Skip to main content

ECLI:NL:RBZWB:2026:5383

Rechtbank

Middelburg

Datum

19 May 2026

Taal

nl

Samenvatting

Rechtsvraag

Civiel recht; Personen- en familierecht

Uitspraak / Beslissing

Uitspraak

Middelburg

Procedure: UitspraakDomain: Civiel recht; Personen- en familierechtType: uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Zaaknummer: C/02/441403 / FA RK 25-5579

datum uitspraak: 19 mei 2026

beschikking betreffende wijziging gezag

in de zaak van

[de man] ,

hierna te noemen: de man,

wonende te [woonplaats 1] ,

advocaat: mr. F.L.I. de Vleesschauwer te Terneuzen.

en

[de stiefmoeder] ,

hierna te noemen: de stiefmoeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat: mr. F.L.I. de Vleesschauwer te Terneuzen.

tegen

[de vrouw] ,

hierna te noemen: de vrouw,

wonende te [woonplaats 2] ,

advocaat: mr. I. de Dobbelaere-Woets te Terneuzen.

betreffende de minderjarigen:

  • [minderjarige 1] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2011, hierna te noemen: [minderjarige 1] ;

  • [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2012, hierna te noemen: [minderjarige 2] .

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

  • de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1. Het procesverloop

Welke stukken neemt de rechtbank mee in haar beoordeling?1.1.. De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:

  • het op 24 oktober 2025 ontvangen verzoek van mr. De Vleesschauwer met bijlagen;

  • de op 18 mei 2026 ontvangen referteverklaring van mr. De Dobbelaere-Woets.

De aanwezigen tijdens de zitting

1.2.. De advocaat van de vrouw, mr. De Dobbelaere-Woets, heeft de rechtbank middels een brief d.d. 18 mei 2026 op de hoogte gesteld dat de vrouw en haar advocaat niet aanwezig zullen zijn bij de zitting.

1.3.. Het verzoek is mondeling behandeld op 19 mei 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen de man en de stiefmoeder, bijgestaan door hun advocaat. Tevens was aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad.

1.4.. Voorafgaand aan de zitting zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de gelegenheid gesteld om hun mening kenbaar te maken. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben van deze gelegenheid gebruik gemaakt en hebben op 18 mei 2026, ieder apart, een gesprek met de kinderrechter gehad.

2. De feiten

Wat vaststaat:

2.1.. Partijen hebben een affectieve relatie gehad, uit welke relatie de navolgende (op dit moment nog minderjarige) kinderen zijn geboren:

  • [minderjarige 1] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2011;

  • [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2012.

2.2..
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven bij de man en de stiefmoeder.

2.3.. Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

2.4.. Partijen hebben een ouderschapsplan opgesteld dat is bekrachtigd bij beschikking door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg van 14 juli 2022.

3. De verzoeken

Wat er in het kort aan de rechtbank is gevraagd:

3.1.. De man verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat hij belast wordt met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

3.2.. De man en de stiefmoeder verzoeken, bij wijze van voorwaardelijk verzoek en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de man en de stiefmoeder gezamenlijk belast zullen worden met het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

3.3.. De vrouw heeft in haar referteverklaring aangegeven dat zij zich niet verzet tegen de verzoeken van de man. Zij zal hiertegen geen verweer voeren.

4. De beoordeling

4.1.. De beslissing die de rechtbank moet nemen raakt in het bijzonder [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zelf. Het gaat er namelijk om wie er in de toekomst belangrijke beslissingen over hen mag nemen. De rechtbank zal daarom zoveel mogelijk in begrijpelijke taal uitleggen welke beslissing zij heeft genomen en waarom.

Wat moet de rechtbank beslissen?

4.2.. De man heeft de rechtbank allereerst gevraagd om ervoor te zorgen dat hij alleen, en dus niet samen met de vrouw, belangrijke beslissingen over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] mag nemen. Dat heet het “eenhoofdig gezag”. Op dit moment is het zo dat de man en de vrouw het gezamenlijke gezag hebben over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

4.3.. In artikel 253n van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (1:253n BW) is geregeld dat het gezamenlijk gezag beëindigd kan worden. Dat kan alleen als de omstandigheden zijn gewijzigd, of als er bij het nemen van een eerdere beslissing over het gezag van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Als hier sprake van is, kan de rechtbank bepalen dat het gezag aan één ouder toekomt.

De wet regelt ook voorwaarden waaraan voldaan moet zijn om het gezag te kunnen wijzigen. Die voorwaarden staan genoemd in artikel 251a onder punt 1 van het Burgerlijk Wetboek (1:251a lid 1 BW). De voorwaarden zijn:

er moet een groot risico zijn dat bij instandhouding van het gezamenlijk gezag de minderjarigen klem of verloren zouden raken tussen hun ouders en

dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen.

De wet regelt verder dat als er niet aan deze voorwaarden is voldaan, maar wijziging van het gezag om andere redenen in het belang van de minderjarigen noodzakelijk is, gezamenlijk gezag kan worden omgezet naar eenhoofdig gezag.

4.4.. Indien bovenstaand verzoek wordt toegewezen door de rechtbank (dus van gezamenlijk gezag naar eenhoofdig), vraagt de man om ervoor te zorgen dat niet alleen hij, maar ook de stiefmoeder belangrijke beslissingen over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] mag nemen. Dit is in de wet geregeld in artikel 253t van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (1:253t BW) en heet “gezamenlijk gezag”. In de wet staan twee voorwaarden. Voorwaarde een is dat de ouder en de ander, in dit geval de stiefmoeder, gedurende tenminste een aaneengesloten periode van een jaar gezamenlijk de zorg voor de minderjarigen hebben gehad. Voorwaarde twee is dat de ouder die het verzoek doet gedurende ten minste een aaneengesloten periode van drie jaren alleen met het gezag belast is geweest.

De beslissing in het kort

4.5.. De rechtbank zal bepalen dat de man en de stiefmoeder samen het gezag zullen hebben over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

Wat is er aan de rechtbank verteld?

4.6.. De man, de stiefmoeder en hun advocaat hebben de rechtbank verteld dat er sprake is van een hechte gezinssituatie. De man zorgt al vanaf de geboorte voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en is in 2017 getrouwd met de stiefmoeder. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen al ruim 9,5 jaar van hun leven samen met hun stiefmoeder en hebben een zeer warme en bestendige relatie met de stiefmoeder. Het contact tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de vrouw is sinds een aantal jaren helemaal verbroken. Er zijn meerdere pogingen gedaan om het contact te herstellen, ook in het kader van een eerdere ondertoezichtstelling, maar dit is niet gelukt. De man en de stiefmoeder zullen het contact tussen de [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de vrouw daarentegen altijd blijven stimuleren. De man en de stiefmoeder zouden graag belast worden met het gezamenlijk gezag. De gezondheid van de man is zeer kwetsbaar en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn angstig dat zij niet bij de stiefmoeder mogen blijven wonen, als de man komt te overlijden. Naar aanleiding hiervan zijn de man en de stiefmoeder de procedure gestart, om ervoor te zorgen dat alles geregeld is en om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] rust te geven. De advocaat verzoekt de rechtbank om de driejaarstermijn in artikel 1:253t lid 2 sub b BW terzijde te schuiven nu toewijzing van het verzoek in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is.

4.7.. De advocaat van de vrouw, mr. De Dobbelaere-Woets heeft op 18 mei 2026 een door de vrouw ondertekende en door mr. De Dobbelaere-Woets medeondertekende referteverklaring overgelegd. Hieruit volgt dat de vrouw kennis heeft genomen van het verzoek, dat zij zich daartegen niet verzet en dat zij geen verweer voert tegen de verzoeken van de man. Kort samengevat betekent dit dat de vrouw het niet erg zou vinden als de man en de stiefmoeder belast worden met het gezamenlijk gezag.

4.8.. De Raad adviseert de rechtbank om de verzoeken van de man toe te wijzen. Er is al langdurig geen contact tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de vrouw. De stiefmoeder is al een lange tijd betrokken in het leven van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de gezondheid van de man is onzeker. De Raad kan het zich in dat kader voorstellen dat het in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is dat de stiefmoeder ook belangrijke beslissingen mag nemen over hen, samen met de man. Dit zou [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een vorm van veiligheid en rust geven. Bovendien heeft de vrouw ook geen bewaar tegen de verzoeken. Of het verzoek van de man en de stiefmoeder ook vanuit een juridisch oogpunt kan worden toegewezen, laat de Raad aan de rechtbank over.

4.9..
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld dat het goed met hun gaat. Zij geven hun leven op dit moment een hoog cijfer. Het gaat goed op school, zij hebben fijne vrienden en vinden het thuis erg fijn. Zij ervaren de stiefmoeder als hun “echte” moeder en zijn angstig dat zij terug naar de vrouw moeten als er iets met de man gebeurt. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben geen contact met de vrouw en hebben hier ook geen behoefte aan. Zij hebben een grote behoefte aan duidelijkheid en willen graag dat de man en de stiefmoeder belangrijke beslissingen voor hen mogen nemen.

Wat vindt de rechtbank

Ten aanzien van het verzoek van de man tot het verkrijgen van eenhoofdig gezag

4.10.. De rechtbank heeft onder punt 4.2 en 4.3 de voorwaarden opgeschreven die de wet stelt om eenhoofdig gezag vast te leggen. De rechtbank vindt dat aan die voorwaarden is voldaan. Dat betekent dat de rechtbank zal bepalen dat de man het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] heeft. De rechtbank zal hieronder opschrijven waarom zij vindt dat aan die voorwaarden is voldaan.

4.11.. Het uitgangspunt van de wet is dat de ouders gezamenlijk gezag hebben en houden over hun kinderen. De rechtbank heeft gehoord en gelezen dat er tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de vrouw al erg lang geen contact meer is. De vrouw en de man hebben ook geen contact. De vrouw reageert niet op de berichten van de man die over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gaan. De vrouw heeft ook al een lange tijd geen enkele rol in het leven van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De vrouw heeft wel gezag, maar zij handelt daar niet naar. In dat geval is gezamenlijk gezag (gezag bij de man en de vrouw) niet in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De vrouw kan namelijk geen goede beslissingen nemen over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] omdat zij geen idee heeft hoe het met hen gaat en wat hen bezighoudt. Ook bestaat het risico dat de man geen belangrijke beslissingen kan nemen over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] terwijl dat wel nodig is, omdat de vrouw niet reageert op berichten van de man. De vrouw heeft tot slot de rechtbank laten weten dat zij het eens is met eenhoofdig gezag (en ook met gezamenlijk gezag bij de man en de stiefmoeder). De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat de vrouw in de toekomst ook geen verandering wil brengen in deze situatie.

Ten aanzien van het verzoek van de man en de stiefmoeder tot het verkrijgen van gezamenlijk gezag

4.12.. De rechtbank heeft in punt 4.4. opgeschreven welke voorwaarden de wet stelt aan gezag bij de man en bij de stiefmoeder samen. De rechtbank vindt dat aan die voorwaarden is voldaan. Dat betekent dat de rechtbank zal daarom bepalen dat de man en de stiefmoeder samen het gezag zullen hebben over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De rechtbank zal hieronder opschrijven waarom zij vindt dat aan die voorwaarden is voldaan.

4.13.. De rechtbank stelt vast dat de stiefmoeder een hele grote rol speelt in het leven van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . In de wet wordt dat “een nauwe persoonlijke betrekking” genoemd. De man en de stiefmoeder hebben al meer dan 9,5 jaar gezamenlijk de zorg over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Dat betekent dat wordt voldaan aan de eerste voorwaarde die staat beschreven in de wet.

4.14.. Aan de tweede voorwaarde, dat de man gedurende drie jaar alleen met het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] moet zijn belast, wordt niet voldaan. De man heeft namelijk pas door deze beslissing het eenhoofdig gezag gekregen. Ondanks dat niet aan deze voorwaarde wordt voldaan, zal de rechtbank het verzoek toch toewijzen, omdat de rechtbank vindt dat wel is voldaan aan de redenen waarom die voorwaarde in de wet is opgenomen. De rechtbank zal dit hierna uitleggen.

4.15.. De tweede voorwaarde is opgenomen in de wet om te voorkomen dat er lichtvaardig (zonder er goed over na te denken) gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheid om het gezag aan iemand anders dan een ouder te geven. De rechtbank is van mening dat er in dit geval heel goed nagedacht is over de mogelijkheid om het gezag aan de man en de stiefmoeder te geven. De relatie tussen de man en de vrouw is rond 2013 beëindigd. Na de relatie is er weinig tot geen contact geweest tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de vrouw en sinds ongeveer drie jaar is het contact helemaal verbroken. De man is in 2017 getrouwd met de stiefmoeder en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen al het grootste gedeelte van hun leven samen met de man en de stiefmoeder. De man heeft sinds de geboorte feitelijk alleen het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ingevuld, hij had geen contact of overleg met de vrouw over belangrijke beslissingen in het leven van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De relatie tussen de man en de stiefmoeder is al een lange tijd goed en de rechtbank verwacht dat deze relatie ook goed blijft. De band tussen de stiefmoeder en de [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is zeer hecht. Daarnaast hebben de man en de stiefmoeder verklaard dat zij altijd het contact tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de vrouw zullen blijven stimuleren. In de afgelopen periode is de man ernstig ziek geworden. De man heeft vanwege zijn nierziekte een niertransplantatie gehad en de situatie is nog steeds kwetsbaar. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] maken zich zorgen over de mogelijke gevolgen als er iets met de man gebeurt. Zij willen dan in hun vertrouwde omgeving bij de stiefmoeder en hun broertjes blijven wonen en absoluut niet bij de vrouw wonen. De rechtbank vindt het belangrijk dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een gevoel van rust en veiligheid ervaren. Tot slot is de vrouw het ermee eens dat de man en de stiefmoeder het gezag samen zullen hebben.

Conclusie

4.16.. De rechtbank zal onder punt 5 de beslissing nog in juridische woorden opschrijven, zodat iedereen precies weet wat de beslissing is.

5. De beslissing

De rechtbank:

5.1..

beëindigt het gezag van de vrouw over de minderjarigen:

  • [minderjarige 1] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2011;

  • [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2012,

en bepaalt dat het gezag over de minderjarigen voortaan toekomt aan de man en de stiefmoeder.

5.2.. verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026 door mr. Voorn, rechter, in aanwezigheid van mr. Verplanke als griffier, en op schrift gesteld op 12 juni 2026.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Meer Beslissingen