ECLI:NL:RBNHO:2026:7580
Samenvatting
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Uitspraak
Haarlem
RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer / rekestnummer: 11916323 \ EJ VERZ 25-55
Beschikking van 10 juni 2026
in de zaak van
[verzoeker],
te [plaats 1],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
gemachtigde: mr. M.B. van Munster,
tegen
[verweerder] B.V.,
te [plaats 2],
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder], gemachtigde: mr. R. Schram.
De zaak in het kort
In dit geschil zijn [verzoeker] en [verweerder] uitsluitend procespartijen. [verzoeker] wordt niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vernietiging het besluit en verkrijging van een vervangende machtiging, omdat uitsluitend aan (het bestuur van) [VVE 1], [VVE 2] en [VVE 3] het vernietigingsrecht voor besluiten genomen in [VVE 4] dan wel het recht tot het verkrijgen van een vervangende machtiging daarvan is toegekend. De verzochte voor recht verklaring is niet toewijsbaar, omdat dit verzoek niet ziet op de rechtsverhouding tussen [verzoeker] en [verweerder].1. De procedure
1.1.. Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift van 2 oktober 2025 - het herziene verzoekschrift
het verweerschrift
de mondelinge behandeling van 21 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
de pleitaantekeningen die namens [verzoeker] zijn overgelegd en voorgedragen.
1.2..
De beschikking is bepaald op vandaag.
2. De feiten
2.1.. Het complex [naam] bestaat uit een parkeergarage met bergingen in de kelder, winkels op de begane grond en 79 woningen op de 1e, 2e, 3e en 4e verdieping.2.2.. Bij akte van 5 juli 2005, ingeschreven in het kadaster onder nummer [kadaster nummer], (hierna: splitsingsakte) is het complex gesplitst in drie appartementsrechten, te weten 79 woningen met index A1, winkels/bedrijfsruimte(n) met index A2 en een parkeergarage met index A3. Bij de splitsingsakte is eveneens de [VVE 4] opgericht.
2.3.. Binnen de [VVE 4] zijn de drie hiervoor genoemde appartementsrechten opnieuw gesplitst in verschillende appartementsrechten, waarbij namens het appartementsrecht met index A1 de [VVE 1], namens het appartementsrecht met index A2 de [VVE 2] en namens het appartementsrecht met index A3 de [VVE 3] optreedt.
2.4..
[verzoeker] en [betrokkene] (hierna: [betrokkene]) zijn gezamenlijk eigenaar van het appartementsrecht rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de woonruimte op de eerste verdieping met berging in de kelder, gelegen aan het [adres] te [plaats 1]. [verzoeker] en [betrokkene] zijn hierdoor lid van de [VVE 1] en de [VVE 3].
2.5..
[verweerder] is lid van de [VVE 2] en de [VVE 3].
2.6.. In het e-mailbericht van [verzoeker] van 2 oktober 2025 aan de rechtbank, waarbij het verzoekschrift is overgelegd, staat onder meer: “(…) Dit verzoekschrift is pro forma omdat mijn advocaat (via Achmea RB-003932214) gelet op de korte termijn (ik wist pas afgelopen maandag dat ikzelf ook een verzoekschrift zou moeten indienen) niet in staat was op tijd een verzoekschrift in te dienen. Ik doe dit nu snel zelf. Mijn verzoek is ook om behandeling aan te houden tot mijn advocaat zich meld en de gronden van mijn verzoek heeft gecontroleerd gecorrigeerd of aangevuld.(…)”.
3. Het verzoek en het verweer
3.1..
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter: - het besluit genomen in de vergadering van eigenaars van 4 september 2025 om geen boetebesluit vast te stellen, te vernietigen; - voor recht te verklaren dat [verweerder] misbruik maakt van een meerderheidsmacht; - [VVE 4] te machtigen tot het vaststellen van het voorgestelde boetebesluit als behandeld op de vergadering van 4 september 2025; - [verweerder] te veroordelen in de proceskosten.
3.2.. Aan het verzoek heeft [verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd. Het besluit de algemene ledenvergadering (hierna: ALV) van [VVE 4] van 4 september 2025 dat geen boetebesluit wordt vastgesteld moet worden vernietigd, omdat dit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Daarbij komt dat een vervangende machtiging kan worden verleend, indien de medewerking of toestemming zonder redelijke grond wordt geweigerd. Volgens [verzoeker] is daar sprake van. Aanleiding om het boetebesluit ter besluitvorming voor te leggen is de weigering van [verweerder] om gebruikersverklaringen zoals bedoeld in artikel 42 van de splitsingsakte aan [VVE 4] af te geven. Het niet overleggen van die verklaringen belemmert het bestuur van die VvE zeer ernstig in de uitvoering van haar taken. Hoewel [verweerder] mag stemmen conform haar eigen belang, worden de individuele eigenaren zoals [verzoeker] onredelijk benadeeld, omdat een boetebesluit hen rechtszekerheid biedt en het bestuur van [VVE 4] in staat stelt de regels adequaat te handhaven.
3.3..
[verweerder] verzet zich tegen toewijzing van het verzoek. Op haar verweer wordt – voor zover van belang – bij de beoordeling ingegaan.
4. De beoordeling
Partij bij dit geschil zijn [verzoeker] en [verweerder]
4.1.. De kantonrechter zal allereerst oordelen wie procespartijen zijn in dit geschil. In het onderhavige geval is op 2 oktober 2025 bij de rechtbank per e-mail een verzoekschrift binnengekomen, waarin uitsluitend [verzoeker] als verzoeker en [verweerder] als verweerder staan vermeld. In die e-mail is verzocht om de behandeling aan te houden tot de gronden van het verzoek zijn ‘gecontroleerd, gecorrigeerd of aangevuld’ door de gemachtigde van [verzoeker]. Op 7 oktober 2025 heeft de gemachtigde van [verzoeker] een verzoekschrift ingediend met de titel: “Herziene versie van het verzoekschrift(…)”. Het ‘herziene verzoekschrift’ is ingediend namens [verzoeker] en [betrokkene] en richt zich tegen zowel [verweerder] als [VVE 4].
4.2.. De kantonrechter begrijpt uit het betoog van [verzoeker] en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling van dit geschil naar voren is gekomen dat [verzoeker] niet de wens heeft gehad het verzoek van 2 oktober 2025 in te trekken en te vervangen voor het ‘herziene verzoekschrift’. Daarom concludeert de kantonrechter dat het verzoekschrift zoals door [verzoeker] ingediend per e-mail van 2 oktober 2025 als uitganspunt moet worden genomen, zodat deze procedure per die datum aanhangig is gemaakt.
4.3.. In een verzoekschriftprocedure kan een partij zich voegen of tussenkomen om de belangen van een van de bestaande procespartijen te ondersteunen. Dit kan door een incidentele vordering in te stellen.De partij die om voeging of tussenkomst vraagt moet een voldoende belang kunnen aantonen, waarna de rechter beoordeelt of voeging of tussenkomst toelaatbaar is.
4.4.. In de onderhavige procedure zijn [verzoeker] en [verweerder] in ieder geval procespartij. Bij het herziene verzoekschrift heeft [verzoeker] getracht [betrokkene] en [VVE 4] zonder voeging of tussenkomst bij deze procedure te betrekken. Elke grondslag voor het wijzigen dan wel toevoegen van een verzoeker en verweerder zoals gedaan bij het ‘herziene verzoekschrift’, ontbreekt. Omdat [betrokkene] noch [VVE 4] heeft verzocht om voeging of tussenkomst in deze procedure, maken zij hier geen onderdeel van uit. De kantonrechter concludeert dan ook dat uitsluitend [verzoeker] en [verweerder] procespartij zijn bij dit geschil, en hij zal het verzoek ook als zodanig verder in behandeling nemen.
[verzoeker] is niet ontvankelijk in zijn verzoeken
4.5.. De kantonrechter begrijpt het verzoek van [verzoeker] aldus dat hij verzoekt om vernietiging van het besluit om geen boetebesluit vast te stellen, zoals genomen op de ALV van [VVE 4] van 4 september 2025. Ook het verzoek tot het verlenen van een vervangende machtiging voor het vaststellen van dit boetebesluit ziet op het machtigen van (het bestuur van) [VVE 4].
4.6.. Het vernietigingsrecht is door de wetgevertoegekend aan de appartementseigenaar, ofwel aan de gerechtigde tot een aandeel in de goederen die in de splitsing zijn betrokken. Ook het verzoek tot het verkrijgen van een vervangende machtiging is uitsluitend toegekend aan de appartementseigenaar.4.7.. Uit de splitsingsakte volgt dat [VVE 4] drie appartementsrechten kent, die in de ALV worden vertegenwoordigd door [VVE 1], [VVE 2] en [VVE 3]. Dit heeft tot gevolg dat uitsluitend aan (het bestuur van) [VVE 1], [VVE 2] en [VVE 3] het vernietigingsrecht voor besluiten genomen in de ALV van [VVE 4] dan wel het recht tot het verkrijgen van een vervangende machtiging is toegekend.
4.8.. De kantonrechter concludeert dat [verzoeker] niet ontvankelijk is in zijn verzoeken, voor zover die verzoeken zien op de vernietiging van het besluit van de ALV van [VVE 4] tot afwijzing van het vaststellen van een boetebesluit zoals genomen op 4 september 2025 en het verzoek tot het verkrijgen van een vervangende machtiging daartoe. Dat [verzoeker] lid is van [VVE 1] en [VVE 3] leidt niet tot een ander oordeel.
De verzochte verklaring voor recht wordt afgewezen4.9. Hoewel een verklaring voor recht in beginsel ook in een verzoekschriftprocedure kan worden gegeven, is daarvoor wel vereist dat die verklaring voor recht binnen de grenzen blijft van de toepasselijke wetsbepalingen en zich beperkt tot de vaststelling van de rechtsverhouding tussen verzoeker en verweerder. Dat is hier niet het geval. [verzoeker] heeft toegelicht dat het door [verweerder] gemaakte misbruik van haar meerderheidsmacht hoofdzakelijk is gericht op het niet meewerken van [verweerder] aan de vaststelling van het boetebesluit binnen (naar de kantonrechter begrijpt) [VVE 4]. De verzochte verklaring voor recht ziet dan ook specifiek op de rechtsverhouding tussen [VVE 4] en (indirect) [verweerder] en niet op de rechtsverhouding tussen [verzoeker] en [verweerder]. De verzochte verklaring voor recht is daarom niet toewijsbaar.
[verzoeker] c.s. worden veroordeeld in de kosten
4.10..
[verzoeker] is in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [verweerder] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
130,50
(1,5 punten × € 87,00)
- nakosten
€
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
174,00
5. 5. De beslissing
De kantonrechter
5.1.. verklaart [verzoeker] niet ontvankelijk in zijn verzoeken die zien op de vernietiging van het besluit van de ALV van [VVE 4] tot afwijzing van het vaststellen van een boetebesluit zoals genomen op 4 september 2025 en het verzoek tot het verkrijgen van een vervangende machtiging daartoe,5.2.. veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 174,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoeker] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.. verklaart deze beschikking, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.. wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.
Waarbij [VVE 4] een beroep doet op onder meer artikel 5:130 jo 2:15 lid 1 sub b jo 2:8 BW.
Op grond van artikel 5:121 BW.
Waarbij moet worden voldaan aan de eisen van artikel 217 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv).
Op grond van artikel 5:140 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
Artikel 5:106 leden 5 en 4 BW.
Hoge Raad 31 maart 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5319, r.o. 3.2.2.