Skip to main content

ECLI:NL:RBROT:2026:6919

Rechtbank

Rotterdam

Datum

10 June 2026

Taal

nl

Samenvatting

Rechtsvraag

Civiel recht; Verbintenissenrecht

Uitspraak / Beslissing

Uitspraak

Rotterdam

Procedure: UitspraakDomain: Civiel recht; VerbintenissenrechtType: uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 12189972 VV EXPL 26-220

datum uitspraak: 10 juni 2026

Vonnis in kort geding van de kantonrechter

in de zaak van

Stichting Hef Wonen,

vestigingsplaats: Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: mr. I.M.M. Versloot,

tegen

[gedaagde],

zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen Nederland en daarbuiten,

gedaagde,

die niet is verschenen.

De partijen worden hierna ‘Hef Wonen’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1. De procedure1.1..

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 2 mei 2026, met bijlagen.

1.2.. Op 27 mei 2026 is de zaak tijdens een zitting met Hef Wonen en mr. Versloot besproken. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.

2. De beoordeling

2.1.. Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). Uit de stellingen van Hef Wonen volgt dat deze spoed aanwezig is. De eis wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv), met uitzondering van de ontruimingstermijn.

2.2.. Hef Wonen verhuurt woonruimte aan [gedaagde] . In dit kort geding vordert Hef Wonen tijdelijke ontruiming van de woning in verband met uit te voeren werkzaamheden, binnen drie dagen na betekening van het vonnis (artikel 558 onder b Rv). In de dagvaarding heeft Hef Wonen gesteld dat de werkzaamheden eind juli beginnen; op de zitting heeft ze toegelicht dat er ruimte is om nog iets later te beginnen. De kantonrechter ziet daarom geen reden om de ontruiming op de gevraagde korte termijn toe te wijzen. Hef Wonen mag de woning (tijdelijk) ontruimen drie weken na betekening van dit vonnis.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

2.3.. De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Hef Wonen moet betalen op € 171,19 aan dagvaardingskosten, € 139,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.031,19. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen met ingang van de vijftiende dag nadat dit vonnis is gewezen.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

2.4.. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard , omdat Hef Wonen dat eist (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3. De beslissing

De kantonrechter:

3.1.. veroordeelt [gedaagde] om binnen drie weken na betekening van dit vonnis de woning aan het adres [adres] in Rotterdam en de bijbehorende berging te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Hef Wonen te stellen, voor zover en zo lang dat nodig is om de volgende werkzaamheden uit te voeren:

vervangen badkamer, keuken en toilet;

vervangen groepenkast;

vervangen binnendeuren;

aanbrengen brandwerende voorzieningen balkon;

vervangen bergingsdeur;

vervangen asbesthoudende vensterbanken en kruipruimte;

vervangen dekvloeren inclusief de afdichting van de vloeren van het balkon;

vervangen kozijnen;

vervangen intercomsysteem;

plaatsen mechanisch ventilatiesysteem;

3.2.. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Hef Wonen worden begroot op € 1.031,19 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;

3.3.. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.. wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken.

51909

Meer Beslissingen