ECLI:NL:RBDHA:2026:11046
Samenvatting
Civiel recht
Uitspraak
Den Haag
Rechtbank den haag
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/699956 / KG ZA 26-193
Vonnis in kort geding van 17 april 2026
in de zaak van
TMS GmbHte Viersen (Duitsland),
eiseres,
advocaten mr. drs. F.J.J. Cornelissen en mr. M. Jonkers, beiden te Arnhem,
tegen:
DE STAAT DER NEDERLANDEN(MINISTERIE VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT) te Den Haag,
gedaagde,
advocaten mr. J.E. Palm en mr. D. Wolters Rückert, beiden te Den Haag,
waarin is tussengekomen:
CONNEXXION TAXI SERVICES B.V.te IJsselmuiden,
advocaten mr. J.F. van Nouhuys en mr. S.G. Tichelaar, beiden te Rotterdam,
en waarin zich hebben gevoegd:
1. ZORGVERVOERCENTRALE NEDERLAND B.V. te Rotterdam en
2. WILLEMSEN-DE KONING GROEP B.V. te Rotterdam,
advocaten mr. P.F.C. Heemskerk en mr. I. de Jong, beiden te Amsterdam.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘TMS’, ‘de Staat’, ‘CTS’ en ‘de Combinatie’ (de gevoegde partijen gezamenlijk).
1. De procedure
1.1..
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 23 februari 2026, met producties 1 tot en met 4 en 6 tot en met 10;
de incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging, van de zijde van CTS;
de akte overlegging productie 5, met een begeleidende brief van 24 maart 2026 van de zijde van TMS;
de incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging, van de zijde van de Combinatie;
de akte overlegging producties 11 tot en met 13 van de zijde van TMS;
de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 12;
de akte houdende overlegging producties 1 en 2 van de zijde van CTS;
productie 5 van de zijde van TMS, met een begeleidende brief van 25 maart 2026.
1.2.. De mondelinge behandeling is gehouden op 27 maart 2026. Tijdens de mondelinge behandeling hebben de advocaat van TMS, de Staat en CTS het woord gevoerd aan de hand van pleitaantekeningen. Deze maken deel uit van het dossier.
1.3.. De datum voor het wijzen van vonnis is bepaald op vandaag.
2. De incidenten tot tussenkomst, althans voeging
2.1.. CTS heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen TMS en de Staat. Ter zitting hebben TMS en de Staat verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. CTS is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.
2.2.. De Combinatie heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen TMS en de Staat, dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van TMS. Ter zitting is er van de zijde van CTS terecht op gewezen dat de Combinatie, die net als TMS (samengevat) intrekking van de aanbestedingsprocedure en heraanbesteding heeft gevorderd, geen eigen vordering heeft (in)gesteld. De Combinatie heeft onvoldoende toegelicht welk zelfstandig belang zij heeft bij toewijzing van de door haar (voorwaardelijk) geformuleerde vorderingen. Nu de Combinatie haar belang bij voeging aan de zijde van TMS wel voldoende concreet heeft gemaakt en TMS, de Staat en CTS tegen die voeging geen bezwaar hebben gemaakt, wordt de Combinatie toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van TMS. Hierbij weegt de voorzieningenrechter mee dat niet is gebleken dat de voeging aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat, zodat er geen strijd met de goede procesorde in het algemeen ontstaat.
3. De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
3.1.. In verband met de wens om de dienstverleningsovereenkomsten voor het Valys doelgroepenvervoer (bovenregionaal vervoer over een langere afstand van mensen met een mobiliteitsbeperking door bijvoorbeeld ziekte of een handicap) en het Sportvervoer opnieuw aan te besteden heeft de Staat (het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)) op 13 oktober 2023 een vooraankondiging voor die aanbesteding gedaan en gevraagd om informatie uit de markt (marktconsultatie). In die vooraankondiging, die is gepubliceerd op https://ted.europa.eu (TED), is een geraamde totale waarde van € 52.250.000,-- vermeld.
3.2.. Na de marktconsultatie (en een cliëntconsultatie) heeft de Staat een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor de opdracht “VWS EA – Valys 2026”, hierna ‘de opdracht’. De opdracht is op 25 februari 2025 aangekondigd op TenderNed. In de aankondiging is voor zover hier van belang vermeld:
3.3.. Gelijktijdig met de aankondiging van de opdracht zijn de aanbestedingsstukken gepubliceerd. De aanbestedingsstukken konden, na registratie, via de “CTM Solution Aanbestedingstool” (CTM) worden gedownload.
3.4.. Tot de aanbestedingsstukken behoort het Beschrijvend Document, met bijlagen, van 8 juli 2025, hierna ‘het Beschrijvend Document’. In het Beschrijvend Document is in paragraaf 1.2. als doel van de aanbesteding vermeld: “het sluiten van een Overeenkomst met een dienstverlener of een Combinatie van dienstverleners, voor regie en uitvoering van zowel het Valys-vervoer als het Sportvervoer.”. In paragraaf 2.5. van het Beschrijvend Document is opgenomen dat de te sluiten overeenkomst een initiële looptijd van zes jaar heeft, met de mogelijkheid om de overeenkomst eenzijdig en onder gelijkblijvende voorwaarden maximaal twee keer te verlengen voor een periode van maximaal twee jaar.
3.5.. De omvang van de opdracht is in het Beschrijvend Document als volgt beschreven:
3.6.. Voor de opdracht hebben zich vijf partijen ingeschreven, waaronder CTS en de Combinatie. Op 17 november 2025 is de opdracht voorlopig gegund aan CTS.
3.7.. Drie inschrijvers op de opdracht, te weten de Combinatie, Transvision B.V. en de combinatie bestaande uit Qarin B.V., DVG Regie B.V., BEN’RR B.V., Taxicentrale Zwolle B.V., TCR B.V. en Vloettax B.V., hebben in verband met bezwaren tegen (de uitkomst van) de aanbestedingsprocedure ieder een kortgedingprocedure bij deze rechtbank aanhangig gemaakt. De mondelinge behandeling in die procedures is gepland op 4 mei 2026.
3.8.. Bij brief van 10 februari 2026 heeft mr. Cornelissen namens TMS aan de Staat meegedeeld dat de aanbestedingsprocedure moet worden ingetrokken omdat er gebreken aan kleven, als gevolg waarvan TMS geen reële kans heeft gekregen om de opdracht te verwerven. Daarbij is de Staat gesommeerd om de aanbestedingsprocedure in te trekken en de opdracht (desgewenst) opnieuw aan te besteden. De Staat heeft aan die sommatie geen gevolg gegeven.
4. Het geschil
4.1.. TMS vordert – zakelijk weergegeven – primairde Staat te gebieden om de Valys-aanbesteding in te trekken en ingetrokken te houden, om de Valys-opdracht opnieuw aan te besteden voor zover de Staat dat wenst, om bij een nieuwe aanbesteding van de Valys-opdracht in de aankondiging van de opdracht de (geraamde) waarde van de opdracht bekend te maken en in de aankondiging van de opdracht of in het bestek de maximale waarden en/of maximale hoeveelheid bekend te maken.Subsidiairvordert TMS een in goede justitie te bepalen maatregel te treffen die recht doet aan de belangen van TMS. Daarbij vordert TMS de Staat te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.2.. Daartoe stelt TMS – samengevat – het volgende. TMS is een Duits (personen)vervoersbedrijf, dat zich met name richt op specialistische chauffeursdiensten in de regio Viersen (Noord-Rijnland-Westfalen) in Duitsland en de omliggende regio’s. TMS heeft de ambitie om zich ook te richten op vervoersopdrachten in Nederland. TMS is pas in de gunningsfase door informatie van een concurrerend vervoersbedrijf bekend geworden met de aanbestedingsprocedure. TMS had graag aan de aanbestedingsprocedure willen deelnemen, maar zij heeft deze ondanks nauwlettende monitoring van aangekondigde overheidsopdrachten gemist. TMS heeft vastgesteld dat dit is veroorzaakt doordat er aan de aanbestedingsprocedure twee gebreken kleven. Allereerst heeft de Staat verzuimd om bij de aankondiging van de opdracht de (juiste) waarde ervan te vermelden. Omdat de Staat ervoor heeft gekozen om een waarde van € 1,-- te vermelden, is de opdracht niet bij TMS in beeld gekomen, omdat zij als zoekfilter een minimale waarde van € 750.000,-- hanteert. Het tweede gebrek bestaat er uit dat de Staat heeft verzuimd om bij de bekendmaking van de opdracht en in de aanbestedingsstukken de maximale opdrachtwaarde of de maximale hoeveelheid van de opdracht te vermelden. De Staat moet deze gebreken in de aanbestedingsprocedure herstellen door een heraanbesteding van de opdracht, waarbij de geraamde waarde van de opdracht wordt vermeld en waarbij bekend wordt gemaakt wat de maximale waarde of de maximale hoeveelheid van de opdracht is.
4.3.. De conclusies van de Staat en van CTS strekken tot afwijzing van de vorderingen van TMS. Hun verweren zullen hierna, voor zover nodig, worden besproken.
4.4.. CTS vordert – zakelijk weergegeven – de Staat te verbieden om CTS te passeren voor gunning van de opdracht, voor zover de Staat de opdracht nog wenst te gunnen, met veroordeling van TMS in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.5.. Verkort weergegeven stelt CTS daartoe dat zij er belang bij heeft dat de opdracht definitief aan haar gegund wordt en dat zij daarom belang heeft bij afwijzing van de vorderingen van TMS, nu die definitieve gunning daardoor in gevaar kan komen.
4.6.. Voor zover nodig zullen de standpunten van TMS, de Staat en de Combinatie met betrekking tot de vorderingen van CTS hierna worden besproken.
5. De beoordeling van het geschil
5.1.. Tussen partijen is in geschil of de aanbestedingsprocedure zodanige gebreken kent dat de opdracht opnieuw moet worden aanbesteed. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit niet het geval is. Hierna zal dit oordeel worden toegelicht.
Het eerste gebrek: had de Staat de geraamde waarde van de opdracht moeten vermelden?
5.2.. Volgens TMS was de Staat op grond van artikel 49 van de Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten (hierna ‘de Richtlijn’) en de daarbij behorende Bijlage V, deel C, verplicht om de geraamde waarde van de opdracht in de aankondiging te vermelden. Als de Staat dit had gedaan, dan was de opdracht voor TMS, die als zoekfilter een minimale waarde van € 750.000,-- heeft ingesteld, in beeld gekomen en had zij er naar kunnen meedingen. Dit zoekfilter is immers gekoppeld aan het veld “geraamde waarde” dat door de aanbestedende dienst moet worden ingevuld in de aankondiging van de opdracht, aldus TMS. TMS heeft daarbij betoogd dat zij er bij het bepalen van haar zoekfilters geen rekening mee hoefde te houden dat in de aankondiging van de opdracht een onjuiste opdrachtwaarde van € 1,-- zou worden vermeld.
5.3.. In artikel 49 van de Richtlijn is bepaald dat de aankondiging van een opdracht de informatie bevat als vermeld in bijlage V, deel C. In bijlage V, deel C, is in de punten 7. en 8. (samengevat) vermeld dat een beschrijving moet worden gegeven van de “aard en omvang van diensten”en dat de“geraamde totale orde van grootte van de opdracht”moet worden vermeld. De Staat heeft terecht aangevoerd dat in die punten niet wordt voorgeschreven dat de geraamde waarde in de aankondiging moet worden vermeld. Uit punt 7. blijkt immers niet dat de waarde van de opdracht deel uitmaakt van de beschrijving die moet worden gegeven, terwijl in het arrest van het Europese Hof van Justitie van 17 juni 2021, ECLI:EU:C:2021:490 (Simonsen & Weel A/S), hierna ‘het arrest Simonsen & Weel A/S’, met betrekking tot de in punt 8. genoemde “geraamde totale orde van grootte van de opdracht” is overwogen dat het feit dat slechts wordt verwezen naar een “orde van grootte” en niet naar een nauwkeurig bepaalde waarde doet vermoeden dat de van de aanbestedende dienst gevraagde waardering“approximatief”kan zijn.
5.4.. Daar komt nog het volgende bij. Bij de Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1780 van de Commissie van 23 september 2019 tot vaststelling van standaardformulieren voor de bekendmaking van aankondigingen op het gebied van overheidsopdrachten, hierna ‘de Uitvoeringsverordening’, hoort een bijlage. In Tabel 2 van die bijlage zijn de velden in standaardformulieren en aankondigingen opgenomen, waarbij telkens wordt vermeld of de informatie in het betreffende veld verplicht (V) of facultatief (F) is. De Staat heeft er terecht op gewezen dat bij het onderdeel “De geraamde waarde van de aanbestedingsprocedure of het perceel gedurende de gehele looptijd ervan, met inbegrip van opties en verlengingen”in de hiervoor genoemde Tabel 2 de letter ‘F’ van facultatief is vermeld. Dit betekent dat uit de bijlage bij de Uitvoeringsverordening evenmin een verplichting kan worden afgeleid om de geraamde waarde van de opdracht in de aankondiging bekend te maken. Aan de stelling van TMS dat de Europese wetgever, althans de minister van VWS, het veld ‘waarde’ in het formulier waarmee een opdracht via TED/TenderNed wordt aangekondigd verplicht heeft gesteld, wordt voorbij gegaan. Hiertegenover heeft de advocaat van CTS immers voldoende aannemelijk gemaakt dat de verplicht gestelde gebruikmaking van TED/Tenderned is uitgewerkt door programmeurs, die ervoor hebben gekozen om het veld ‘waarde’ in het formulier voor de aankondiging van een opdracht op te nemen, en dat die keuze dus niet het gevolg is van een wettelijk voorschrift.
5.5..
Tegen de achtergrond van het voorgaande heeft De Staat voldoende onderbouwd dat hij niet verplicht was de geraamde waarde van de opdracht in de aankondiging op te nemen.
Mede in het licht van het betoog van de Staat dat op de waarde van de totale opdracht een groot aantal variabelen van invloed is, waaronder het aantal te rijden kilometers en de hoogte van de vergoeding, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de Staat er in redelijkheid voor heeft kunnen kiezen om in de aankondiging van de opdracht het evident fictieve bedrag van € 1,-- op te nemen, om op die manier de potentiële inschrijvers aan te moedigen om voor de opdrachtwaarde de aanbestedingsstukken te raadplegen.
5.6.. Dat TMS ervoor heeft gekozen om in haar zoekfilter een minimale waarde van de opdracht van € 750.000,-- te hanteren, is een omstandigheid die voor haar rekening en risico moet komen en betekent niet dat de Staat de aanbestedingsprocedure anders had moeten inrichten. Daar komt nog bij dat de Staat in de marktconsultatie een waarde van meer dan € 750.000,-- heeft opgenomen, zodat in ieder geval die marktconsultatie in de aanloop naar de opdracht met het door TMS gebruikte zoekfilter zichtbaar had kunnen worden.
5.7.. Reeds gelet op het voorgaande levert het ontbreken van de geraamde waarde in de aankondiging van de opdracht geen gebrek op dat in trekking van de aanbestedingsprocedure en heraanbesteding rechtvaardigt. Op de overige argumenten die TMS in het kader van dit gestelde gebrek naar voren heeft gebracht, hoeft daarom niet meer te worden ingegaan.
Het tweede gebrek: had de Staat de maximale waarde en/of hoeveelheid van de opdracht bekend moeten maken?
5.8.. TMS heeft gesteld dat de Staat in de aankondiging van de opdracht en/of in de aanbestedingsstukken heeft verzuimd om de maximale waarde en/of de maximale hoeveelheid van de opdracht bekend te maken. Ook om die reden is de aanbestedingsprocedure volgens TMS gebrekkig en moet deze worden ingetrokken.
5.9.. De Staat heeft er allereerst op gewezen dat de maximale waarde en/of de maximale hoeveelheid van een opdracht alleen moet(en) worden vermeld bij een raamovereenkomst. Anders dan TMS heeft gesteld betreft de onderhavige aanbestedingsprocedure niet het sluiten van een raamovereenkomst, waarin de voorwaarden worden vastgelegd waaronder met de individuele reizigers vervoersopdrachten worden gesloten. De Staat heeft voldoende uiteengezet dat deze aanbesteding ziet op een concrete opdracht voor het uitvoeren van Valys- en Sportvervoer, met inbegrip van ondersteunende taken en verantwoordelijkheden. De Staat heeft daarbij toegelicht dat de werkzaamheden die de opdrachtnemer moet uitvoeren nauwkeurig zijn omschreven in het Programma van Eisen en dat van deelopdrachten of verdere bemoeienis van de Staat met de uitvoering van de opdracht geen sprake is.
5.10.. Ook als moet worden aangenomen dat geen sprake is van een raamovereenkomst had de Staat volgens TMS de maximale waarde en hoeveelheid van de opdracht bekend moeten maken, omdat anders de aanbestedingsrechtelijke beginselen van gelijke behandeling en transparantie in het geding komen. Daarbij heeft TMS uiteengezet dat de Staat de maximale waarde en hoeveelheid in de aankondiging van de opdracht had moeten opnemen en dat hij op grond van het arrest Simonsen & Weel A/S alleen mocht volstaan met vermelding daarvan in de aanbestedingsstukken als aan de voorwaarde van kosteloze, rechtstreekse en volledige toegang tot die aanbestedingsstukken is voldaan. TMS heeft er in dit verband op gewezen dat een inschrijver om toegang te krijgen tot de aanbestedingsstukken een registratieproces moest doorlopen en dat dat voor een buitenlandse partij als TMS niet eenvoudig is, omdat zij niet beschikt over een KvK-nummer dat voor de registratie noodzakelijk is. Aan dit betoog gaat de voorzieningenrechter voorbij. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van CTS er op gewezen dat een buitenlandse partij bij de registratie gebruik kon maken van haar eigen (buitenlandse) registratienummer, dat zij had kunnen invullen in een veld dat tijdens de registratie verscheen nadat eerst een (fictief) nummer in het veld voor het KvK-nummer was ingevuld. Verder heeft de Staat aangevoerd dat een buitenlandse partij desgewenst eenvoudig contact kon opnemen met de servicedesk van CTM wanneer zij tegen een probleem aanliep bij de registratie, waarna een code werd verstrekt om toegang te krijgen tot de aanbestedingsstukken. Hiertegenover heeft TMS onvoldoende concreet gemaakt dat buitenlandse partijen door het door de Staat gekozen registratieproces op onredelijke wijze zijn beperkt in hun mogelijkheden om kennis te nemen van de aanbestedingsstukken.
5.11.. Ten slotte heeft TMS gesteld dat de aanbesteding gebrekkig is, omdat de maximale waarde en de maximale hoeveelheid van de opdracht ook niet uit de aanbestedingsstukken blijken. Volgens TMS is in paragraaf 2.6. van het Beschrijvend Document opgenomen dat de in de bijlagen 17 en 34 bij het Beschrijvend Document vermelde aantallen kilometers een indicatie zijn van de omvang van de opdracht. TMS heeft daarbij uiteengezet dat de bedoelde bijlagen uit een groot aantal Excel-documenten bestaan, met in totaal ongeveer vierhonderdduizend regels met historische ritdata, en dat een inschrijver het aantal kilometers per rit of het totale aantal kilometers – en daarmee de indicatie – daaruit niet op een eenvoudige wijze kan opmaken. Verder heeft TMS erop gewezen dat in paragraaf 2.6. van het Beschrijvend Document is vermeld dat een overeenkomst wordt gesloten met een omvang van 150% van de indicatie en dat, nu de indicatie niet duidelijk is, ook hieruit onvoldoende blijkt wat de omvang van de opdracht is.
5.12.. De Staat heeft hiertegenover aangevoerd dat in paragraaf 2.3.2. en 2.3.3. van het Beschrijvend Document een aantal kengetallen zijn genoemd om een beeld te geven van het Valys-vervoer en het Sportvervoer, waarbij is verwezen naar cijfermatige informatie over de opdracht, gebaseerd op het uitgevoerde vervoer in de jaren 2018/2019 tot en met 2024 Q3 (de bijlagen 17 tot en met 20 bij het Beschrijvend Document voor het Valysvervoer en de bijlagen 34 en 35 bij het Beschrijvend Document voor het Sportvervoer). Daarbij heeft de Staat toegelicht dat inschrijvers op basis van de verstrekte informatie met behulp van de software die zij als vervoerder tot hun beschikking hebben, op eenvoudige wijze een goede inschatting konden maken van de waarde van de opdracht, door het gemiddelde aantal kilometers uit te rekenen, dat aantal te vermenigvuldigen met de looptijd van de overeenkomst en de uitkomst te vermenigvuldigen met 150%. De Staat heeft daarmee voldoende onderbouwd dat is voldaan aan de in het arrest Simonsen & Weel A/S geformuleerde rechtsregels en dat van schending van de beginselen van gelijke behandeling en transparantie geen sprake is.
Slotsom en proceskosten
5.13.. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de primaire vorderingen van TMS worden afgewezen. Voor het treffen van een andere maatregel die recht doet aan de belangen van TMS ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding, zodat ook de subsidiaire vordering wordt afgewezen.
5.14.. Nu de Staat voornemens is de opdracht ook definitief te gunnen aan CTS, brengt voormelde beslissing mee dat CTS geen belang (meer) heeft bij toewijzing van haar vorderingen, zodat deze worden afgewezen. CTS zal worden veroordeeld in de kosten van de Staat, welke kosten worden begroot op nihil, nu niet is gebleken dat de Staat als gevolg van deze vorderingen extra kosten heeft moeten maken. Ondanks de afwijzing moet TMS in haar verhouding tot CTS worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. Het doel van CTS was immers te voorkomen dat de opdracht aan TMS zou worden gegund, welk doel is bereikt. TMS zal dan ook worden veroordeeld in de proceskosten van CTS. Voorts zullen TMS en de Combinatie, als de in het ongelijk gestelde partijen, worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de Staat.
5.15.. De proceskosten van zowel de Staat als CTS worden begroot op:
- griffierecht
€
735,--
- salaris advocaat
€
1.177,--
- nakosten
€ 189,--
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.101,--
5.16.. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6. De beslissing
De voorzieningenrechter:
6.1.. wijst de vorderingen af;
6.2.. veroordeelt CTS voor wat betreft de door haar ingestelde vorderingen jegens de Staat in de kosten van de Staat, tot dusver begroot op nihil;
6.3.. veroordeelt TMS in de proceskosten van CTS, begroot op € 2.101,--, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als TMS niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet TMS € 98,-- extra betalen, plus de kosten van betekening;
6.4.. veroordeelt TMS en de Combinatie in de proceskosten van de Staat, begroot op € 2.101,--, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als TMS en de Combinatie niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten TMS en de Combinatie € 98,-- extra betalen, plus de kosten van betekening;
6.5.. veroordeelt TMS in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten ten behoeve van CTS, als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
6.6.. veroordeelt TMS en de Combinatie in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten ten behoeve van de Staat, als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
6.7.. verklaart deze kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026.
mvt