ECLI:NL:GHARL:2025:8167
Samenvatting
Civiel recht
Uitspraak
Arnhem
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem/Leeuwarden, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.356.105
zaaknummer rechtbank Gelderland 444167
beschikking van 18 december 2025
over de beëindiging van het gezag over [minderjarige1] , [minderjarige2] en [minderjarige3]
in de zaak van
[verzoekster] ,(de moeder)
die woont in [woonplaats1] , advocaat: mr. M.G.M. Frerix,
tegen
de raad voor de kinderbescherming(de raad)
die is gevestigd in Arnhem.
Het hof heeft ook als belanghebbenden aangemerkt:
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Gelderland(de GI)
die is gevestigd in Ede,
en
de gezinshuisouders van [minderjarige2] ( [naam1] ), in [plaats1] ,
en
de pleegouders van [minderjarige3] .
1. Samenvatting
De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, heeft bij beschikking van 26 maart 2025, (hierna: de bestreden beschikking) het gezag van de moeder over de kinderen beëindigd en de GI belast met de voogdij.
Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit hoe het tot die beslissing is gekomen.
2. De feiten
2.1. De moeder en [naam2] (de vader) hebben een relatie met elkaar gehad en zij hebben samen drie kinderen:
[minderjarige1] , geboren [in1] 2012;
[minderjarige2] , geboren [in2] 2016;
[minderjarige3] , geboren [in3] 2019.
2.2.. De moeder had tot aan de bestreden beschikking als enige het gezag over de kinderen.
2.3. De kinderen staan sinds 18 januari 2021 onder toezicht van de GI.
2.4. De kinderen zijn met een machtiging van de kinderrechter uit huis geplaatst. [minderjarige1] en [minderjarige2] zijn in juli 2022 geplaatst in gezinshuis [naam1] , [minderjarige3] in september 2022 in een pleeggezin op een geheim adres. [minderjarige1] woont sinds maart van dit jaar in een gezinshuis in [naam3] .
3. De procedure bij de rechtbank
3.1. De raad heeft de rechtbank verzocht het gezag van de moeder te beëindigen.
3.2. De rechtbank heeft het verzoek van de raad toegewezen. Die beslissing is vastgelegd in de bestreden beschikking.
4. De procedure bij het hof
4.1. De moeder is het niet eens met de beslissing van de rechtbank. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank ongedaan maakt (de beslissing vernietigt).
4.2. De raad wil dat de beslissing in stand blijft (de beslissing bekrachtigt).
4.3. De GI wil dat de beslissing in stand blijft.
4.4.. Ook de gezinshuisouders en de pleegouders willen dat de beslissing in stand blijft.
De informatie die het hof heeft ontvangen
4.5. Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
het beroepschrift, ingekomen op 19 juni 2025
het verweerschrift van de raad
het verweerschrift van de GI
het e-mailbericht van de GI van 22 augustus 2025
de brief namens de moeder van 19 november 2025.
4.6. [minderjarige1] en [minderjarige2] hebben op 17 november 2025 gesproken met een raadsheer van het hof, in het bijzijn van een griffier. Zij hebben verteld wat zij vinden van de beëindiging van het gezag van de moeder.
4.7. De zitting bij het hof was op 21 november 2025. Aanwezig waren:
de moeder met haar advocaat
een vertegenwoordiger van de raad
twee vertegenwoordigers van de GI
de gezinshuismoeder van [minderjarige2]
de pleegouders van [minderjarige3] .
5. De motivering van de beslissing
Wat staat in de wet?
5.1. De rechtbank kan, op grond van artikel 1:266 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW), het gezag van een ouder beëindigen als het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Dat is als er grote zorgen zijn over zijn ontwikkeling. Daarbij moet duidelijk zijn dat de ouder de verzorging en opvoeding niet binnen een aanvaardbare termijn weer zelf op zich kan nemen. De aanvaardbare termijn is de periode van onzekerheid, die een kind kan overbruggen zonder ernstige schade in zijn ontwikkeling op te lopen. De rechtbank kan het gezag van een ouder ook beëindigen als de ouder het gezag misbruikt.
5.2. Het belang van het kind staat voorop. Een kind dat niet bij zijn ouders kan wonen heeft recht op zekerheid over waar het woont en blijft wonen.
Hoe luiden de standpunten?
5.3. De moeder kan zich niet verenigen met de beëindiging van haar gezag over de kinderen. Zij stelt dat volgens het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (het EHRM) slechts sprake kan zijn van een beëindiging van het ouderlijk gezag als de voortzetting van de familieband schadelijk is voor het kind. Dat is hier niet het geval. Bovendien is volgens de moeder de uithuisplaatsing van de kinderen in het vrijwillig kader mogelijk.
Daarnaast wordt volgens de moeder niet voldaan aan het wettelijk criterium van het hiervoor genoemde artikel 1:266 lid 1 BW. Volgens de moeder kan niet worden gesteld dat zij de verzorging en opvoeding niet binnen een aanvaardbare termijn weer zelf op zich kan nemen. De aanvaardbare termijn is volgens haar nog niet verstreken.
Zij kan haar verantwoordelijkheid als gezaghebbende ouder op afstand blijven uitoefenen, waarbij zij meer voor de kinderen kan betekenen. Zij is bereid om aan zichzelf te werken en zij zal een detox-traject aangaan, waardoor er zicht is op verbetering van haar situatie.
5.4. De raad voert aan dat de gezagsbeëindigende maatregel noodzakelijk en in het belang van de kinderen is en dat zowel aan het wettelijk criterium als aan de eisen van het EHRM wordt voldaan.
[minderjarige2] en [minderjarige3] verblijven op een perspectiefbiedende plek. Dat betekent dat de kinderen daar tot hun volwassenheid kunnen opgroeien. [minderjarige1] verblijft sinds eind maart 2025 op een andere groep, omdat zijn problematiek te zwaar werd voor het toenmalige gezinshuis. [minderjarige3] is onlangs gestart met traumatherapie. Het perspectief van de kinderen ligt niet bij de moeder. Dat betekent dat de kinderen niet meer bij de moeder zullen opgroeien. Volgens de raad heeft de GI, anders dan de moeder stelt, zich voldoende ingespannen om terugplaatsing van de kinderen bij de moeder te onderzoeken. De moeder heeft tijdens de ondertoezichtstelling onvoldoende stappen gezet om haar leven structureel te veranderen, zodat zij de kinderen een veilige opvoedomgeving zou kunnen bieden.
5.5. Volgens de GI is het gezag van de moeder terecht beëindigd. De kinderen worden ernstig in hun ontwikkeling bedreigd en de moeder is, als gevolg van aanhoudende persoonlijke problematiek, waaronder verslaving en psychische instabiliteit, niet in staat om binnen een voor de kinderen aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te dragen. De kinderen hebben te maken met forse kind-eigen problematiek. Ze komen uit een onveilige opvoedsituatie en hebben langdurige, gespecialiseerde zorg en stabiliteit nodig. Zij vragen om een trauma-sensitieve opvoeding die de moeder hen niet kan bieden.
Hoe oordeelt het hof?
5.6. Uit de stukken en wat tijdens de zitting is gezegd is het volgende gebleken. De kinderen zijn in het verleden in de thuissituatie getuige geweest van zowel fysieke als verbale agressie tussen de moeder en de vader. Beide ouders kampen met verslaving en persoonlijke problematiek. De kinderen zijn daardoor getraumatiseerd. Het is de moeder, die al ruim twaalf jaar verslaafd is, niet gelukt om de kinderen de basale verzorging te bieden. Zij is niet in staat gebleken om de kinderen de voor hen nodige veiligheid, emotionele warmte, stimulatie, regels en grenzen te bieden. De kinderen zijn al drie jaar uit huis geplaatst. De GI heeft de afgelopen jaren de nodige inspanningen verricht om te onderzoeken of de moeder weer in staat was om de kinderen op een voor hen verantwoorde manier bij haar thuis te verzorgen en op te voeden. De moeder heeft zich in die periode diverse keren bereid verklaard om aan zichzelf te werken en hulp te accepteren om haar verslaving te overwinnen. Zij is ook een aantal keren op vrijwillige basis opgenomen geweest, maar het lukt haar steeds niet om een behandeling succesvol te voltooien. De persoonlijke en verslavingsproblematiek blijven op de voorgrond aanwezig. Zij heeft onlangs tegenover de GI verklaard dat zij afgelopen zomer nog speed heeft gebruikt. De moeder komt niet in aanmerking voor een opname, omdat zij niet wil voldoen aan de daarvoor door IrisZorg gestelde voorwaarde om in een beschermd-wonen-plek te verblijven. Zij was de afgelopen jaren vaak gedurende een langere periode niet bereikbaar voor de GI en heeft daardoor veel belangrijke overlegmomenten, waarbij ook beslissingen over de kinderen genomen moesten worden, gemist.
5.7. Het hof is, gelet op alles wat hiervoor is opgeschreven, van oordeel dat het gezag van de moeder moet worden beëindigd. Het hof stelt voorop dat het heel duidelijk is dat de moeder en de kinderen veel van elkaar houden. Maar ook is duidelijk geworden dat de kinderen niet bij de moeder teruggeplaatst kunnen worden. Het is de moeder de afgelopen jaren, ondanks haar goede voornemens en diverse pogingen, niet gelukt om succesvol aan haar verslavingsproblematiek te werken. De kinderen komen uit een onveilige opvoedsituatie en hebben daardoor forse problematiek opgelopen. Er is sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. Zij vragen om een trauma-sensitieve opvoeding die de moeder hen nu niet kan bieden. Het is daarom niet de verwachting dat de moeder in staat is om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding binnen een voor de kinderen aanvaardbare termijn weer te dragen.
5.8. De moeder stelt dat volgens het EHRM slechts sprake kan zijn van beëindiging van het ouderlijk gezag als blijkt dat voortzetting van de familieband schadelijk is voor de kinderen, wat volgens haar hier niet het geval is. Het hof is van oordeel dat voortzetting van het gezag van de moeder schadelijk is voor de verdere ontwikkeling van de kinderen. Uit de stukken, tijdens de gesprekken met [minderjarige1] en [minderjarige2] en uit wat de pleegouders van [minderjarige3] vertellen, is gebleken dat het voor de kinderen nog steeds onduidelijk is wat hun toekomstperspectief is. Voor de kinderen is het nodig om te weten dat zij niet meer bij de moeder kunnen wonen. Door de gezagsbeëindiging worden zij niet meer jaarlijks belast met de verlengingsprocedures van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing, wat hun de nodige rust zal brengen voor hun verdere ontwikkeling, behandelingen en de hechting bij hun huidige verzorgers/opvoeders. Dat de moeder geen gezag meer heeft betekent uiteraard niet dat zij uit het leven van de kinderen verdwijnt. [minderjarige1] , [minderjarige2] en [minderjarige3] willen graag contact met de moeder en het is belangrijk dat dit contact wordt voortgezet.
Het hof zal de bestreden beschikking bekrachtigen.
6. De beslissing
Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 26 maart 2025.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, K.A.M. van Os-ten Have en S. Kuijpers, bijgestaan door mr. G.E.M. Bours als griffier, en is op 18 december 2025 in het openbaar uitgesproken.
artikel 1:266 lid 1 onder a en b BW
Artikel 3 en artikel 20 Verdrag inzake de rechten van het kind