Skip to main content

ECLI:NL:RBDHA:2026:18722

Rechtbank

Groningen

Datum

8 July 2026

Taal

nl

Samenvatting

Rechtsvraag

Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Uitspraak / Beslissing

Uitspraak

Groningen

Procedure: UitspraakDomain: Bestuursrecht; VreemdelingenrechtType: uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.20807
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoekster,

V-nummer: [v-nummer:],

(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Bij besluit van 7 april 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

2. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.

4. De rechtspraak heeft vandaag uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van

mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Dit beroep is geregistreerd onder kenmerk NL26.20806.

Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Meer Beslissingen