Skip to main content

ECLI:NL:GHARL:2025:911

Rechtbank

Zutphen

Datum

10 February 2025

Taal

nl

Samenvatting

Rechtsvraag

Strafrecht

Uitspraak / Beslissing

Uitspraak

Zutphen

Procedure: UitspraakDomain: StrafrechtType: uitspraak

Parketnummer : 20-002793-24

Uitspraak : 10 februari 2025

TEGENSPRAAK (ex artikel 279 Sv)Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshofArnhem-Leeuwarden

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 25 oktober 2023 van in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken met parketnummers 05-242022-23 en 05-186252-23, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummers 09-209763-21 en 09-286167-19, tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken van het in de zaak met parketnummer 05-242022-23 onder 1 tenlastegelegde en is hij ter zake van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 7,11 gram cocaïne en ongeveer 1,82 gram heroïne (in de zaak met parketnummer 05-242022-23 onder 2 tenlastegelegde) en tweemaal ter zake van belediging van een ambtenaar in functie (in de zaak met parketnummer 05-242022-23 onder 3 en in de zaak met parketnummer 05-186252-23 tenlastegelegde) veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis.

Voorts heeft de politierechter de teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen aan de verdachte gelast.

Tot slot heeft de politierechter de tenuitvoerlegging gelast van de in de zaak met parketnummer 09-209763-21 opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 89 dagen en de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder in de zaak met parketnummer 09-286167-19 opgelegde voorwaardelijke werkstraf afgewezen.

Namens de verdachte is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met aanvulling van gronden, behoudens de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken. Voorts heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 09-209763-21 opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 89 dagen en tot afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder in de zaak met parketnummer 09-286167-19 opgelegde voorwaardelijke werkstraf.

De verdediging heeft bepleit dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn hoger beroep voor zover deze is gericht tegen de vrijspraak van het in de zaak met parketnummer 05-242022-23 onder 1 is tenlastegelegde.

Voorts heeft de verdediging het hof verzocht te volstaan met de oplegging van een geldboete.

Tot slot heeft de verdediging bepleit dat het hof de vordering tot tenuitvoerlegging met het parketnummer 09-286167-19 zal afwijzen en ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging met het parketnummer 09-209763-21 primair bepleit dat het hof deze zal afwijzen en subsidiair dat het hof de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie zal omzetten naar een taakstraf.

Ontvankelijkheid hoger beroep

De verdachte is door politierechter in de rechtbank Gelderland vrijgesproken van hetgeen aan hem in de zaak met parketnummer 05-242022-23 onder 1 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – zal worden vernietigd, reeds omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 05-242022-23:2. hij op of omstreeks 4 juli 2023 te Zutphen opzettelijk aanwezig heeft gehad

  • ongeveer 7,27 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of

  • ongeveer 1,82 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne,

zijnde cocaïne en/of heroïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3. hij op een of meerdere tijdstippen op of omstreeks 4 juli 2023 te Zutphen, in elk geval in Nederland, opzettelijk een of meerdere ambtena(a)r(en), te weten

[benadeelde 1] , werkzaam als hoofdagent bij de Eenheid Oost-Nederland en/of

[benadeelde 2] , werkzaam als hoofdagent bij de Eenheid Oost-Nederland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, een of meerdere malen mondeling heeft beledigd, door hem/haar/hen de woorden toe te voegen: "Kanker wouten" en/of "Kanker flikker" en/of "Krijg de kanker", althans (telkens) woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Zaak met parketnummer 05-186252-23 (gevoegd):hij op of omstreeks 19 juli 2023 te Zutphen opzettelijk (een) (politie)ambtena(a)r(en), te weten [benadeelde 2] (hoofdagent Eenheid Oost-Nederland) en/of [benadeelde 1] (hoofdagent Eenheid Oost-Nederland), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar/hen de woorden toe te voegen: "Jullie zijn kankerlijers" en/of "Flikkers" en/of "Kankerflikkers", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-242022-23 onder 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 05-186252-23 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 05-242022-23:2. hij op 4 juli 2023 te Zutphen opzettelijk aanwezig heeft gehad

  • 7,27 gram cocaïne en

  • 1,82 gram heroïne,

zijnde cocaïne en heroïne, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

  1. hij op 4 juli 2023 te Zutphen opzettelijk meerdere ambtenaren, te weten

[benadeelde 1] , werkzaam als hoofdagent bij de Eenheid Oost-Nederland en

[benadeelde 2] , werkzaam als hoofdagent bij de Eenheid Oost-Nederland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen: "Kanker wouten" en "Kanker flikker" en "Krijg de kanker.

Zaak met parketnummer 05-186252-23 (gevoegd):hij op 19 juli 2023 te Zutphen opzettelijk politieambtenaren, te weten [benadeelde 2] (hoofdagent Eenheid Oost-Nederland) en [benadeelde 1] (hoofdagent Eenheid Oost-Nederland), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen: "Jullie zijn kankerlijers" en "Flikkers" en "Kankerflikkers".

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 05-242022-23 onder 2 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Het in de zaak met parketnummer 05-242022-23 onder 3 bewezenverklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 05-186252-23 bewezenverklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

De politierechter heeft de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft de advocaat-generaal aangevoerd dat de verdachte alle kansen heeft gehad van justitie, maar desondanks zijn leven niet heeft gebeterd.

De verdediging heeft met een verwijzing naar de LOVS-oriëntatiepunten het hof verzocht te volstaan met de oplegging van een geldboete.

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast heeft het hof gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van 7,27 gram cocaïne en 1,82 gram heroïne. Daarnaast heeft hij zich op twee verschillende data schuldig gemaakt aan het beledigen van ambtenaren in functie. Niet alleen getuigt dit gedrag van een gebrek aan respect voor het openbaar gezag, ook heeft de verdachte de ambtenaren aangetast in hun eer en goede naam. Ambtenaren met een publieke taak moeten – in het belang van de openbare orde en veiligheid – kunnen functioneren zonder daarbij geconfronteerd te worden met beledigingen. Dit geldt temeer omdat hun werk het in de regel niet toelaat dat zij zich distantiëren van een situatie waarin zulke gedragingen zich zouden kunnen voordoen. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals is bewezenverklaard.

Het hof is van oordeel dat in het algemeen genomen bij het bepalen van de strafoplegging aansluiting kan worden gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting (LOVS), waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden. Voor een belediging is het uitgangspunt de oplegging van een geldboete ter hoogte van € 150,00. Voor zover het feit is begaan tegen (onder andere) een – kort gezegd – ambtenaar in functie, kan de in het oriëntatiepunt genoemde straf worden verhoogd met 33% tot 100%. Ter zake van het opzettelijk voorhanden hebben van harddrugs tussen 0 en 10 gram is het oriëntatiepunt in beginsel een geldboete ter hoogte van € 750,00. In de gevallen waarin het verkopen, afleveren of verstrekken niet te bewijzen is, maar dealen wel aannemelijk is, kan – met de nodige terughoudendheid – ook aansluiting worden gezocht bij het oriëntatiepunt voor dealen van harddrugs vanuit een pand of op straat. Dit oriëntatiepunt gaat uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden.

Het hof is van oordeel dat er goede gronden zijn om in de onderhavige zaak af te wijken van voornoemde oriëntatiepunten voor belediging en het voorhanden hebben van harddrugs en motiveert deze afwijking als volgt.

In de eerste plaats heeft de verdachte zich niet eenmaal schuldig gemaakt aan de belediging van een enkele ambtenaar in functie, waar het voornoemde oriëntatiepunt van uitgaat, maar heeft hij op twee verschillende data twee agenten beledigd.

In de tweede plaats is het hof van oordeel dat het dossier ten laste van de verdachte meerdere dealerindicaties bevat. Zo was de heroïne verpakt in 9 en de cocaïne in 34 gripzakjes (p. 31 en 32 van het politiedossier). Daarnaast bestond het geldbedrag dat de verdachte bij zich had voornamelijk uit kleine coupures (p. 20 van het politiedossier). Tot slot werd door verbalisanten tijdens het kort volgen van de verdachte waargenomen dat de verdachte zesmaal in contact is geweest met drugsgebruikers of woningen is binnengegaan waarin drugsgebruikers wonend zijn (p. 14 van het politiedossier).

Tot slot heeft het hof acht geslagen op het uittreksel Justitiële Documentatie, d.d. 14 november 2024, betrekking hebbend op het justitieel verleden van de verdachte. Blijkens dit uittreksel heeft de verdachte ondanks zijn nog relatief jonge leeftijd al de nodige justitiële contacten gehad. Bovendien bevond de verdachte zich ten tijde van de pleegdata in de proeftijd van een eerder opgelegde voorwaardelijk jeugddetentie voor de duur van 89 dagen. Zelfs de dreiging van de tenuitvoerlegging van deze vrijheidsbenemende straf heeft de verdachte er niet van kunnen weerhouden zich op twee verschillende data schuldig te maken aan strafbare feiten. Het hof rekent dit de verdachte zwaar aan.

Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden hof is van oordeel dat de door de verdediging verzochte strafafdoening, te weten het opleggen van een geldboete, geen recht doet aan de ernst van de gedragingen van de verdachte en acht het hof, met de advocaat-generaal, vanuit het oogpunt van juiste normhandhaving de oplegging van een gevangenisstraf passend en geboden.

Tot slot heeft het hof rekening gehouden met de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan is gebleken ter terechtzitting in hoger beroep. Het enkele feit dat de verdachte thans werkzaam is in Duitsland, acht het hof van onvoldoende gewicht om van voornoemde normhandhaving af te wijken.

Al het vorenstaande afwegende is het hof van oordeel dat de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, passend is bij de persoon van de verdachte en de ernst van en de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan.

Beslag

Conform de rechtbank en de vordering van de advocaat-generaal, zal het hof de teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen, nader beschreven in het dictum van dit arrest, aan de verdachte gelasten.

Vordering tenuitvoerlegging (09-209763-21)

De officier van justitie in het arrondissement Oost-Nederland heeft bij vordering van

24 oktober 2023 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de rechtbank Den Haag van 15 december 2022 onder parketnummer 09-209763-21 opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 89 dagen. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

De politierechter heeft deze vordering toegewezen en de tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 89 dagen gelast.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof conform de politierechter zal beslissen.

De verdediging heeft primair bepleit dat het hof de vordering tot tenuitvoerlegging zal afwijzen, nu voornoemde voorwaardelijk straf is opgelegd ter zake van een geheel ander soort strafbaar feit. Subsidiair heeft de verdediging bepleit dat het hof de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie zal omzetten naar een taakstraf.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof stelt voorop dat de rechter met de oplegging van een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf enerzijds beoogt de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking te brengen en anderzijds de strafoplegging dienstbaar te maken aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. Immers, als algemene voorwaarde bij een voorwaardelijke straf is gesteld dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet opnieuw schuldig zal maken aan een strafbaar feit. Ten overvloede merkt het hof hierbij op dat ziet op een strafbaar feit in het algemeen en derhalve niet is vereist dat de verdachte zich opnieuw schuldig maakt aan een soortgelijk strafbaar feit. De veroordeelde heeft derhalve te gelden als een gewaarschuwd man en dient zich ervan bewust te zijn dat, indien hij zich voor het einde van de proeftijd opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit, de opgelegde voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer wordt gelegd.

Dit heeft ook te gelden in onderhavige zaak. De verdachte wist dat deze eerder opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 89 dagen boven zijn hoofd hing en heeft er desondanks zelf voor gekozen om zich wederom meerdere malen schuldig te maken aan een strafbaar feit en hiermee derhalve de algemene voorwaarde te overtreden met als gevolg dat deze eerder voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie ten uitvoer zou kunnen worden gelegd.

In beginsel heeft dan ook te gelden dat deze eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf ten uitvoer wordt gelegd. Dit kan anders zijn in het geval er sprake is van bijzondere persoonlijke omstandigheden die de tenuitvoerlegging niet wenselijk zouden maken. Nu daarvan in onderhavige zaak niet is gebleken, ziet het hof geen reden om af te wijken van de vordering tot tenuitvoerlegging en zal deze derhalve gelasten.

Vordering tenuitvoerlegging (09-286167-19)

De officier van justitie in het arrondissement Oost-Nederland heeft bij vordering van

24 oktober 2023 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Den Haag van 9 juli 2021 onder parketnummer 09-286167-19 opgelegde voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen jeugddetentie.

Nu gebleken is dat deze eerder voorwaardelijk opgelegde straf reeds is tenuitvoergelegd, zal het hof de vordering tot tenuitvoerlegging afwijzen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 57, 63, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-242022-23 onder 1 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-242022-23 onder 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 05-186252-23 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 05-242022-23 onder 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 05-186252-23 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstrafvoor de duur van4 (vier) weken.

Gelast de teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

  • een zwarte Nokia telefoon (goednr. PL0600-2023303852-3009779);

  • € 501,05 (goednr. PL0600-2023303852-3009446);

  • een zwarte Apple iPhone (goednr. PL0600-2023303852-3009782) .

Beveelt de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank Den Haag van 15 december 2022, parketnummer 09-209763-21, te weten van jeugddetentievoor de duur van89 (negenentachtig) dagen.

Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Oost-Nederland van

24 oktober 2023, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Den Haag van 9 juli 2021, parketnummer 09-286167-19, voorwaardelijk opgelegde een werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen jeugddetentie.

Aldus gewezen door:

mr. dr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, voorzitter,

mr. O.A.J.M. Lavrijssen en mr. M. van der Horst, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.M. Tatters, griffier,

en op 10 februari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. dr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo en mr. M. van der Horst zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Meer Beslissingen