ECLI:NL:RBROT:2026:7385
Samenvatting
Bestuursrecht; Belastingrecht
Uitspraak
Rotterdam
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/9800
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaatsnaam], eiser
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam
(gemachtigden: [naam 1] en [naam 2]).
Samenvatting
1. Eiser heeft zeven paspoppen uitgestald op de stoep voor zijn winkelpand. De heffingsambtenaar heeft een aanslag precariobelasting opgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar een onjuist tarief gehanteerd, omdat niet aannemelijk is dat de oppervlakte van de paspoppen in totaal meer dan een vierkante meter beslaat. Het beroep is gegrond. Eiser hoeft de aanslag precariobelasting niet te betalen.
Procesverloop
2. Met het besluit van 25 juni 2024 heeft de heffingsambtenaar een aanslag precariobelasting aan eiser opgelegd.
2.1.. Met de uitspraak op bezwaar van 18 oktober 2024 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser tegen het besluit van 25 juni 2024 ongegrond verklaard.
2.2.. Eiser heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar.
2.3.. De rechtbank heeft het beroep behandeld op de zitting van 4 juni 2026. Hieraan heeft de gemachtigden van de heffingsambtenaar deelgenomen. Eiser is met bericht van verhindering niet verschenen.
Beoordeling door de rechtbank
3. De heffingsambtenaar heeft een aanslag precariobelasting van € 243,60 voor het belastingjaar 2023 aan eiser opgelegd vanwege de aanwezigheid van paspoppen op de stoep voor het winkelpand van eiser aan de Noordmolenstraat 27 in Rotterdam.
4. Eiser betoogt dat de heffingsambtenaar ten onrechte een aanslag heeft opgelegd. De paspoppen stonden zo uitgestald, dat deze onder de vrijstelling van de precariobelasting vallen.
5. Voor de beoordeling van het beroep zijn de volgende regels van belang. Onder de naam ‘precariobelasting’ wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.De belasting worden geheven naar de oppervlakte in vierkante meters van de voorwerpen.Het tarief van de precariobelasting is voor voorwerpen die bij een vestiging behoren nihil, indien de oppervlakte niet meer is dan een vierkante meter.
6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar ten onrechte een aanslag precariobelasting van € 243,60 aan eiser opgelegd. Op de foto die de heffingsambtenaar heeft overgelegd, staan in totaal zeven paspoppen opgesteld aan weerszijden van de ingang van het winkelpand. De heffingsambtenaar heeft op de zitting erkend dat het op basis van de foto niet duidelijk is dat de oppervlakte van de paspoppen in totaal meer dan een vierkante meter beslaat. Dat betekent dat de heffingsambtenaar een onjuist tarief heeft gehanteerd en de aanslag in zoverre ten onrechte is opgelegd. De beroepsgrond slaagt.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is gegrond, omdat de uitspraak op bezwaar in strijd is met artikel 5, vierde lid, van de Verordening. De rechtbank zal de uitspraak op bezwaar vernietigen en zelf in de zaak voorzien door de aanslag eveneens te vernietigen.Dat betekent dat eiser de aanslag precariobelasting niet hoeft te betalen.
8. Omdat het beroep gegrond is, moet de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht aan eiser vergoeden. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de uitspraak op bezwaar van 18 oktober 2024;
vernietigt de aanslag precariobelasting van 25 juni 2024;
bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
bepaalt dat de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiser vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.P. Ferwerda, rechter, in aanwezigheid van
mr. T.M. Helleman, griffier. Uitgesproken op 26 juni 2026.
griffier
rechter
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Den Haag waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Den Haag vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 2 van de Verordening precario- en reclamebelasting 2023 van de gemeente Rotterdam (de Verordening).
Artikel 4, eerste lid, van de Verordening.
Artikel 5, vierde lid, aanhef en onder a, van de Verordening.
Artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht.