ECLI:NL:RBMNE:2022:6656
Samenvatting
Strafrecht
Uitspraak
Utrecht
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/242298-21 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 31 oktober 2022
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] , [postcode] te [plaats] ,
hierna verdachte.1. ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 oktober 2022.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. T.M. van Wanrooij en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. A.M.P.M. Adank, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.2. TENLASTELEGGING
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
Feit 1
op 8 september 2021 te Utrecht [aangever 1] heeft bedreigd;
Feit 2
op 9 juli 2021 te Utrecht [aangever 2] heeft bedreigd;
Feit 3
op 8 juli 2021 te Utrecht [aangever 3] heeft bedreigd;
Feit 4
op 5 september 2021 te Utrecht [aangever 4] heeft bedreigd;
Feit 5
op 2 september 2021 te Utrecht [aangever 5] heeft bedreigd.3. VOORVRAGEN
De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.4. WAARDERING VAN HET BEWIJS
4.1. Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. De officier van justitie voert ten aanzien van feit 2 aan dat de getuigen op 9 juli 2021 niet hebben gehoord dat verdachte aangever [aangever 2] ook heeft bedreigd met de woorden “ [aangever 2] . Jouw vrouwtje die pak ik net zo makkelijk mee”. Verdachte heeft echter in september 2021, ten laste gelegd onder feit 4, ook de vrouw van een beveiliger bedreigd met de woorden “Je vrouw gaat eraan!”. Aangezien de getuigen deze bewoordingen van verdachte hebben gehoord richting de beveiliger over zijn vrouw en deze getuigenverklaringen zijn opgenomen in het dossier, kunnen deze verklaringen worden gebruikt en zijn deze verklaringen voldoende redengevend als schakelbewijs met betrekking tot feit 2, inhoudende de bewoordingen over de vrouw van [aangever 2] .
4.2. Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld het standpunt van de officier van justitie grotendeels te kunnen volgen, met uitzondering van het volgende. Verdachte heeft van meet af aan ontkent dat hij “Ik ga je neersteken” heeft gezegd (zoals ten laste gelegd onder feit 1). Verder ontkent verdachte dat hij de vrouw van de heer [aangever 2] heeft bedreigd (zoals ten laste gelegd onder feit 2). Verder voert de raadsman aan dat de getuigenverklaringen ten aanzien van feit 4 niet kunnen worden gebruikt als schakelbewijs ten aanzien van feit 2, omdat de beveiliger tegen wie de bedreiging is geuit niet is gehoord.
4.3. Het oordeel van de rechtbank
Bewijsoverweging partiële vrijspraak feit 2
De rechtbank is van oordeel dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van de bewoordingen over de vrouw van aangever [aangever 2] , ten laste gelegd onder feit 2. De ten laste gelegde bewoording wordt uitsluitend genoemd in de aangifte en niet in enig ander bewijsmiddel. Hoewel voor een bewezenverklaring niet is vereist dat alle onderdelen van de tenlastelegging dubbel moeten worden belegd met bewijsmiddelen, heeft de rechtbank door de verklaring van verdachte ter zitting in dit geval niet de overtuiging dat verdachte deze bewoording heeft geuit. Het door de officier van justitie genoemde schakelbewijs, is daarvoor onvoldoende overtuigend.
Bewijsoverweging feiten 1 tot en met 5
De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich in juli en september 2021 schuldig heeft gemaakt aan bedreiging, met enig misdrijf tegen het leven gericht, tegenover vijf medewerkers van Altrecht. De rechtbank komt als volgt tot dit oordeel.
Ten aanzien van de bewoording “Ik ga je neersteken”, baseert de rechtbank haar overtuiging op de volgende verklaringen.
“Ik zag dat [verdachte] mij aankeek, de handdoeken uit mijn handen pakte en hard in mijn richting schreeuwde: "Ik ga je neersteken!". Ik vond dat zeer intimiderend. Ik voelde mij direct bedreigd door de bedreiging met de dood.”
En
“Ik zag dat [verdachte] zich richtte op [aangever 1] . Ik hoorde dat [verdachte] schreeuwde: "Ik ga je
steken!"
Verdachte heeft voor het overige de bewezen verklaarde feiten (zie hierna onder rubriek 5) bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor de feiten bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:
de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 17 oktober 2022;
een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een Aangifteformulier voor werknemers instellingen d.d. 9 juli 2021 (blz. 7 tot en met 12 van proces-verbaal nr. PL0900-2021219358);
een ambtsedig proces-verbaal van aangifte nr. PL0900-2021219197-2 d.d. 9 juli 2021, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] (blz. 3 en 4 van proces-verbaal nr. PL0900-2021219358), inhoudende de verklaring van aangever [aangever 2] ;
een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een Aangifteformulier voor werknemers instellingen d.d. 10 september 2021 (blz. 40 tot en met 45 van proces-verbaal nr. PL0900-2021296347);
een ambtsedig proces-verbaal van aangifte nr. PL0900-2021288427-2 d.d. 9 september 2021, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] (blz. 30 en 33 van proces-verbaal nr. PL0900-2021296347), inhoudende de verklaring van aangeefster [aangever 4] ;
een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een niet ondertekend proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 13 september 2021 (blz. 36 en 37 van proces-verbaal nr. PL0900-2021296347);
een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een Aangifteformulier voor werknemers instellingen d.d. 8 september 2021 (blz. 5 tot en met 10 van proces-verbaal nr. PL0900-2021287380).
De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.
5. BEWEZENVERKLARING
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
Feit 1
op 8 september 2021 te Utrecht [aangever 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [aangever 1] dreigend de woorden toe te voegen “Ik ga je neersteken” en “Jullie staan allemaal op mijn dodenlijst”;
Feit 2
op 9 juli 2021 te Utrecht [aangever 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [aangever 2] dreigend de woorden toe te voegen “Ik maak jullie allemaal kapot. Ik steek de boel in de fik” en “Ik maak jullie dood, ik maak jullie kapot”;
Feit 3
op 8 juli 2021 te Utrecht [aangever 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [aangever 3] dreigend de woorden toe te voegen “Ik wil naar afdeling HC2 en als ik
niet ga dan maak ik jullie allemaal af.”;
Feit 4
op 5 september 2021 te Utrecht [aangever 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [aangever 4] dreigend de woorden toe te voegen “rotwijf, ik maak je af” en “jullie gaan er allemaal aan, een voor een wordt het jullie dood, ik hak jullie
koppen eraf”, terwijl hij, hierbij met zijn hand een snijdende beweging langs zijn keel
maakte;
Feit 5
op 2 september 2021 te Utrecht [aangever 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [aangever 5] dreigend de woorden toe te voegen “ik ga jou killen [aangever 5] ”, terwijl hij, verdachte, hierbij met zijn hand een snijdende beweging langs zijn keel maakte.
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.6. STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:
T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3, feit 4 en feit 5: telkens, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.7. STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.8. OPLEGGING VAN STRAF
8.1. De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 28 dagen, met aftrek van het voorarrest.
8.2. Het standpunt van de verdediging
De raadsman stelt zich op het standpunt dat een gevangenisstraf conform het voorarrest zoals door de officier van justitie is gevorderd een passende straf is.
8.3. Het oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft vijf medewerkers van GGZ-instelling Altrecht ernstig bedreigd. Deze bedreigingen zullen het veiligheidsgevoel van de medewerkers van de instelling, en in het bijzonder de vijf medewerkers die ernstig werden bedreigd, hebben aangetast. Werknemers met een zorgtaak dienen in hun werk niet geconfronteerd te worden met onnodig verbaal agressief gedrag en moeten hun werk zonder angst voor hun cliënten kunnen uitvoeren.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van 2 oktober 2022, waaruit blijkt dat verdachte eerder is schuldig bevonden voor soortgelijke strafbare feiten zonder dat hij daarvoor een straf heeft gekregen.
De rechtbank heeft ook acht geslagen op het Pro Justitia-rapport van 31 december 2021, opgesteld door E.A.M. Schouten, psychiater. Hieruit blijkt dat er sprake is van schizofrenie. De schizofrenie was ook aanwezig in de periode van het ten laste gelegde. Onduidelijk is of verdachte tijdens deze periode alcohol of drugs gebruikt heeft, maar het delictgedrag van verdachte kan worden gerelateerd aan de psychiatrische problematiek. Of het ten laste gelegde in een verminderde mate dan wel in het geheel niet toe te rekenen is aan verdachte door de schizofrenie kan de rapporteur niet beantwoorden omdat verdachte ten tijde van het rapport de feiten heeft ontkend. De rapporteur adviseert om geen straf op te leggen, omdat het kader van de zorgmachtiging (die tot november 2022 loopt) meer passend is.
De rechtbank ziet in de bevindingen van de rapporteuraanleiding om het ten laste gelegde in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen, nu het delictgedrag volgens de rapporteur kan worden gerelateerd aan de psychiatrische problematiek. De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat de bewezen verklaarde feiten in het geheel niet aan verdachte zijn toe te rekenen.
Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 18 augustus 2022. Uit dit advies blijkt dat de laatste jaren een patroon van verbale bedreigingen naar beroepsbeoefenaars in de psychiatrische zorginstelling waar verdachte verblijft, zichtbaar is. In het verleden is verdachte herhaaldelijk opgenomen geweest, zowel vrijwillig als gedwongen. Verdachte voelt zich niet serieus genomen door de hulpverleners in de psychiatrie. Verdachte verblijft sinds 6 oktober 2021 in het kader van een bijzondere voorwaarde bij schorsing van de preventieve hechtenis, met een zorgmachtiging in de Van der Hoevenkliniek. De behandeling verloopt positief. Het is onbekend of de zorgmachtiging na november 2022 wordt verlengd, maar er zijn geen signalen dat deze beëindigd kan of zal worden. De reclassering sluit zich aan bij het advies van het NIFP. De reclassering adviseert bij een veroordeling om geen straf of bijzondere voorwaarden op te leggen, aangezien zij geen mogelijkheden ziet om met interventies of toezicht de risico's te beperken of het gedrag te veranderen.
Op te leggen straf
Gelet op de hiervoor besproken ernst van de bewezenverklaarde feiten in combinatie met het strafblad van verdachte acht de rechtbank een straf passend. De rechtbank is in dit concrete geval van oordeel dat een gevangenisstraf van 28 dagen met aftrek van het voorarrest, zoals gevorderd door de officier van justitie, passend en geboden is. De rechtbank houdt hierbij rekening met de omstandigheid dat de feiten in verminderde mate aan verdachte moeten worden toegerekend en dat verdachte reeds in het kader van een zorgmachtiging wordt begeleid en behandeld. Verdachte is geschorst uit de voorlopige hechtenis en hoeft met de opgelegde straf niet meer terug naar de gevangenis.9. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
De beslissing berust op de artikelen 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.10. BESLISSING
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart het onder feit 1 tot en met feit 5 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid
verklaart het onder feit 1 tot en met feit 5 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
verklaart verdachte strafbaar;
Oplegging straf
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 28 dagen;
bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
Voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.M. Lemmen, voorzitter, mr. H.A. Brouwer en mr. L.C. Michon, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.S. Stekkel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 31 oktober 2022.
Mr. A.M.M. Lemmen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 8 september 2021 te Utrecht
[aangever 1] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door die [aangever 1] dreigend de woorden toe te voegen "Ik ga je neersteken" en/of
"Jullie staan allemaal op mijn dodenlijst", althans woorden van gelijke dreigende
aard of strekking;
( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
2
hij op of omstreeks 9 juli 2021 te Utrecht
[aangever 2] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door die [aangever 2] dreigend de woorden toe te voegen "Ik maak jullie allemaal kapot.
Ik steek de boel in de fik" en/of Ik maak jullie dood, ik maak jullie kapot" en "Jij gaat
er ook aan, [aangever 2] . Jouw vrouwtje die pak ik net zo makkelijk mee", althans woorden
van gelijke dreigende aard of strekking;
( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
3
hij op of omstreeks 8 juli 2021 te Utrecht
[aangever 3] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door die [aangever 3] dreigend de woorden toe te voegen "Ik wil naar afdeling HC2 en als ik
niet ga dan maak ik jullie allemaal af.", althans woorden van gelijke dreigende aard
of strekking;
( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
4
hij op of omstreeks 5 september 2021 te Utrecht
[aangever 4] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door die [aangever 4] dreigend de woorden toe te voegen “rotwijf, ik maak je af”
en/of “jullie gaan er allemaal aan, een voor een wordt het jullie dood, ik hak jullie
koppen eraf” althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,
terwijl hij, verdachte, hierbij met zijn hand een snijdende beweging langs zijn keel
maakte;
( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
5
hij op of omstreeks 2 september 2021 te Utrecht
[aangever 5] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door die [aangever 5] dreigend de woorden toe te voegen “ik ga jou killen [aangever 5] ”, althans
woorden van gelijke dreigende aard of strekking,
terwijl hij, verdachte, hierbij met zijn hand een snijdende beweging langs zijn keel
maakte;
( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een Aangifteformulier voor werknemers instellingen d.d. 8 september 2021 (proces-verbaal nr. PL0900-2021287380 met de aangifte van [aangever 1] ), p. 8.
Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een Aangifteformulier voor werknemers instellingen d.d. 8 september 2021 (proces-verbaal nr. PL0900-2021287380 met de getuigenverklaring van [getuige 2] ), p. 9.