Skip to main content

ECLI:NL:RBMNE:2026:3638

Rechtbank

Utrecht

Datum

26 May 2026

Taal

nl

Samenvatting

Rechtsvraag

Civiel recht; Personen- en familierecht

Uitspraak / Beslissing

Uitspraak

Utrecht

Procedure: UitspraakDomain: Civiel recht; Personen- en familierechtType: uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/609823 / JE RK 26-519

Datum uitspraak: 26 mei 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden Nederland, gevestigd te Utrecht,

hierna te noemen GI,

over

[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in [plaats 1] ,

advocaat mr. H.M. Hooijer,

[de vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [plaats 2] .

1. Het verloop van de procedure

1.1.. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift met bijlagen van 9 april 2026;

het Evaluatie & Vervolgplan van SAVE van 10 april 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 1 mei 2025;

het bericht van de moeder, met als bijlage het verslag van [naam] , binnengekomen bij de rechtbank op 20 mei 2026.

1.2.. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • de vader;

  • de moeder met haar advocaat, mr. H.M. Hooijer;

  • [A.] , een vertegenwoordiger van de GI.

1.3.. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat weergegeven wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.1.4.. De kinderrechter heeft direct na de zitting mondeling uitspraak gedaan. Dit is de schriftelijke uitwerking daarvan.

2. De feiten

2.1.. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

2.2..
[minderjarige] woont bij zijn moeder.

2.3.. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 juni 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 3 juni 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

Beide ouders stemmen in met de verlenging van de ondertoezichtstelling, maar hebben beiden ook zorgen over de geringe vooruitgang die in de afgelopen periode is geboekt.

5. De beoordeling

De beslissing5.1..

De kinderrechter zal het verzoek van de GI toewijzen en ondertoezichtstelling verlengen voor de duur van een jaar, te weten tot 3 juni 2027. De kinderrechter legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

De toelichting5.2.. Uit de stukken en het gesprek op de zitting volgt dat nog steeds wordt voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 Burgerlijk Wetboek voor een ondertoezichtstelling. De ernstige bedreiging in de ontwikkeling van [minderjarige] is het afgelopen jaar onvoldoende verminderd. Het is een zwaar jaar geweest voor zowel [minderjarige] als de ouders. De school van [minderjarige] heeft ernstige zorgen geuit en aangegeven dat hulpverlening noodzakelijk was, omdat [minderjarige] door zijn emoties onvoldoende aan leren toekwam. De inzet van [naam] en mogelijk daaropvolgende therapie was voor de school aanleiding om [minderjarige] op zijn huidige leerlijn te laten blijven. Positief is dat op de zitting naar voren is gekomen dat het de laatste weken beter lijkt te gaan op school en dat [minderjarige] overgaat naar groep vijf.5.3.. Ook rondom de omgang met de vader blijven veel zorgen bestaan. Hoewel de omgangsmomenten zelf goed lijken te verlopen, is sprake van veel spanning voorafgaand aan en na afloop van de omgang. De belasting voor [minderjarige] lijkt groot. Daarnaast is zijn gezondheid kwetsbaar. Hij heeft het afgelopen jaar tweemaal een longontsteking gehad en kampt regelmatig met keel- en oorontstekingen. Mogelijk maken de spanningen hem extra vatbaar. Verder is duidelijk geworden dat [minderjarige] veel weerstand laat zien ten aanzien van de omgang. De huidige vorm van omgang lijkt op dit moment het maximaal haalbare voor hem. De omgang zal voorlopig zelfs tijdelijk worden stopgezet in afwachting van het hulpverleningsoverleg van 28 mei 2026 en de conclusies en vervolgstappen die daaruit voortvloeien.5.4.. De vader heeft op de zitting aangegeven dat hij het lastig vindt dat tijdens de omgang veel voorwaarden gelden, waardoor hij het gevoel heeft zijn vaderrol onvoldoende te kunnen vervullen. Hoewel de vader niet tegen verlenging van de ondertoezichtstelling is, wil hij wel dat er veranderingen komen in de aanpak rondom de omgang. Daarnaast heeft de vader aangegeven weinig vertrouwen te hebben in de betrokken medewerker van [naam] . De kinderrechter begrijpt dat dit de samenwerking bemoeilijkt, maar benadrukt dat het aan de GI is om te beoordelen welke hulpverlening noodzakelijk is voor [minderjarige] .5.5.. De moeder heeft op de zitting aangegeven dat ook zij inziet dat de doelen van de ondertoezichtstelling nog onvoldoende zijn bereikt. Volgens haar is dit daarom niet het moment om de hulpverlening vanuit de GI te beëindigen. Zij vindt het wel teleurstellend dat de gestelde doelen nog onvoldoende zijn behaald. Daarnaast ervaart ook de moeder de situatie als zwaar, onder meer doordat zij [minderjarige] telkens opnieuw moet motiveren voor de omgangsmomenten.5.6.. De kinderrechter acht de verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk om de ingezette hulpverlening voort te zetten. Zonder deze hulpverlening is onvoldoende duidelijk hoe de situatie zich verder zal ontwikkelen en is er onvoldoende zicht op een oplossing.5.7.. Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken, volgt dat [naam] momenteel de basis legt voor verdere therapie voor [minderjarige] , waaronder speltherapie. Deze hulpverlening moet bijdragen aan meer duidelijkheid over wat er bij [minderjarige] speelt en waar zijn weerstand richting de vader vandaan komt. Daarnaast zal de GI aandacht moeten blijven besteden aan de verhouding tussen de ouders. Er is sprake van minimale communicatie tussen hen en de onderlinge spanningen zijn voor [minderjarige] merkbaar.5.8.. De kinderrechter acht het daarbij van belang dat meer zicht komt op de achtergrond van de ouderrelatie en de invloed daarvan op de huidige problematiek. De GI heeft ervoor gekozen de MASIC niet af te nemen. Zonder voldoende inzicht in de achterliggende dynamiek tussen de ouders is het echter lastig om goed te beoordelen wat van beide ouders mag worden verwacht in het verbeteren van hun onderlinge contact en daarmee in het verminderen van de spanningen voor [minderjarige] .4.10.. Omdat de doelen binnen de ondertoezichtstelling het afgelopen jaar onvoldoende zijn behaald, acht de kinderrechter het van belang dat de GI zich het komende jaar blijft richten op de volgende doelen:

  • de ouders betrekken [minderjarige] niet bij hun volwassenproblematiek en [minderjarige] mag zonder oordeel van de ouders met beiden in contact zijn. [minderjarige] weet wanneer hij zijn vader en moeder ziet en kan spreken. Hij ervaart dat het contact oké is en door beide ouders wordt toegestaan en ondersteund;

  • [minderjarige] moet gaan voelen dat beide ouders hem begrijpen en oog hebben voor zijn eigen beleving van wat er in het verleden is gebeurd;

  • de ouders zijn met elkaar in contact als het om [minderjarige] gaat. Denk hierbij bijvoorbeeld aan school- en medische zaken en ophalen/afzetten van [minderjarige] ;

  • [minderjarige] krijgt de hulpverlening die de GI passend vindt en ouders moeten hier aan meewerken.

Uitvoerbaar bij voorraad5.9.. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

6.1.. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 3 juni 2027;6.2.. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026 door mr. R.M. Maliepaard, kinderrechter, in aanwezigheid van de griffier, en op schrift gesteld op 8 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

CL

Meer Beslissingen