ECLI:NL:RBNHO:2023:14279
Samenvatting
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Uitspraak
Haarlem
RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 10496518 \ CV EXPL 23-2818
Vonnis van 6 december 2023
in de zaak van
[eiser],
wonende te [plaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: ARAG Rechtsbijstand,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [plaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. Th.C. Visser en mr. M. Kol.
De zaak in het kort
[eiser] houdt in zijn tuin gemiddeld 200 siervogels. Voorafgaand aan de uitvoering van heiwerkzaamheden door [gedaagde] op het perceel van de achterburen van [eiser], heeft hij [gedaagde] gewaarschuwd voor de gevolgen van die werkzaamheden voor de gezondheid van zijn vogels: kans op overlijden als gevolg van stress en de inwerking daarvan op de vogels. Geadviseerd is om in plaats van te heien de zgn. pulsmethode te gebruiken.
[gedaagde] heeft dat advies niet opgevolgd en in de waarschuwing ook geen aanleiding gezien om voorzorgsmaatregelen te nemen om eventuele schade te voorkomen.
In de weken na het heien zijn tientallen vogels overleden en ook zijn er verschillende broednesten verlaten waardoor een groot aantal eitjes niet zijn uitgekomen. Volgens [eiser] heeft [gedaagde] door te heien onzorgvuldig gehandeld en dient hij op grond van onrechtmatige daad de schade van [eiser] te vergoeden.
1. De procedure
1.1.. Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met zes producties van 3 mei 2023 van [eiser],
de conclusie van antwoord van [gedaagde], ontvangen ter griffie van deze rechtbank op 12 juli 2023,
het tussenvonnis van 26 juli 2023 waarin de mondelinge behandeling is bepaald,
de nagekomen producties 1 en 2 van [gedaagde], ontvangen ter griffie van deze rechtbank op 3 november 2023,
de mondelinge behandeling van 13 november 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Feiten
2.1..
[eiser] is vogelliefhebber en houdt hobbymatig diverse siervogels, ook ter vermeerdering. Hij houdt gemiddeld 200 vogels in 64 kooien om en nabij zijn woning en schuur.
2.2.. In juni 2022 vernam [eiser] van zijn achterburen dat zij een uitbouw aan hun woning zouden laten bouwen. Daarvoor diende een fundering aangelegd te worden. De funderingspalen zouden door middel van heien geplaatst worden. De heiwerkzaamheden zouden worden uitgevoerd door [gedaagde].
2.3.. Op 29 juni 2022 heeft [eiser] [gedaagde] telefonisch gewaarschuwd voor het risico dat de heiwerkzaamheden tot de dood van zijn vogels zouden kunnen leiden. De zoon van [eiser] heeft dit in zijn e-mail van 1 augustus 2022 aan [gedaagde] herhaald. Voor zover relevant vermeldt de e-mail:
“U heeft contact gehad met mijn vader, (…) [eiser], die woont aan de [adres 1] te [plaats 1]. Ik heb begrepen dat u werkzaamheden gaat verrichten aan de [adres 2]. Onderdeel daarvan zijn heiwerkzaamheden (…). U heeft voorgesteld om gezamenlijk een nulmeting uit te voeren om eventuele schade achteraf vast te stellen. (…)
Zoals mijn vader wellicht ook heeft aangegeven gebruikt hij de schuur als vogelverblijf. Hoogfrequent trillen zal enorme stress tot gevolg hebben bij de vogels die tot gevolg heeft dat de vogels nesten verlaten en zichzelf dood vliegen in de hokken. Dit is eerder bij vergelijkbare werkzaamheden gebeurd in 2004. Dit heeft toen tot een rechtszaak geleid waarbij de aannemer circa € 100.000 heeft moeten betalen als schadevergoeding.
Wat ons betreft zijn er twee opties: de funderingsmethode aanpassen of de vogels tijdelijk elders onderbrengen. Dit laatste zal een gefaseerd proces zijn van enkele maanden ivm het broeden van de vogels waarbij de verwachting is dat er ook een gevolgschade zal zijn doordat vogels tijdelijk niet kunnen broeden. Hiervoor kunnen we van tevoren een kosteninschatting opgeven.
Ik ga ervanuit dat u bij de sloopwerkzaamheden ook gepaste maatregelen neemt om verstoring van de vogels te voorkomen.”
2.4..
[gedaagde] heeft een bezoek aan de woning van [eiser] gebracht. [gedaagde] heeft daarbij een aantal foto’s genomen van de opstallen van [eiser]. Hij heeft verder niet op voormelde brief gereageerd.
2.5.. Op 15 september 2022 heeft [gedaagde] de hiervoor genoemde heiwerkzaamheden uitgevoerd. In de zes weken erna zijn veel vogels van [eiser] gestorven. Tevens zijn broednesten verlaten waardoor eieren niet meer zijn uitgekomen.
2.6.. In zijn brief van 21 november 2022 heeft [eiser] [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor de schade. Dezelfde dag heeft [gedaagde] per e-mail laten weten niet in te gaan op de aansprakelijkheidstelling.
2.7.. Op 16 januari 2023 heeft [eiser] aan een deskundige van EMN de opdracht verstrekt om onderzoek te doen naar de oorzaak van de sterfte onder de vogels en om de omvang van de schade te begroten.
2.8.. Het onderzoek door de deskundige vond op 30 januari 2023 plaats in de woning van [eiser]. [gedaagde] was voor het onderzoek uitgenodigd, maar hij is daarop niet ingegaan. Het deskundigenrapport verscheen op 17 februari 2023. Voor zover relevant vermeldt het rapport:
“Schadeoorzaak:
Vogels zijn, vooral als zij broeden, zeer stressgevoelig. Vogels zijn van nature vluchtdieren die vooral bij impulsgeluid schrikken en willen vluchten. Harde geluiden en trillingen als gevolg van verbouwingswerkzaamheden aan de buitenzijde van de muur van client [[eiser], kantonrechter] veroorzaken een vluchtreactie die maar beperkt opgevolgd kan worden door de vogels, omdat ze in een kooitje zitten. De vogels zullen zich of te pletter vliegen tegen de tralies, of dermate in de stress geraken dat zij hun eieren niet meer uitbroeden en last krijgen van veer-uitval. Gezien de lange tijd dat client [[eiser], kantonrechter] reeds vogels onder dezelfde omstandigheden houdt en uitstekende broedresultaten behaald heeft, is het aannemelijk dat de werkzaamheden van wederpartij [[gedaagde], kantonrechter] in de tuin van [betrokkene] [de achterburen van [eiser], kantonrechter] hebben geleid tot het overlijden van vogels en het niet uitbroeden van de eitjes.
Schadeomvang:
Client[[eiser], kantonrechter] toonde tijdens ons bezoek bakjes met niet uitgebroede eitjes, en dode vogels welke in de vrieskast bewaard werden ten behoeve van expertise. De vogels zijn in ons bijzijn uitgepakt en gedetermineerd.
Schadevaststelling:
(…)
Overzicht dode vogels
Splendid parkiet (man) geelborst
€ 200,00
Glans ekster (koppel)
€ 120,00
Purpergranaat astrild (pop)
€ 200,00
Mozambiquesijs (man)
€ 100,00
Biens astrild koppel (geel man, pastel pop)
€ 200,00
Diamant duif 5 stuks wit, witbont
€ 150,00
Roodkop papagaaiamadine
€ 75,00
Gouldamadine 3 stuks
€ 75,00
Zebravink 5 stuks
€ 20,00
Doornastrild
€ 75,00
Beans astrild geel/pastel
€ 100,00
Glanskopnon (pop)
€ 175,00
Splendid parkiet (man) Turkooise en split
€ 200,00
kanarie
€ 20,00
Bruine duif
€ 5,00
Kleine parkiet 12 stuks
€ 120,00
Agapornis fischeri 15 stuks lutino
€ 2.250,00
Agapornis fischeri 16 stuks turkooise
€ 1.900,00
Agapornis roseicollis 14 stuks
€ 700,00
190 eitjes agapornis ssp 75% komt uit á € 75
€ 10.687,50
Totaal
€ 17.372,50
2.9.. Per e-mail van 20 februari 2023 heeft [eiser] het deskundigenrapport aan [gedaagde] gestuurd met het verzoek de schade en de onderzoekskosten te vergoeden. Dezelfde dag heeft (de advocaat van) [gedaagde] de aansprakelijkheid (nogmaals) van de hand gewezen.
3. Het geschil
3.1..
[eiser] vordert – samengevat – dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] veroordeelt tot betaling van:
€ 17.372,50 aan hoofdsom,
€ 832,84 aan expertisekosten,
€ 1.149,96 aan buitengerechtelijke kosten,
e wettelijke rente over de hoofdsom,
de proces- en nakosten.3.2..
[eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] bij het uitvoeren van heiwerkzaamheden op het perceel van de achterburen van [eiser] niet zorgvuldig heeft gehandeld, waardoor tientallen vogels die [eiser] in zijn tuin houdt zijn overleden en waardoor 190 eitjes niet zijn uitgebroed. [gedaagde] heeft geen voorzorgsmaatregelen genomen, terwijl [eiser] [gedaagde] vooraf heeft gewaarschuwd voor de te verwachten gevolgen van de werkzaamheden voor zijn vogels. Aldus heeft [gedaagde] onrechtmatig gehandeld en dient hij de schade te vergoeden.
3.3..
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met veroordeling van hem in de kosten van deze procedure.
3.4.. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Onrechtmatig handelen?
4.1.. De kantonrechter stelt voorop dat van een aannemer die bouwwerkzaamheden gaat verrichten mag worden verwacht dat hij de nodige zorgvuldigheid in acht neemt om het ontstaan van schade aan eigendommen van derden te voorkomen. De mate van zorgvuldigheid die in een concreet geval kan worden gevergd is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, zoals de aard en ingrijpendheid van de werkzaamheden, de voorzienbaarheid van de schade, de wenselijkheid van het voeren van overleg met omwonenden om mogelijke risico’s in kaart te brengen, de mogelijkheid onderzoek te verrichten, de praktische mogelijkheden om voorzorgsmaatregelen te treffen en de eventuele bijzondere kwetsbaarheid van het buurtperceel.
4.2.. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] onrechtmatig tegenover [eiser] heeft gehandeld en dat [eiser] daardoor schade heeft geleden. De kantonrechter legt dat hieronder uit.
4.3.. Vast staat dat [eiser], toen hij in juni 2022 vernam dat heiwerkzaamheden onderdeel uit zouden maken van de verbouwing van zijn achterburen, hij eind juni 2022 [gedaagde] telefonisch heeft gewaarschuwd voor de mogelijke gevolgen voor zijn vogels. Die waarschuwing heeft [eiser] nadien herhaald in de door zijn zoon opgestelde e-mail van 1 augustus 2022 (zie 2.3), waarin [eiser] erop heeft gewezen dat hij in 2004 een vergelijkbare situatie heeft meegemaakt. Volgens [eiser] lieten de (toenmalige) achterburen van hetzelfde perceel hun woning volledig renoveren. De aannemer die de verbouwingswerkzaamheden uitvoerde nam toen geen voorzorgsmaatregelen waardoor veel vogels stierven en schade ontstond aan het vogelverblijf. In de rechtszaak die volgde is [eiser] vervolgens in het gelijk gesteld en oordeelde de rechter dat de aannemer circa € 100.000,- aan schadevergoeding aan [eiser] diende te betalen. Gegeven deze concrete verwijzing naar een vergelijkbare situatie, had van [gedaagde] verwacht mogen worden dat hij begreep dat het uitvoeren van heiwerkzaamheden risicovol zou kunnen zijn. Daarbij was [gedaagde] ruim tweeënhalve maand voorafgaand aan de heiwerkzaamheden op de hoogte van de bijzondere kwetsbaarheid van het buurtperceel en was de schade om die reden voor [gedaagde] te voorzien. Hij had dan ook het nodige onderzoek kunnen en moeten doen om helder te krijgen of de voorgenomen werkwijze wel verantwoord was.
4.4.. Bovendien heeft [eiser] aan [gedaagde] voorgesteld om in plaats van te heien gebruik te maken van een alternatieve funderingsmethode. Niet weersproken is dat pulsen hier de aangewezen methode was geweest, omdat die geen trillingen veroorzaakt. Weliswaar zijn de kosten voor schroefpalen ongeveer € 500,00 tot € 1.000,00 per paal hoger, maar voor de uitbouw waren (slechts) vier funderingspalen nodig. [gedaagde] had over de everdeling van deze (extra) kosten met [eiser] en zijn opdrachtgevers overleg kunnen voeren, maar dat heeft [gedaagde] niet gedaan. [gedaagde] heeft zich de belangen van [eiser] niet kenbaar aangetrokken en heeft ondanks de waarschuwing en het verzoek gebruik te maken van een alternatieve funderingsmethode geen aanleiding heeft gezien om passende voorzorgsmaatregelen te nemen. [gedaagde] heeft aldus onzorgvuldig en dus onrechtmatig tegenover [eiser] gehandeld.
Causaal verband4.5..
[gedaagde] voert aan dat uit het deskundigenrapport van 17 februari 2023 niet de oorzaak van de vogelsterfte volgt. Daarbij is volgens [gedaagde] van belang dat de heiwerkzaamheden op 15 september 2022 plaatsvonden en de deskundige pas op 30 januari 2023 ter plaatse onderzoek heeft gedaan. Omdat [eiser] de dode vogels en de eitjes al die tijd zijn vrieskist heeft bewaard en er bovendien geen autopsie van de vogels heeft plaatsgevonden, kan niet worden vastgesteld dat de vogels daadwerkelijk aan de gevolgen van stress veroorzaakt door de heiwerkzaamheden zijn gestorven, aldus [gedaagde].
4.6..
De kantonrechter volgt het verweer van [gedaagde] niet. De opstelling van [gedaagde] is daarvoor mede redengevend.
Het enkele feit dat [eiser] in de weken na de heiwerkzaamheden in staat is geweest een vrieskist te vullen met een grote hoeveelheid dode vogels en eieren, nadat hij deze sterfte als een mogelijk gevolg van die werkzaamheden in het vooruitzicht heeft gesteld, is op zichzelf al een aanwijzing voor een mogelijk verband. Als [gedaagde] zich de belangen van [eiser] enigszins had aangetrokken, zou hij zijn ingegaan op de uitnodiging van [eiser] om langs te komen en de situatie op te nemen teneinde vervolgens overleg te kunnen voeren over de afdoening.
De botte weigering om daartoe over te gaan betekent dat hij zelf onderzoeksmiddelen onbenut heeft gelaten.
Die lijn heeft hij gecontinueerd in januari: [gedaagde] is uitgenodigd voor het onderzoek ter plaatste op 30 januari 2023, maar heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Ook die onderzoeksmogelijkheid heeft hij onbenut gelaten.
[eiser] heeft ter zitting onweersproken aangevoerd dat de bij het onderzoek betrokken deskundige gespecialiseerd is in vogels en 2004 ook betrokken was bij het onderzoek naar de doodsoorzaak van de vogels. Dat brengt mee dat de kantonrechter op het gezag van deze deskundige vertrouwt en bij gebrek aan inhoudelijke betwisting op grond van het oordeel van deze deskundige aanneemt dat de dood van de dieren en het niet uitkomen van de eieren het gevolg is van de uitgevoerde heiwerkzaamheden.
Dat [eiser] om kosten te besparen ervoor gekozen heeft de vogels niet inwendig te laten onderzoeken door een diergeneeskundig specialist, zoals hij dat in 2004 wel heeft laten doen, is geen reden voor een ander oordeel. [gedaagde] heeft alle gelegenheid gehad om met de vogels tegenonderzoek te doen, maar heeft die onbenut gelaten.
Schade
4.7..
De kantonrechter stelt vast dat het deskundigenrapport van 17 februari 2023 de totale omvang van de schade begroot op een bedrag van € 17.372,50, bestaande uit 84 vogels en 190 eitjes. [eiser] heeft erop gewezen dat de omvang van zijn schade eigenlijk groter is, omdat hij niet alle eitjes heeft kunnen bewaren voor het onderzoek door de deskundige.
Mede gelet op de toelichting die [eiser] ter zitting op de totstandkoming van het rapport heeft gegeven, waar niets tegenover is gesteld, acht de kantonrechter dit rapport een adequate schatting van de schade. De kantonrechter stelt de schade dan ook vast op een bedrag van € 17.372,50.
Schuldeisersverzuim?
4.8..
[gedaagde] heeft aangevoerd dat [eiser] in schuldeiserverzuim verkeert, omdat [eiser] sinds juni 2022 wist dat de heiwerkzaamheden midden september 2022 uitgevoerd zouden worden. Volgens [gedaagde] had [eiser] daarom zelf maatregelen moeten nemen om de schade te voorkomen, door bijvoorbeeld zijn vogels elders onder te brengen.
4.9..
De kantonrechter gaat ook aan dat verweer voorbij. Het betoog miskent dat de zorgplicht in dit soort situaties in beginsel op de aannemer rust. Als die heeft vastgesteld dat degene die stelt schade te vrezen het ontstaan daarvan eenvoudig en zonder veel inspanning en kosten kan voorkomen en dekking van die kosten aanbiedt, kan aan die zorgplicht door de enkele verwitting van de aard en uitvoeringsdatum van de werkzaamheden zijn voldaan. Maar daarvan is hietr allerminst sprake.
[eiser] heeft erop gewezen dat voor hem ondoenlijk was om het grote aantal vogels (gemiddeld 200) dat hij houdt elders onder te brengen. De 64 kooien zijn moeilijk te verplaatsen zonder ze te beschadigen, de kunnen vogels tijdelijk kunnen broeden en kunnenniet zomaar in een schuur ondergebracht kunnen worden, omdat zij onder meer verwarming en ventilatie nodig hebben. Van [eiser] kon daarom niet gevergd worden zijn vogels elders onder te brengen.
Weliswaar heeft [eiser] dat in zijn e-mail van 1 augustus 2022 aan [gedaagde] als mogelijkheid genoemd, maar [eiser] heeft er daarbij tevens op gewezen dat er bij gebruikmaking van die mogelijkheid alsnog schade zal ontstaan. Nu [gedaagde] dit alternatief destijds niet verder heeft besproken, kan het niet als alternatief worden beschouwd.
Voor zover het beroep op schuldeisersverzuim als een beroep op een verplichting tot schadebeperking moet worden beschouwd faalt het op deze gronden evenzeer.
Slotsom en kosten
4.10.. Nu de voormelde schade een gevolg is van de hiervoor besproken onrechtmatige daad, zal [gedaagde] die moeten vergoeden. [gedaagde] moet ook de expertisekosten ter hoogte van € 832,84 aan [eiser] betalen, omdat dit redelijke kosten ter vaststelling van aansprakelijkheid en schade zijn.
4.11..
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering van € 1.149,96 als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief van € 948,73 bij een hoofdsom van € 17.372,50. De kantonrechter wijst daarom € 948,73 toe en zal het overige afwijzen.
4.12..
[gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [eiser] als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
€
133,13
- griffierecht
€
693,00
- salaris gemachtigde
€
792,00
(2,00 punten × € 396,00)
Totaal
€
1.618,13
4.13..
[eiser] vordert daarnaast veroordeling van [gedaagde] in de nakosten.
Volgens vaste rechtspraak (zie HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853) levert een kostenveroordeling ook voor de nakosten een executoriale titel op. Een veroordeling tot betaling van de proceskosten omvat dus een veroordeling tot betaling van de nakosten. De kantonrechter zal daarom de nakosten niet afzonderlijk in de proceskostenveroordeling vermelden.
5. De beslissing
De kantonrechter
5.1.. veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van een schadevergoeding van € 17.372,50, te vermeerderen € 832,84 aan expertisekosten en met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 3 mei 2023 tot de dag van volledige betaling,
5.2.. veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 948,73 voor buitengerechtelijke kosten,
5.3.. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot dit vonnis vastgesteld op € 1.618,13,
5.4.. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2023.