Skip to main content

ECLI:NL:RBROT:2026:8070

Rechtbank

Rotterdam

Datum

23 June 2026

Taal

nl

Samenvatting

Rechtsvraag

Strafrecht

Uitspraak / Beslissing

Uitspraak

Rotterdam

Procedure: UitspraakDomain: StrafrechtType: uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummers: 10/089597-22 en 10/243807-21 (gevoegd ter terechtzitting)

Datum uitspraak: 23 juni 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2000 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres: [adres 1] , [postcode] te [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. A.H.J. Strak

Officier van justitie: mr. R.J.E. Planken

Kern van het vonnis

De verdachte heeft een woninginbraak gepleegd en 5,1 gram cocaïne vervoerd. De rechtbank veroordeelt de verdachte voor deze feiten tot een gevangenisstraf die gelijk is aan de tijd die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht, te weten 12 dagen. Daarnaast wordt aan de verdachte een taakstraf opgelegd voor de duur van 100 uren. Bij de strafoplegging heeft de rechtbank rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn en artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.1. Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:

Parketnummer 10/089597-22

hij op of omstreeks 8 april 2022 te Krimpen aan den IJssel,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

in een woning, te weten een woning gelegen aan de [adres 2] te Krimpen aan den IJssel, alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en),

een hoeveelheid contant geld, een of meerdere waardebonnen, een autosleutel en/of een fietssleutel, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)

heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Parketnummer 10/243807-21

hij op of omstreeks 11 september 2021 te Rotterdam

opzettelijk

heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

ongeveer 7,01 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.2. Bewijs2.1..

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor beide feiten.2.2..

Conclusie van de verdediging

De verdachte moet worden vrijgesproken ten aanzien van het ten laste gelegde vervoer van de cocaïne. Voor het overige heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.2.3.. Oordeel van de rechtbank2.3.1..

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte beide feiten heeft gepleegd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen. Als hoger beroep wordt ingesteld, zal het vonnis worden aangevuld met een bijlage met daarin de inhoud van de bewijsmiddelen.2.3.2.. Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

Parketnummer 10/089597-22

hij op of omstreeks8 april 2022 te Krimpen aan den IJssel,

tezamen en in vereniging met een of meeranderen,althans alleen

in een woning, te weten een woning gelegen aan de [adres 2] te Krimpen aan den IJssel, alwaar verdachte en/ofzijn mededader(s)zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en),

een hoeveelheid contant geld, een ofmeerdere waardebonnen, een autosleutel en/ofeen fietssleutel,in elk geval enig goed, diegeheel of ten deleaan [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde(n)

heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/ofzijn mededader(s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijfheeft/hebben verschaft en/ofdie weg te nemen goederen onderzijn/hun bereikheeft/hebben gebracht door middel van braak, verbrekingen/ofinklimming.

Parketnummer 10/243807-21

hij op of omstreeks11 september 2021 te Rotterdam

opzettelijk

heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/ofvervoerd,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

ongeveer 7,01 gram, in elk gevaleen hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.3. Kwalificatie en strafbaarheid3.1..

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Parketnummer 10/089597-22

diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

Parketnummer 10/243807-21

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

3.2..

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.4. Straffen4.1..

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 dagen met aftrek van voorarrest en een taakstraf voor de duur van 100 uur.4.2..

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht geen gevangenisstraf aan de verdachte op te leggen van een langere duur dan de tijd die hij al heeft doorgebracht in voorarrest en daarnaast eventueel een taakstraf.4.3.. Oordeel van de rechtbank4.3.1..

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een woninginbraak. Dit is een ernstig feit. Het moet heel beangstigend zijn geweest voor de bewoner om te ontdekken dat vreemden zijn woning zijn binnengedrongen en daar goederen hebben gestolen. Daarnaast veroorzaken dergelijke feiten gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het vervoeren van harddrugs. Het is algemeen bekend dat het gebruik van verdovende middelen zoals cocaïne grote risico’s voor de gezondheid oplevert. De verspreiding van en handel in drugs gaan bovendien gepaard met vele andere vormen van criminaliteit en geweld. Met zijn handelen heeft de verdachte bijgedragen aan het in stand houden van dit ernstige maatschappelijke probleem.4.3.2..

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 1 juni 2026 blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor een poging tot woninginbraak en voor overtreding van de Opiumwet. Daarnaast houdt de rechtbank er in het voordeel van de verdachte rekening mee dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

Rapport van de reclassering

In het rapport van de Reclassering Nederland staat het volgende.

De verdachte heeft niet mee willen werken aan het opstellen van het reclasseringsadvies en daardoor is er weinig zicht op de criminogene factoren van de verdachte. Uit dossieronderzoek en de politieverklaring van de verdachte komt naar voren dat bij de verdachte mogelijk sprake is van problemen op het gebied van financiën, het ontbreken van een zinvolle dagbesteding en een negatief sociaal netwerk. Bovendien zijn er ook signalen van middelengebruik. Het risico op recidive kan niet worden ingeschat. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen aan de verdachte, omdat zij geen mogelijkheden ziet om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag te veranderen.4.3.3..

Redelijke termijn

De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval in de zaak met parketnummer 10/089597-22 gestart op 9 april 2022, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. In de zaak met parketnummer 10/243807-21 is de redelijke termijn gestart op 12 september 2021, omdat de verdachte toen als verdachte is gehoord. Tot aan de datum van dit vonnis is in beide zaken een periode van ruim 4 jaar verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaken twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden. De rechtbank zal hier rekening mee houden bij de strafoplegging.4.3.4.. Oplegging straf

Straf

Bij het bepalen van de strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in

vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het

bepalen van de straf. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de overschrijding van de redelijke termijn en artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. Alles afwegend vindt de rechtbank, net als de officier van justitie, een combinatie van een taakstraf en een gevangenisstraf die gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht passend.

Aan de verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf van 12 dagen met aftrek van voorarrest en een taakstraf voor de duur van 100 uur.

5. In beslag genomen voorwerpen5.1..

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het geldbedrag dat in beslag is genomen in de zaak met parketnummer 10/243807-21 verbeurd moet worden verklaard en dat de voorwerpen die in de zaak met parketnummer 10/089597-22 in beslag zijn genomen, moeten worden teruggeven aan de rechthebbende.5.2..

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van het beslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.5.3.. Oordeel van de rechtbank5.3.1..

Verbeurdverklaring

Als bijkomende straf voor het onder parketnummer 10/243807-21 ten laste gelegde wordt het in beslag genomen geldbedrag van € 420,- verbeurdverklaard, omdat dit geldbedrag door middel van het strafbare feit is verkregen.5.3.2..

Teruggave

De rechtbank beslist tot de teruggave van € 27,20,-, 2 STK Waardebon, 1 STK Munt, 1 STK Foto en 1 STK Manchetknoop aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, namelijk [slachtoffer] . Deze voorwerpen zijn in beslag genomen onder parketnummer 10/089597-22.6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen en maatregel is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d, 33, 33a, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.7. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten onder parketnummers 10/089597-22 en 10/243807-21, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen en maatregel

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 dagen;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 100 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van 50 dagen;

In beslag genomen voorwerpen

  • verklaart € 420,-verbeurd voor het feit onder parketnummer 10/243807-21;

  • beveelt de teruggave van € 27,20,-, 2 STK Waardebon, 1 STK Munt, 1 STK Foto en 1 STK Manchetknoop aan de rechthebbende.8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R.H. Kroon, voorzitter,

en mrs. J.C. Tijink en Y. Peters, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Zaanen, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 23 juni 2026.

Mr. J.C. Tijink is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Meer Beslissingen