Skip to main content

ECLI:NL:RBROT:2026:8071

Rechtbank

Rotterdam

Datum

7 July 2026

Taal

nl

Samenvatting

Rechtsvraag

Strafrecht

Uitspraak / Beslissing

Uitspraak

Rotterdam

Procedure: UitspraakDomain: StrafrechtType: uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10/009948-25

Datum uitspraak: 7 juli 2026

Datum zitting: 23 juni 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1965 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres: [adres 1] , [postcode] te [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. N. Hendriksen

Officier van justitie: mr. W.L. van Prooijen

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van het verrichten van voorbereidingshandelingen voor de invoer van cocaïne. De rechtbank legt een gevangenisstraf op voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.1. Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:

hij op of omstreeks 20 december 2022 te Rotterdam (Maasvlakte)

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,

voor te bereiden en/of te bevorderen,

te weten

  • het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,

  • het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of

  • het opzettelijk vervaardigen

van 70,05 kilogram cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet

  • een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,

  • zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,

  • voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn/haar mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door

-de container van het haventerrein op te halen en/of

-zich te begeven naar een loods te [plaats] en/of

-in voornoemde loods de container heeft laten openen en/of betreden en/of

doorzoeken, teneinde

de achterwand van de container te verwijderen om de aanwezigheid van de cocaïne te controleren en/of die cocaïne uit die zeecontainer te (laten) verwijderen.2. Bewijs2.1..

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het feit.2.2..

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het feit. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.2.3.. Oordeel van de rechtbank2.3.1..

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het verrichten van voorbereidingshandelingen voor de invoer van cocaïne. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelenen de onderstaande bewijsmotivering.

1. Proces-verbaal van de politie

Op 19 december 2022 kwam container [containernummer] in de haven van Rotterdam aan met het containerschip [naam schip] . De container was geladen met druiven, afkomstig uit Peru en de ontvanger was het bedrijf [naam bedrijf 1] . te Ridderkerk. Na aankomst in de haven van Rotterdam werd de container gecontroleerd door de douane en tijdens deze controle werden er in de achterwand van deze container 70 pakketten (70.05 kilogram) cocaïne aangetroffen. Nadat de verdovende middelen waren verwijderd, werd de container weer teruggeplaatst op de ECT Delta Terminal.

Tevens bleek dat de container op 20 december 2022 omstreeks 08.03 uur was uitgehaald door chauffeur [verdachte] met gebruikmaking van zijn truck gekentekend [kentekennummer 1] , namens het transportbedrijf [naam bedrijf 2] . De container was na het uithalen vervoerd naar het bedrijf [naam bedrijf 3] . te Hoek van Holland. Uit de gegevens van het douanesysteem AFIS bleek dat de container diezelfde dag ook leeg was ingeleverd om 13.45 uur.

2. Proces-verbaal van de politie

Op 19 december 2022 werd ik gebeld door de wachtcommandant van Douanekantoor Rotterdam Haven. Hij vertelde mij dat door speurhondengeleiders van Douane Rotterdam Haven, in een container, vermoedelijk verdovende middelen waren aangetroffen.

Ter plaatse aangekomen op wees een speurhondengeleider mij een container aan voorzien van een uniek nummer [containernummer]

Ik zag dat de lading was gelost. Wij hebben vervolgens een gedeelte van het kopschot verwijderd en zagen daarachter in de luchtkanalen een onbekende hoeveelheid pakketten vermoedelijk verdovende middelen zitten. Vervolgens heb ik de 70 pakketten vermoedelijk verdovende middelen in beslag genomen op grond van de Opiumwet.

Berekening netto gewicht

Netto gewicht van 1 pakket = 7005,5 / 7 = 1000,78 gram

Netto gewicht 70 pakketten = 1000,78 gram x 70 pakketten= 70.05 kilogram

Vervolgens maakte ik ter begeleiding van de 7 gripzakjes inhoudende circa 3 gram witte poederachtige substantie een aanvraagformulier ten behoeve van de analyse door Douanelaboratorium. Hierna werden alle gripzakjes aangeboden bij het Douanelaboratorium. D0115954NL, D0115953NL, D0115952NL, D0115951NL, D0115950NL, D0115949NL, D0115948NL.

3. Deskundigenverslag

Op 03-01-2023 ontving ik een verzegelde plastic zak met daarin:

D011954NL) een plastic zakje met wit, korrelig materiaal

D011953NL) een plastic zakje met wit, korrelig materiaal

D011952NL) een plastic zakje met wit, korrelig materiaal

D011951NL) een plastic zakje met wit. korrelig materiaal

D011950NL) een plastic zakje met wit, korrelig materiaal

D011949NL) een plastic zakje met wit, korrelig materiaal

D011948NL) een plastic zakje met wit, korrelig materiaal

Het materiaal werd onderzocht. Hierbij werd vastgesteld dat het materiaal van alle bovenvermelde SIN-nummers cocaïne bevatte. Deze substantie is vermeld op lijst I, behorende bij de Opiumwet.

4. Proces-verbaal van de politie

Op 13 juni 2023 werd in het kader van onderzoek 03Farao een doorzoeking gedaan in de woning van verdachte [medeverdachte] . Bij deze doorzoeking werd een Apple iPhone 7 in beslag genomen.

In dit proces-verbaal worden specifiek twee video's beschreven die zijn aangetroffen in de iPhone 7.

De twee video's zijn op 11 april 2023 door het telefoonnummer [gsm-nummer 1] met naam " [naam 1] " (geïdentificeerd als zijnde [medeverdachte] ) via Signal verstuurd

Beschrijving videodeel 1

Ik zie vervolgens dat de vrachtwagen met de container achterwaarts verder het terrein op komt rijden. Ik zie tegelijkertijd linksboven in beeld een man aan komen lopen richting de ingang van de loods (NNman1).

Ik zie dat de vrachtwagen dichter naar de ingang van de loods rijdt. Ik zie nu op de container het containernummer [containernummer] en [kenmerk] staan. Ik zie dat de oplegger voorzien is van kenteken [kentekennummer 2] .

Ik zie dat de camera weer beweegt naar de achterzijde van de vrachtwagen. Ik zie aan de linkerzijde (bestuurderszijde) van de vrachtwagen een man in beeld komen (NNman2). Omdat hij van de bestuurderszijde van de vrachtwagen aan komt lopen vermoed ik dat hij de chauffeur van vrachtwagen is.

Ik zie dat NNman2 verder de loods in loopt. Vervolgens zie ik een andere man (NNman3) in beeld komen. Deze persoon draagt zwarte handschoenen en een zwarte bivakmuts over het hoofd. Ik zie dat NNman2 de man met de bivakmuts (NNman3) een hand geeft.

Ik zie dat NNman3 naar de container loopt en de vergrendeling van de container vast pakt. Ik zie dat tegelijkertijd NNman2 een andere persoon met zwarte handschoen en zwarte mouw (NNpersoon4) een boks geeft.

Ik zie dat NNman3 de vergrendeling van de container los maakt en de rechterdeur van de container opent.

Ik zie dat NNman3 richting de houten kast rechts in de loods loopt. Ik zie op deze kast een opengeklapte zwarte laptop en daarnaast een lichtblauwe weegschaal staan.

Ik zie dat NNman2 de container in kijkt. Ik zie vervolgens dat de inhoud van de container nog even gefilmd wordt. Ik zie dat de container geen lading in de laadruimte bevat.

Beschrijving video deel 2

Ik zie dat Nnman3 naar de open container loopt. Ik zie dat hij een rood doosje, een schroefboormachine en nog wat gereedschap bij zich heeft en dit in de container zet. Ik zie dat hij via het keukentrapje in de container klimt.

Ik zie dat degene die aan het filmen is ook naar de container verplaatst, in de container komt en vervolgens de binnenzijde van de container filmt. Ik zie dat het containernummer [containernummer] , welke ook in de binnenzijde van de container staat, gefilmd wordt.

Ik zie dat NNman3 de schroefboormachine tegen de achterwand houdt.

Ik zie dat het NNman3 lukt om de schroef uit de achterwand te schroeven. Ik zie hem de schroef op de grond leggen en vervolgens met de schroefboormachine naar een andere schroef in de achterwand van de container gaan. Vervolgens wordt de video beëindigd.

Locatie

Door mij is de locatie op de [adres 2] in [plaats] bekeken op Google maps / streetview. Ik zag dat de omgeving van deze locatie overeenkwam met het bedrijventerrein wat zichtbaar is op de video. Hieruit maak ik op dat de video's zijn gemaakt in de loods van het bedrijf op de [adres 2] in [plaats] . Deze loods ligt op circa 24 kilometer afstand ten zuiden van de Rotterdamse haven.

Vrachtwagen

In de video wordt de container vervoerd met een vrachtwagen oplegger met het kenteken [kentekennummer 2] . Uit de politiesystemen blijkt dat dit kenteken sinds 01-09-2020 op naam staat van rechtspersoon [naam verhuurbedrijf] De gevolmachtigde van [naam verhuurbedrijf] is [verdachte] ( [geboortedatum] -1965).

Door mij is de rijbewijsfoto van [verdachte] bekeken. Ik zag hierbij zeer sterke gelijkenissen met NNman2 welke zichtbaar is in de video. Ik zie overeenkomsten in het donkere haar (op de video wordt het haar wat langer gedragen), de oren, wenkbrauwen, neus mond en kin/onderkin. Op basis van bovenstaande identificeer ik NNman2 als zijnde [verdachte] .

Door mij is in de iPhone 7 van [medeverdachte] gezocht op de roepnaam " [naam 2] " om te onderzoeken of hij mogelijk contact heeft gehad met [verdachte] . Ik zag in de contactenlijst van het toestel twee maal de naam [naam 2] staa:

[naam 3] - [gsm-nummer 2]

[naam 4] - + [gsm-nummer 3]

Mij is ambtshalve bekend dat met "Tp" transport bedoeld wordt. Dit sluit dus aan bij NNman2 die de chauffeur van de vrachtwagen met container lijkt te zijn. Het telefoonnummer [gsm-nummer 2] komt in de politiesystemen voor en is gekoppeld aan [verdachte] . Ik zag dat er op 10 april 2023 20 24 uur verzonden werden) door [accountnaam 1] ( [medeverdachte] ) het WhatsApp bericht "Hey maat kan je op onze vriend reageren .!” gestuurd werd naar [accountnaam 2] .

5. Verhoor van de verdachte

0: Zoals reeds eerder in het vorige verhoor werd aangegeven was container [containernummer] beladen met druiven en moest deze in opdracht van [naam bedrijf 1] gelost worden bij [naam bedrijf 3] te Hoek van Holland en na lossing leeg weer ingeleverd worden op de Maasvlakte. U bent echter met deze lege container naar een loods gelegen aan de [adres 2] te [plaats] gereden.

0: Wij tonen de verdachte drie snapshots uit de getoonde filmpjes en hebben deze snapshots genummerd en als bijlage bij dit proces-verbaal gevoegd. 2408201255.D01, D02 en D03.

V: Bent u dat op dat beeld?

A: Ja dat ben ik.

V: Waar kent u deze personen van?

A: Ik heb ze in de loods gezien.

V: Waarom moest de persoon met de bivakmuts de container openen, de container in klimmen en boren/schroeven in de achterwand van deze container?

V: Vond je dat niet vreemd?

A: Tuurlijk is dat vreemd, maar er zat niks achter die wand, ik heb gezien dat de achterwand werd los gemaakt.

2.3.2..

Bewijsmotivering

Standpunt verdediging

Het kan niet worden bewezen dat de verdachte opzet had, ook niet in voorwaardelijke zin, op het plegen van voorbereidingshandelingen voor de invoer van cocaïne. Met de verklaring van de verdachte bij de politie dient behoedzaam te worden omgegaan, omdat hem is gevraagd naar gebeurtenissen eind 2023 terwijl de zaak zich afspeelde eind 2022.

Vaststaande feiten

Op 19 december 2022 is een container met containernummer [containernummer] (hierna: de container) in de haven van Rotterdam binnengekomen die afkomstig was uit Peru. De container is gecontroleerd en na het losschroeven van de achterwand werden 70 pakketten aangetroffen. Uit onderzoek door het NFI is gebleken dat deze pakketten in totaal 70,05 kilogram cocaïne bevatten. Nadat de pakketten waren verwijderd, werd de container weer teruggeplaatst op de ECT Delta Terminal. De verdachte heeft de container vervolgens op 20 december 2022 opgehaald met behulp van zijn vrachtwagen. In een in een ander strafrechtelijk onderzoek in beslag genomen video is de truck met de container te zien terwijl deze een loods in [plaats] binnenrijdt. Ook de verdachte komt in beeld terwijl hij een hand geeft aan een persoon die een bivakmuts draagt. Deze persoon schroeft vervolgens de achterwand van de container los. Verder bevindt het telefoonnummer van de verdachte zich in de telefoon van diegene bij wie de video is aangetroffen.

Verklaring verdachte

De verdachte heeft tijdens zijn politieverhoren verklaard dat hij inderdaad in de loods aanwezig is geweest, dat hij de container heeft vervoerd en naar de loods heeft gebracht, dat hij te zien is op de video, dat hij het wel vreemd vond dat in de loods door iemand met een bivakmuts over zijn gezicht de achterwand van de container werd opengeschroefd, maar dat hij dit alles onder bedreiging had gedaan. Ter terechtzitting heeft hij zijn verklaring deels gewijzigd in die zin dat hij niet onder bedreiging met de container naar de loods was gegaan en dat er niets uit de container zou worden gehaald maar dat hij de container daar in het kader van zijn reguliere werkzaamheden moest laten controleren. Hij heeft aangevoerd dat hem tijdens de verhoren ten onrechte het jaartal 2023 is voorgehouden, waardoor hij dacht dat de vragen betrekking hadden op een incident uit 2023. Daardoor zou hij gebeurtenissen met elkaar hebben verward.

De rechtbank acht deze verklaring op de terechtzitting niet geloofwaardig. Indien de verdachte daadwerkelijk in de veronderstelling verkeerde dat hem vragen werden gesteld over een andere gebeurtenis, had het op zijn weg gelegen dit reeds tijdens zijn tweede verhoor, dat ongeveer twee weken na het eerste verhoor plaatsvond, naar voren te brengen. Dat heeft hij niet gedaan. Daarbij betrekt de rechtbank tevens dat de verdachte heeft verklaard slechts eenmaal in [plaats] te zijn geweest en slechts eenmaal te zijn benaderd. Dat maakt zijn beroep op een vergissing ten aanzien van de gebeurtenissen des te minder geloofwaardig.

De rechtbank gaat daarom uit van de verklaring van de verdachte bij de politie, met dien verstande dat niet is gebleken van enige dwang of dreiging jegens de verdachte zoals de verdachte in eerste instantie heeft gesteld. De video toont dat de verdachte zich direct na aankomst in de loods begeeft naar de aanwezige personen, hun begroet door ze een hand dan wel een boks te geven en vervolgens aanwezig blijft terwijl de achterwand van de container wordt losgeschroefd. Deze gedragingen zijn naar het oordeel van de rechtbank niet verenigbaar met de aanvankelijke stelling van de verdachte dat er sprake was van dwang of dreiging.

Ter zitting heeft de verdachte gezegd dat hij niet wist dat zich verdovende middelen in de vrachtwagen bevonden. Ook deze verklaring acht de rechtbank niet geloofwaardig. Alleen al niet omdat degene die in het bijzijn van de verdachte in de container de achterwand openschroefde een bivakmuts droeg, hetgeen duidt op illegale activiteiten. Daarnaast neemt de rechtbank in aanmerking dat het een feit van algemene bekendheid is dat personen die betrokken zijn bij het vervoer van een zeer waardevolle illegale lading, zoals een grote hoeveelheid cocaïne, het transport daarvan in de regel niet overlaten aan een willekeurige of onwetende derde.

Oordeel rechtbank

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte wetenschap had van het criminele karakter van het transport en nauw en bewust heeft meegewerkt aan het vervoer van de container naar een andere locatie dan het officiële afleveradres met als doel daar cocaïne uit te halen. Door als chauffeur het transport naar de loods in [plaats] te verzorgen, heeft hij een wezenlijke en significante bijdrage geleverd aan de voorbereidingshandelingen gericht op de invoer van cocaïne.

De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in vereniging verrichten van voorbereidingshandelingen voor de invoer van cocaïne.2.3.3.. Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

hij op of omstreeks 20 december 2022 te Rotterdam (Maasvlakte)

tezamen en in vereniging met een of meeranderen,althans alleen

om een feit, bedoeld in het vierde ofvijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,

voor te bereiden en/of te bevorderen,

te weten

  • het opzettelijk binnen en/of buitenhet grondgebied van Nederland brengen,

  • het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of

  • het opzettelijk vervaardigen

van 70,05 kilogram cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet

  • een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,

  • zich en/of een ander gelegenheid enmiddelenen/of inlichtingentot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,

  • voorwerpen,eenvervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelenvoorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/ofzijn/haarmededaders, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoedendatzijhetbestemdwarenwastot het plegen van dat feit, door

-de container van het haventerrein op te halen en/of

-zich te begeven naar een loods te [plaats] en/of

-in voornoemde loods de container heeft laten openen en/of betreden en/of

doorzoeken, teneinde

de achterwand van de container te verwijderen om de aanwezigheid van de cocaïne te controleren en/of die cocaïne uit die zeecontainer te (laten) verwijderen.3. Kwalificatie en strafbaarheid3.1..

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

medeplegen van om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander gelegenheid en middelen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en een vervoermiddel voorhanden hebben, waarvan hij weet dat het bestemd is tot het plegen van dat feit

3.2..

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.4. Straf4.1..

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met daaraan verbonden een proeftijd voor de duur van 3 jaren.4.2..

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.4.3.. Oordeel van de rechtbank4.3.1..

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte is als chauffeur betrokken geweest bij voorbereidingshandelingen met betrekking tot cocaïne. Hij heeft een container opgehaald en naar een andere locatie gebracht voordat hij de container bij het officiële afleveradres afleverde, zodat op de tussenlocatie de cocaïne uit de container kon worden gehaald. Het is

algemeen bekend dat (hard)drugs schadelijk zijn en daarmee een ernstige bedreiging

vormen voor de volksgezondheid. Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat een aanmerkelijk deel van de criminaliteit waarmee de maatschappij te maken heeft, direct of indirect haar oorsprong vindt in het gebruik van drugs. De verdachte heeft bij het plegen

van de feiten kennelijk alleen oog gehad voor zichzelf en zich laten leiden door zijn eigen financiële gewin, zonder zich te bekommeren om de gezondheidsrisico’s voor anderen of de

nadelige gevolgen van de mogelijk daarmee gepaard gaande criminaliteit.4.3.2..

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 1 juni 2026 blijkt dat de verdachte in de afgelopen vijf jaar niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit. Verder volgt uit het strafblad van de verdachte dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.4.3.3..

Oplegging straf

Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf de enige passende straf. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

Gelet op het voorgaande wordt een gevangenisstraf van twaalf maanden opgelegd, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Het voorwaardelijk strafdeel heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.5. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en het artikel 10a van de Opiumwet.6. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 6 maanden van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

  • de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt.7. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R.H. Kroon, voorzitter,

en mrs. J.C. Tijink en Y. Peters, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Zaanen, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 7 juli 2026.

Mr. J.C. Tijink is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier met nummer [dossiernummer] .

Proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 28 tot en met 29.

Proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 36 tot en met 42.

Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut met kenmerk [kenmerknummer] , pagina 53.

Proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 1 tot en met 27.

Proces-verbaal verhoor verdachte op 13 september 2024, pagina’s 68 tot en met 72.

Meer Beslissingen