ECLI:NL:RBZWB:2026:5458
Samenvatting
Civiel recht; Personen- en familierecht
Uitspraak
Breda
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448440 / JE RK 26-891
Datum uitspraak: 21 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. P.F.M. Gulickx uit Breda.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .
1. Het verloop van de procedure
1.1.. De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 21 mei 2026;
de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 17 mei 2026.
2. De feiten
2.1.. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 juni 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 6 juni 2026.
2.3.. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 mei 2025 de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 6 juni 2026.
2.4.. Op basis van die machtiging verblijft [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.
3. Het verzoek
3.1.. De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
3.2.. De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden.
4. De beoordeling
4.1.. Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet kan een spoedmachtiging voor een gesloten plaatsing alleen worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter:
onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren;
de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken; en
er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.
4.2.. De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. Op 11 mei 2026 is door de GI een regulier verzoek machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] ingediend. De zorgen over hem zijn de afgelopen dagen echter zodanig opgelopen dat nu een spoedverzoek is ingediend. [minderjarige] onttrekt zich van de groep, uit zich ernstig dreigend naar de groepsleiding en er is een vermoeden dat hij strafbare feiten pleegt. Ook heeft hij negatieve contacten met een ex-groepsgenoot, zo heeft hij deze groepsgenoot onrechtmatig toegang verleend tot de groep waardoor de veiligheid op de groep ernstig in het geding is gekomen. Er is een groot risico dat [minderjarige] tot onverantwoorde daden overgaat zoals bijvoorbeeld naar het buitenland vertrekken, dit mogelijk in samenspraak met deze groepsgenoot. Maatschappelijk Hulp met Daadkracht heeft op 21 mei 2026 aangegeven dat [minderjarige] ’s verblijf op de huidige behandelgroep per direct niet maar haalbaar is vanwege de veiligheid van het personeel en de andere jongeren. Ook hun zorgen over [minderjarige] en daarmee zijn veiligheid zijn toegenomen. Een time-out op een andere groep is als niet haalbaar ingeschat. Het gedrag van [minderjarige] is onvoorspelbaar en wordt steeds risicovoller doordat hij het gevoel heeft dat hij niets te verliezen heeft.
4.3.. Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
4.4.. De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] , nu [minderjarige] per direct niet meer op de groep kan verblijven en er een concrete dreiging bestaat dat [minderjarige] zal weglopen en mogelijk zelfs met de ex-groepsgenoot naar het buitenland vertrekt. Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee weken. Het resterende deel van het spoedverzoek alsmede het verzoek om een reguliere machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] te verlenen voor de duur van zes maanden, zal worden aangehouden tot de hierna te noemen zitting. De GI, [minderjarige] , zijn advocaat en de ouders worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. Op diezelfde zitting zal ook het eerder ingediende verzoek van de GI om een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] te verlenen met zaaknummer C/02/448088 / JE RK 26/817 worden behandeld.
4.5.. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
5. De beslissing
De kinderrechter:
5.1.. verleent een spoedmachtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 21 mei 2026 tot 4 juni 2026;
5.2.. houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
5.3.. roept de GI, de vader, de moeder en [minderjarige] en zijn advocaat op voor de zitting van mr. Pellikaan op [datum] 2026 om [uur]uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan Stationslaan 10 in Breda;5.4.. bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting voor [minderjarige] , zijn advocaat mr. Gulickx, de ouders en de GI;
5.5.. behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026 door mr. Tempel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Noort als griffier, en op schrift gesteld op 22 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.