Skip to main content

ECLI:NL:RBOBR:2026:4795

Rechtbank

's-Hertogenbosch

Datum

13 May 2026

Taal

nl

Samenvatting

Rechtsvraag

Civiel recht; Personen- en familierecht

Uitspraak / Beslissing

Uitspraak

's-Hertogenbosch

Procedure: UitspraakDomain: Civiel recht; Personen- en familierechtType: uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie 's-Hertogenbosch

Zaaknummer: C/01/425155 / FA RK 26-1524

Datum uitspraak: 13 mei 2026

Beschikking over een zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [woonplaats] ,

advocaat mr. A.A.W.A. Vissers uit 's-Hertogenbosch.

1. De verdere procedure

1.1.. Deze beschikking volgt op de beschikking van deze rechtbank van 29 april 2026. Zij heeft daarin – kort gezegd – de beslissing op het verzoek aangehouden en de officier van justitie verzocht een nieuwe medische verklaring over te leggen.

1.2.. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 10 april 2026;

het bericht van de mentor van betrokkene van 24 april 2026;

de nieuwe medische verklaring van 4 mei 2026;

de reactie van de advocaat van betrokkene van 8 mei 2025.

1.3.. De rechtbank acht zich, gelet op de nader ingekomen stukken, voldoende voorgelicht om de zaak zonder hervatting van de zitting af te doen. De rechtbank heeft de beschikking bepaald op vandaag.

2. Wat vaststaat

2.1.. Voor betrokkene is een mentorschap ingesteld.

3. Het verzoek

3.1.. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

4. De beoordeling

4.1.. De officier van justitie heeft naar aanleiding van de beschikking van 29 april 2026 een nieuwe medische verklaring van een andere onafhankelijke psychiater overgelegd. Deze psychiater heeft betrokkene in persoon onderzocht en komt tot de diagnose dat bij betrokkene sprake is van een ernstige stoornis in het gebruik van alcohol in combinatie met een uitgebreide neurocognitieve stoornis.

4.2.. In reactie hierop betwist de advocaat van betrokkene dat de onafhankelijk psychiater de stoornis in het gebruik van alcohol rechtstreeks heeft waargenomen. Daarnaast stelt de advocaat dat onvoldoende is onderbouwd dat de verslaving van zodanige ernst is dat het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen daardoor zo ingrijpend wordt beïnvloed dat sprake is van een psychische stoornis. Verder valt de neurocognitieve stoornis volgens de advocaat van betrokkene onder de reikwijdte van de Wet zorg en dwang (Wzd) en staat de inbreuk op de vrijheid van betrokkene niet in een redelijke verhouding tot het doel van de zorgmachtiging.

4.3.. De rechtbank is zich ervan bewust dat deze zaak zich beweegt op het grensvlak tussen de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), Wzd en vrijwilligheid. Dat heeft er in het verleden toe geleid dat verzoeken niet zijn toegewezen. Uit de stukken en de toelichting van de zorgverleners is gebleken dat er pas duidelijkheid kan komen over de aard van de neurocognitieve stoornis als de alcohol-afhankelijkheid van betrokkene is teruggedrongen. Daarom zal de rechtbank – nu de onafhankelijk psychiater een stoornis in de zin van de Wvggz aanneemt – de gevraagde machtiging voor zes maanden verlenen. De rechtbank zal hierna verder uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.

4.4.. De rechtbank is van oordeel dat de stoornis deugdelijk is vastgesteld door de onafhankelijk psychiater. De onafhankelijk psychiater heeft voldoende aanleiding gezien in het gesprek met betrokkene en in het dossier om aan te nemen dat bij betrokkene sprake is van een ernstige stoornis in het gebruik van alcohol. Betrokkene koopt wekelijks grote hoeveelheden alcohol en lijkt niet zonder te kunnen. Hieraan doet niet af dat betrokkene op het moment van de onafhankelijke beoordeling niet duidelijk onder invloed van alcohol was. Temeer niet nu deze beoordeling plaatsvond op een maandag (4 mei 2026). Uit het zorgplan blijkt immers dat betrokkene op woensdag zijn weekgeld ontvangt en dan veel drinkt totdat het geld en de alcohol op is. Dan stopt hij met drinken totdat hij opnieuw weekgeld ontvangt. Dit kan ook verklaren waarom betrokkene tijdens de zitting niet zichtbaar onder invloed van alcohol was. De zitting vond namelijk plaats op een dinsdag (28 april 2026). Bovendien zou een diagnose – als de redenering van de advocaat wordt gevolgd – in alle gevallen onderuit gehaald kunnen worden door ofwel tijdelijk abstinent te zijn dan wel min of meer toevallig een goede dag te hebben. Het is – zeker in deze zaak – belangrijk om het geheel aan informatie te beschouwen en daar conclusies aan te verbinden.

4.5.. Ten aanzien van de stoornis is volgens de rechtbank voldoende onderbouwd dat de stoornis betrokkene in zijn greep heeft. Het veroorzaakte gevaar kan hem niet worden aangerekend, omdat de stoornis de gevaarvolle daden van de betrokkene overwegend beheerst. Uit de nieuwe medische verklaring volgt dat betrokkene wantrouwend en paranoïde is naar de instanties. Hij geeft aan bang te zijn dat de instanties zijn woning willen afnemen. Tijdens de zitting gaf betrokkene ook aan bang te zijn dat de medewerkers van Novadic Kentron zijn platencollectie in beslag willen nemen. De rechtbank heeft dus ook zelf de onrealistische gedachten van betrokkene gehoord. Hoewel nader onderzoek zal moeten plaatsvinden, lijkt het erop dat deze gedachten ontstaan onder invloed van de verslaving en dat betrokkene hier niet zelf de regie over heeft. Daarbij komt dat de mentor zich grote zorgen maakt. De mentor geeft in een uitgebreide brief aan dat betrokkene zich uitstekend kan verwoorden, maar niet in staat is om hetgeen hij zegt tot uitvoering te brengen. De mentor maakt zich ernstige zorgen over het welzijn van betrokkene. Deze mentor heeft bij uitstek zicht op betrokkene, kent betrokkene goed en kan dus ook met argument pleiten voor een opname. Aan deze brief kan daarom niet zomaar voorbij worden gegaan.4.6.. De rechtbank ziet in de paranoïde gedachten en de door de mentor geuite zorgen voldoende aanleiding om aan te nemen dat betrokkene zodanig wordt beïnvloed door zijn stoornis dat hij niet langer in staat is om de gevolgen van zijn handelingen en uitspraken te overzien, waardoor er gevaarlijke situaties voor hemzelf en anderen ontstaan. Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat betrokkene als een ‘willoos werktuig’ van zijn verslaving kan worden beschouwd.

4.7.. De rechtbank is dan ook, anders dan de advocaat, van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, namelijk een ernstige stoornis in het gebruik van alcohol in combinatie met een uitgebreide neurocognitieve stoornis. Uit de stukken volgt dat de stoornis in het gebruik van alcohol op dit moment op de voorgrond staat. Er dient namelijk eerst een klinische detox en uitgebreid diagnostisch onderzoek plaats te vinden, waarna vastgesteld kan worden welke vorm van nazorg het meest passend is. Dat kan in theorie ook betekenen dat zal blijken dat een Wzd-machtiging nodig is. 4.8. De rechtbank verwijst in dit verband naar onderdeel 2.8 van de conclusie van A-G Lückers van 29 juli 2022 (te vinden op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:PHR:2022:728) waarin onder meer het volgende is overwogen: “De onduidelijkheid waar het middel naar verwijst (…) en waarvoor observatie en diagnostiek nodig is, ziet - na bestudering van het dossier en de bestreden uitspraak - niet zo zeer op de vraag óf er sprake is van een geestelijke stoornis (…), maar op onderzoek naar de oorzaak van de geestelijke stoornis en welke behandeling betrokkene adequate hulp kan geven en verandering kan bewerkstellingen (…). Die vraag kan alleen beantwoord worden door opname van betrokkene (observatie) en stabilisatie (….). De onduidelijkheid over de psychiatrische kwalificatie, over de oorzaken van de psychische stoornis en over de behandeling hoeft de verlening van een zorgmachtiging niet in de weg te staan. Dit volgt ook uit de wetsgeschiedenis waarin is overwogen dat in de medische verklaring moet worden ingegaan op de symptomen en, zo mogelijk, een diagnose moet worden gesteld. Een (definitieve) diagnose is niet altijd direct te stellen en vergt vaak - na opname - nadere observatie en stabilisatie van betrokkene.” De rechtbank leest hierin steun voor haar oordeel ten aanzien van de onduidelijkheid van de herkomst van de cognitieve stoornis en de noodzaak van diagnostiek. Een diagnose hoeft – kort gezegd - nog niet 100% duidelijk te zijn bij afgifte van een zorgmachtiging. Soms is (verdere) diagnostisering nodig na afgifte. 4.9. De stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

  • ernstig lichamelijk letsel;

  • ernstige psychische schade;

  • ernstige verwaarlozing;

  • maatschappelijke teloorgang;

  • gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

.4.10.. Er is bij betrokkene sprake van zelfverwaarlozing en vervuiling. Betrokkene lijkt al langere tijd niet goed in staat om voor zichzelf en voor zijn leefomgeving te zorgen. Zijn woning is met tijden zeer vervuild, zijn kleding is vuil en kapot en in de zomer klagen de buren vanwege ernstige stankoverlast door urine. De onafhankelijk psychiater heeft onlangs het bed van betrokkene vervuild met urine aangetroffen. Bovendien bestaat er een risico op brand doordat betrokkene onder invloed van alcohol brandende sigaretten laat vallen, waarvoor al meerdere keren de brandweer is gebeld. Betrokkene is verder wantrouwend, paranoïde en denigrerend richting de thuiszorg en verslavingszorg. Hij laat medewerkers van Novadic Kentron niet binnen in zijn woning en is bijzonder vocaal richting die medewerkers. Dit is ook tijdens de zitting gebleken. Betrokkene wilde pertinent niet dat de zitting zou plaatsvinden in aanwezigheid van hulpverleners van Novadic Kentron. Uit de stukken volgt ook dat betrokkene bedreigingen heeft geuit naar hulpverleners en dat hij regelmatig suïcidale uitspraken doet. De mentor van betrokkene maakt zich ernstige zorgen en geeft aan dat de huidige zelfstandige woonsituatie niet langer veilig en verantwoord is.

4.11.. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

4.12.. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Er is herhaaldelijk geprobeerd om de zorg op een vrijwillige basis vorm te geven, maar dit is onvoldoende toereikend gebleken. Betrokkene weigert structureel zorg en diagnostiek. Daarbij laat betrokkene hulpverleners niet binnen. Daarom is verplichte zorg nodig.

4.13.. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

  • het toedienen van medicatie;

  • het verrichten van medische controles;

  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

  • opnemen in een accommodatie.

4.14.. De verzochte vorm van verplichte zorg ‘het toedienen van vocht en voeding’ zal worden afgewezen, omdat niet is gebleken dat deze vorm noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden. Tegen de overige vormen van verplichte zorg is geen verweer gevoerd.

4.15.. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving. De voorgenomen klinische detox en de daaropvolgende diagnostiek zijn passend en noodzakelijk en rechtvaardigen – anders dan door de advocaat betoogd – de inbreuk op de rechten van betrokkene. 4.16. Zoals aan het begin van deze beschikking is overwogen zit deze casus op de grenzen van de verschillende wettelijke stelsels. Ook zijn er – afhankelijk van de belichtingswijze – andere pleitbare standpunten mogelijk. Dat hoeft volgens A-G Lückers (zie de eerder genoemde conclusie, onderdeel 2.9) niet te betekenen dat het oordeel van een rechtbank onjuist is:

“Het is aan de rechtbank als feitenrechter voorbehouden welke waardering wordt gegeven aan de verklaringen van de verschillende partijen bij de verlening van de zorgmachtiging. Die vrijheid in de feitelijke afweging van de rechter brengt met zich mee dat - anders dan het middel stelt - de rechtbank ook niet in hoeft te gaan op elke verklaring die andersluidend is dan het oordeel, zoals de mening van de zorgverantwoordelijke (subonderdeel 2.1) 12, die overigens op p. 7 van het zorgplan heeft aangekruist dat is voldaan aan alle criteria voor verplichte zorg en dat de doelen van verplichte zorg zijn het afwenden van ernstig nadeel en het stabiliseren lichamelijke gezondheid. Het oordeel van de rechtbank dat aan de vereisten van artikel 2:1 Wvggz wordt voldaan (rov. 2.2 en 2.10), waaronder ook vallen effectiviteit, doelmatigheid en proportionaliteit van de verplichte zorg, kon mijns inziens op basis van de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting worden gedragen en is geenszins onbegrijpelijk. Dat een andere feitelijke beoordeling mogelijk was op basis van een opmerking van de zorgverantwoordelijke in het zorgplan/behandelplan, maakt het oordeel van de rechtbank niet onbegrijpelijk of onjuist.”

4.17. Tot slot wil de rechtbank betrokkene nog het volgende meegeven. Betrokkene geeft aan dat het zijn keuze is om zijn leven te leiden zoals hij dat nu doet. De rechtbank vindt de autonomie ten aanzien van het eigen leven een groot goed en kan het tot op zekere hoogte eens zijn met betrokkene. Die autonomie moet zo lang mogelijk in stand gehouden worden, maar het hierboven omschreven ernstig nadeel rechtvaardigt een begrenzing van de autonomie ter bescherming van op de eerste plaats zijn psychische en fysieke gezondheid, zijn veiligheid en zijn maatschappelijke status. In de tweede plaats gaat het om de veiligheid van omwonenden en eigendommen van derden. De rechtbank gunt iedereen zijn leven. De rechtbank moet ook scherp in de gaten houden wanneer daarin een grens is bereikt. De rechtbank spreekt de hoop uit dat betrokkene hier – ook al is hij nu mordicus tegen verplichte zorg – uiteindelijk beter uit komt.

5. De beslissing

De rechtbank:

5.1.. verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 4.13. staan kunnen worden toegepast;

5.2.. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 november 2026;

5.3.. wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. de Vries, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026, in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Meer Beslissingen