Skip to main content

ECLI:NL:GHAMS:2026:1755

Rechtbank

Amsterdam

Datum

1 July 2026

Taal

nl

Samenvatting

Rechtsvraag

Strafrecht

Uitspraak / Beslissing

Uitspraak

Amsterdam

Procedure: UitspraakDomain: StrafrechtType: uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003331-23

datum uitspraak: 1 juli 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 8 december 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-104210-23 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboorteplaats] 1995,

adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 maart 2025 en 17 juni 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte, zijn raadsman en de advocaat van de benadeelde partij naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1. primair hij op of omstreeks 8 juli 2022 en/of 9 juli 2022 te Amsterdam [slachtoffer], door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het afsluiten van de woning en/of het op slot doen van de deur van de woning gelegen aan de [adres 2] en/of het uittrekken van de kleding van die [slachtoffer] en/of het (zonder toestemming) betasten van die [slachtoffer], (die [slachtoffer]) heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten

  • het tongzoenen, althans zoenen op de mond van die [slachtoffer] en/of

  • het zoenen in de nek en/of het zoenen van de borsten, althans het zoenen van het lichaam van die [slachtoffer] en/of

  • het oraal binnendringen van de vagina van die [slachtoffer] en/of

  • het met zijn vingers binnendringen van de vagina van die [slachtoffer];

1. subsidiair

hij op of omstreeks 8 juli 2022 en/of 9 juli 2022 te Amsterdam, [slachtoffer], door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het afsluiten van de woning en/of het op slot doen van de deur van de woning gelegen aan de [adres 2] en/of het uittrekken van de kleding van die [slachtoffer] en/of het (zonder toestemming) betasten van die [slachtoffer], (die [slachtoffer]) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten

  • het tongzoenen, althans zoenen op de mond van die [slachtoffer] en/of

  • het zoenen in de nek en/of het zoenen van de borsten, althans het zoenen van het

lichaam van die [slachtoffer] en/of

  • het oraal binnendringen van de vagina van die [slachtoffer] en/of

  • het met zijn vingers binnendringen van de vagina van die [slachtoffer];

2. hij op of omstreeks 8 juli 2022 en/of 9 juli 2022 te Amsterdam opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door, (na binnenkomst in de woning gelegen aan de [adres 2]) die woning (gelegen aan de [adres 2]) af te sluiten en/of de deur van die woning op slot te doen en/of (daarna) de sleutel van de (buiten)deur weg te halen;

3. primair hij op of omstreeks 8 juli 2022 en/of 9 juli 2022 te Amsterdam, [slachtoffer] heeft mishandeld door haar een pil met amfetamine toe te dienen, althans door haar te dwingen een pil met amfetamine, zijnde een verdovende en/of schadelijke stof, in te nemen en/of te controleren of die [slachtoffer] de pil daadwerkelijk had doorgeslikt;

3. subsidiair hij op of omstreeks 8 juli 2022 en/of 9 juli 2022 te Amsterdam, een ander, te weten [slachtoffer], door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander, (die [slachtoffer]) wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten de inname van amfetamine, althans de inname van een verdovende en/of schadelijke stof, door haar een pil met (deze) amfetamine toe te dienen, althans door haar te dwingen een pil met amfetamine, zijnde een verdovende en/of schadelijke stof, in te nemen en/of te controleren of die [slachtoffer] de pil daadwerkelijk had doorgeslikt.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Procesverloop

De zaak is behandeld op de terechtzitting in hoger beroep van 26 maart 2025. Het hof heeft bij tussenarrest van 9 april 2025 geoordeeld dat het zich onvoldoende voorgelicht achtte over wat zich precies tussen de verdachte en [slachtoffer] heeft afgespeeld en op welke momenten bepaalde gedragingen zich hebben voorgedaan, omdat een directe verklaring van [slachtoffer] ontbrak. Het hof heeft het gesloten onderzoek daarom heropend en verwezen naar de raadsheer-commissaris voor het doen horen van [slachtoffer] als getuige. Dit verhoor heeft op 25 augustus 2025 plaatsgevonden.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Overwegingen hof

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de feiten 1 primair, 2 en 3 subsidiair. De feiten kunnen worden bewezen op grond van de verklaring van [slachtoffer]. Zij heeft consistent verklaard en haar verklaring wordt ondersteund door het whatsappgesprek tussen [slachtoffer] en de verdachte en de verklaringen van getuigen die kort na het feit contact met [slachtoffer] hebben gehad en beschrijven dat zij zeer geëmotioneerd was. De verklaring die [slachtoffer] bij de raadsheer-commissaris heeft afgelegd komt overeen met de verklaring die zij eerder heeft afgelegd, aldus de advocaat-generaal.

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de dwangelementen die voor een bewezenverklaring van de feiten 1 en 3 subsidiair vereist zijn, ontbreken. Ook feit 2 kan niet bewezen worden, nu het enkel op slot doen van een deur niet meebrengt dat iemand daarmee wederrechtelijk van zijn of haar vrijheid wordt beroofd.

Het hof overweegt als volgt

Verklaring aangeefster

De aangeefster is via een dating app met de verdachte in contact gekomen. Zij hebben telefoonnummers uitgewisseld, waarna zij via WhatsApp met elkaar hebben afgesproken in Amsterdam om wat te gaan drinken in een bar of een club. Nadat zij elkaar hadden ontmoet op het metrostation, zijn ze samen gaan lopen. Aangeefster bemerkte dat ze in een woonwijk terecht kwamen en bedacht dat dat niet een plek was waar een club of bar zou zijn. Zij nam aan dat de verdachte in die woonwijk woonde. Ze heeft de verdachte niet gevraagd of hij daar woonde en is met hem meegegaan. Ze wilde liever naar huis, maar heeft dit niet tegen de verdachte gezegd. Toen ze bij de verdachte in zijn huis kwamen, zag aangeefster dat de verdachte met zijn sleutel de voordeur op slot draaide. De sleutel liet hij in het slot zitten. Op een gegeven moment zijn ze op de bank gaan zoenen. Aangeefster weet niet meer wie daarmee was begonnen. Zij heeft verklaard dat ze niet verder wilde dan zoenen en daarom aan de verdachte vroeg waarom ze niet naar de club gingen. De verdachte zei dat zij daar zo meteen of later heen zouden gaan.

De aangeefster heeft verklaard dat zij na het zoenen aan de verdachte liet merken dat zij niet van hem gediend was, door te vragen of ze nog naar de club zouden gaan. Zij heeft niet tegen hem gezegd dat ze niet van hem gediend was. De verdachte raakte haar vervolgens aan op haar borsten. Aangeefster vroeg toen aan de verdachte waar de wc was en is daarheen gegaan. In de wc heeft aangeefster aan een vriendin onder andere de tekst ‘help’ geappt. Toen ze de wc uitstapte, zag ze dat de verdachte de sleutel uit de voordeur haalde en in zijn broekzak stopte. Aangeefster verklaarde dat zij daardoor in paniek raakte, maar dat ze dat niet aan de verdachte heeft laten merken door te huilen, te schreeuwen of er iets van te zeggen.

Vervolgens zijn de verdachte en aangeefster terug naar de woonkamer gegaan, waar de verdachte de kleding van aangeefster en zijn eigen kleding heeft uitgetrokken, en zijn ze naar de slaapkamer gegaan. De aangeefster weet niet meer of zij zelf heeft voorgesteld om naar de slaapkamer te gaan, of dat de verdachte dit heeft gedaan. In de slaapkamer heeft de verdachte een pil uit een lade gepakt. Aangeefster moest die doorslikken. Zij weet niet meer of zij de pil in haar hand kreeg, of dat de verdachte deze in haar mond heeft gedaan. Zij nam de pil niet vrijwillig maar heeft de pil wel doorgeslikt. Op het bed zijn de seksuele handelingen verder gegaan. Zij lag onderop en deed zelf niets. De aangeefster weet niet meer of zij heeft gezegd dat de verdachte moest stoppen en of zij heeft gezegd dat ze seks wilde. Het gaat om dingen die zij nooit heeft gewild.

Betrouwbaarheid

Het hof overweegt dat er geen aanleiding is om te twijfelen aan de betrouwbaarheid en de geloofwaardigheid van de verklaring van de aangeefster. Haar verklaring vindt steun in de WhatsApp gesprekken met de verdachte en met [naam 1] en in de door diezelfde avond door de verbalisanten en de getuigen [naam 2] en [naam 3] waargenomen emoties. Het hof gaat voor de vaststelling van de feiten dan ook uit van de verklaring van de aangeefster. Daarnaast merkt het hof op dat de verklaringen van de aangeefster en van de verdachte voor een groot deel overeenkomen. De verklaringen verschillen echter als het gaat over de vrijwilligheid van de aangeefster tot het ondergaan dan wel dulden van seksuele handelingen en het innemen van de pil. De aangeefster heeft verklaard dat zij de seks en de pil niet wilde. De verdachte meent dat de aangeefster daarvan niets heeft laten blijken.

De vraag die voorligt, is of bewezen kan worden dat er seksuele handelingen met de aangeefster hebben plaatsgevonden en zij een pil heeft ingenomen op onvrijwillige basis en waartoe zij door geweld of feitelijkheden werd gedwongen.

Feit 1

Dwang

Op 1 juli 2024 is de zedenwetgeving op een belangrijk punt gewijzigd: voor een bewezenverklaring van aanranding en verkrachting is het niet (meer) nodig dat het slachtoffer tot de seksuele handelingen is gedwongen. Van een ontbrekende wil onder deze nieuwe wetgeving is sprake indien er geen positieve wilsuiting is. De aan de verdachte ten laste gelegde feiten hebben zich echter afgespeeld in 2022, ruim vóór de inwerkingtreding van de nieuwe wet, zodat het hof de feiten zal beoordelen aan de hand van de "oude" zedenwetgeving.

Bij de artikelen 242 (oud) en 246 (oud) van het wetboek van Strafrecht (Sr) staat het door (bedreiging met) geweld of een andere feitelijkheid dwingen van de ander tot (het plegen of ondergaan van) de seksuele handelingen centraal.

Van de voor verkrachting of aanranding vereiste dwang kan sprake zijn wanneer de verdachte gebruik heeft gemaakt van geweld, bedreiging met geweld of van zogenaamde ‘feitelijkheden’, zijnde gedragingen die in de gegeven omstandigheden iemand kunnen dwingen de seksuele handelingen te dulden of te plegen. Te denken valt aan het aanwenden van overwicht en/of het gebruik van gebiedende woorden of onverhoeds handelen. Deze dwang kan gedurende een seksuele ontmoeting geleidelijk of plotseling ontstaan.

In de dwang ligt het vereiste opzet bij de verdachte besloten: vast moet komen staan dat de verdachte tenminste bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer de seksuele handelingen bestaande uit het seksueel binnendringen tegen zijn/haar wil heeft ondergaan of geduld. Hiervan zal doorgaans sprake zijn als door de verdachte op het slachtoffer geweld wordt uitgeoefend of wordt gedreigd met geweld voorafgaand aan of tijdens de seksuele handelingen, of wanneer sprake is van (aanhoudende) uitlatingen en bewegingen van het slachtoffer die duiden op kenbaar verzet tegen de seks.

Maar van verkrachting of aanranding kan ook sprake zijn als de verdachte door middel van feitelijkheden opzettelijk een zodanige psychische druk heeft uitgeoefend of het slachtoffer in een zodanige

afhankelijkheidssituatie heeft gebracht dat het slachtoffer zich daardoor naar redelijke verwachting niet tegen het seksuele binnendringen of de aanranding heeft kunnen verzetten, of dat de verdachte het slachtoffer heeft gebracht in een zodanige door hem veroorzaakte (bedreigende) situatie dat het slachtoffer zich naar redelijke verwachting niet aan die handelingen heeft kunnen onttrekken.

Naarmate die feitelijkheden minder als vanzelfsprekend dwingend zijn, zal meer gewicht toekomen aan het samengaan met een kenbare vorm van verzet bij het slachtoffer, en naarmate dat verzet juist minder of niet kenbaar is, zal meer gewicht toekomen aan de dwingende aard van de feitelijkheden om te kunnen komen tot de conclusie dat de verdachte tenminste bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer de seksuele handelingen tegen zijn/haar wil heeft ondergaan.

Het hof is van oordeel dat in de onderhavige zaak onvoldoende vast is komen te staan dat er sprake was van dwang in de zin van de artikelen 242 en 246 (oud) Sr. Daartoe overweegt het hof dat uit de verklaring van aangeefster en het dossier niet volgt dat de verdachte de aangeefster heeft gedwongen tot seks. De verklaring van aangeefster biedt daarnaast onvoldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat de verdachte tenminste bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de aangeefster seksuele handelingen tegen haar wil heeft ondergaan of geduld. Hoewel aangeefster heeft verklaard dat zij niet wilde, viel dit voor de verdachte uit de uiterlijke verschijningsvorm van haar gedragingen niet af te leiden. Uit de verklaring van aangeefster volgt immers niet dat zij zich heeft verzet of anderszins aan de verdachte kenbaar heeft gemaakt dat zij niet wilde. Hoewel het hof aanneemt dat de aangeefster de seks niet wilde en ook onplezierig vond, levert dat niet een verkrachting en evenmin een aanranding in juridische zin op.

Feit 3

Naar het oordeel van het hof kan evenmin met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte de aangeefster heeft gedwongen tot het innemen van een pil. De verdachte heeft verklaard dat hij in de slaapkamer een pil heeft gepakt, aan aangeefster heeft aangeboden en dat zij de pil wilde slikken. Uit de verklaring van de aangeefster volgt niet, althans daaruit komt onvoldoende concreet naar voren, dat zij door de verdachte is gedwongen om de pil in te nemen. Zij heeft zich niet verzet en de verdachte heeft geen geweld gebruikt of daarmee gedreigd en ook kan niet worden vastgesteld dat hij de pil (tegen haar wil) in haar mond heeft gestopt.

Feit 2

Naar het oordeel van het hof levert het op slot draaien van de voordeur en de sleutel daaruit halen niet zonder meer opzettelijke wederrechtelijke vrijheidsberoving in de zin van artikel 282 Sr op. Niet kan worden bewezen dat de aangeefster niet de mogelijkheid had de woning te verlaten. De verdachte heeft weliswaar bij binnenkomst in de woning de voordeur op slot gedraaid, maar hij heeft toen de sleutel in de voordeur laten zitten tot in elk geval het moment dat aangeefster naar de wc ging. Aangeefster was op dat moment nog gekleed, zag dat de sleutel in de voordeur zat en heeft de woning niet verlaten. Uit haar verklaring volgt verder dat zij, nadat zij van de wc kwam en zag dat de verdachte de sleutel uit het slot haalde, op geen enkel moment tegen de verdachte heeft gezegd dat zij weg wilde dan wel anderszins aan de verdachte kenbaar heeft gemaakt dat zij de woning wilde verlaten.

Conclusie

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair, 1 subsidiair, 2, 3 primair en 3 subsidiair is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 7.918,12. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.525,69. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt vrijgesproken ter zake van het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2, 3 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2, 3 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. Stalenhoef, mr. M.L. Leenaers en mr. A.E. Kleene-Krom, in tegenwoordigheid van mr. R.M. ter Horst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 juli 2026.

=========================================================================

proces-verbaal uitspraak


GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003331-23

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, op 1 juli 2026.

Tegenwoordig zijn:

mr. H.A. Stalenhoef, raadsheer,

mr. R.M. ter Horst, griffier.

Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. A.H. Buijsman, advocaat-generaal.

De raadsheer doet de zaak tegen de verdachte [verdachte] uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De raadsman is niet aanwezig.

De raadsheer spreekt het arrest uit.

De raadsheer geeft de verdachte kennis, dat daartegen binnen 14 dagen na heden beroep in cassatie kan worden ingesteld.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

Meer Beslissingen