Skip to main content

ECLI:NL:RBMNE:2026:3270

Rechtbank

Utrecht

Datum

19 February 2026

Taal

nl

Samenvatting

Rechtsvraag

Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht

Uitspraak / Beslissing

Uitspraak

Utrecht

Procedure: UitspraakDomain: Bestuursrecht; BestuursprocesrechtType: uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/5244

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld op 11 september 2025 tegen het besluit op bezwaar van verweerder van 24 juli 2025.

Overwegingen

1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt. Op grond van artikel 6:9 van de Awb is een beroep tijdig ingediend, indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.

3. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 24 juli 2025. Het beroepschrift had dus uiterlijk op 4 september 2025 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 11 september 2025. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.

4. Eiseres geeft in haar beroepschrift aan dat zij ervan bewust is dat zij de beroepstermijn heeft overschreden. De rechtbank heeft eiseres bij brief van 15 september 2025 in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na verzending van deze brief toe te lichten waarom zij het beroep na afloop van de beroepstermijn heeft ingediend. Bij brief van 23 september 2025 geeft eiseres aan dat zij het beroep te laat heeft ingediend, omdat zij de reacties van alle mogelijke zorginstellingen heeft moeten afwachten en dat zij de laatste reactie pas op 10 september 2025 heeft ontvangen.

5. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de situatie van eiseres, overweegt de rechtbank dat de door eiseres aangevoerde omstandigheden geen geldige redenen zijn voor het te laat indienen. Het beroep is te laat. Verder overweegt de rechtbank dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift een fatale termijn is. Dit betekent dat de duur van die termijn niet kan worden gewijzigd en dat het beroep zonder verschoonbare omstandigheden, zoals in dit geval, niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).

7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra rechter, in aanwezigheid van J.B. Overtoom, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Meer Beslissingen