Skip to main content

ECLI:NL:RBMNE:2026:2307

Rechtbank

Lelystad

Datum

29 April 2026

Taal

nl

Samenvatting

Rechtsvraag

Civiel recht

Uitspraak / Beslissing

Uitspraak

Lelystad

Procedure: UitspraakDomain: Civiel rechtType: uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Lelystad

Zaaknummer: 11951135 \ MC EXPL 25-6015

Vonnis van 29 april 2026

in de zaak van

[eiser] , H.O.D.N. [handelsnaam 1],

te [woonplaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. P.J. Contermans,

tegen

[gedaagde] B.V., T.H.O.D.N. [handelsnaam 2],

te [woonplaats 2] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [handelsnaam 2] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

1.1.. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding met 18 producties, - de conclusie van antwoord met 4 producties, - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,

  • de mondelinge behandeling van 31 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2.. Ten slotte is aan partijen verteld dat vandaag vonnis gewezen zal worden.

2. De kern van de zaak

2.1..
[eiser] heeft een onderneming, [handelsnaam 1] , die zich richt op de verkoop van diverse soorten muurbedekking. [handelsnaam 2] is een onderneming die ook wandpanelen verkoopt. [eiser] heeft door een professionele fotograaf foto’s laten maken van zijn wandpanelen die hij op de website van [handelsnaam 1] heeft geplaatst. Ook heeft hij die wandpanelen productnamen gegeven die hij zelf verzonnen heeft. [handelsnaam 2] heeft deze foto’s en bijbehorende namen op haar website gebruikt. [eiser] vindt dat [handelsnaam 2] daardoor inbreuk heeft gemaakt op zijn auteursrechten. Hij vordert daarom in deze procedure kort gezegd een verklaring voor recht en schadevergoeding, vermeerderd met kosten. [handelsnaam 2] wil dat de kantonrechter deze vorderingen afwijst. Zodra zij ontdekte dat de foto’s op haar website van [eiser] afkomstig waren heeft zij deze namelijk verwijderd. De kantonrechter geeft [eiser] grotendeels gelijk.

3. De beoordeling

De foto’s zijn auteursrechtelijk beschermd, maar de productnamen niet

3.1.. Eerst behandelt de kantonrechter de vraag of de betreffende foto’s en productnamen wel auteursrechtelijk beschermd zijn. Volgens vaste rechtspraak is een werk (zoals een foto of een bedachte productnaam) auteursrechtelijk beschermd als het een eigen, oorspronkelijk karakter heeft, dat het persoonlijk stempel van de maker draagt. Dat betekent dat een werk enige creativiteit en artistieke expressie moet bevatten. Voor wat betreft de foto’s is dat naar het oordeel van de kantonrechter het geval, maar voor de productnamen geldt dat niet. Hiervoor heeft de kantonrechter de volgende redenen.

3.2.. Vier van de foto’s zijn foto’s van vier wandpanelen in marmerlook die [eiser] aanbiedt via [handelsnaam 1] . De vier overige foto’s zijn ingezoomde uitsneden van de eerste vier foto’s, bedoeld om de structuur van de wandpanelen beter in beeld te brengen. Feitelijk gaat het dus om vier originele foto’s, die in hun geheel geplaatst zijn op de website van [handelsnaam 2] , en vier uitsneden van deze foto’s. Hieronder worden de vier foto’s en de vier uitsneden opgenomen ter verduidelijking.

De vier foto’s van de gehele panelen

De vier uitsneden

3.3.. De vier foto’s waarop de gehele wandpanelen met aankleding te zien zijn, zijn het resultaat van de originele en creatieve keuzes van de maker. Op de foto is te zien dat er keuzes gemaakt zijn met betrekking tot de wijze waarop de wandpanelen in beeld zijn gebracht. Zo hebben de foto’s een specifieke belichting en hoek, waardoor de structuur en kleur van de wandpanelen goed uitkomen. Ook hebben de foto’s een bewust gekozen compositie en enscenering, bijvoorbeeld doordat er een stoel of accessoire in op is genomen om het beeld op een bepaalde manier aan te kleden. Dit alles maakt dat er geen sprake is van dertien-in-een-dozijn-kiekjes en dat de foto’s goed te onderscheiden zijn van andere foto’s van wandpanelen. Daarom dragen zij de stempel van de maker en zijn zij te beschouwen als werk in de zin van de Auteurswet.

3.4.. Voor de uitsneden van de foto’s geldt het volgende. Dit zijn geen nieuwe foto’s die op zichzelf auteursrechtelijke bescherming verdienen. [eiser] heeft uitgelegd dat het gaat om dezelfde foto’s als in overweging 3.2. besproken, maar dat hij er een stukje van heeft uitgesneden om het wandpaneel beter in beeld te brengen. Puur het maken van een uitsnede geeft niet voldoende uitdrukking aan creatieve keuzes of artistieke expressie om op zichzelf auteursrechtelijk bescherming te verdienen. De vier eerste foto’s, waarop het gehele wandpaneel met compositie te zien is, zijn dus auteursrechtelijk beschermd. De vier foto’s waarop slechts een uitsnede te zien is niet.

3.5..
[eiser] vindt verder dat [handelsnaam 2] inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten die zouden rusten op de productnamen die hij heeft bedacht voor de betreffende wandpanelen. Het gaat om de namen ‘Bianco Carrara Marmerpaneel’, ‘Crème Marfil Marmer Wandpaneel’, ‘Grigio Carnico Marmerpaneel’ en ‘Marquina Marmerpaneel’. Naar het oordeel van de kantonrechter zijn de productnamen niet auteursrechtelijk beschermd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] uitgelegd dat deze namen verwijzen naar de marmersoort waarop de wandpanelen geïnspireerd zijn, namelijk een combinatie van de kleurtint (bijvoorbeeld ‘bianco’) en de groeve waaruit die marmersoort afkomstig is (bijvoorbeeld ‘Carrara’). [handelsnaam 2] heeft ook onderbouwd aangevoerd dat vergelijkbare namen veelvuldig gebruikt worden op andere websites waar wandpanelen met een marmer-look verkocht worden. Hierdoor vindt de kantonrechter dat deze productnamen vooral beschrijvend van aard zijn, en daarom niet voldoende creatief zijn om auteursrechtelijk beschermd te zijn.

[eiser] heeft de auteursrechten op de foto’s

3.6.. Dan komt de vraag aan de orde of [eiser] wel de auteursrechten op de foto’s heeft, en niet de fotograaf die de foto’s heeft genomen. [eiser] meent dat hij de auteursrechten heeft op grond van artikel 6 Auteurswet (hierna: Aw). Mocht dat niet het geval zijn, dan vindt hij dat hij de auteursrechten bij akte van de fotograaf heeft verkregen op 13 oktober 2025.

3.7.. Uit rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat in beginsel de fotograaf moet worden aangemerkt als de maker van foto’s in de zin van de Auteurswet. Dit kan slechts anders zijn als een werk op grond van artikel 6 Aw tot stand is gekomen naar het ontwerp van een ander en onder diens leiding en toezicht. [eiser] zegt dat dat het geval is voor wat betreft deze foto’s. Hij heeft namelijk de opstellingen gecreëerd en expliciete instructies gegeven voor wat betreft de belichting en de gewenste uitstraling van de beelden.

3.8.. De kantonrechter gaat hier niet in mee. Hoewel uit de stellingen van [eiser] blijkt dat hij een nauwe betrokkenheid had bij de totstandkoming van de foto’s, is dit onvoldoende om te spreken van makerschap in de zin van artikel 6 Aw. Uit vaste rechtspraak, en de uitleg van de wetgever bij dit wetsartikel (de zogenoemde Memorie van Toelichting), blijkt dat niet snel aan de vereisten van dit artikel voldaan is. Het moet gaan om situaties waarin vrijwel alle creatieve keuzes gemaakt zijn door de één (in dit geval [eiser] ), waar de ander (in dit geval de fotograaf) slechts als ‘hand’ fungeerde, zonder wezenlijke eigen artistieke inbreng te leveren. Dat hiervan sprake zou zijn in deze situatie is niet gebleken.

3.9.. De kantonrechter gaat wel mee in de stelling dat [eiser] de auteursrechten bij akte heeft verkregen. De fotograaf heeft bij akte van 13 oktober 2025 alle auteursrechten ten aanzien van de foto’s en alle bijbehorende vorderingsrechten aan [eiser] overgedragen. Dat betekent dat [eiser] vanaf dat moment de auteursrechten op de foto’s heeft. Dit heeft ook tot gevolg dat [eiser] gerechtigd is om deze procedure te voeren, ook als deze ziet op inbreuken van voor 13 oktober 2025.

[handelsnaam 2] heeft zich schuldig gemaakt aan auteursrechtinbreuk

3.10.. De kantonrechter komt nu toe aan de vraag of [handelsnaam 2] inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten die op de foto’s rusten.

3.11.. In april 2025 ontdekte [eiser] dat de foto’s van de wandpanelen, met bijbehorende productnamen, ook geplaatst waren op de website van [handelsnaam 2] . Hij heeft toen op 17 april 2025 een e-mail verzonden naar [handelsnaam 2] waarin hij haar verzocht deze foto’s en productnamen te verwijderen. Op 24 april 2025 heeft [eiser] nogmaals een e-mail verzonden met hetzelfde verzoek. Op beide e-mails is niet gereageerd. Op 6 juni 2025 heeft de gemachtigde van [eiser] een sommatie verzonden zowel per e-mail, en op 20 juni 2025 nogmaals per mail, en ditmaal ook per Whatsapp naar het mobiele nummer dat op de website van [handelsnaam 2] vermeld stond. Op het Whatsapp-bericht volgde dezelfde dag reactie van [handelsnaam 2] dat zij de foto’s en productnamen van haar website had gehaald.

3.12..
[handelsnaam 2] heeft aangevoerd dat zij het gebruiken van de foto’s en de productnamen niet bewust heeft gedaan. Zij heeft iemand ingehuurd om een website voor haar te bouwen, en diegene heeft op eigen initiatief de foto’s gebruikt. Daardoor was zij zich van geen kwaad bewust. De e-mails van 17 april, 24 april, 6 juni en 20 juni heeft [handelsnaam 2] niet ontvangen, omdat haar e-mailaccount niet functioneerde. Toen zij op 20 juni voor het eerst bekend werd met het verzoek van [eiser] door het WhatsApp-bericht heeft zij direct de foto’s verwijderd.

3.13.. Vast staat dat de foto’s van de website van [handelsnaam 1] , ook op de website van [handelsnaam 2] hebben gestaan zonder toestemming en naamsvermelding. Daardoor heeft [handelsnaam 2] volgens de kantonrechter inbreuk gemaakt op het auteursrecht dat op de foto’s rust, en onrechtmatig gehandeld.

3.14.. De kantonrechter begrijpt dat [handelsnaam 2] niet bewust de foto’s van [eiser] heeft gebruikt, en de kantonrechter gelooft ook dat zij de eerdere e-mails niet ontvangen heeft, maar dat maakt dit oordeel niet anders. Ook het per ongeluk schenden van andermans auteursrecht levert wettelijk gezien een inbreuk op het auteursrecht op. Het is de website van [handelsnaam 2] , waardoor zij ook de verantwoordelijkheid draagt voor het materiaal dat erop gepubliceerd staat. Van haar mag verwacht worden dat zij als exploitant van de website de inhoud van de website controleert. Het e-mailadres stond, zonder waarschuwing dat deze niet werkte, op de website van [handelsnaam 2] genoteerd. Dat deze lange tijd niet functioneerde is eveneens haar verantwoordelijkheid en moet voor haar eigen rekening blijven.

Schade

3.15.. Gelet op het voorgaande is [handelsnaam 2] verplicht de schade die [eiser] als gevolg van de auteursrechtinbreuk heeft geleden te vergoeden.

3.16.. De kantonrechter is van oordeel dat voldoende is onderbouwd dat [eiser] door de auteursrechtinbreuk schade heeft geleden. De hoogte van deze schade is niet exact vast te stellen nu niet duidelijk is of [eiser] klandizie is kwijtgeraakt. Nu de schade niet exact is vast te stellen, zal deze begroot moeten worden op een manier die zo goed mogelijk aansluit bij de aard van de geleden schade. Uitgangspunt bij deze begroting is dat de auteursrechthebbende (in dit geval [eiser] ) ten minste aanspraak kan maken op een schadevergoeding gelijk aan de licentievergoeding die verschuldigd zou zijn geweest, als er wel toestemming voor de verveelvoudiging zou zijn gevraagd. Om te bepalen hoe hoog die vergoeding zou zijn geweest, sluit de kantonrechter aan bij de tarievenlijst 2025 van Stichting BeeldAnoniem. Op basis daarvan geldt een basistarief van € 723,00 voor 4-6 werken. [handelsnaam 2] moet dus € 723,00 aan schadevergoeding betalen.

3.17..
[eiser] heeft de licentievergoeding inclusief BTW gevorderd. Daar gaat de kantonrechter niet in mee. Nu het door de kantonrechter toegewezen bedrag een schadevergoeding betreft, hoeft [eiser] daar geen BTW over af te dragen. Hij heeft dus ook geen recht op vergoeding daarvan.

3.18.. De door [eiser] gevorderde opslag van 25% omdat de foto’s zonder naamsvermelding op een website openbaar zijn gemaakt wijst de kantonrechter toe. Vast staat namelijk dat [handelsnaam 2] de foto’s zonder naamsvermelding van de fotograaf op de website had staan, waardoor zij deze opslag verschuldigd was. Zij was dat in eerste instantie aan de fotograaf maar, zoals ook besproken in de overwegingen 3.9.-3.12., heeft [eiser] de vorderingsrechten van de fotograaf overgenomen. Daarom is [eiser] nu gerechtigd om deze opslag te vorderen. Deze opslag komt neer op een bedrag van €180,75.

De kantonrechter wijst de vordering tot verklaring voor recht af

3.19..
[eiser] heeft een verklaring voor recht gevorderd dat [handelsnaam 2] met haar handelen inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van [eiser] . Deze vordering zal de kantonrechter afwijzen wegens gebrek aan belang. Uit het voorgaande, en de toewijzing van de vordering tot schadevergoeding, blijkt namelijk al dat [handelsnaam 2] onrechtmatig heeft gehandeld en inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten die rusten op de foto’s. Daardoor heeft [eiser] geen belang meer bij deze verklaring voor recht.

[handelsnaam 2] moet wettelijke rente betalen

3.20.. De door [eiser] gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar nu [handelsnaam 2] in verzuim is met betaling van de geldsom, en [handelsnaam 2] tegen de wettelijke rente verder geen verweer heeft gevoerd. De wettelijke rente over de schadevergoeding zal worden toegewezen vanaf 17 april 2025.

[handelsnaam 2] moet proceskosten betalen

3.21..
[handelsnaam 2] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze procedure ziet op de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, zodat artikel 1019h Rv van toepassing is. Op grond van dat artikel wordt de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. Bij de vaststelling van de redelijke en evenredige kosten ex artikel 1019h Rv gaat de kantonrechter uit van de door de rechtbank gehanteerde Indicatietarieven in IE-zaken, versie 1 februari 2026. Naar het oordeel van de kantonrechter betreft het een eenvoudige bodemzaak, waardoor er maximaal € 9.600 aan proceskosten toegewezen kunnen worden.

3.22.. De kantonrechter vindt een vergoeding van € 3.200,00 billijk. Hoewel [eiser] facturen heeft overgelegd ter hoogte van in totaal € 8.294,55, vindt de kantonrechter het niet redelijk om dit volledige bedrag door [handelsnaam 2] te laten vergoeden. Daartoe is het volgende doorslaggevend.

3.23.. Ten eerste betreft dit een eenvoudige inbreukkwestie, met een beperkt feitecomplex waardoor de kantonrechter dit beschouwt als een eenvoudige en niet al te bewerkelijke zaak. In dit kader vindt de kantonrechter het ook relevant dat [handelsnaam 2] voldoende onderbouwd heeft dat zij geen panelen met marmerlook heeft verkocht in de periode dat de foto’s online stonden. Bovendien heeft zij gemotiveerd gesteld dat zij überhaupt weinig gebruik heeft gemaakt van de website, omdat zij haar klandizie niet via de website krijgt, maar deze bij hem in de showroom langskomt. In het licht van de uitgebreide motivering van [handelsnaam 2] heeft [eiser] dit onvoldoende onderbouwd betwist. Ook vindt de kantonrechter het relevant dat [handelsnaam 2] de inbreuk niet opzettelijk heeft gepleegd, en de foto’s verwijderd heeft zodra zij ervan op de hoogte raakte. Daar komt bij dat een deel van de kosten gemaakt zijn voordat [eiser] de auteursrechten bezat, en gemaakt zijn ten behoeve van de auteursrechtoverdracht op 13 oktober 2025. De kantonrechter vindt het niet redelijk als [handelsnaam 2] die kosten moet dragen.

3.24.. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van BIK af

3.25..
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Een dergelijke vergoeding is slechts toewijsbaar, als deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt tot verkrijging van betaling buiten een gerechtelijke procedure en de omvang daarvan ook redelijk is. [eiser] heeft weliswaar voldoende gesteld en onderbouwd dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht, maar deze zien met name op de periode voordat [eiser] de auteursrechten heeft verkregen. Daarna zien de gemaakte kosten op de voorbereiding van deze procedure. De kosten die met de instructie van de zaak gepaard gaan, worden geacht in een proceskostenveroordeling te zijn begrepen.

4. De beslissing

De kantonrechter

4.1.. veroordeelt [handelsnaam 2] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 903,75, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 17 april 2025, tot de dag van volledige betaling,

4.2.. veroordeelt [handelsnaam 2] in de proceskosten van € 3.200,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [handelsnaam 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.3.. veroordeelt [handelsnaam 2] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

4.4.. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4.5.. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door J.A. Schuman en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.

Meer Beslissingen