Skip to main content

ECLI:NL:RBDHA:2026:18528

Rechtbank

Utrecht

Datum

2 July 2026

Taal

nl

Samenvatting

Rechtsvraag

Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Uitspraak / Beslissing

Uitspraak

Utrecht

Procedure: UitspraakDomain: Bestuursrecht; VreemdelingenrechtType: uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.33003

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. R.M. Seth Paul) en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister. (gemachtigde:

Procesverloop

De minister heeft op 27 februari 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. De minister heeft vervolgens een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 25 juni 2026 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.M. Seth Paul als waarnemer van zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Eiser stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1992.

Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 15 mei 2026 (in de zaak NL26.25161) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.

4. Eiser stelt dat de minister onvoldoende voortvarend handelt. Hierbij voert eiser aan dat de minister eiser op 12 juni 2026 gepresenteerd zou worden aan de Nigeriaanse autoriteiten, maar dat deze presentatie zonder toelichting is verplaatst naar 19 juni 2026. Ook uit de voortgangsrapportage wordt niet duidelijk wat de reden was van deze vertraging. Al met al stelt eiser dat de minister onvoldoende voortvarend heeft gehandeld aan zijn vooringenomen uitzetting naar Nigeria.

5. De rechtbank oordeelt als volgt. De minister heeft tweemaal, laatstelijk op 19 juni 2026, een presentatie van eiser ingepland. De minister heeft toegelicht dat de eerste presentatie van 12 juni 2026 is uitgesteld naar 19 juni 2026 op initiatief van de Nigeriaanse autoriteiten. Dit valt buiten de invloedssfeer van de minister. Verder heeft eiser het proces van zijn uitzetting meermalen gefrustreerd, onder meer door niet te antwoorden op de vragen van de minister en door gedurende de presentaties niet mee te werken. Waarom eiser, mede gelet op deze houding, in zijn belangen zou zijn geschaad door het uitstel van de presentatie met 7 dagen ziet de rechtbank niet. Van onvoldoende voortvarend handelen is de rechtbank dan ook niet gebleken. De beroepsgrond faalt.

6. Ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe zij gehouden is, is de rechtbank van oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek niet op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie

7. Het beroep is ongegrond en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond;

wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B. Thépass, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

02 juli 2026

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Meer Beslissingen