ECLI:NL:RBGEL:2026:5353
Samenvatting
Strafrecht; Materieel strafrecht
Uitspraak
Arnhem
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05-348363-24
Datum uitspraak : 29 juni 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige militaire kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [woonplaats] ,
raadsman: mr. D.C. Coppens, advocaat in Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 november 2023 tot en met 31 oktober 2024 te 's-Hertogenbosch, althans in Nederland, zijn levensgezel, [aangever] (meermalen) heeft mishandeld door
die [aangever] meermalen (met kracht) in het gezicht en/of tegen de ribben en/of tegen de borst, althans tegen het lichaam te slaan en/of te stompen en/of
die [aangever] in haar rug en/of tegen haar billen te schoppen en/of
een knie in de buik van die [aangever] te zetten en/of te duwen en/of
die [aangever] bij haar hoofd en/of haar oren te pakken en/of in haar hoofd en/of in haar oren te knijpen en/of
die [aangever] meermalen in haar borst en/of haar kuit en/of haar been te knijpen en/of
die [aangever] meermalen vast te pakken en/of vast te houden en/of
die [aangever] (met zijn nagels) bij haar polsen te pakken en/of te houden en/of
die [aangever] meermalen te duwen en/of op bed en/of tegen de muur en/of deur te duwen en/of te houden en/of
de arm van die [aangever] te overstrekken en/of te buigen en/of
die [aangever] bij haar nek te pakken/grijpen en/of
die [aangever] bij haar trui te pakken en/of (aldus) de keel van die [aangever] (kort) af te knellen;
2. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 november 2023 tot en met 31 oktober 2024 te 's-Hertogenbosch, althans in Nederland, [aangever] meermalen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling door in die periode op één of meer tijdstippen opzettelijk dreigend
een mes te pakken en/of dit mes aan die [aangever] te tonen en/of daarbij de woorden toe te voegen: “het is jij of ik”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en of strekking en/of
die [aangever] de woorden toe te voegen: “zeg dat ik je ga slaan, dan doe ik het ook!” en/of “ik geef mijn grens aan omdat ik je anders in elkaar sla” en/of “ja, jij wil dat ik jou ga meppen, en ik doe het ook! Wees maar niet bang!” en/of “mij nog een keer duwen, ik ros je in mekaar!” en/of “jij zegt dat ik je wat aan doe. Dan zal ik dat doen ook” en/of “nog een keer die elleboog en ik steek een mes in je keel, die ligt daar, dat je het weet!” en/of “misschien moet ik je gewoon maar echt effe zo meteen heel hard in mekaar rossen” en/of
(telefonisch) “als je morgen komt, dan zet ik een mes tegen je keel en snijd ik je keel door” en/of (vervolgens) “ik hoef m’n relatie niet te redden want jij gaat het morgen toch uitmaken, dus ja dan kan je net zo goed dood” en/of “mijn gevoel doet er verder toch niet toe dus het maakt me geen ene reet uit meer dat ik in de gevangenis kom. Heb ik in ieder geval iemand vermoord. Dan heeft jouw moeder pijn. Jij leeft niet meer” en/of ”jij verlaat in zes plankjes de vakantie” en/of ‘‘jij komt nu naar huis, of ik ben dood of jij”,
althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
In de periode van 21 november 2023 tot en met 31 oktober 2024 heeft verdachte zijn toenmalige partner, [aangever] , meermaals mishandeld en bedreigd. Hij heeft haar vastgehouden en geknepen, geduwd en een schop tegen de billen gegeven en een tik op haar been gegeven. Hij heeft geknepen in de arm en kuiten. Hij heeft haar bij het vastpakken met zijn nagels verwond. Hij heeft haar op bed en tegen de muur en de deur geduwd. Hij heeft haar bij haar hoofd gepakt en met platte handen bij haar oren. Hij heeft gedreigd haar te vermoorden en gezegd het is jij of ik.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 1 ten laste gelegde mishandeling en de onder feit 2 ten laste gelegde bedreiging.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van die onderdelen van de tenlastelegging die door hem ontkend worden. Voor het overige kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte de mishandelingen heeft begaan. Ten aanzien van de bedreiging voert de verdediging aan dat geen sprake is van bedreiging met zware mishandeling en dat de bewoordingen ‘slaan’, ‘meppen’, ‘in elkaar rossen’ of ‘in elkaar slaan’ niet de vrees hebben aangejaagd dat verdachte aangeefster daadwerkelijk ernstig lichamelijk letsel zou toebrengen. Daarnaast stelt de verdediging zich op het standpunt dat de bewoordingen onvoldoende concrete inhoud hebben om te spreken van toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, waardoor verdachte van de bedreigingen moet worden vrijgesproken.
Beoordeling door de militaire kamer
Verdachte heeft een groot deel van de in de tenlastelegging genoemde mishandelingen en bedreigingen bekend. Een aantal van de in de tenlastelegging genoemde handelingen wordt door verdachte betwist. De militaire kamer zal daarom de bewijsmiddelen ten aanzien van deze handelingen hieronder per feit beoordelen.
Ten aanzien van feit 1
Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij [aangever] nooit heeft geslagen of gestompt. Ook heeft hij geen knie in haar buik gezet en hij heeft nooit aan de oren van [aangever] getrokken of daarin geknepen. Hij heeft nimmer de arm van [aangever] gebogen of overstrekt. Ten slotte ontkent verdachte uitdrukkelijk dat hij de keel van [aangever] heeft afgekneld.
Aangeefster heeft verklaard dat zij op 31 oktober 2024 ruzie had met verdachte en dat zij niet naar buiten mocht. Verdachte deed de deur dicht en duwde haar heel hard met haar rug tegen de deur. Zij zag dat hij zijn vuist balde en voelde dat hij met zijn rechtervuist met kracht tegen haar borst aan sloeg. Zij heeft daardoor letsel opgelopen op haar borst. Hij trok haar van de deur af en pakte haar met zijn rechterhand bij haar kleding vast bij haar keel, waardoor alles strak om haar keel terecht kwam. Het voelde kort alsof haar keel werd afgekneld. Verdachte trok aangeefster mee naar het midden van de kamer. Haar trui scheurde op dat moment. Toen duwde verdachte haar weg waardoor zij over een stoel struikelde. Aangeefster voelde dat zij van achteren tegen haar billen en onderrug gestompt werd. Zij denkt dat hij met zijn benen schopte. Even later wilde zij langs verdachte naar buiten lopen maar dat mocht niet van hem. Hij pakte haar met zijn beide handen bij haar hoofd ter hoogte van haar oren. Hij kneep heel hard in haar hoofd en oren. Verdachte gooide haar vervolgens hard op het bed.
In een aanvullend verhoor heeft aangeefster aan de hand van foto’s van haar letsel verklaard over verschillende incidenten. Aangeefster heeft verklaard dat verdachte haar een aantal keren heeft geslagen en haar ook bij haar nek heeft gegrepen. Dat hoorde zij ook terug in de opnames die zij heeft gemaakt. Op een geluidsopname van 21 november 2023 zegt ze dat het al de 4de keer was. Hij had haar toen geknepen in haar been. De mishandelingen begonnen in het oude huis met duwen en schreeuwen. Daarna ging het verder in duwen tegen de muur en haar arm overstrekken. Ze zijn in april 2024 in het nieuwe huis gaan wonen. Op 3 oktober 2024 heeft verdachte aangeefster op haar ribben geslagen. Verdachte sloeg ook altijd op de billen van aangeefster als zij langs hem liep. Zij heeft hem wel eens een limiet opgesteld over het slaan op haar billen, maar daar luisterde hij niet naar. Een ander incident is dat verdachte bovenop aangeefster ligt en een knie in haar buik duwt, dat is in het nieuwe huis gebeurd. Ook heeft verdachte haar een keer in het gezicht geslagen. Hij zat heel dichtbij haar en zij deed uit bescherming haar handen voor haar gezicht en raakte daarbij zijn kin aan. Toen werd verdachte heel boos. Daarna sloeg hij haar in het gezicht.
In één van de geluidsopnames die aangeefster heeft gemaakt is het volgende gesprek tussen verdachte en aangeefster te horen:
‘ [aangever] : Jawel, dat is niet hoe het werkt. Je mag nooit iemand fysiek pijn doen.
[verdachte] : -schreeuwt- [NTV 03:41]
[aangever] : Hou op. Ga weg. Laat me gaan, au. Nee au.
[verdachte] : En nu heb jij pijn.
[aangever] : -huilt-
[verdachte] : Ik zou terugslaan. Dan wordt het echt feest.
[aangever] : Ik zat niet terug te slaan.
[verdachte] : Nee [NTV 03:56]’
In een ander geluidsfragment waarop verdachte en aangeefster te horen zijn is het volgende te horen:
‘ [aangever] : Jij duwde me vol in de bank. Jij kneep in m'n been en uit reflex duw ik jou weg en aangezien dat het enige was waar ik bij kon duwde ik inderdaad tegen jouw nek aan, zachtjes, zodat je weg van me ging en vervolgens grijp jij mij naar en knijp jij in m'n nek.
[verdachte] : Ja want ik denk dan niet na hè, dat is ook een reflex hè?
[aangever] : Nee dan denk jij niet na, maar dat van mij was ook een reflex omdat je me al kneep dus wie begon er?
[verdachte] : Niet naar mij schreeuwen dan. Ik mag toch ook niet naar jou schreeuwen?
[aangever] : Wie begon er met knijpen?’
Tussenconclusie
De militaire kamer is van oordeel dat de verschillende verklaringen van aangeefster concreet en gedetailleerd zijn, waarbij er foto’s zijn die de letsels waarover zij verklaart onderbouwen. De uitgeschreven geluidsopnames geven eveneens onderbouwing aan de verklaring van aangeefster. De verklaringen van aangeefster worden door de militaire kamer dan ook betrouwbaar geacht en zij neemt de verklaringen van aangeefster als uitgangspunt. Een groot deel van die verklaringen van aangeefster over de mishandeling door verdachte wordt daarbij ondersteund door de daarover bekennende verklaringen van verdachte. Echter, ook de door aangeefster omschreven mishandelingen die door verdachte worden ontkend, zoals het slaan en het bij de keel grijpen acht de militaire kamer bewezen. Dat verdachte die mishandelingen wel heeft gepleegd wordt ondersteund door de geluidsopnames waarin te horen is dat verdachte het door aangeefster het daar genoemde knijpen in de nek bevestigt. De woordenwisseling [aangever] : Hou op. Ga weg. Laat me gaan, au. Nee au. [verdachte] : En nu heb jij pijn. [aangever] : -huilt- [verdachte] : Ik zou terugslaan. Dan wordt het echt feestbevestigt de verklaring van aangeefster dat verdachte haar wel degelijk ook geslagen heeft. In samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen kunnen alle tenlastegelegde, waaronder de door de verdediging betwiste, handelingen wettig en overtuigend worden bewezen.
Ten aanzien van feit 2
Verdachte heeft betwist ooit een mes te hebben gepakt of te hebben getoond en heeft nooit gezegd dat [aangever] de vakantie ‘tussen 6 planken’ zou verlaten.
Aangeefster heeft verklaard dat verdachte eind oktober boos was en zij hem heel hard hoorde schreeuwen ‘ik wil dood’. Zij was op de slaapkamer en zij zag dat hij de kamer in kwam stormen met een koksmes in zijn hand en hoorde dat hij zei ‘het is jij of ik’. Aangeefster is naar buiten gerend en heeft de moeder van verdachte gebeld. Kort daarna kwam zijn vader naar de woning om met verdachte te praten.
In een aanvullende aangifte heeft aangeefster verklaard dat verdachte op vakantie heeft gezegd dat zij tussen 6 plankjes terug naar Nederland zou gaan. Zij heeft nog op vliegtickets gezocht om terug naar Nederland te vliegen. Thuis zijn de doodsbedreigingen ook vaak gebeurd. Verdachte heeft vaak tegen aangeefster verteld dat zij in 6 plankjes weg zou gaan.
Aangeefster heeft meerdere geluidsopnames gemaakt. De geluidsopnames zijn uitgewerkt en in de geluidsopname van 20 oktober 2024 genaamd ‘[verdachte] , Knife and fight with his dad’ is het volgende te horen:
‘[aangever] : Nee niet altijd al [verdachte] , je komt met een fucking mes aanrennen.
[verdachte] : Ja omdat ik dood wil ja.
[aangever] : Ja, maar dat is toch eng?
[verdachte] : Schei toch uit.’
In een geluidsopname van 2 september 2024 genaamd ‘[verdachte] dreigt met moord en zelfmoord en ik probeer hem rustig te houden’ is het volgende te horen:
‘ [aangever] : Maar als je... Als je zegt dat je van iemand houdt dan ga je niet zeggen dat je die persoon dood wil hebben. Je gaat daar niet eens mee dreigen. Op de vak-
[verdachte] : Ik dreig het ook niet, [NTV 04:34].
[aangever] : Ik heb al meerdere keren gezegd dat ik het uit ging maken omdat dit de hele tijd gebeurd. Je hebt de vorige keer gezegd dat ik in 6 plankjes de vakantie verlaat. Je hebt echt al zo...
[verdachte] : Ja dat gaat nu ook gebeuren.
[aangever] : Ja je hebt al zo vaak gedreigd dat je me dood gaat maken. En dan vind je het raar dat ik bang ben voor jou?
[verdachte] : Ja, nou ja, jij vertrouwt mij niet, ik vertrouw jou niet, dus dat is wel zo eerlijk hè?’
Tussenconclusie
De militaire kamer acht ook de door verdachte betwiste bedreigingen voldoende wettig en overtuigend bewezen, nu deze letterlijk op de geluidsopnames te horen zijn en verdachte daarop bevestigend reageert.
Conclusie
De verdediging heeft aangevoerd dat de bewoordingen geen bedreiging met zware mishandeling oplevert en dat de inhoud van de concrete bedreigingen geen reële vrees aanjagen op het al dan niet kunnen toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
De militaire kamer verwerpt dit verweer. Uit de verklaringen van aangeefster blijkt wel degelijk dat zij bang is voor verdachte. Tegen de achtergrond van de vele mishandelingen, de door verdachte gebruikte woorden zoals “in elkaar rossen” en gelet op het feit dat verdachte met een mes voor haar heeft gestaan heeft bij aangeefster ook in redelijkheid de vrees kunnen ontstaan dat hij deze bedreigingen ook tot uitvoering zou kunnen brengen. Daarnaast is de militaire kamer van oordeel dat met deze bewoordingen zowel sprake is van bedreiging met zware mishandeling als met enig misdrijf tegen het leven gericht.
De militaire kamer acht de onder feit 1 ten laste gelegde mishandeling en de onder feit 2 ten laste gelegde bedreiging wettig en overtuigend bewezen.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1. hij op één ofmeer tijdstippen inof omstreeksde periode van 21 november 2023 tot en met 31 oktober 2024 te 's-Hertogenbosch, althans in Nederland, zijn levensgezel, aangeverheeft mishandeld door
die [aangever] meermalen (met kracht) in het gezicht en/oftegen de ribben en/oftegen de borst, althans tegen het lichaam te slaan en/ofte stompen en/of
die [aangever] in haar rug en/oftegen haar billen te schoppen en/of
een knie in de buik van die [aangever] te zetten en/of te duwen en/of
die [aangever] bij haar hoofd en/ofhaar oren te pakkenen/of in haar hoofden/ofin haar oren te knijpen en/of
die [aangever] meermalen in haar borst en/ofhaar kuit en/ofhaar been te knijpen en/of
die [aangever] meermalen vast te pakken en/ofvast te houden en/of
die [aangever] (met zijn nagels) bij haar polsen te pakken en/ofte houden en/of
die [aangever] meermalen te duwen en/ofop bed en/oftegen de muur en/ofdeur te duwen en/ofte houden en/of
de arm van die [aangever] te overstrekken en/ofte buigen en/of
die [aangever] bij haar nek te pakken/grijpen en/of
die [aangever] bij haar trui te pakken en/of(aldus) de keel van die [aangever] (kort) af te knellen;
2. hij op één ofmeer tijdstippen inof omstreeksde periode van 21 november 2023 tot en met 31 oktober 2024 te 's-Hertogenbosch, althans in Nederland, [aangever] meermalen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/ofmet zware mishandeling door in die periode opéén ofmeer tijdstippen opzettelijk dreigend
een mes te pakken en/ofdit mes aan die [aangever] te tonen en/ofdaarbij de woorden toe te voegen: “het is jij of ik”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en of strekking en/of
die [aangever] de woorden toe te voegen: “zeg dat ik je ga slaan, dan doe ik het ook!” en/of“ik geef mijn grens aan omdat ik je anders in elkaar sla” en/of“ja, jij wil dat ik jou ga meppen, en ik doe het ook! Wees maar niet bang!” en/of“mij nog een keer duwen, ik ros je in mekaar!” en/of“jij zegt dat ik je wat aan doe. Dan zal ik dat doen ook” en/of“nog een keer die elleboog en ik steek een mes in je keel, die ligt daar, dat je het weet!” en/of“misschien moet ik je gewoon maar echt effe zo meteen heel hard in mekaar rossen” en/of
(telefonisch) “als je morgen komt, dan zet ik een mes tegen je keel en snijd ik je keel door” en/of(vervolgens) “ik hoef m’n relatie niet te redden want jij gaat het morgen toch uitmaken, dus ja dan kan je net zo goed dood” en/of“mijn gevoel doet er verder toch niet toe dus het maakt me geen ene reet uit meer dat ik in de gevangenis kom. Heb ik in ieder geval iemand vermoord. Dan heeft jouw moeder pijn. Jij leeft niet meer” en/of”jij verlaat in zes plankjes de vakantie” en/of‘‘jij komt nu naar huis, of ik ben dood of jij”,
althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn levensgezel, meermaals gepleegd
feit 2:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, meermaals gepleegd
5. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en voorts tot het verrichten van 140 uren werkstraf subsidiair 70 dagen hechtenis (met aftrek). Ook vraagt de officier van justitie om aan verdachte een contactverbod met aangeefster op te leggen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat de militaire kamer bij het bepalen van de strafmaat rekening houdt met de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals ter zitting naar voren gebracht. Ten slotte heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat een contactverbod niet noodzakelijk is, nu de reclassering eveneens geen noodzaak ziet voor het opleggen van een contactverbod en het voor verdachte niet werkbaar is omdat aangeefster en verdachte allebei in de muziekwereld werkzaam zijn.
De beoordeling door de militaire kamer
De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De militaire kamer heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna een jaar schuldig gemaakt aan huiselijk geweld. Hij heeft zijn toenmalige partner in hun woning mishandeld en bedreigd. Door zijn handelen heeft verdachte een onveilige situatie gecreëerd op een plek waar je je bij uitstek veilig hoort te voelen. De ernst en de impact van mishandeling en bedreiging in huiselijke kring is groot.
Uit het strafblad van verdachte van 8 mei 2026 blijkt dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.
De militaire kamer heeft acht geslagen op de Pro Justitia rapportage van 16 april 2026 waaruit naar voren kom dat er bij verdachte aanwijzingen zijn voor persoonlijkheidsproblematiek met name gekenmerkt door narcistische trekken, waaronder een externaliserende attributiestijl, beperkte zelfreflectie en een verhoogde gevoeligheid voor krenking. Hoewel bij verdachte geen sprake is van een psychiatrische stoornis in engere zin, zijn voornoemde persoonlijkheidskenmerken wel vastgesteld en die hebben naar alle waarschijnlijkheid enige invloed gehad op de wijze waarop verdachte de situatie heeft beleefd en geïnterpreteerd, met name in termen van het zich tekortgedaan voelen en het minder goed overzien van het eigen aandeel. Er wordt geen noodzaak gezien voor het inzetten van interventies binnen een verplicht of forensisch kader.
De militaire kamer heeft verder acht geslagen op het reclasseringsrapport van 29 april 2026, waaruit blijkt dat het recidiverisico laag wordt ingeschat. Verdachte heeft nadat het ten laste gelegde heeft plaatsgevonden een agressieregulatietraining afgerond en zich gemeld bij de hulpverlening voor begeleiding. Dat loopt voor een deel nog. Van verdachte kan op grond van zijn capaciteiten verwacht worden dat hij, indien nodig, de weg weet te vinden naar de hulpverlening en, onder andere op grond van de afgeronde training, weet wanneer hij deze moet inschakelen. De reclassering vindt interventies of toezicht op basis van de bij hun bekende informatie niet nodig en zij adviseren dan ook een straf zonder bijzondere voorwaarden. Een proeftijd zou in principe voldoende moeten zijn als stok achter de deur.
Vanwege de aard, de ernst en de duur van de mishandelingen en bedreigingen acht de militaire kamer een voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van drie jaren passend, als stok achter de deur. Als bijzondere voorwaarde zal aan verdachte een contactverbod met aangeefster worden opgelegd. Daarnaast is de militaire kamer van oordeel dat verdachte een taakstraf moet uitvoeren.
Alles afwegende komt de militaire kamer – in overeenstemming met de eis van de officier van justitie – tot de oplegging van een voorwaardelijke militaire detentie voor de duur van één maand met een proeftijd van drie jaren en als bijzondere voorwaarde een contactverbod met [aangever] . Voorts zal de militaire kamer aan verdachte opleggen een taakstraf van 140 uur, subsidiair 70 dagen militaire detentie met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht.
8. De beoordeling van de civiele vordering
De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met de feiten een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.885,24 aan materiële schade en € 4.000,00 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De officier van justitie acht de gemaakte kosten voor logopedie, verlies in arbeidsvermogen en reiskosten deugdelijk onderbouwd, waardoor deze schade kan worden toegewezen. De eindnota van het energieverbruik valt buiten het strafrecht en kan daarom niet worden toegewezen. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding refereert de officier van justitie zich aan het oordeel van de militaire kamer.
Voor het overige deel aan materiële schade heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard. De vorderingen worden onvoldoende onderbouwd.
Overweging van de militaire kamer
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.
De militaire kamer overweegt dat de schadeposten die zien op het verlies van arbeidsvermogen á € 1.540,00 en de reiskosten á € 100,32 voldoende zijn onderbouwd en redelijk zijn.
Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.
De schadeposten die zien op kosten logopedie á € 176,00 en kosten eindnota energieverbruik 2024 á € 68,92 zijn naar het oordeel van de militaire kamer thans onvoldoende onderbouwd, terwijl ook zonder nadere onderbouwing geen causaal verband tussen de schadeposten en de feiten kan worden vastgesteld. Nu nadere onderbouwing, standpuntenuitwisseling en zo nodig bewijslevering een onevenredige belasting met van het strafproces zou betekenen zal de militaire kamer de benadeelde partij niet-ontvankelijk in dit deel van de vordering verklaren. Benadeelde kan daarvoor nog naar de civiele rechter.
De militaire kamer is van oordeel dat de vordering voor wat betreft de voornoemde schadeposten tot een hoogte van € 1.640,32 kan worden toegewezen.
Smartengeld
Een benadeelde kan onder meer aanspraak maken op een vergoeding van schade in de vorm van smartengeld op grond van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) in het geval dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen. Daarvan is hier sprake nu uit de bewijsmiddelen volgt dat benadeelde door de bewezen meermalen gepleegde mishandelingen pijn en letsel in de vorm van o.a. pijn aan oor/gehoor, rode plekken en hoofdpijn heeft opgelopen. De mishandelingen en bewezen bedreigingen vonden over een lange periode plaats in de eigen woning van benadeelde. Dat dit heeft geleid tot psychische problemen en schaamte gevoelens is in het licht van de onderbouwing door benadeelde met een huisartsenjournaal, een verklaring van “Kwadraad maatschappelijk werk” en een gezondheidspsycholoog onvoldoende concreet betwist.
De militaire kamer houdt rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen en acht geslagen op de door de rechtspraak gehanteerde “Aanbevelingen voor de begroting van smartengeld op basis van art. 6:106 BW Aanbevelingen hanteren Rotterdamse schaal (geldend vanaf 1 januari 2026)”.
Nu uit hetgeen is aangevoerd niet blijkt dat sprake is van geestelijk letsel dat naar ‘objectieve maatstaven is vastgesteld’ zal de militaire kamer voor de bepaling van de hoogte van het smartengeld niet uitgaan van het in de Rotterdamse schaal genoemde categorie 14.1 Geestelijk letsel algemeen, zoals door benadeelde is voorgestaan.
Echter, gelet op:
de veelheid van de mishandelingen – waarbij, als het om één mishandeling met beperkt letsel zou gaan, op grond van hoofdstuk 13 c van de Rotterdamse schaal een bedrag tot € 1.100,00 als uitgangspunt wordt gehanteerd –,
de langere periode waarin dit in de eigen woning van benadeelde plaatsvond en
de omstandigheid dat overeenkomstig de genoemde aanbevelingen de mate van verwijtbaarheid nog aanleiding geeft tot verhoging van het vast te stellen smartengeld met 25% (aanbeveling 3) en
de psychische impact die dit voor benadeelde heeft gehad
zal de militaire kamer de hoogte van het smartengeld naar maatstaven van billijkheid vaststellen op het gevorderde bedrag van € 4.000,00.
Verdachte is voor het materiële deel vanaf 1 juni 2026 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd, de datum waarop de vordering is ingediend. En voor het smartengeld is verdachte vanaf 31 oktober 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
De militaire kamer ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
9. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.
10. De beslissing
De militaire kamer:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot militaire detentievoor de duur van1 (één) maand;
bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd,tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarde dat:
contactverbod
- verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met [aangever] , geboren op [geboortedag] 1996;
de politie ziet toe op de handhaving van dit verbod;
legt op een taakstrafvan140 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht militaire detentie zal worden toegepast voor de duur van 70 dagen;
beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;
veroordeelt verdachte in verband met de feiten tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 1.640,32 aan materiële schade en € 4.000,00 aan smartengeld. Voor de materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2026 en voor het smartengeld vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2024, tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
verklaart de benadeelde partij [aangever] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;
legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever] , een bedrag te betalen van € 5.640,32 aan materiële schade/smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2026 voor de materiële schade en vanaf 31 oktober 2024 voor het smartengeld, tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 56 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. Y.H.M. Marijs, rechters, en kapitein-ter-zee (LD) mr. J.L. Wesstra, militair lid, in tegenwoordigheid van
mr. C.F. Brouwer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op
29 juni 2026.
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de Koninklijke Marechaussee, Brigade Recherche, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 27MOGUMBER / 27FCC240031, gesloten op 31 januari 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
Proces-verbaal aangifte, p. 18-19, proces-verbaal aangifte, p. 22-28, proces-verbaal aangifte, p. 29-41 (met bijlagen, p. 43-61), proces-verbaal van bevindingen, p. 62-75, proces-verbaal van bevindingen uitwerking audiobestanden (aanvullend PV-032), de verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 8 juni 2026.
Proces-verbaal aangifte, p. 18-19 en proces-verbaal aangifte, p. 25-26.
Proces-verbaal aangifte, p. 31-38.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 64.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 68-69.
Proces-verbaal aangifte, p. 19
Proces-verbaal aangifte, p. 37.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 44 (aanvullend PV).
Proces-verbaal van bevindingen, p. 29 (aanvullend PV).