Skip to main content

ECLI:NL:RBROT:2026:6946

Rechtbank

Dordrecht

Datum

18 June 2026

Taal

nl

Samenvatting

Rechtsvraag

Civiel recht; Verbintenissenrecht

Uitspraak / Beslissing

Uitspraak

Dordrecht

Procedure: UitspraakDomain: Civiel recht; VerbintenissenrechtType: uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht

zaaknummer: 11728957 CV EXPL 25-2276

datum uitspraak: 18 juni 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiseres],

vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,

eiseres,

gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,

tegen

[gedaagde] , (mede) handelend onder de naam [handelsnaam],

woonplaats: [woonplaats] ,

gedaagde,

die zelf procedeert.

Partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1. De procedure1.1.. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

de dagvaarding van 26 mei 2025, met bijlagen;

het antwoord, met bijlagen;

het proces-verbaal van de zitting op 21 mei 2026.

1.2.. Op 21 mei 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [persoon A] namens [eiseres] met mr. D.A.M. Polderman en mr. J.A. Wesdijk namens de gemachtigde. [gedaagde] is, hoewel hij daarvoor op de juiste wijze is opgeroepen, zonder bericht, niet verschenen.

2. De beoordeling

Waar gaat de zaak over?2.1..
[gedaagde] heeft zijn auto ter reparatie aangeboden bij [eiseres] in verband met motorstoringen. Tussen partijen is gesproken over een geschatte reparatiesom van ongeveer € 4.000,00 voor een revisie/reparatie van de huidige motor. [eiseres] heeft vervolgens een motorreparatie uitgevoerd en hiervoor een factuur gestuurd voor een totaalbedrag van € 9.269,23. [gedaagde] was het niet eens met de hoogte van deze factuur en heeft hier direct tegen geprotesteerd. Hij begon echter wel alvast met termijnbetalingen omdat hij vond dat hij in ieder geval een deel van de factuur verschuldigd was. Voorts is tussen partijen gesproken over een onjuiste diagnose met betrekking tot de LPG-installatie waarvoor [eiseres] [gedaagde] financieel heeft gecompenseerd. [gedaagde] heeft in de loop van de tijd in totaal € 4.769,33 aan [eiseres] betaald. [eiseres] eist nu dat hij het restant van € 4.499,90 betaalt, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten van € 755,00 en rente die tot 25 mei 2025 € 322,45 bedraagt.

2.2..
[gedaagde] is het niet eens met de vordering. Volgens hem hebben partijen een prijs van ongeveer € 4.000,00 afgesproken. [eiseres] heeft de uiteindelijke factuur zonder enig tussentijds overleg of waarschuwing laten oplopen tot € 9.269,23. Bovendien waren de klachten na de motorreparatie toen nog niet verholpen.

2.3.. De kantonrechter wijst de vordering af. Hierna wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen.

De prijs2.4.. De overeenkomst die partijen met elkaar hebben gesloten, kwalificeert als aanneming van werk (artikel 7:750 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). Vaststaat dat tussen partijen een richtprijs is besproken van ongeveer € 4.000,00. Op grond van artikel 7:752 lid 2 BW geldt dat indien een richtprijs is afgegeven, deze met niet meer dan 10% mag worden overschreden, tenzij de aannemer ( [eiseres] ) de opdrachtgever ( [gedaagde] ) tijdig heeft gewaarschuwd voor een waarschijnlijke overschrijding om zo de opdrachtgever de gelegenheid te geven de opdracht alsnog te beperken of te vereenvoudigen. [eiseres] heeft gesteld dat de meerkosten gaandeweg mondeling zijn besproken. [gedaagde] heeft gemotiveerd betwist dat dit het geval was. Het is dan aan [eiseres] om te onderbouwen dat de meerkosten zijn besproken en dat zij [gedaagde] hiervoor tijdig heeft gewaarschuwd maar dat heeft zij onvoldoende gedaan. Niet is gebleken dat [gedaagde] expliciet en tijdig is gewaarschuwd dat de kosten zouden oplopen tot € 9.269,23 en dat hij hiermee akkoord is gegaan. De kantonrechter zal daarom een redelijke prijs voor de verrichte werkzaamheden moeten vaststellen. Gelet op de aard van de werkzaamheden en de omstandigheid dat [gedaagde] uit eigen beweging inmiddels een totaalbedrag van € 4.769,33 heeft betaald, acht de kantonrechter het redelijk en billijk om de uiteindelijke som op exact dit reeds betaalde bedrag vast te stellen. Dit bedrag valt binnen de redelijke marge van de afgegeven richtprijs van “ongeveer € 4.000,00” plus 10%. Omdat [gedaagde] voornoemd bedrag inmiddels al volledig heeft betaald, is hij het restant van € 4.499,90 niet meer verschuldigd. De stelling van [eiseres] dat [gedaagde] de vordering zou hebben erkend door te betalen, wordt gepasseerd omdat uit de overgelegde stukken blijkt dat [gedaagde] direct en consistent heeft geprotesteerd tegen de hoogte van de factuur. De resterende hoofdsom van € 4.499,90 wordt dus afgewezen. Daarmee worden ook de gevorderde incassokosten en rente afgewezen.

Proceskosten2.5.. De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [gedaagde] op nul, omdat hij zonder bijstand van een gemachtigde heeft geprocedeerd en niet is gebleken dat hij kosten heeft gemaakt voor deze procedure die voor vergoeding in aanmerking komen.

3. De beslissing

De kantonrechter:

3.1.. wijst de vordering af;

3.2.. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] tot nu toe worden begroot op nul.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken.

53954

Meer Beslissingen