Skip to main content

ECLI:NL:RBROT:2026:8014

Rechtbank

Rotterdam

Datum

29 June 2026

Taal

nl

Samenvatting

Rechtsvraag

Strafrecht

Uitspraak / Beslissing

Uitspraak

Rotterdam

Procedure: UitspraakDomain: StrafrechtType: uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Parketnummer: 10-092585-24

Datum uitspraak: 29 juni 2026

Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) in de zaak tegen de veroordeelde:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1995,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] , [postcode] [woonplaats] ,

verblijvende in de PI [naam P.I.]

raadsman mr. F.G.J. Staals, advocaat te Amsterdam.

1. Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 12 juni 2024 is aan de veroordeelde opgelegd de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren.

2. Procesverloop

Op 20 maart 2026 heeft de griffie van de rechtbank een verzoek ontvangen tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel, als bedoeld in artikel 6:6:14, eerste lid, Sv.

In het dossier bevindt zich verder een Verklaring omtrent de stand van uitvoering van het plan van aanpak van de veroordeelde tot de ISD-maatregel van de directeur van de inrichting waar de veroordeelde verblijft van 11 juni 2026.

De zaak is behandeld op de openbare terechtzitting van 15 juni 2026. De officier van justitie mr. D.D.B. Reuter, de veroordeelde en zijn raadsman zijn gehoord. Als deskundige is gehoord [deskundige] , als casemanager ISD verbonden aan de inrichting waar de veroordeelde verblijft.

3. Standpunten van partijen

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot voortzetting van de ISD-maatregel.

De veroordeelde en de raadsman hebben zich over de voortduring van de ISD-maatregel gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Door hen is – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat er geen daadwerkelijke concrete invulling wordt gegeven aan het traject dat ziet op de uitstroom naar Begeleid Wonen zoals gewenst door de veroordeelde. De veroordeelde verzoekt de rechtbank daarom om daar door middel van een tussentijdse beoordeling verandering in te brengen.

4. Beoordeling

De rechtbank begrijpt dat de veroordeelde een wijziging van de invulling van de ISD-maatregel zou verkiezen. De wet biedt deze mogelijkheid echter niet. Ter beoordeling staat enkel of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel is vereist of dat deze maatregel kan worden beëindigd. Bij de beoordeling of de ISD-maatregel kan worden beëindigd dient de rechtbank als eerste na te gaan of opheffing van de maatregel zal leiden tot te verwachten onveiligheid, ernstige (drugs)overlast en verloedering van het publieke domein. Als dat zo is, moet bezien worden of verdere voortzetting van de maatregel niet zinvol is door omstandigheden die buiten de macht van de veroordeelde liggen.

De rechtbank oordeelt dat de noodzaak tot voortzetting van de maatregel in de zaak van de veroordeelde nog steeds bestaat. Daarbij is onder meer gelet op voornoemde Verklaring omtrent de stand van uitvoering van het plan van aanpak van de veroordeelde tot de ISD-maatregel, waarin wordt geadviseerd de maatregel voort te zetten. Het is belangrijk dat er met de veroordeelde, naast de huidige middelenbehandeling en zijn motivatie om abstinent te blijven van harddrugs, wordt gewerkt aan de overige beschermende factoren. Zo is het belangrijk dat de veroordeelde een passende woonplek krijgt, waar de juiste zorg wordt geboden.

De rechtbank heeft ter zitting begrepen dat in de zaak van de veroordeelde ook in de laatste fase van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel nog steeds actief wordt gewerkt aan het behalen van de doelen van de ingezette (behandel)trajecten. De rechtbank wijst er daarbij op dat de keuzemogelijkheden voor de veroordeelde daarbij, in het bijzonder in het kader van het vinden van een passende woonplek, niet onbegrensd zijn.

Voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel is daarom nog altijd noodzakelijk en zinvol. Er is geen grond om tot beëindiging van de maatregel over te gaan.

5. Beslissing

De rechtbank:

beslist dat de tenuitvoerlegging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders wordt voortgezet.

Deze beslissing is gegeven door:

mr. A.J.P. van Essen, voorzitter,

en mr. L. den Teuling en mr. A.J. van der Velden, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.M. Dijk en mr. E. Naaijen-van Kleunen, griffiers,

en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2026.

Mrs. A.J. van der Velden en E. Naaijen-van Kleunen zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Meer Beslissingen