ECLI:NL:RBGEL:2026:5303
Samenvatting
Strafrecht
Uitspraak
Arnhem
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/057541-25
Datum uitspraak : 6 juli 2026
Tegenspraak
vonnis van de militaire kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. T.A. van Helvoort, advocaat in Amersfoort.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij als militair, op of omstreeks 17 juni 2024, te of nabij [locatie] , in elk geval in Duitsland, tijdens een oefening (SOB SOMS) op een schietbaan met 112 pantsergeniecompagnie opzettelijk, althans in ernstige mate nalatig het dienstvoorschrift VS 7-520 COLT: Hoofdstuk 1 “Wapenleer”, sectie 5 “Verrichtingen aan het wapen” onder 1510 (pagina 1-44) waarin was voorgeschreven: Laden vanuit ongeladen toestand • Neem de uitgangshouding aan. • Neem het patroonmagazijn uit de patroonmagazijntas, controleer of de patronen juist geplaatst zijn. Plaats het patroonmagazijn in het wapen en controleer of deze geborgd is. • Trek de spangreep naar achteren en laat deze in achterste stand los.
• Druk met de handpalm de aandruk-plunjer in. • Sluit het hulzengatdeksel. • Zet de vuurregelaar op ‘S’.
en/of
Hoofdstuk 2 “Schietleer”, sectie 7 “Gebruik van geweer in het terrein” onder 2704 (pagina 2-40) waarin was voorgeschreven: Schietbereidheid laag Wordt meestal gebruikt als de vijandelijke dreiging laag is. U hebt twee manieren om het wapen aan de tactische draagriem te dragen,
• Het wapen voor de borst gedragen. • Het wapen om de schouder gehangen. Uitvoering. • De tactische draagriem loopt over de linker schouder en onder de rechter oksel door. • Het wapen wordt voor de borst gedragen, men kan nog steeds beide armen gebruiken voor werkzaamheden. • Desgewenst kan de schutter de snelsluiting openen, waardoor de riem langer kan worden gemaakt. • Wapen is geladen en staat op ‘Safe’. • Via deze draagwijze kan men snel overgaan naar een hogere schietbereidheid.
, 2705 (pagina 2-41) Schietbereidheid middel Wordt het meest gebruikt bij verplaatsingen en patrouilles. Uitvoering • Tactische draagriem loopt over de linker schouder en onder de rechter oksel door. • De tactische draagriem is dusdanig afgesteld zodat de kolf van het wapen kontact heeft met de rechter schouder. • De linkerhand omvat de handbeschermers waarbij de linker wijsvinger gestrekt naar voren wijst. • Het wapen is geladen en staat op ‘Safe’, de rechter wijsvinger is gestrekt langs de trekkerbeugel. • De loop wijst onder een hoek van ongeveer 45° naar beneden
en 2706 (pagina 2-42) waarin was voorgeschreven dat: Schietbereidheid hoog Wordt gebruikt als men direct vijand contact verwacht. Uitvoering. • Tactische draagriem loopt over de linker schouder en onder de rechter oksel door. • De tactische draagriem is dusdanig afgesteld zodat de kolf van het wapen kontact heeft met de rechter schouder. • De linkerhand omvat de handbeschermers waarbij de linker wijsvinger gestrekt naar voren wijst. • Het wapen is geladen en staat op ‘Safe’ met de rechter wijsvinger aan de trekker en de rechterduim bij de vuurregelaar. • Waarnemen over de richtmiddelen voor een maximaal gezichtsveld.
en/of
Handboek Militair LAND-E&T- 02.3: Hoofdstuk 6A “Colt C7 &C8”, sectie 2 “Verrichtingen aan het wapen" onder 6203 (pagina 6-35) waarin was voorgeschreven dat: Laden (vanuit halfgeladen toestand) - neem de uitgangshouding aan - trek de spangreep naar achteren en laat deze in de achterste stand los - druk met de handpalm de aandrukplunjer in - sluit het hulzengatdekeel - zet de vuurregelaar op S.
niet heeft opgevolgd, hierin bestaande dat hij verdachte toen aldaar in de gevechtsruimte/het manschappen-compartiment van een Boxer (militair pantserwielvoertuig) zijn geladen wapen (Colt 8) ter hand heeft genomen en/of in gebruik heeft genomen zonder dat verdachte zich op dat moment (eerst) (voldoende) had overtuigd van de toestand waarin dat wapen verkeerde en/of zonder dat verdachte (eerst) de veiligheidsmaatregelen had genomen en/of zonder dat verdachte het wapen met de loop in een veilige richting liet wijzen en/of op het moment dat hij, verdachte, nog in het pantservoertuig zat/aanwezig was en aanstalte maakte om uit te stijgen de trekker van zijn dienstwapen heeft overgehaald en/of althans te trekker heeft beroerd en/althans een schot met dat wapen heeft gelost en/of terwijl verdachte zijn dienstwapen op (zeer) korte afstand in de richting van het pantserplaat plafond (scherfwerende plafondplaat) van het voertuig (Boxer)militairwielvoertuig liet wijzen,
terwijl daarvan/daardoor gemeen (ricochet)gevaar voor personen, te weten de in het voertuig bevindende personen en/of de zich in de directe nabijheid van het schot bevindende personen te weten verdachte zelf en/of [getuige 1] en/of [getuige 2] en/of [getuige 3] en/of [getuige 4] en/of [getuige 5] en/of [getuige 6] en/of [getuige 7]
en/of gemeen gevaar voor goederen te weten de in het militairwielvoertuig bevindende goederen te weten de elektronische apparatuur, de vloer- en wand(bekleding) is ontstaan, althans te duchten is geweest.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit, omdat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte opzettelijk, ook niet in voorwaardelijke zin, dan wel door ernstige nalatigheid, een dienstvoorschrift heeft overtreden. Er is sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden.
Beoordeling door de militaire kamer
De bewijsmiddelen
Op 17 juni 2024 vond de oefening SOB/SOMS (Schiet- en oefenperiode [locatie] /Schiet- en oefenperiode [locatie] ) plaats op een schietbaan in [locatie] (Duitsland). Hierbij werd gebruik gemaakt van een Boxer-pantserwielvoertuig (hierna: Boxer) en scherpe munitie. De 112 pantsergeniecompagnie, waar verdachte deel van uitmaakt, deed mee aan deze oefening.
Verdachte zat samen met zijn collega-militairen [getuige 1] (voertuigcommandant), [getuige 7] (boordschutter), [getuige 4] , [getuige 6] (chauffeur), [getuige 3] , [getuige 2] en [getuige 5] in de Boxer. Verdachte was hun groepscommandant.De chauffeur, de voertuigcommandant en de boordschutter zaten voorin de Boxer. De rest zat achterin.
Verdachte, die tevens schietinstructeur op de Colt is, heeft verklaard dat er tassen onder zijn stoel waren geplaatst, waardoor zijn stoel niet volledig naar beneden kon worden geklapt en hij niet goed kon zitten. Daarom heeft verdachte zijn doorgeladen Colt C8, met de loop naar boven, rechts van zich neergezet tussen de stoelen. Toen ze moesten uitstijgen, wilde verdachte zijn wapen pakken, maar dat zat klem. Verdachte stond gebukt, draaide naar rechts en pakte met zijn rechterhand zijn wapen bij de handbeschermer, ter hoogte van de handgreep aan de loop. Toen hij aan het wapen trok, hoorde hij dat het afging.
Het laatste moment waarop verdachte zeker wist dat zijn wapen op safe (S) stond, was toen hij het aan het begin van de dag heeft geladen. Verdachte kon niet zeggen of zijn wapen op safe stond tijdens het instijgen in de Boxer. Tijdens het uitstijgen heeft verdachte niet gecontroleerd of de vuurregelaar op safe stond. Verdachte is bekend met het Handboek Militair LAND-E&T- 02.3: Hoofdstuk 6A “Colt C7 &C8”, sectie 2 “Verrichtingen aan het wapen”.
Verdachte handelde, bij het uitstijgen, in the heat of the momenten hij wilde tijd genereren. Achteraf bezien heeft hij zich te veel laten pushen door de oefening.
[getuige 1] heeft verklaard dat de klep van de Boxer niet naar beneden was, alleen het deurtje was geopend. Verdachte wilde uitstappen door het geopende deurtje van de Boxer. Hierbij zat hij met zijn benen uit het voertuig, met zijn billen op de rand en met zijn gezicht naar beneden. Verdachte pakte zijn wapen van achter zich zonder ernaar te kijken. Toen hij het wapen naar voren trok, ging het schot af. [getuige 1] denkt dat hij zich op dat moment op 1,5 tot 2 meter afstand van verdachte bevond.
[getuige 4] heeft verklaard dat het een rommel in de bak was, dus ze konden niet allemaal zitten. [getuige 4] zag dat verdachte wilde uitstijgen en aan zijn wapen trok. Het wapen van verdachte bleef vast zitten aan een stepje (de militaire kamer begrijpt: treetje) voor de voeten. Vervolgens hoorde [getuige 4] een doffe knal en hij zag een rookpluim. [getuige 4] zat op dat moment schuin tegenover verdachte op zo’n vijftig tot zestig centimeter afstand. Volgens [getuige 4] is er achterin zo’n bak altijd gevaar als je met scherp (de militaire kamer begrijpt: scherpe munitie) werkt.
[getuige 3] heeft verklaard dat verdachte zou gaan uitstijgen, maar bleef haken. Hierna hoorde [getuige 3] een schot en hij voelde een patroon voor zich langs gaan. Hij stond op dat moment achter verdachte op maximaal vijf centimeter afstand.
[getuige 2] heeft verklaard dat bovengenoemde personen allemaal in de Boxer zaten, met uitzondering van [getuige 5] , die buiten stond. [getuige 2] zat tegenover verdachte. Ze zaten met hun knieën tegen elkaar, dus erg dicht op elkaar. [getuige 2] zag dat verdachte opstond en naar zijn wapen reikte. Toen verdachte zijn wapen in de hand had, trok hij dit naar zich toe en hoorde [getuige 2] een doffe knal. Als het schot niet in een ballistische plaat was gekomen, dan had deze volgens [getuige 2] kunnen afketsen in de gevechtsruimte, met alle gevolgen van dien.
[getuige 5] heeft verklaard dat iedereen in de Boxer gepropt zat en dat het best wel krap was. [getuige 5] is als eerste door het deurtje van de achterklep van de Boxer naar buiten gegaan. Hij was er half of net uit toen hij een knal hoorde. Hij stond op dat moment op drie tot vijf meter afstand van verdachte.
De Colt C8 van verdachte is in beslag genomen.Uit een rapport van het Kenniscentrum Wapensystemen en Munitie volgt dat dit wapen in een goede (of uitstekende) wapentechnische staat is. Er zijn geen afwijkingen geconstateerd aan het wapen, ook niet aan de trekkergroep. De conclusie van het rapport luidt dat het zeer onwaarschijnlijk is dat het wapen spontaan een schot kan geven, zonder dat het wapen op ‘vuren’ heeft gestaan en de trekker is bediend.Verder is het volgens een wapenexpert mogelijk dat de vuurregelaar verdraait als een hard voorwerp hierop, onder de juiste hoek, met de juiste richting en met genoeg kracht, druk uitoefent.
In het plafond van de gevechtsruimte van de Boxer werd een inschot aangetroffen.Uit onderzoek van de Koninklijke Marechaussee bleek dat er mogelijk een schot was gelost met een Colt C8. De hierdoor afgevuurde kogelpunt heeft een kogelgat van ongeveer 6 millimeter veroorzaakt in de scherfwerende plafondplaat, waardoor deze plaat is geperforeerd en er een schotbeschadiging is ontstaan in de pantserplaat van het plafond.
Het dienstvoorschrift
In het dienstvoorschrift Handboek Militair LAND-E&T- 02.3 (hierna: het HAMIL), zoals dit van kracht was op 16 juni 2024, staat in hoofdstuk 6A ‘Colt C7 & C8’ een sectie genaamd ‘Verrichtingen aan het wapen’. Hierin is – voor zover relevant – op bladzijde 6-35 opgenomen:
6203 Laden (vanuit halfgeladen toestand)
Neem de uitgangshouding aan.
Trek de spangreep naar achteren en laat deze in achterste stand los.
Druk met de handpalm de aandruk-plunjer in.
Sluit het hulzengatdeksel.
Zet de vuurregelaar op ‘S’.
De militaire kamer stelt vast dat het HAMIL een dienstvoorschrift betreft als bedoeld in artikel 135 MSr. De regels vormen een schriftelijk besluit van algemene strekking, hebben betrekking op een militair dienstbelang, namelijk de veilige omgang met wapens, en betreffen een tot de militair gericht gebod. Voorts zijn de regels duidelijk, ook voor verdachte. Verdachte heeft verklaard dat hij bekend is met deze sectie van het HAMIL.
De militaire kamer stelt vast dat sectie 5 ‘verrichtingen aan het wapen’ van hoofdstuk 1 ‘wapenleer’ van het dienstvoorschrift VS 7-520 niet van toepassing is, omdat er, ten tijde van het afgaan van het ongecontroleerde schot, geen sprake was van laden vanuit ongeladen toestand. Ook sectie 7 ‘Gebruik van geweer in het terrein’ van hoofdstuk 2 ‘Schietleer’ is in dit geval niet van toepassing, omdat dit gaat om de correcte manier waarop het wapen moet worden gedragen bij verplaatsingen in het terrein. Naar het oordeel van de militaire kamer is daar in dit geval geen sprake van, omdat verdachte zich in een voertuig bevond. In zoverre zal de militaire kamer verdachte partieel vrijspreken van het tenlastegelegde.
Overtreden dienstvoorschrift
Op grond van het voorgaande stelt de militaire kamer vast dat bij het uitstijgen uit de Boxer de vuurregelaar van het wapen van verdachte kennelijk niet op safe (S) stond. Het wapen van verdachte zat tijdens het uitstijgen klem. Verdachte heeft een ongewild/ongecontroleerd schot met zijn wapen gelost toen hij aan het wapen trok om het los te krijgen. Verdachte heeft tijdens het uitvoeren van de oefening, en in het bijzonder bij het uitstijgen, niet gecontroleerd of de vuurregelaar (nog steeds) op S stond. Hiermee heeft verdachte het HAMIL overtreden op grond waarvan het wapen, na het uitvoeren van de veiligheidsmaatregelen, steeds op S behoort te staan.
Uit de stukken noch uit het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat er een dienstvoorschrift bestaat waarin is vastgelegd dat de loop van een wapen naar beneden moet worden gericht in een voertuig.
Van op de concrete situatie van mogelijk toepassing zijnde extra te stellen (veiligheids)eisen is dus niet gebleken. Er kan dan ook niet worden bewezen dat verdachte de loop van zijn wapen niet in een veilige richting liet wijzen. Daarom zal de militaire kamer verdachte vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.
Verder blijkt uit het procesdossier niet dat verdachte de trekker van zijn wapen heeft overgehaald of beroerd. Ook hiervan zal de militaire kamer hem vrijspreken.
Opzet
De militaire kamer is van oordeel dat verdachte geen opzet heeft gehad op het overtreden van het dienstvoorschrift, ook niet in de vorm van voorwaardelijk opzet. Daarom zal de militaire kamer hem in zoverre vrijspreken van het tenlastegelegde.
Schuld
De militaire kamer dient vervolgens te beoordelen of het overtreden van het dienstvoorschrift aan de schuld van verdachte is te wijten. Hiervoor is vereist dat de verdachte zich ten minste aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam heeft gedragen. Er moet in ieder geval sprake zijn van een aanmerkelijke mate van (verwijtbare) onvoorzichtigheid. Bij de beoordeling hiervan komt het aan op het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. De militaire kamer overweegt hiertoe het volgende.
In de gevechtsruimte van een Boxer is de ruimte zeer beperkt, zeker omdat er naast verdachte nog zeven collega’s in zaten. Bovendien lagen er in dit geval ook nog rugzakken onder de stoel van verdachte, waardoor hij niet goed kon zitten. In deze situatie heeft verdachte ervoor gekozen om zijn met scherpe munitie geladen wapen tussen de stoelen neer te zetten. Vervolgens heeft verdachte naast zich gereikt om zijn wapen te pakken, zodat hij kon uitstijgen, maar het wapen zat klem. Daarom trok verdachte aan het wapen dat vervolgens af ging. Verdachte heeft tijdens het uitstijgen niet gecontroleerd of de vuurregelaar op S stond.
De militaire kamer overweegt dat van een militair uit hoofde van diens functie extra voorzichtigheid mag worden verwacht (de zogenoemde Garantenstellung). Bovendien had verdachte als groepscommandant en tevens schietinstructeur op de Colt een leidende rol en een voorbeeldfunctie, waardoor hij nog voorzichtiger had moeten zijn. Hij werkte op dat moment bovendien met scherpe munitie. Hij had dan ook zijn onverdeelde aandacht moeten hebben bij de handelingen die hij moest uitvoeren – te weten het uitstijgen met zijn wapen – en dit zo veilig mogelijk moeten doen.
Juist onder de genoemde feiten en omstandigheden – te weten de kleine ruimte met veel mensen, de spullen in de Boxer waardoor verdachte niet op een normale manier kon zitten en hij zijn wapen ook niet op een normale manier weg kon zetten – had verdachte meer voorzichtigheid moeten betrachten. De vuurregelaar is namelijk op enig moment van S afgegaan, zonder dat verdachte dit heeft opgemerkt, noch tijdens het instijgen, noch tijdens het uitstijgen. Zeker nu hij het wapen op een andere manier neer had gezet dan hij normaal zou doen, te weten tussen de stoelen, had van hem mogen worden verwacht dat hij daarvoor en daarna zou controleren dat de vuurregelaar inderdaad nog op S stond. Dit heeft hij niet gedaan.
Bovendien heeft verdachte tijdens het uitstijgen naast zich gereikt en zijn wapen gepakt. Ondanks dat hij voelde dat het wapen klem zat, heeft hij dit naar zich toe getrokken. Dit ging kennelijk op zo’n manier dat het wapen af is gegaan.
De militaire kamer ziet dit als twee afzonderlijke onzorgvuldigheden. In die zin is deze zaak dus niet vergelijkbaar met de door de verdediging aangehaalde uitspraak van de militaire kamer van 16 december 2024 (ECLI:NL:RBGEL:2024:9075), nu in die zaak sprake was van een enkel moment van onoplettendheid. De militaire kamer vindt dat daarvan in het geval van verdachte geen sprake is.
Gelet op deze omstandigheden, in het bijzonder de voorzichtigheid die juist van verdachte had mogen worden verwacht tijdens het werken met scherpe munitie, komt de militaire kamer tot het oordeel dat verdachte verwijtbaar onvoorzichtig is geweest. Hiermee is sprake van aanmerkelijke schuld.
Gemeen gevaar voor personen en/of goederen
De militaire kamer overweegt dat er meerdere collega’s van verdachte zich in zijn directe omgeving bevonden op het moment dat hij het schot loste. [getuige 3] voelde zelfs het patroon langs zich gaan. Bovendien had de kogel kunnen ricocheren naar verdachte zelf, zijn collega’s of de goederen in het voertuig die zich in de directe omgeving bevonden. Hierdoor hadden zijn collega’s ernstig gewond kunnen raken of erger. Verder is door de inslag de scherfwerende plafondplaat doorboord en de daarachter liggende pantserplaat beschadigd.
De militaire kamer is daarom van oordeel dat er gemeen gevaar voor zowel personen als goederen is ontstaan, althans te duchten is geweest.
Conclusie
Gelet op het voorgaande acht de militaire kamer het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, waarbij de militaire kamer van oordeel is dat verdachte in ernstige mate nalatig is geweest.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij als militair, op of omstreeks17 juni 2024, te of nabij [locatie] , in elk geval in Duitsland, tijdens een oefening (SOB SOMS) op een schietbaan met 112 pantsergeniecompagnieopzettelijk, althansin ernstige mate nalatig het dienstvoorschriftVS 7-520 COLT: Hoofdstuk 1 “Wapenleer”, sectie 5 “Verrichtingen aan het wapen” onder 1510 (pagina 1-44) waarin was voorgeschreven:Laden vanuit ongeladen toestand• Neem de uitgangshouding aan.• Neem het patroonmagazijn uit de patroonmagazijntas, controleer of de patronen juist geplaatst zijn. Plaats het patroonmagazijn in het wapen en controleer of deze geborgd is.• Trek de spangreep naar achteren en laat deze in achterste stand los.
• Druk met de handpalm de aandruk-plunjer in.• Sluit het hulzengatdeksel.• Zet de vuurregelaar op ‘S’.
en/of
Hoofdstuk 2 “Schietleer”, sectie 7 “Gebruik van geweer in het terrein” onder 2704 (pagina 2-40) waarin was voorgeschreven:Schietbereidheid laagWordt meestal gebruikt als de vijandelijke dreiging laag is. U hebt twee manieren om het wapen aan de tactische draagriem te dragen,
• Het wapen voor de borst gedragen.• Het wapen om de schouder gehangen.Uitvoering.• De tactische draagriem loopt over de linker schouder en onder de rechter oksel door.• Het wapen wordt voor de borst gedragen, men kan nog steeds beide armen gebruiken voor werkzaamheden.• Desgewenst kan de schutter de snelsluiting openen, waardoor de riem langer kan worden gemaakt.• Wapen is geladen en staat op ‘Safe’.• Via deze draagwijze kan men snel overgaan naar een hogere schietbereidheid.
, 2705 (pagina 2-41) Schietbereidheid middelWordt het meest gebruikt bij verplaatsingen en patrouilles.Uitvoering• Tactische draagriem loopt over de linker schouder en onder de rechter oksel door.• De tactische draagriem is dusdanig afgesteld zodat de kolf van het wapen kontact heeft met de rechter schouder.• De linkerhand omvat de handbeschermers waarbij de linker wijsvinger gestrekt naar voren wijst.• Het wapen is geladen en staat op ‘Safe’, de rechter wijsvinger is gestrekt langs de trekkerbeugel.• De loop wijst onder een hoek van ongeveer 45° naar beneden
en 2706 (pagina 2-42) waarin was voorgeschreven dat:Schietbereidheid hoogWordt gebruikt als men direct vijand contact verwacht.Uitvoering.• Tactische draagriem loopt over de linker schouder en onder de rechter oksel door.• De tactische draagriem is dusdanig afgesteld zodat de kolf van het wapen kontact heeft met de rechter schouder.• De linkerhand omvat de handbeschermers waarbij de linker wijsvinger gestrekt naar voren wijst.• Het wapen is geladen en staat op ‘Safe’ met de rechter wijsvinger aan de trekker en de rechterduim bij de vuurregelaar.• Waarnemen over de richtmiddelen voor een maximaal gezichtsveld.
en/ofHandboek Militair LAND-E&T- 02.3: Hoofdstuk 6A “Colt C7 &C8”, sectie 2 “Verrichtingen aan het wapen" onder 6203 (pagina 6-35) waarin was voorgeschreven dat: Laden (vanuit halfgeladen toestand)- neem de uitgangshouding aan- trek de spangreep naar achteren en laat deze in de achterste stand los- druk met de handpalm de aandrukplunjer in- sluit het hulzengatdekeel- zet de vuurregelaar op S.
niet heeft opgevolgd, hierin bestaande dat hij verdachte toen aldaarin de gevechtsruimte/het manschappen-compartiment van een Boxer (militair pantserwielvoertuig) zijn geladen wapen (Colt 8) ter hand heeft genomenen/of in gebruik heeft genomenzonder dat verdachte zich op dat moment (eerst) (voldoende) had overtuigd van de toestand waarin dat wapen verkeerdeen/ofzonder dat verdachte (eerst) de veiligheidsmaatregelen had genomen en/of zonder dat verdachte het wapen met de loop in een veilige richting liet wijzen en/ofop het moment dat hij, verdachte, nog in het pantservoertuigzat/aanwezig was enaanstaltenmaakte om uit te stijgende trekker van zijn dienstwapen heeft overgehaald en/of althans te trekker heeft beroerd en/althanseen schot met dat wapen heeft gelosten/ofterwijl verdachte zijn dienstwapen op (zeer) korte afstand in de richting van het pantserplaat plafond (scherfwerende plafondplaat) van het voertuig (Boxer)militairwielvoertuig liet wijzen,
terwijl daarvan/daardoor gemeen (ricochet)gevaar voor personen, te weten de in het voertuig bevindende personen en/of de zich in de directe nabijheid van het schot bevindende personen te weten verdachte zelf en/of[getuige 1] en/of[getuige 2] en/of[getuige 3] en/of[getuige 4] en/of[getuige 5] en/of[getuige 6] en/of[getuige 7]
en/ofgemeen gevaar voor goederen te weten de in het militair wielvoertuig bevindende goederen te weten de elektronische apparatuur, de vloer- en wand(bekleding) is ontstaan, althans te duchten is geweest.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
als militair aan zijn schuld te wijten zijn dat hij een dienstvoorschrift niet opvolgt, terwijl daardoor gemeen gevaar voor personen of goederen ontstaat.
5. De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 700,-, subsidiair zeven dagen hechtenis.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de oplegging van een straf of maatregel.
De beoordeling door de militaire kamer
De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De militaire kamer heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De ernst van het feit
Verdachte heeft tijdens een oefening in Duitsland een ongewild schot gelost met scherpe munitie. Dit schot heeft gelukkig geen letsel veroorzaakt, maar wel (lichte) schade aan de Boxer. Daarnaast was er gemeen gevaar voor personen en goederen te duchten. Dat het niet erger is afgelopen, is enkel aan geluk te danken.
Dit is een ernstig feit. De naleving van de veiligheidsvoorschriften is van groot belang. Militairen mogen binnen Defensie een veilige werkomgeving verwachten en daar dient iedere individuele militair aan bij te dragen. Daartoe dient elke militair de veiligheidsvoorschriften grondig na te leven. Van een militair als verdachte – als gevorderd schutter en schietinstructeur op de Colt en vanuit zijn rol als groepscommandant – mocht dan ook worden verwacht dat hij zich te allen tijde aan de veiligheidsregels houdt.
Verdachte is erg aangeslagen door wat er is gebeurd. Hij heeft zijn hele compagnie toegesproken in verband met dit incident, waarbij hij verantwoordelijkheid heeft genomen voor wat er is gebeurd. Het incident heeft inmiddels bijna twee jaar geleden plaatsgevonden.
De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte
Uit het strafblad van verdachte d.d. 26 mei 2026 blijkt dat hij in de afgelopen 5 jaar niet in aanraking is gekomen met politie of justitie.
Verdachte is nog steeds werkzaam bij defensie, hij functioneert goed en zijn collega’s zijn tevreden over hem. Hij is recent overgeplaatst naar een nieuwe functie. Dit betrof een ‘reguliere’ overplaatsing.
Conclusie
Alles afwegende acht de militaire kamer de eis van de officier van justitie passend en geboden.
De militaire kamer veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 700,-, subsidiair zeven dagen hechtenis.
8. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
23, 24 c en 91 van het Wetboek van Strafrecht;
6, 11, 14 en 137 van het Wetboek van Militair Strafrecht.
9. De beslissing
De militaire kamer:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
legt op een geldboete van € 700,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 dagen hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y. van Wezel (voorzitter) en mr. M.C. Gerritsen, rechters, en Kolonel mr. H.M. Stratenus, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Aalbers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 juli 2026.
mr. Gerritsen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de Koninklijke Marechaussee, Brigade Drenthe IJsselstreek, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27ND/24-004811, gesloten op 17 december 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 38-40; proces-verbaal Sporenonderzoek, p. 13 en proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 82-83.
Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 84.
Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , p. 64.
Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 84, 87 en 89 en verklaring van verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 22 juni 2026.
Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 87-89 en verklaring van verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 22 juni 2026.
Verklaring van verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 22 juni 2026.
Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 42.
Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , p. 66.
Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , p. 58.
Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 48 en 50.
Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] , p. 76.
Proces-verbaal van aangifte door [aangever] , p. 4
Projectrapport van het Kenniscentrum Wapensystemen en Munitie, p. 36.
Proces-verbaal, p. 2 (aanvullend), inclusief de bijlage.
Proces-verbaal, p. 6.
Proces-verbaal Sporenonderzoek, p. 14.