Skip to main content

ECLI:NL:RBOVE:2026:3796

Rechtbank

Zwolle

Datum

23 June 2026

Taal

nl

Samenvatting

Rechtsvraag

Civiel recht

Uitspraak / Beslissing

Uitspraak

Zwolle

Procedure: UitspraakDomain: Civiel rechtType: uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 12124292 \ CV EXPL 26-718

Vonnis van 23 juni 2026

in de zaak van

WONINGSTICHTING SALLANDWONEN,

te Raalte,

eisende partij,

hierna te noemen: SallandWonen,

gemachtigde: BJK Gerechtsdeurwaarders Incassospecialisten,

tegen

[gedaagde],

te [woonplaats 1] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. S. de Vaal.

De zaak in het kort

SallandWonen vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van een huurachterstand van € 4.525,96. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] de huurachterstand erkent en dat deze ten tijde van de dagvaarding zes maanden bedroeg. Hoewel de achterstand is ontstaan door de intrekking van zijn bijstandsuitkering, is deze ernstig genoeg om ontbinding en ontruiming te rechtvaardigen. De vorderingen van SallandWonen worden daarom toegewezen.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding - de conclusie van antwoord.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. SallandWonen verhuurt met ingang van 23 oktober 2024 aan [gedaagde] de woning aan het adres [adres] in [woonplaats 1] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 753,65 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.

2.2. [gedaagde] heeft (een deel van) de huur niet betaald. SallandWonen heeft [gedaagde] aangemaand onder andere op 9 september 2025 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.

2.3. SallandWonen heeft [gedaagde] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [gedaagde] heeft daarop niet afwijzend gereageerd. SallandWonen heeft [gedaagde] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.

3. Het geschil

3.1. SallandWonen vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 4.525,96 aan huurachterstand met nevenvorderingen.

3.2. SallandWonen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens SallandWonen de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.

3.3. [gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord aangegeven dat de problemen zijn ontstaan door de intrekking van zijn bijstandsuitkering. In dit kader lopen er nog diverse procedures. [gedaagde] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De kantonrechter heeft vastgesteld dat SallandWonen heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.

4.2. [gedaagde] erkent de huurachterstand, maar geeft aan dat deze door omstandigheden is ontstaan. Door de intrekking van zijn bijstandsuitkering kon [gedaagde] niet aan zijn betalingsverplichting voldoen. De conclusie uit het voorgaande is dat er berekend tot en met februari 2026 sprake is van een huurachterstand van € 4.525,96. Dit gedeelte van de vordering zal worden toegewezen.

4.3. Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen.

4.4. Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand zes maanden. De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden.

Minderjarige kinderen

4.5. In een procedure tot ontruiming van een woning behoort tot de relevante omstandigheden van het geval of er kinderen in de woning wonen. Als dat zo is, dan moeten de belangen van deze kinderen in kaart worden gebracht.Bij de beoordeling of de tekortkoming van de huurder ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt moeten deze belangen als ‘eerste overweging’ in aanmerking worden genomen.Dat betekent niet dat een ontruimingsvordering steeds moet worden afgewezen indien het in het belang van de betrokken kinderen is dat zij in het gehuurde kunnen blijven wonen, maar wel dat die belangen bijzonder gewicht in de schaal leggen.

4.6. Volgens de gegevens uit de Basisregistratie Personen staan op het adres van het gehuurde twee minderjarige kinderen ingeschreven. Naar aanleiding hiervan heeft de verhuurder contact opgenomen met het Centrum voor Jeugd en Gezin [plaats 1]. Daaruit is gebleken dat de kinderen, hoewel zij op het adres van het gehuurde staan ingeschreven, feitelijk bij hun moeder in [plaats 2] wonen. Zij verblijven daar structureel en gaan daar ook naar school. [gedaagde] heeft deze feiten erkend.

4.7. De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [gedaagde] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.

4.8. SallandWonen wil ook dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 753,65, te rekenen vanaf de maand maart 2026 tot het moment dat [gedaagde] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagde] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen.

Buitengerechtelijke incassokosten en rente

4.9. De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). De voor de vordering relevante bedingen in artikel 13.1 tot en met 13.3 van de Algemene Huurvoorwaarden zijn getoetst en niet oneerlijk bevonden.

4.10. SallandWonen vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is. Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. SallandWonen heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 522,94 worden toegewezen.

4.11. [gedaagde] is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen.

Proceskosten

4.12. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van SallandWonen worden begroot op:

  • kosten van de dagvaarding

153,96

  • griffierecht

559,00

  • salaris gemachtigde

360,00

(1 punt × € 360,00)

  • nakosten

144,00

Totaal

1.216,96

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1. ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres] in [woonplaats 1] ,

5.2. veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van SallandWonen zijn, en de sleutels af te geven aan SallandWonen,

5.3. veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan SallandWonen:

  • € 4.525,96 aan achterstallige huur tot en met februari 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijnen tot de dag van voldoening,

  • € 753,65 per maand vanaf 1 maart 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,

5.4. veroordeelt [gedaagde] om aan SallandWonen te betalen een bedrag van € 522,94 aan buitengerechtelijke kosten,

5.5. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.216,96, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.6. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026. (jb)

Artikel 6:265 BW.

HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810)

HR 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1799.

Artikel 3 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind.

Meer Beslissingen