Skip to main content

ECLI:NL:RBNNE:2025:5931

Rechtbank

Leeuwarden

Datum

26 November 2025

Taal

nl

Samenvatting

Rechtsvraag

Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht

Uitspraak / Beslissing

Uitspraak

Leeuwarden

Procedure: UitspraakDomain: Bestuursrecht; BestuursstrafrechtType: uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 263456310

zaaknummer: 11682532 BU VERZ 25-945

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van26 november 2025

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,

gemachtigde: G. Debije, Meesterboete.nl.

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘11 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)’, verricht op 5 januari 2024, om 13:56 uur, op de N351 Bovenweg HMP 8.0 in Nijeberkoop, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 113,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2..

De kantonrechter heeft het beroep op 26 november 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie

mr. P. Veenstra.

1.3.. Na afloop van de behandeling op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechterBeslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Standpunten

3. Gemachtigde voert aan dat er ter plaatse geen bebording is waarop een afwijkende snelheid staat. De verbalisant heeft de bebording niet geschouwd, terwijl dat wel had gemoeten. Daarnaast is hij niet beëdigd, omdat het nummer van de akte van beëdiging niet is opgenomen in het zaakoverzicht. Verder moet het bewijs bij een bestuurlijke boete rond zijn, dit is in dit geval niet zo.De inleidende beschikking moet daarom vernietigd worden. Ten slotte verzoekt hij om proceskostenvergoeding. Daar voert hij bij aan dat de proceskostenvergoeding niet dubbel gematigd mag worden. Deze dermate lage vergoeding is ook in strijd met artikel 6 van het EVRM.

4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond verklaard moet worden. De bebording was aanwezig. De verbalisant was ook fysiek aanwezig. Daarnaast is de enkele stelling dat de verbalisant niet bevoegd is niet genoeg om te twijfelen aan de bevoegdheid. Verder moet het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen worden. Ten slotte is het in een Wahv-procedure toegestaan om aanvullende stukken over te leggen op de zitting.

Overwegingen

De verkeersovertreding

5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.

5.1.. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld, omdat de bebording aanwezig was ten tijde van de verkeersovertreding. De verbalisant was fysiek aanwezig en uit eerdere rechtspraak blijkt dat betrokkene er dan vanuit mag gaan dat de verbalisant de bebording heeft gecontroleerd, tenzij uit het dossier blijkt dat de bebording niet is gecontroleerd.Op Google Maps is te zien dat bebording aan beide kanten van de pleeglocatie is geplaatst. Die staat zo dicht op de pleeglocatie dat de kantonrechter ervanuit mag gaan dat de verbalisant deze heeft gecontroleerd.

De bevoegdheid van de verbalisant

6. Het nummer van de akte van beëindiging staat niet in het zaakoverzicht. Dit betekent niet dat ervan uitgegaan moet worden dat de boete is opgelegd door een ambtenaar die daar niet toe bevoegd is.Het alleen betwisten van de bevoegdheid van de verbalisant geeft de kantonrechter geen aanleiding om daar onderzoek naar te doen.

Het overleggen van aanvullende stukken

7. Verder is de boete in deze zaak geen bestuurlijke boete, maar een boete op basis van de Wahv. De officier van justitie mag daarom wel aanvullende stukken overleggen in een later stadium. Er is geen rechtsregel in de Wahv die dat verbiedt.

De proceskostenvergoeding

8. Ten slotte wijst de kantonrechter het verzoek om proceskostenvergoeding af, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard. Hij komt daarom ook niet toe aan de verweren met betrekking tot de proceskostenvergoeding.Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Waarvan proces-verbaal,

mr. M. Hidding, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

CBb 29 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:41.

Hof Arnhem-Leeuwarden 5 juni 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:4796.

Hof Arnhem-Leeuwarden 4 juli 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:6169.

Hof Arnhem-Leeuwarden 19 juni 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:5319.

Hof Arnhem-Leeuwarden 17 december 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:7790.

Meer Beslissingen