffer 1] en\u002Fofzich los te rukken.\n\n2\n\nhij op of omstreeks9 maart 2026 te Rotterdam,althans in Nederland,\n\n150 euro, althans een geldbedrag bestaande uit meerdere bankbiljetten, in elk geval\n\nenig goed, dat\u002Fdiegeheel of ten deleaan de Albert Heijn (vestiging\n\n [adres 2] , Rotterdam), in elk geval aan een ander toebehoorde(n)heeft\n\nweggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen\n\nwelke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en\u002Fof gevolgd van geweld en\u002Fof\n\nbedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] ,\n\ngepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en\u002Fof gemakkelijk te\n\nmaken, en\u002Fof om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht\n\nmogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door\n\n- onverhoeds in de kassalade van de kassa waaraan die [slachtoffer 2] op dat moment werkzaam was te graaien, en\u002Fof\n\n- vervolgens voormeld geldbedrag uit die kassa te grissen en\u002Fof rukken.\n\n3\n\nhij op of omstreeks10 maart 2026 te Rotterdam,althans in Nederland,\n\n100 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat\u002Fdiegeheel of ten dele\n\naan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een andertoebehoorde(n)heeft weggenomen met het\n\noogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen\n\nwelke diefstal werd voorafgegaan,vergezelden\u002Fof gevolgdvan gewelden\u002Fof\n\nbedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] ,\n\ngepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en\u002Fofgemakkelijk te maken,en\u002Fof om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,door voornoemd geldbedrag onverhoeds uit de hand van die [slachtoffer 3] tegrissen en\u002Foftrekken\n\nParketnummer 10\u002F353396-26\n\nhij op of omstreeks29 december 2025 te Rotterdam,\n\nopzettelijk en wederrechtelijk\n\neen ofmeerdere ruiten,in elk geval enig goed, dat\u002Fdie geheel of ten dele aan een\n\nander, te weten aan [slachtoffer 4] en\u002Fof Woningstichting Woonstad Rotterdam, toebehoorden\n\nheeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en\u002Fof weggemaakt.\n\nParketnummer 10\u002F008304-25\n\nhij op of omstreeks8 januari 2026 te Rotterdam\n\nopzettelijk\n\nheeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van Strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 30 december 2025, gegeven door de officier van justitie te Rotterdam\n\ndoorkort weergegeven inhoudende dat hij, verdachte:\n\n- zich niet zal ophouden in\u002Fop\u002Frond de Josephstraat 52 te Rotterdam en\n\n- zich zal onthouden van contact met [slachtoffer 4] , geboren [geboortedatum 1] 2002, [naam 1] , geboren op [geboortedatum 3] 2012,\n\n [naam 2] , geboren [geboortedatum 4] 2019,\n\n [naam 3] , geboren [geboortedatum 5] 1974,\n\n [naam 4] , geboren [geboortedatum 1] 2008,\n\ndoor zich op te houden in\u002Fop\u002Frond de [adres 3] en\u002Fofcontact op te nemen\n\nmet die [naam 4] .3. Kwalificatie en strafbaarheid3.1.. \n\nKwalificatie\n\nDe bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:\n\nParketnummer 10\u002F073695-26\n\n1. diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld, gepleegd tegen personen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;\n\n2. diefstal;\n\n3. diefstal, vergezeld van geweld, gepleegd tegen personen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken;\n\nParketnummer 10\u002F353396-26\n\nopzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering;\n\nParketnummer 10\u002F008304-25\n\nopzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.\n\n3.2.. \n\nStrafbaarheid van de feiten\n\nDe feiten zijn strafbaar.3.3.. \n\nStrafbaarheid van de verdachte\n\nDe verdachte is onderzocht door psychiater [naam 9] . Uit zijn rapport van 15 mei 2026 volgt dat bij de verdachte sprake is van een psychotische stoornis met gehoorhallucinaties en achtervolgingswaandenkbeelden, een stoornis in het gebruik van cannabis en zwakbegaafdheid dan wel een licht verstandelijke beperking. Ten tijde van de feiten waren deze stoornissen aanwezig. Ten aanzien van de vernieling (parketnummer 10\u002F008304-25) overweegt de psychiater dat de verdachte door waandenkbeelden ervan overtuigd was dat zijn zussen en moeder werden aangevallen en dat de verdachte hen wilde beschermen door de ruiten in te gooien. De psychiater adviseert daarom dit feit bij een bewezenverklaring in het geheel niet aan de verdachte toe te rekenen. Met betrekking tot de overige feiten kan aan de ene kant een materieel motief in overweging worden genomen en anderzijds de floride psychotische ziekteverschijnselen van de verdachte, met affectieve en cognitieve beperkingen, ook van zijn vermogen tot oordeel en kritiek. De psychiater adviseert bij een bewezenverklaring deze feiten in verminderde mate toe te rekenen aan de verdachte.\n\nDe rechtbank verenigt zich met bovenstaande conclusies van de psychiater en neemt deze over. De vernieling kan daarom niet aan de verdachte worden toegerekend. Dat betekent dat de verdachte voor dat feit niet strafbaar is en dat hij daarvoor zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Ten aanzien van de overige feiten is de rechtbank van oordeel dat deze feiten in verminderde mate aan de verdachte kunnen worden toegerekend. De verdachte is echter wel strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid volledig uitsluiten. De rechtbank zal bij de strafoplegging rekening houden met de verminderde mate van toerekenbaarheid.4. Straf4.1.. \n\nEis van de officier van justitie\n\nDe verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden als geadviseerd door de reclassering.4.2.. \n\nStandpunt van de verdediging\n\nDe verdediging heeft bepleit dat het jeugdstrafrecht moet worden toegepast. De verdediging is van mening dat de verdachte al langer in voorarrest heeft gezeten dan de straf die moet worden opgelegd, maar de verdediging vindt het belangrijker dat de verdachte niet op straat wordt gezet zonder hulp.4.3.. Oordeel van de rechtbank4.3.1.. \n\nErnst en omstandigheden van de feiten\n\nDe verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks strafbare feiten. Ten eerste heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het overtreden van een gedragsaanwijzing die de verdachte was opgelegd. Daarmee heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de personen ten aanzien van wie het contact- en locatieverbod was opgelegd. Daarnaast heeft de verdachte zich in twee dagen tijd schuldig gemaakt aan drie vermogensdelicten, te weten twee diefstallen met geweld en een winkeldiefstal. Dergelijke diefstallen zorgen voor gevoelens van angst en onrust bij de slachtoffers en in de samenleving. Met zijn handelen heeft de verdachte laten zien dat hij de lichamelijke integriteit en het eigendom van anderen niet respecteert.4.3.2.. \n\nPersoon en persoonlijke omstandigheden\n\nStrafblad\n\nUit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 1 juni 2026 blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor onder meer een vermogensdelict.\n\nPro Justitia rapport en reclasseringsadvies\n\nUit het rapport van de psychiater dat hiervoor is besproken volgt dat bij de verdachte sprake is van meerdere stoornissen. De psychiater acht het van belang dat de verdachte hiervoor wordt behandeld. De verdachte dient aanvankelijk klinisch te worden behandeld in een Forensisch Psychiatrische Kliniek (hierna: FPK) voor zijn psychotische stoornis. Aansluitend dient resocialisatie plaats te vinden via beschermd of begeleid wonen en ambulante nazorg onder toezicht van de reclassering. Dit dient vormgegeven te worden in het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel naast de eerder afgegeven zorgmachtiging.\n\nUit het reclasseringsadvies van Leger des Heils van 15 juni 2026 volgt dat de reclassering op vrijwel alle leefgebieden van de verdachte problemen ziet. De psychische problematiek van de verdachte is het meest prominent aanwezig en behoeft direct behandeling in een klinische vorm. Het vanaf januari 2025 lopende toezicht bij de reclassering heeft niet geleid tot verbetering van de situatie van de verdachte. De opname die in de afgegeven zorgmachtiging is opgenomen, wordt als niet toereikend geacht. Tevens wordt de verdachte bij elke instelling waar hij is aangemeld afgewezen, omdat zij niet de passende hulp kunnen bieden bij de aanwezige problematiek. Een klinische opname wordt als enige haalbare mogelijkheid gezien. Vanwege de reeds lopende zorgmachtiging kan de FPK waar de verdachte is aangemeld hem op dit moment niet opnemen. Zij hebben de verdachte op een wachtlijst geplaatst. Daarna kunnen zij de verdachte wel opnemen in de kliniek. Derhalve acht de reclassering het van belang dat de verdachte in detentie zal verblijven tot de zorgmachtiging is afgelopen. De zorgmachtiging loopt tot 2 september 2026. De reclassering adviseert het volwassenstrafrecht toe te passen en om bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen.4.3.3.. Oplegging straf\n\nDe verdediging heeft bepleit dat het jeugdstrafrecht dient te worden toegepast. De rechtbank ziet gelet op de persoon van de verdachte en de uitgebrachte rapportages hiertoe geen aanleiding.\n\nGelet op de ernst van de strafbare feiten en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het\n\nbepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die\n\nin soortgelijke zaken zijn opgelegd, het strafblad van de verdachte en het gegeven dat de feiten hem in verminderde mate kunnen worden toegerekend. Ook is rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de eis van de officier van justitie aan de hoge kant is. Aan de verdachte wordt daarom een gevangenisstraf van 9 maanden, met aftrek van voorarrest,\n\nwaarvan 3 maanden voorwaardelijk, opgelegd. De rechtbank verbindt aan de\n\nvoorwaardelijke straf een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarden die de\n\nreclassering heeft geadviseerd. De voorwaardelijke straf en bijzondere voorwaarden zijn\n\nbedoeld om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.5. In beslag genomen voorwerpen5.1.. \n\nStandpunt van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie heeft gevorderd dat het geldbedrag van € 100,- dat in beslag is genomen in de zaak met parketnummer 10\u002F073695-26 aan de rechthebbende moet worden teruggegeven.5.2.. \n\nStandpunt van de verdediging\n\nDe verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.5.3.. Oordeel van de rechtbank5.3.1.. \n\nTeruggave\n\nDe rechtbank beslist tot de teruggave van het in beslag genomen geldbedrag van € 100,- aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, namelijk [slachtoffer 3] .6. Vordering van de benadeelde partij6.1.. \n\nVordering [benadeelde]\n\n heeft als benadeelde partij voor feit 3 onder parketnummer 10\u002F073695-26 € 100,- als vergoeding voor materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.6.2.. \n\nOordeel van de rechtbank\n\nUit hetgeen hiervoor onder hoofdstuk 5 is overwogen, volgt dat het in beslag genomen geldbedrag van € 100,- aan de benadeelde partij zal worden teruggeven. Daarmee is er niet langer sprake van de door artikel 361 Wetboek van Strafvordering vereiste rechtstreekse schade, zodat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.\n\n6.3.. \n\nProceskosten\n\nDe rechtbank veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging van de vordering, omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.7. Vordering tot tenuitvoerlegging7.1.. \n\nVordering\n\nParketnummer 10\u002F329152-22\n\nDe officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 77 dagen, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.\n\nParketnummer 10\u002F201224-24\n\nDe officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 13 dagen, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de bijzondere voorwaarden dat de verdachte mee zou werken aan een behandelverplichting en zich zou inzetten voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald wek en\u002Fof vrijetijdsbesteding.7.2.. \n\nStandpunt van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de vorderingen moeten worden afgewezen en dat de in de zaken met parketnummers 10\u002F329152-22 en 10\u002F201224-24 gesteldevoorwaarden moeten worden gewijzigd naar de voorwaarden die in dit vonnis worden opgelegd.7.3.. \n\nStandpunt van de verdediging\n\nDe verdediging heeft bepleit dat de vorderingen moeten worden afgewezen.7.4.. \n\nOordeel van de rechtbank\n\nDe nu bewezen feiten zijn tijdens de proeftijd gepleegd en door het plegen van de feiten heeft de verdachte zich niet gehouden aan de onder parketnummer 10\u002F329152-22 gestelde voorwaarde geen strafbare feiten te plegen. Blijkens het advies van 4 november 2025 van de reclassering heeft de verdachte zich onvoldoende gehouden aan meerdere bijzondere voorwaarden die hem waren opgelegd.\n\nDe rechtbank ziet toch af van de tenuitvoerlegging, omdat zij dit niet opportuun acht gezien de op te leggen straf en het daarnaast in het belang van de verdachte is dat hij zo snel mogelijk behandeling ondergaat. De vorderingen worden dus afgewezen. Wel zullen de voorwaarden worden gewijzigd, omdat in dit vonnis ook voorwaarden aan de verdachte worden opgelegd en het in het belang van de verdachte is dat de voorwaarden die zijn verbonden aan de drie vonnissen gelijkluidend zijn.\n\nDe voorwaarden opgelegd in de vonnissen van 15 oktober 2024 en 26 oktober 2023 worden gewijzigd, namelijk zoals hieronder omschreven bij het in dit vonnis voorwaardelijk opgelegde strafdeel.8. Wettelijke voorschriften\n\nDe oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 184a, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.9. Beslissingen\n\nDe rechtbank:\n\nBewezenverklaring\n\nverklaart bewezen dat de verdachte de feiten onder parketnummers 10\u002F073695-26, 10\u002F008304-26 en 10\u002F353396-25, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;\n\nKwalificatie en strafbaarheid\n\nstelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;\n\nverklaart de verdachte voor het bewezenverklaarde feit onder parketnummer 10\u002F353396-25 niet strafbaar en ontslaat de verdachte voor dat feit van alle rechtsvervolging;\n\nverklaart de verdachte ten aanzien van de andere strafbare feiten strafbaar;\n\nStraf\n\nGevangenisstraf\n\nveroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 9 maanden;\n\nVoorwaardelijk strafdeel\n\nbepaalt dat 3 maanden van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;\n\nverbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar,waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;\n\nstelt als algemene voorwaarde dat:\n\n- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;\n\nstelt als bijzondere voorwaarden dat:\n\nde verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;\n\nde verdachte zich tijdens de proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, laat opnemen in en behandelen door De Woenselse Poort of een soortgelijke Forensische zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start zo spoedig mogelijk nadat de proeftijd is gestart en zodra de plaatsing mogelijk is. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op behandeling van de psychotische stoornis, de stoornis in het gebruik van cannabis, ondersteuning ten aanzien van zwakbegaafdheid en in het herstellen van de relatie met zijn ouders en zus. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. De verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt de verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;\n\nde verdachte zich aansluitend aan de klinische opname, gedurende de proeftijd laat behandelen door een nader door de reclassering te bepalen zorgverlener, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start aansluitend op de klinische opname. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek en ondersteuning op praktische leefgebieden. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;\n\nde verdachte aansluitend op de klinische opname, gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een nader door de reclassering te bepalen instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang. Het verblijf start aansluitend op de klinische opname. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;\n\nde verdachte gedurende de proeftijd geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek\u002Fademonderzoek\u002Fspeekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;\n\nde verdachte gedurende de proeftijd geen alcohol gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek\u002Fademonderzoek\u002Fspeekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;\n\nde verdachte spant zich na de klinische opname in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en\u002Fof vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;\n\ngeeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:\n\nmeewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;\n\nmeewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;\n\nIn beslag genomen voorwerpen\n\n- beveelt de teruggave van een geldbedrag van € 100,- aan de rechthebbende;\n\nTenuitvoerlegging voorwaardelijke straffen (parketnummers10\u002F329152-22 en 10\u002F201224-24)\n\nwijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de in de vonnissen van 15 oktober 2024 en 26 oktober 2023 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraffen;\n\nwijzigt de voorwaarden verbonden aan deze vonnissen, als volgt, namelijk zoals hierboven omschreven bij het in dit vonnis voorwaardelijk opgelegde strafdeel;\n\nVordering benadeelde partij\n\nverklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering (feit 3 onder parketnummer 10\u002F073695-26);\n\nveroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op € 0.\n\n10. Samenstelling rechtbank en ondertekening\n\nDit vonnis is gewezen door:\n\nmr. R.H. Kroon, voorzitter,\n\nen mrs. J.C. Tijink en Y. Peters, rechters,\n\nin tegenwoordigheid van mr. L.R. van Zaanen, griffier,\n\nen uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 7 juli 2026.\n\nMr. J.C. Tijink is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.\n\n De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier met nummer [dossiernummer]\n\n Verklaard tijdens de zitting van 23 juni 2026.\n\n Proces-verbaal aangifte door [slachtoffer 1] van 9 maart 2026, pagina’s 9 tot en met 12.\n\n Proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 34 tot en met 36.\n\n Verklaard tijdens de zitting van 23 juni 2026.\n\n Proces-verbaal aangifte van 10 maart 2026, pagina’s 16 tot en met 18.\n\n Proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 29 tot en met 31.","rechtspraak_nl","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:8067","2026-07-08T16:52:53.682Z","2026-07-13T00:29:10.777Z",{"id":33,"ecli":34,"slug":35,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":36,"fullText":37,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":38,"sourceTimestamp":19,"parsedAt":30,"updatedAt":39},"1228","ECLI:NL:RBROT:2026:8070","ecli-nl-rbrot-2026-8070","2026-06-23T00:00:00.000Z","Rechtbank Rotterdam\n\nMeervoudige kamer strafzaken\n\nParketnummers: 10\u002F089597-22 en 10\u002F243807-21 (gevoegd ter terechtzitting)\n\nDatum uitspraak: 23 juni 2026\n\nTegenspraak\n\nVerdachte:\n\n [verdachte] ,\n\ngeboren op [geboortedatum] 2000 in [geboorteplaats] ,\n\ningeschreven op het adres: [adres 1] , [postcode] te [woonplaats] .\n\nAdvocaat van de verdachte: mr. A.H.J. Strak\n\nOfficier van justitie: mr. R.J.E. Planken\n\nKern van het vonnis\n\nDe verdachte heeft een woninginbraak gepleegd en 5,1 gram cocaïne vervoerd. De rechtbank veroordeelt de verdachte voor deze feiten tot een gevangenisstraf die gelijk is aan de tijd die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht, te weten 12 dagen. Daarnaast wordt aan de verdachte een taakstraf opgelegd voor de duur van 100 uren. Bij de strafoplegging heeft de rechtbank rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn en artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.1. Tenlastelegging\n\nDe volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:\n\nParketnummer 10\u002F089597-22\n\nhij op of omstreeks 8 april 2022 te Krimpen aan den IJssel,\n\ntezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen\n\nin een woning, te weten een woning gelegen aan de [adres 2] te Krimpen aan den IJssel, alwaar verdachte en\u002Fof zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en),\n\neen hoeveelheid contant geld, een of meerdere waardebonnen, een autosleutel en\u002Fof een fietssleutel, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en\u002Fof zijn mededader(s) toebehoorde(n)\n\nheeft weggenomen\n\nmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,\n\nterwijl verdachte en\u002Fof zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft\u002Fhebben verschaft en\u002Fof die weg te nemen goederen onder zijn\u002Fhun bereik heeft\u002Fhebben gebracht door middel van braak, verbreking en\u002Fof inklimming.\n\nParketnummer 10\u002F243807-21\n\nhij op of omstreeks 11 september 2021 te Rotterdam\n\nopzettelijk\n\nheeft verkocht en\u002Fof afgeleverd en\u002Fof verstrekt en\u002Fof vervoerd,\n\nin elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,\n\nongeveer 7,01 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.2. Bewijs2.1.. \n\nVordering van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor beide feiten.2.2.. \n\nConclusie van de verdediging\n\nDe verdachte moet worden vrijgesproken ten aanzien van het ten laste gelegde vervoer van de cocaïne. Voor het overige heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.2.3.. Oordeel van de rechtbank2.3.1.. \n\nBewezenverklaring en bewijsmiddelen\n\nBewezen is dat de verdachte beide feiten heeft gepleegd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2.\n\nDe bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen. Als hoger beroep wordt ingesteld, zal het vonnis worden aangevuld met een bijlage met daarin de inhoud van de bewijsmiddelen.2.3.2.. Volledige bewezenverklaring\n\nBewezen is dat:\n\nParketnummer 10\u002F089597-22\n\nhij op of omstreeks8 april 2022 te Krimpen aan den IJssel,\n\ntezamen en in vereniging met een of meeranderen,althans alleen\n\nin een woning, te weten een woning gelegen aan de [adres 2] te Krimpen aan den IJssel, alwaar verdachte en\u002Fofzijn mededader(s)zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en),\n\neen hoeveelheid contant geld, een ofmeerdere waardebonnen, een autosleutel en\u002Fofeen fietssleutel,in elk geval enig goed, diegeheel of ten deleaan [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en\u002Fof zijn mededader(s)toebehoorde(n)\n\nheeft weggenomen\n\nmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,\n\nterwijl verdachte en\u002Fofzijn mededader(s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijfheeft\u002Fhebben verschaft en\u002Fofdie weg te nemen goederen onderzijn\u002Fhun bereikheeft\u002Fhebben gebracht door middel van braak, verbrekingen\u002Fofinklimming.\n\nParketnummer 10\u002F243807-21\n\nhij op of omstreeks11 september 2021 te Rotterdam\n\nopzettelijk\n\nheeft verkocht en\u002Fof afgeleverd en\u002Fof verstrekt en\u002Fofvervoerd,\n\nin elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,\n\nongeveer 7,01 gram, in elk gevaleen hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.3. Kwalificatie en strafbaarheid3.1.. \n\nKwalificatie\n\nDe bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:\n\nParketnummer 10\u002F089597-22\n\ndiefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;\n\nParketnummer 10\u002F243807-21\n\nopzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.\n\n3.2.. \n\nStrafbaarheid van de feiten en van de verdachte\n\nDe feiten en de verdachte zijn strafbaar.4. Straffen4.1.. \n\nEis van de officier van justitie\n\nDe verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 dagen met aftrek van voorarrest en een taakstraf voor de duur van 100 uur.4.2.. \n\nStandpunt van de verdediging\n\nDe verdediging heeft verzocht geen gevangenisstraf aan de verdachte op te leggen van een langere duur dan de tijd die hij al heeft doorgebracht in voorarrest en daarnaast eventueel een taakstraf.4.3.. Oordeel van de rechtbank4.3.1.. \n\nErnst en omstandigheden van de feiten\n\nDe verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een woninginbraak. Dit is een ernstig feit. Het moet heel beangstigend zijn geweest voor de bewoner om te ontdekken dat vreemden zijn woning zijn binnengedrongen en daar goederen hebben gestolen. Daarnaast veroorzaken dergelijke feiten gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het vervoeren van harddrugs. Het is algemeen bekend dat het gebruik van verdovende middelen zoals cocaïne grote risico’s voor de gezondheid oplevert. De verspreiding van en handel in drugs gaan bovendien gepaard met vele andere vormen van criminaliteit en geweld. Met zijn handelen heeft de verdachte bijgedragen aan het in stand houden van dit ernstige maatschappelijke probleem.4.3.2.. \n\nPersoon en persoonlijke omstandigheden\n\nStrafblad\n\nUit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 1 juni 2026 blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor een poging tot woninginbraak en voor overtreding van de Opiumwet. Daarnaast houdt de rechtbank er in het voordeel van de verdachte rekening mee dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.\n\nRapport van de reclassering\n\nIn het rapport van de Reclassering Nederland staat het volgende.\n\nDe verdachte heeft niet mee willen werken aan het opstellen van het reclasseringsadvies en daardoor is er weinig zicht op de criminogene factoren van de verdachte. Uit dossieronderzoek en de politieverklaring van de verdachte komt naar voren dat bij de verdachte mogelijk sprake is van problemen op het gebied van financiën, het ontbreken van een zinvolle dagbesteding en een negatief sociaal netwerk. Bovendien zijn er ook signalen van middelengebruik. Het risico op recidive kan niet worden ingeschat. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen aan de verdachte, omdat zij geen mogelijkheden ziet om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag te veranderen.4.3.3.. \n\nRedelijke termijn\n\nDe verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval in de zaak met parketnummer 10\u002F089597-22 gestart op 9 april 2022, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. In de zaak met parketnummer 10\u002F243807-21 is de redelijke termijn gestart op 12 september 2021, omdat de verdachte toen als verdachte is gehoord. Tot aan de datum van dit vonnis is in beide zaken een periode van ruim 4 jaar verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaken twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden. De rechtbank zal hier rekening mee houden bij de strafoplegging.4.3.4.. Oplegging straf\n\nStraf\n\nBij het bepalen van de strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in\n\nvergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het\n\nbepalen van de straf. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de overschrijding van de redelijke termijn en artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. Alles afwegend vindt de rechtbank, net als de officier van justitie, een combinatie van een taakstraf en een gevangenisstraf die gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht passend.\n\nAan de verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf van 12 dagen met aftrek van voorarrest en een taakstraf voor de duur van 100 uur.\n\n5. In beslag genomen voorwerpen5.1.. \n\nStandpunt van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie heeft gevorderd dat het geldbedrag dat in beslag is genomen in de zaak met parketnummer 10\u002F243807-21 verbeurd moet worden verklaard en dat de voorwerpen die in de zaak met parketnummer 10\u002F089597-22 in beslag zijn genomen, moeten worden teruggeven aan de rechthebbende.5.2.. \n\nStandpunt van de verdediging\n\nDe verdediging heeft ten aanzien van het beslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.5.3.. Oordeel van de rechtbank5.3.1.. \n\nVerbeurdverklaring\n\nAls bijkomende straf voor het onder parketnummer 10\u002F243807-21 ten laste gelegde wordt het in beslag genomen geldbedrag van € 420,- verbeurdverklaard, omdat dit geldbedrag door middel van het strafbare feit is verkregen.5.3.2.. \n\nTeruggave\n\nDe rechtbank beslist tot de teruggave van € 27,20,-, 2 STK Waardebon, 1 STK Munt, 1 STK Foto en 1 STK Manchetknoop aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, namelijk [slachtoffer] . Deze voorwerpen zijn in beslag genomen onder parketnummer 10\u002F089597-22.6. Wettelijke voorschriften\n\nDe oplegging van deze straffen en maatregel is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d, 33, 33a, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.7. Beslissingen\n\nDe rechtbank:\n\nBewezenverklaring\n\nverklaart bewezen dat de verdachte de feiten onder parketnummers 10\u002F089597-22 en 10\u002F243807-21, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;\n\nKwalificatie en strafbaarheid\n\nstelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;\n\nverklaart de verdachte strafbaar;\n\nStraffen en maatregel\n\nGevangenisstraf\n\nveroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 dagen;\n\nbeveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;\n\nTaakstraf\n\nveroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 100 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;\n\nbeveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van 50 dagen;\n\nIn beslag genomen voorwerpen\n\n- verklaart € 420,-verbeurd voor het feit onder parketnummer 10\u002F243807-21;\n\n- beveelt de teruggave van € 27,20,-, 2 STK Waardebon, 1 STK Munt, 1 STK Foto en 1 STK Manchetknoop aan de rechthebbende.8. Samenstelling rechtbank en ondertekening\n\nDit vonnis is gewezen door:\n\nmr. R.H. Kroon, voorzitter,\n\nen mrs. J.C. Tijink en Y. Peters, rechters,\n\nin tegenwoordigheid van mr. L.R. van Zaanen, griffier,\n\nen uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 23 juni 2026.\n\nMr. J.C. Tijink is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:8070","2026-07-13T00:29:11.097Z",{"id":41,"ecli":42,"slug":43,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":44,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":45,"sourceTimestamp":46,"parsedAt":30,"updatedAt":47},"1817","ECLI:NL:RBROT:2026:7838","ecli-nl-rbrot-2026-7838","Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam\n\nMeervoudige kamer strafzaken\n\nParketnummers: 10-061694-26, 10-047995-26 (ttz. gev.) en 10-060894-26 (ttz. gev.)\n\nParketnummers vorderingen tenuitvoerlegging (TUL): 10-194455-25 en 10-257926-25\n\nDatum uitspraak: 12 juni 2026\n\nDatum zitting: 12 juni 2026\n\nTegenspraak\n\nVerdachte:\n\n [verdachte] ,\n\ngeboren op [geboortedatum] 1978 op [geboorteland] ,\n\ningeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] [woonplaats] ,\n\ngedetineerd in Detentiecentrum [verblijfsplaats] .\n\nAdvocaat van de verdachte: mr. S. Ben Ahmed\n\nOfficier van justitie: mr. N. van der Meij\n\nKern van het vonnis\n\nDe verdachte is binnen twee weken tijd drie keer winkels binnengegaan terwijl hij voor die winkels een winkelverbod had. Bij een van die keren heeft hij zich ook schuldig gemaakt aan diefstal. Hij deed dit telkens omdat hij in de winkels lege flessen wilde inleveren. De spullen die hij in een van de winkels stal waren lege flessen (die bij de sap-automaat stonden). De verdachte is verslaafd en heeft psychische problemen. Hij is al vele maken veroordeeld voor diefstallen e.d.\n\nAan de verdachte wordt een gevangenisstraf voor de duur van zes weken opgelegd.\n\nDe proeftijd van een ingediende vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken wordt verlengd, met toevoeging van een nieuwe bijzondere voorwaarde.1. Tenlastelegging\n\nDe officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – goederen heeft gestolen en driemaal wederrechtelijk een besloten lokaal is binnengedrongen.\n\nDe volledige tenlastelegging (hierna ook beschuldiging) houdt in dat de verdachte\n\nParketnummer 10-061694-26\n\n1.\n\nop of omstreeks 27 februari 2026 te Rotterdam één of meer flessen, in elk geval enige goederen, dat\u002Fdie geheel of ten dele aan Albert Heijn gevestigd aan [adres 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;\n\n2.\n\nop of omstreeks 27 februari 2026 te Rotterdam in het besloten lokaal gevestigd aan [adres 2] bij Albert Heijn, althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 14 januari 2026 schriftelijk de toegang tot die Albert Heijn ontzegd voor de duur van 24 maanden;\n\nParketnummer 10-047995-26\n\nop of omstreeks 16 februari 2026 te Rotterdam, in het besloten lokaal aan de [adres 3] bij Albert Heijn, althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 14 januari 2026 schriftelijk de toegang tot die Albert Heijn ontzegd voor de duur van 24 maanden;\n\nParketnummer 10-060894-26\n\nop of omstreeks 24 februari 2026 te Rotterdam, in het besloten lokaal [adres 4] bij de Lidl, althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 18 januari 2026 schriftelijk de toegang tot die winkel ontzegd voor de duur van 12 maanden.2. Bewijs2.1.. \n\nVordering van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie heeft gevorderd dat de feiten waarvan de verdachte wordt beschuldigd worden bewezen verklaard.2.2.. \n\nConclusie van de verdediging\n\nDe verdediging heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van het bewijs van de tenlastegelegde feiten. De tenlastegelegde feiten zijn door de verdachte bekend.2.3.. Oordeel van de rechtbank2.3.1.. \n\nBewezenverklaring en bewijsmiddelen\n\nDe bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen. Als hoger beroep wordt ingesteld, zal het vonnis worden aangevuld met een bijlage met daarin een opgave van de bewijsmiddelen.\n\nBewezen is dat:\n\nParketnummer 10-061694-26\n\nFeit 1\n\nde verdachte op 27 februari 2026 te Rotterdam flessen die aan Albert Heijn gevestigd aan [adres 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;\n\nFeit 2\n\nde verdachte op 27 februari 2026 te Rotterdam in het besloten lokaal gevestigd aan [adres 2] , bij Albert Heijn in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was hem, verdachte, met ingang van 14 januari 2026 schriftelijk de toegang tot die Albert Heijn ontzegd voor de duur van 24 maanden;\n\nParketnummer 10-047995-26\n\nde verdachte op 16 februari 2026 te Rotterdam, in het besloten lokaal aan de [adres 3] , bij Albert Heijn in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was hem, verdachte, met ingang van 14 januari 2026 schriftelijk de toegang tot die Albert Heijn ontzegd voor de duur van 24 maanden;\n\nParketnummer 10-060894-26\n\nde verdachte op 24 februari 2026 te Rotterdam, in het besloten lokaal [adres 4] , bij de Lidl in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was hem, verdachte, met ingang van 18 januari 2026 schriftelijk de toegang tot die winkel ontzegd voor de duur van 12 maanden.3. Kwalificatie en strafbaarheid3.1.. \n\nKwalificatie\n\nDe bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:\n\nParketnummer 10-061694-26 feit 1\n\ndiefstal;\n\nParketnummers 10-061694-26 feit 2, 10-047995-26 en 10-060894-26, telkens\n\nin het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.\n\n3.2.. \n\nStrafbaarheid van de feiten en van de verdachte\n\nDe feiten en de verdachte zijn strafbaar.4. Straf4.1.. \n\nEis van de officier van justitie\n\nDe verdachte moet voor de tenlastegelegde feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf weken, met aftrek van voorarrest.4.2.. \n\nStandpunt van de verdediging\n\nEen gevangenisstraf van maximaal de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht is passend.4.3.. Oordeel van de rechtbank4.3.1.. \n\nErnst en omstandigheden van de feiten\n\nDe verdachte is in twee weken tijd drie keer een winkel binnengegaan waarvoor hij een winkelverbod had. Hij deed dit om lege flessen in te leveren. Verder heeft hij in een van die winkels lege flessen die bij de sap-automaat stonden gestolen, met de bedoeling om die flessen voor statiegeld in te leveren.\n\nDe verdachte kreeg de winkelverboden omdat hij eerder diefstallen had gepleegd in de betreffende winkels. Om dat te voorkomen willen de eigenaren hem daar niet meer binnen hebben. De verdachte heeft hier lak aan gehad, wat hinderlijk is en voor overlast zorgt en hem er in een van de gevallen opnieuw toe heeft gebracht om te stelen.4.3.2.. \n\nPersoon en persoonlijke omstandigheden\n\nStrafblad\n\nUit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 19 mei 2026 blijkt dat de verdachte eerder meermaals onherroepelijk is veroordeeld, onder meer tot gevangenisstraffen, voor soortgelijke strafbare feiten.\n\nHet strafblad van de verdachte leidt dus tot een hogere straf.\n\nRapport van de reclassering\n\nIn het rapport van Verslavingsreclassering GGZ van 1 juni 2026 staat het volgende.\n\nDe verdenkingen passen in een patroon van eerdere veroordelingen in 2024 en 2025 voor soortgelijke feiten, te weten verwervingsdelicten om met name in het middelengebruik te kunnen voorzien. In oktober 2025 heeft de verdachte reclasseringstoezicht met bijzondere voorwaarden opgelegd gekregen. Vanwege detentie is de start van de executie van dit toezicht verschoven naar eind december 2025. Daarna is het reclasseringstoezicht per half februari 2026 toegewezen aan een toezichthouder. Zij heeft echter geen contact met de verdachte kunnen leggen vanwege zijn dakloosheid. Zij heeft wel enige acties voor de verdachte ondernomen, waaronder het regelen van huisvesting. Nu de verdachte weer in beeld is en de verwachting is dat hij dit ook blijft, adviseert de reclassering om alsnog vorm te geven aan het eerder opgelegde reclasseringstoezicht. Daarbij is een aanvulling op de reeds geldende bijzondere voorwaarden gericht op dagbesteding passend. Na detentie is er een geschikte woonplek voor de verdachte beschikbaar bij de beschermde woonvorm [woonlocatie] van [zorginstelling] . Het risico op recidive en het onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als hoog.4.3.3.. \n\nOplegging straf\n\nGelet op de ernst van de strafbare feiten en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan is rekening gehouden met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Ook is rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten. Daarom wordt een gevangenisstraf van zes weken opgelegd, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.5. Voorlopige hechtenis\n\nDe rechtbank zal het bevel voorlopige hechtenis met ingang van heden opheffen, omdat de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf korter is dan de tijd die hij inmiddels in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Deze beslissing is afzonderlijk vastgelegd.6. Vorderingen tot tenuitvoerlegging6.1.. \n\nVorderingen\n\nDe officier van justitie heeft twee vorderingen ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte bij vonnissen van respectievelijk 30 juni 2025 en 3 oktober 2025 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraffen van twee weken (parketnummer 10-194455-25) en vier weken (parketnummer 10-257926-25), omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.\n\n6.2.. \n\nStandpunt van de officier van justitie\n\nDe vordering in de zaak met parketnummer 10-194455-25 moet worden afgewezen.\n\nDe vordering in de zaak met parketnummer 10-257926-25 moet worden afgewezen. De proeftijd moet worden verlengd en de bijzondere voorwaarden moeten worden gewijzigd.6.3.. \n\nStandpunt van de verdediging\n\nDe vordering in de zaak met parketnummer 10-194455-25 moet worden afgewezen. De vordering in de zaak met parketnummer 10-257926-25 moet worden afgewezen en de proeftijd moet worden verlengd zodat de bijzondere voorwaarden blijven gelden en de nieuw voorgestelde bijzondere voorwaarde hieraan kan worden verbonden.6.4.. \n\nOordeel van de rechtbank\n\nDe nu bewezen feiten zijn tijdens de beide proeftijden gepleegd. Door het plegen van de feiten heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan de beide voorwaardelijke veroordelingen verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zal plegen.\n\nDe rechtbank ziet toch af van de gevorderde tenuitvoerleggingen, omdat dit gelet op de problematiek van de verdachte niet passend is. Beide vorderingen worden dus afgewezen.\n\nHet is wel nodig de proeftijd in de zaak met parketnummer 10-257926-25 te verlengen met 1 jaar en de bijzondere voorwaarden uit te breiden. Dit is van belang om de verdachte de verdere ondersteuning te bieden die hij nodig heeft. De reclasseringsinstelling die belast is met het toezicht op de bijzondere voorwaarden wordt gewijzigd en als bijzondere voorwaarde wordt toegevoegd dat de verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van een dagbesteding.7. Wettelijke voorschriften\n\nDe oplegging van de straf is gebaseerd op de artikelen 57, 138 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.8. Beslissingen\n\nDe rechtbank:\n\nBewezenverklaring\n\nverklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 in de zaak met parketnummer 10-061694-26 en de feiten in de zaken met de parketnummers 10-047995-26 en 10-060894-26, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;\n\nKwalificatie en strafbaarheid\n\nstelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;\n\nverklaart de verdachte strafbaar;\n\nStraf\n\nveroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van zes weken;\n\nbeveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;\n\nVoorlopige hechtenis\n\nheft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van vandaag;\n\nTenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 10-194455-25)\n\nwijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de in het vonnis van 30 juni 2025 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf;\n\nTenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 10-257926-25)\n\nwijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de in het vonnis van 3 oktober 2025 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf;\n\nverlengt de proeftijd van de bij dit vonnis opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf met 1 jaar;\n\nwijzigt de voorwaarden verbonden aan de in dit vonnis aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf, als volgt:\n\nin de eerste voorwaarde wordt ‘Fivoor reclassering, op Marconistraat 2, 3029 AK te Rotterdam’ vervangen door ‘Fivoor reclassering op de Westerstraat 5-9 te Rotterdam’;\n\nde volgende bijzondere voorwaarde wordt toegevoegd: ‘dat de veroordeelde zich inspant voor het vinden en behouden van betaald of onbetaald werk, met een vaste structuur’.9. Samenstelling rechtbank en ondertekening\n\nDit vonnis is gewezen door:\n\nmr. M.K. Asscheman-Versluis, voorzitter,\n\nen mrs. L. Feraaune en H. Wielhouwer, rechters,\n\nin tegenwoordigheid van mr. E.D. Bijl, griffier,\n\nen uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 12 juni 2026.\n\nMrs. L. Feraaune en H. Wielhouwer zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:7838","2026-07-03T00:00:00.000Z","2026-07-13T00:29:40.237Z",1,20]