ECLI:NL:RBLIM:2026:5453
Samenvatting
Civiel recht
Uitspraak
Maastricht
RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11999112 \ CV EXPL 25-5321
Vonnis van 10 juni 2026
in de zaak van
[eisende partij] B.V.,
te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij],
gemachtigde: DAS Rechtsbijstand,
tegen
BREAK-AWAY.CC B.V. M.H.O.D.N. BREAKAWAY LIMBURG B.V.,
te Sint Geertruid, Eijsden-Margraten,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Breakaway,
procederend in persoon.
1. De procedure
1.1..
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 4, - de conclusie van antwoord, - de conclusie van repliek met productie 5, - de conclusie van dupliek.
1.2.. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1..
[eisende partij] heeft voor Breakaway diverse boekhoudkundige werkzaamheden verricht.
2.2.. In 2023 en 2024 heeft [eisende partij] in verband met deze werkzaamheden onder andere onder andere de volgende facturen aan Breakaway gestuurd:
€ 605,00 factuur 22 augustus 2023,
€ 199,65 factuur 18 november 2023,
€ 750,20 factuur 16 december 2023,
€ 254,10 factuur 15 januari 2024,
€ 868,18 factuur 24 februari 2024.
2.3.. Breakaway heeft de bovenstaande facturen van in totaal € 2.677,13 onbetaald gelaten.
2.4.. Op 11 januari 2024 heeft Breakaway aan [eisende partij] een e-mail gestuurd waarin onder meer het volgende is opgenomen:
“Na lang nadenken heb ik besloten om vanaf 1 januari 2024 de boekhouding zelf te gaan doen, inclusief btw-aangifte en de jaarrekening. (…) Ik waardeer alle ondersteuning die jullie tot nu toe hebben geboden. Jullie werk was absoluut van waarde, maar ik merk dat ik moeite had met het gebrek aan direct inzicht in mijn cijfers.”
2.5.. Bij brief van 3 en 26 april 2024 en 24 september 2024 heeft de incassogemachtigde van [eisende partij] Breakaway gesommeerd om tot betaling van de openstaande facturen van in totaal € 2.677,13 over te gaan, waarbij Breakaway € 392,71 aan incassokosten in het vooruitzicht zijn gesteld als zij niet binnen vijf dagen na ontvangst van de brief zou betalen. Het betreffende bedrag is niet binnen de door [eisende partij] gestelde termijn betaald.
2.6.. Bij e-mail van 1 mei 2025 heeft de gemachtigde van [eisende partij] Breakaway verzocht om het bedrag van € 2.677,13 aan onbetaalde facturen binnen veertien dagen na ontvangst te betalen.
2.7.. Breakaway heeft nadat zij daartoe meermaals is gesommeerd de facturen niet betaald, waarna zij is gedagvaard.
3. Het geschil
3.1..
[eisende partij] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Breakaway tot betaling van € 3.181,86, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2025 over
€ 2.677,13, € 392,71 aan buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van Breakaway in de kosten van de procedure.
3.2.. Het bedrag van € 3.181,86 kan als volgt worden gespecificeerd:
€ 2.677,13 aan onbetaalde facturen (hierna: de hoofdsom),
€ 504,83 aan rente tot en met 8 juli 2025.
3.3..
[eisende partij] legt aan de vordering ten grondslag dat Breakaway toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar betalingsverplichting uit hoofde van de overeenkomst van opdracht. Breakaway heeft tot op heden nagelaten om de achterstand in betalingen te voldoen.
3.4.. Break-Away voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eisende partij].
3.5.. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1.. De vraag die in dit geschil centraal staat, is of [eisende partij] aanspraak kan maken op betaling van de aan Breakaway verzonden facturen van in totaal € 2.677,13, te vermeerderen met rente en buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter komt tot het oordeel dat Breakaway de facturen van [eisende partij], de rente en de buitengerechtelijke incassokosten moet betalen. Hierna zal worden toegelicht hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen.
Overeenkomst
4.2.. Tussen partijen is niet in geschil dat Breakaway met [eisende partij] een overeenkomst van opdracht heeft gesloten voor onder andere het verzorgen van de administratie van Breakaway.
Tekortkoming in de nakoming
4.3.. Allereerst moet worden beoordeeld of er sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst aan de zijde van Breakaway.[eisende partij] stelt dat dat het geval is, omdat Breakaway de facturen van 22 augustus 2023 en 18 november 2023 tot en met 24 februari 2024 niet heeft betaald. De kantonrechter oordeelt daartoe als volgt.
4.4..
Tussen partijen is overeengekomen dat [eisende partij] onder andere de boekhouding voor Breakaway doet. Op basis daarvan heeft [eisende partij] een vijftal facturen gestuurd voor in totaal
€ 2.677,13. Breakaway heeft deze facturen onbetaald gelaten. In beginsel levert dit een tekortkoming in de betalingsverplichting uit hoofde van de overeenkomst op. Breakaway dient immers voor de geleverde diensten van [eisende partij] te betalen. Breakaway stelt echter dat zij de facturen niet hoeft te betalen, omdat zij gedurende de samenwerking meerdere malen aan [eisende partij] heeft medegedeeld dat zij niet tevreden is over de samenwerking. Zij geeft aan dat de communicatie slecht was, stukken te laat of niet werden aangeleverd en dat zij geen inzicht kreeg in haar eigen boekhouding. Op 11 januari 2024 heeft Breakaway per e-mail aan [eisende partij] medegedeeld dat zij per 1 januari 2024 haar eigen boekhouding gaat doen. Zij stelt dat zij vervolgens zeer hoge en onvoldoende gespecificeerde facturen van [eisende partij] heeft ontvangen. Volgens haar was niet duidelijk om welke werkzaamheden het ging, over welke periode de werkzaamheden zijn uitgevoerd en om hoeveel uren het ging. [eisende partij] betwist de stelling van Breakaway en stelt dat Breakaway in februari 2024 voor het eerst geklaagd over het door [eisende partij] verrichte werk. Door pas dan te klagen heeft, volgens [eisende partij], Breakaway de klachtplicht als bedoeld in art. 6:89 BW geschonden, te weten om binnen bekwame tijd te protesteren tegen een gebrek in de door [eisende partij] verrichte prestatie. Zij heeft nooit eerder geklaagd of [eisende partij] in gebreke gesteld, waardoor zij hem nooit de gelegenheid heeft geboden om werkzaamheden te herstellen, aldus [eisende partij]. Bovendien heeft Breakaway in de e-mail van 11 januari 2024 nog te kennen geeft dat zij de ondersteuning van [eisende partij] waardeerde en het verrichte werk absoluut van waarde was.
4.5.. Breakaway heeft zich vervolgens bij conclusie van dupliek tegen het beroep op de klachtplicht verweerd door te stellen dat zij tijdens de samenwerking meerdere keren per e-mail, telefonisch en in gesprekken heeft aangegeven dat zij niet tevreden was over de samenwerking. Dit heeft Breakaway echter niet nader onderbouwd, met bijvoorbeeld afdrukken van die e-mails, data van gesprekken met bij naam te noemen personen. De kantonrechter gaat daar dan ook verder aan voorbij, zodat [eisende partij] met succes een beroep doet op het schenden van de klachtplicht. Het gevolg van het achterwege laten van een dergelijk protest is dat Breakaway haar recht heeft verwerkt bezwaren op te werpen tegen het door [eisende partij] verrichtte werk. De gevorderde hoofdsom komt derhalve voor volledige toewijzing in aanmerking.
4.6.. Voor zover Breakaway stelt door de gestelde tekortkomingen van [eisende partij] voor een bedrag van € 1.379,10 aan schade te hebben geleden, kan de kantonrechter dit verweer niet volgen. Breakaway heeft haar stellingen tegenover de ontkenning daarvan door [eisende partij] niet of nauwelijks gemotiveerd en onderbouwd. Breakaway heeft aan deze stellingen ook geen (juridische) gevolgen verbonden die kunnen rechtvaardigen dat zij de facturen van [eisende partij] niet hoeft te betalen.
4.7.. Ook als het verweer van Breakaway als een beroep op ontbinding, opschorting of verrekening zou worden opgevat, kan het niet tot de door Breakaway gewenste gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering van [eisende partij] leiden. Door de betwisting van [eisende partij] ligt het op de weg van Breakaway om haar stelling nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door te laten zien waarom de werkzaamheden niet zijn uitgevoerd zoals overeengekomen. De stelling dat de communicatie slecht was, stukken te laat of niet werden aangeleverd en dat zij geen inzicht kreeg in haar eigen boekhouding en daardoor werk zelf heeft moeten verrichten is, zonder nadere toelichting, onvoldoende, omdat daaruit niet kan worden afgeleid dat sprake is van gebrekkig werk. Er kan namelijk niet worden vastgesteld waaruit de gestelde tekortkomingen van [eisende partij] precies bestaan en wat de gevolgen daarvan zijn, en evenmin of Breakaway daardoor schade heeft geleden en zo ja, welke. Het beroep van Breakaway op een tekortkoming in de nakoming slaagt daarom niet.
4.8.. De conclusie van het voorgaande is, dat Breakaway zal worden veroordeeld tot betaling van de hoofdsom van € 2.677,13.
Rente
4.9.. Omdat Breakaway in verzuim is met de betaling van de facturen, zal de tot en met 8 juli 2025 gevorderde wettelijke handelsrente van € 504,83 als onbetwist worden toegewezen.
4.10.. Naar het oordeel van de kantonrechter zal de gevorderde wettelijke handelsrente over de hoofdsom van € 2.677,13 echter pas worden toegewezen vanaf 9 juli 2025 in plaats van de gevorderde 8 juli 2025. Door [eisende partij] is immers al een bedrag van € 504,83 aan wettelijke handelsrente tot en met 8 juli 2025 gevorderd, waardoor ook pas weer vanaf dat moment opnieuw rente kan worden gevorderd.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.11..
[eisende partij] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eisende partij] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eisende partij] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 392,71 worden toegewezen.
Proces- en nakosten
4.12.. Breakaway is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
122,35
- griffierecht
€
514,00
- salaris gemachtigde
€
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
€
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.268,85
4.13.. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Uitvoerbaar bij voorraad
4.14.. De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
5. De beslissing
De kantonrechter
5.1.. veroordeelt Breakaway om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 3.181,96, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.677,13, met ingang van 9 juli 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.. veroordeelt Breakaway om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 392,71 aan buitengerechtelijke kosten,
5.3.. veroordeelt Breakaway in de proceskosten van € 1.268,85, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Breakaway niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.. veroordeelt Breakaway tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.
Artikel 6:74 BW.