ECLI:NL:RBZWB:2026:6059
Samenvatting
Strafrecht
Uitspraak
Breda
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-162374-23
Vonnis van de meervoudige kamer van 7 juli 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1961,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres] ,
raadsman mr. R.B.M. Poppelaars, advocaat te Breda.1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 23 juni 2026, waarbij de officier van justitie mr. M. Kikkert en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen ten behoeve van de handel in verdovende middelen (feiten 1, 2 en 3) en het bezit van ketamine (feit 4).3. De procesafspraken
Deze strafzaak kenmerkt zich doordat het Openbaar Ministerie en de verdediging zogeheten procesafspraken hebben gemaakt over wat volgens hen een passende uitkomst van de strafzaak zou zijn. Deze procesafspraken hebben zij opgenomen in een overeenkomst gedateerd 17 juni 2026, die zij voorafgaand aan de inhoudelijke zitting, en voorzien van de handtekeningen van zowel de officier van justitie als die van verdachte en zijn raadsman, hebben overgelegd aan de rechtbank. Het Openbaar Ministerie en de verdediging hebben de rechtbank daarmee een gezamenlijk voorstel gedaan over de wijze van afdoening van de zaak.
Het afdoeningsvoorstel houdt, samengevat en voor zover hier relevant, het volgende in:
De verdediging
verdachte zal geen (nadere) onderzoekswensen indienen en/of (inhoudelijke) verweren voeren. De reeds ingediende onderzoekswensen zullen per ommegaande, na het ondertekenen van de overeenkomst, schriftelijk worden ingetrokken;
verdachte erkent geen schuld en legt geen bekennende verklaring af; doch de verdediging en verdachte geven door ondertekening van de procesafspraken richting rechtbank en het Openbaar Ministerie aan dat de feiten en kwalificaties zoals tussen het Openbaar Ministerie en verdediging vastgesteld in de bijlage A, (juridisch gezien) bewezen kunnen worden verklaard en dat er geen inhoudelijk verweer zal worden gevoerd. Verdachte bevestigt door deze procesafspraken daarmee niet de juistheid van de door het Openbaar Ministerie in bijlage A geschetste bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen van de zijde van het Openbaar Ministerie;
verdachte doet schriftelijk afstand van de in bijlage B benoemde (klassiek) in beslag genomen goederen, conform de als bijlage C bijgevoegde schriftelijke afstandsverklaring;
verdachte beseft dat het niet voeren van verdediging (hoogstwaarschijnlijk) zal leiden tot een veroordeling van de strafbare feiten als omschreven in de tenlastelegging;
de verdediging zal gedurende het proces in eerste aanleg geen aanhoudingsverzoeken indienen, tenzij onvoorziene omstandigheden/een acute situatie van persoonlijke aard ontstaat die niet wordt voorzien;
verdachte zal bij de inhoudelijke behandeling van de zaak aanwezig zijn, zodat hij kan worden gehoord over de procesafspraken;
verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf onttrekken en meewerken aan de tenuitvoerlegging van de op te leggen straf.
Het Openbaar Ministerie
het Openbaar Ministerie zal ter zitting requireren tot:
bewezenverklaring van alle aan verdachte tenlastegelegde feiten (conform de
inhoud van bijlage A);
- een strafoplegging als hieronder weergegeven:
• een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden (met aftrek);
• een geldboete ter hoogte van € 22.500,-, bij niet betalen te vervangen door 147
dagen vervangende hechtenis;
• onttrekking aan het verkeer van de goederen waarvan verdachte afstand heeft
gedaan;
het Openbaar Ministerie heeft geen ontnemingsvordering tegen de verdachte aanhangig gemaakt en zal dat – indien aan de termen van de schikking wordt voldaan en de gezamenlijke procesafspraken door de rechtbank worden gevolgd – ook niet meer doen;
het Openbaar Ministerie zal zich ter zitting refereren aan het (nog in te dienen) verzoek van de verdediging tot hernieuwde schorsing van de voorlopige hechtenis.
Verder is onderdeel van de overeenkomst dat door de verdediging en het Openbaar Ministerie geen hoger beroep zal worden ingesteld, indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de gemaakte procesafspraken.
De gehele overeenkomst is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
Beoordeling van de procesafspraken door de rechtbank
De rechtbank heeft zich gebogen over de vraag of het mogelijk is de zaak conform de tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging gemaakte procesafspraken af te doen. Bij de beoordeling zijn voor de rechtbank leidend geweest de uitgangspunten zoals verwoord door de Hoge Raad in het arrest van 27 september 2022 (vgl. ECLI:NL:HR:2022:1252).
De rechtbank stelt vast dat verdachte bij de totstandkoming van de procesafspraken is bijgestaan door zijn raadsman. Verdachte is ook samen met zijn raadsman aanwezig geweest op de openbare terechtzitting van 23 juni 2026, waar de inhoud van het afdoeningsvoorstel is besproken.
De rechtbank heeft ter zitting benadrukt dat de rechtbank geen partij is bij de (totstandkoming van de) procesafspraken en dat de rechtbank daaraan niet gebonden is. De rechtbank heeft immers een eigen verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat de behandeling en de beoordeling van de strafzaak plaatsvinden overeenkomstig de geldende wettelijke bepalingen. Hierbij staat met name de beantwoording van de vragen conform artikel 348 en artikel 350 van het Wetboek van Strafvordering centraal.
De officier van justitie, de raadsman en verdachte hebben ter zitting allen bevestigd achter de procesafspraken te staan. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij deze met zijn raadsman heeft besproken en dat de inhoud van die afspraken duidelijk voor hem is. Verdachte begrijpt wat de consequenties zijn als de rechtbank de procesafspraken volgt – in het bijzonder met betrekking tot zijn verdedigingsrechten – en hij accepteert de op te leggen straf zoals deze is voorgesteld.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan de procesafspraken en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten. De wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen doet geen afbreuk aan het aan verdachte op grond van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) toekomende recht op een eerlijk proces. De rechtbank ziet dan ook geen reden om de inhoud van de procesafspraken niet bij haar oordeel te betrekken.4. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.5. De beoordeling van het bewijs5.1..
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, zoals neergelegd in de procesafspraken.5.2..
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om de procesafspraken te volgen en heeft, overeenkomstig de procesafspraken, geen bewijsverweren gevoerd.5.3..
Het oordeel van de rechtbank
Nu de verdediging geen bewijsverweren heeft gevoerd en de rechtbank de ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen, die tevens kort samengevat zijn voorgehouden ter zitting, wettig en overtuigend bewezen acht, zullen de feiten zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.5.4..
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
feit 1
op tijdstippen in de periode van 8 juni 2020 tot en met 11 juni 2020 te Breda , althans op meerdere plaatsen in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
het (telkens) opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van een of meer hoeveelheden (met)amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende (met)amfetamine als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen,
voorwerpen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van die feit(en), door
een of meer encryptische/PGP telefoon(s) voorhanden te hebben,
met behulp van voornoemde encryptische/PGP-telefoon gebruik te maken van een Sky-ECC account (te weten [account 1] ),
( als gebruiker van het account [account 1] ) een of meer (encryptische) (chat) gesprekken te voeren met een of meer anderen over het bewerken, verwerken, leveren, kopen en/of verkopen van een of meer hoeveelheden cocaïne,
( als gebruiker van het account [account 1] ) een of meer (encryptische) (chat)gesprekken te voeren met betrekking tot de prijs van een of meer hoeveelheden cocaïne,
als gebruiker van het account [account 1] ) een of meer afbeeldingen/foto’s van een of meer hoeveelheden cocaïne te ontvangen en/of versturen;
feit 2
op tijdstippen in de periode van 4 april 2020 tot en met 20 mei 2020 te Breda , althans op meerdere plaatsen in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten
het (telkens) opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of vervaardigen van een of meer hoeveelheden (met)amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende (met)amfetamine als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen,
voorwerpen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en), door
een of meer encryptische/PGP telefoon(s) voorhanden te hebben,
met behulp van voornoemde encryptische/PGP-telefoon gebruik te maken van een Sky-ECC account (te weten [account 1] ),
( als gebruiker van het account [account 1] ) een of meer (encryptische) (chat) gesprekken te voeren met een of meer anderen over het bewerken, verwerken, leveren, kopen en/of verkopen van een of meer grondstoffen waaronder apaan en
N-methylformamide,
( als gebruiker van het account [account 1] ) een of meer (encryptische) (chat)gesprekken te voeren met betrekking tot de prijs van een of meer grondstoffen waaronder apaan en N-methylformamide,
( als gebruiker van het account [account 1] ) een of meer (encryptische) (chat)gesprekken te voeren met betrekking tot het opzetten en/of inrichten van een (productie)laboratorium en/of de verdeling van de productiekosten en/of winst en/of betaling/verdeling daarvan,
als gebruiker van het account [account 1] ) een of meer afbeeldingen/foto’s van een (mogelijke) loods/locatie voor het opzetten van een (productie)laboratorium en een tekening waarin de ruimtes van die loods/locatie zijn ingedeeld te ontvangen en/of versturen;
feit 3
op tijdstippen in de periode van 1 oktober 2022 tot en met 3 februari 2023 te Breda , althans op meerdere plaatsen in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
het (telkens) opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of vervaardigen van een of meer hoeveelheden (meth)amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende (meth)amfetamine als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen,
voorwerpen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die
feit(en), door
een of meer encryptische/PGP telefoon(s) voorhanden te hebben,
met behulp van voornoemde encryptische/PGP-telefoon gebruik te maken van een Exclu account ( [account 2] (gebruikersnaam [gebruikersnaam] )),
( als gebruiker van het account [account 2] ) een of meer (encryptische) (chat) gesprekken te voeren met een of meer anderen over het bewerken, verwerken, leveren, kopen en/of verkopen van een of meer grondstoffen waaronder methylamine en metanol en zoutzuur en aceton en caustic soda en citroenzuur,
( als gebruiker van het account [account 2] ) een of meer (encryptische) (chat)gesprekken te voeren met betrekking tot de prijs van een of meer grondstoffen waaronder methylamine en metanol en zoutzuur en aceton en caustic soda en citroenzuur;
feit 4
op 26 februari 2024 te Breda opzettelijk, zonder registratie een of meer hoeveelheden ketamine in voorraad heeft gehad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.6. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.7. De strafoplegging7.1..
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert, conform de procesafspraken, aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 32 maanden met aftrek van voorarrest en een geldboete ter hoogte van € 22.500,-.7.2..
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen inhoudelijk strafmaatverweer gevoerd en heeft de rechtbank verzocht aan te sluiten bij de procesafspraken.7.3..
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich samen met anderen beziggehouden met het plegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot de handel in en productie van harddrugs. De wetgever beschouwt de productie van harddrugs als een ernstig strafbaar feit. Het is immers algemeen bekend dat het gebruik van synthetische drugs kan leiden tot een geestelijke of lichamelijke verslaving en bij overdosis zelfs tot de dood van de gebruiker. Daarnaast wordt het chemisch afval dat ontstaat bij de productie vrijwel altijd illegaal gedumpt, waardoor het milieu schade ondervindt en belast wordt en waarbij er in de regel veel geld, tijd en energie geïnvesteerd moet worden om de negatieve gevolgen voor het milieu zoveel mogelijk ongedaan te maken. Bovendien legt het opsporen, ontmantelen en vervolgen van de producenten van synthetische drugs een fors beslag op het opsporingsapparaat, als gevolg waarvan de opsporing van andere misdrijven in het gedrang komt. Kortom, de productie van synthetische drugs heeft op meerdere niveaus van de maatschappij een forse negatieve invloed. Door deel te nemen aan een samenwerkingsverband dat zich hiermee bezighoudt, heeft verdachte zijn eigen geldelijk gewin boven het maatschappelijk belang en de daarop gebaseerde wettelijke normen gesteld. Daarbij heeft verdachte gedurende enkele dagen getracht blokken cocaïne te verhandelen (als tussenpersoon) en had verdachte op 26 februari 2024 een grote hoeveelheid ketamine in zijn bezit.
Gelet op de aard en ernst van deze feiten kan naar het oordeel van de rechtbank, in beginsel, niet anders worden gereageerd dan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Bij de bepaling van de duur heeft de rechtbank allereerst acht geslagen op het strafblad van verdachte, waaruit volgt dat hij eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Deze feiten vallen echter buiten de recidivetermijn. Verder heeft de rechtbank rekening gehouden met de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting (LOVS), straffen in soortgelijke zaken en de rol van verdachte.
De rechtbank acht gelet op het voorgaande, evenals de officier van justitie, in beginsel een gevangenisstraf van 54 maanden onvoorwaardelijk passend en geboden. Ten voordele van verdachte wordt meegewogen dat de feiten een korte(re) pleegperiode kennen en dat wat betreft de feiten 1, 2 en 3 niet is gebleken dat verdachte tot voltooide feiten is gekomen. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de procesafspraken in onderhavige zaak nopen tot een andere afweging. Zij overweegt daartoe als volgt. Er is sprake van een groot tijdsverloop waardoor de redelijke termijn is geschonden. Daarnaast heeft verdachte meegewerkt aan een procedure die uiteindelijk tot efficiëntere rechtspleging heeft geleid. De verdediging heeft geen (nieuwe) onderzoekswensen ingediend, waardoor de rechter-commissaris geen verder onderzoek heeft moeten verrichten. De behandeling van de strafzaak tijdens het onderzoek ter zitting is voortvarend verlopen, nu als gevolg van de procesafspraken geen inhoudelijke verweren zijn gevoerd. Bovendien wordt door naleving van de overeenkomst een hoger beroep voorkomen. Dit levert veel tijdswinst op en bespaart kostbare zittingscapaciteit. Naast deze proceseconomische belangen zorgt deze procedure er ook voor dat zaken eerder onherroepelijk zijn en opgelegde straffen sneller kunnen worden geëxecuteerd. De procesafspraken doen daarmee ook recht aan de belangen van de maatschappij.
Uit de procesafspraken volgt dat de verdediging en de officier van justitie een gevangenisstraf van 32 maanden zijn overeengekomen. Dat komt neer op een strafvermindering van 10% voor het overschrijden van de redelijke termijn en vervolgens een strafvermindering van een derde deel. Gelet op de stand van zaken van de procedure komt onderhavige zaak wat het Openbaar Ministerie betreft niet (zonder) meer in aanmerking voor strafkorting. Om die reden, en omdat de door verdachte gepleegde delicten in de regel geld gedreven zijn, zijn de verdediging en het Openbaar Ministerie overeengekomen dat er een (aanzienlijke) financiële prikkel aan de overeengekomen gevangenisstraf wordt toegevoegd, in de vorm van een geldboete van € 22.500,-. Deze geldboete wordt (direct) geëffectueerd vanuit het conservatoir beslag. De door de verdediging en de officier van justitie overeengekomen gevangenisstraf en geldboete zijn bij procesafspraken (zowel in nationaal als in internationaal verband) geen uitzondering en wordt door de rechtbank in deze zaak als een passende vorm van strafafdoening beschouwd.
De rechtbank is, alles afwegende, van oordeel dat de in de procesafspraken overeengekomen straf onder de gegeven omstandigheden in redelijke verhouding staat tot de ernst en omvang van de feiten, alsook de rol die verdachte daarin heeft vertolkt. De rechtbank legt dan ook aan verdachte op een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden, met aftrek van de tijd die reeds in voorarrest is doorgebracht. Daarnaast legt zij aan verdachte op een geldboete van € 22.500,-.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.8. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 23, 24c, 46, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 10a van de Opiumwet, artikel 38 van de Geneesmiddelenwet en de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.9. Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5.4 is omschreven;
spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1:medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de
Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen voorhanden
hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij
bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
en
medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de
Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, zich of een ander inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen;
feit 2:medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de
Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen voorhanden
hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij
bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
en
medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de
Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, zich of een ander inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen;
feit 3:medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de
Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen voorhanden
hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij
bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
en
medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de
Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, zich of een ander inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen;
feit 4:opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 38, eerste lid,
van de Geneesmiddelenwet;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 32 maanden;
bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
veroordeelt verdachte tot betaling van een geldboete van € 22.500,-;
beveelt dat bij niet betaling van de geldboete, vervangende hechteniszal worden toegepast van147 dagen;
Voorlopige hechtenis
- heft het bevel tot voorlopige hechtenis op.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.M. Wijffels, voorzitter, en mr. C.H.M. Pastoors en mr. F.L. Donders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. van Spelde, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 7 juli 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
1
Voorbereidingshandelingen, Sky-ECC feiten D en E
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 juni 2020 tot en met 11 juni 2020 te Breda , althans op meerdere plaatsen in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
het (telkens) opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of vervaardigen van een of meer hoeveelheden (met)amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende (met)amfetamine als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen,
voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en), door
een of meer encryptische/PGP telefoon(s) voorhanden te hebben,
met behulp van voornoemde encryptische/PGP-telefoon gebruik te maken van een Sky-ECC account (te weten [account 1] ),
( als gebruiker van het account [account 1] ) een of meer (encryptische) (chat) gesprekken te voeren met een of meer anderen over het bewerken, verwerken, leveren, kopen en/of verkopen van een of meer hoeveelheden cocaïne,
( als gebruiker van het account [account 1] ) een of meer (encryptische) (chat)gesprekken te voeren met betrekking tot de prijs van een of meer hoeveelheden cocaïne,
als gebruiker van het account [account 1] ) een of meer afbeeldingen/foto’s van een of meer hoeveelheden cocaïne te ontvangen en/of versturen
( art 10a lid 1 ahf/sub 1 alinea Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 2 alinea Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
2
Voorbereidingshandelingen, Sky-ECC feiten C en F
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 4 april 2020 tot en met 20 mei 2020 te Breda , althans op meerdere plaatsen in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten
het (telkens) opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of vervaardigen van een of meer hoeveelheden (met)amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende (met)amfetamine als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen,
voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en), door
een of meer encryptische/PGP telefoon(s) voorhanden te hebben,
met behulp van voornoemde encryptische/PGP-telefoon gebruik te maken van een Sky-ECC account (te weten [account 1] ),
( als gebruiker van het account [account 1] ) een of meer (encryptische) (chat) gesprekken te voeren met een of meer anderen over het bewerken, verwerken, leveren, kopen en/of verkopen van een of meer grondstoffen waaronder apaan en
N-methylformamide,
( als gebruiker van het account [account 1] ) een of meer (encryptische) (chat)gesprekken te voeren met betrekking tot de prijs van een of meer grondstoffen waaronder apaan en N-methylformamide,
( als gebruiker van het account [account 1] ) een of meer (encryptische) (chat)gesprekken te voeren met betrekking tot het opzetten en/of inrichten van een (productie)laboratorium en/of de verdeling van de productiekosten en/of winst en/of betaling/verdeling daarvan,
als gebruiker van het account [account 1] ) een of meer afbeeldingen/foto’s van een (mogelijke) loods/locatie voor het opzetten van een (productie)laboratorium en/of een tekening waarin de ruimtes van die loods/locatie zijn ingedeeld te ontvangen en/of versturen;
( art 10a lid 1 ahf/sub 1 alinea Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 2 alinea Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
3
Voorbereidingshandelingen EXCLU feiten A en B
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 september 2022 tot en met 3 februari 2023 te Breda , althans op meerdere plaatsen in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
het (telkens) opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of vervaardigen van een of meer hoeveelheden (meth)amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende (meth)amfetamine als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen,
voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die
feit(en), door
een of meer encryptische/PGP telefoon(s) voorhanden te hebben,
met behulp van voornoemde encryptische/PGP-telefoon gebruik te maken van een Exclu account ( [account 2] (gebruikersnaam [gebruikersnaam] )),
( als gebruiker van het account [account 2] ) een of meer (encryptische) (chat) gesprekken te voeren met een of meer anderen over het bewerken, verwerken, leveren, kopen en/of verkopen van een of meer grondstoffen waaronder methylamine en/of metanol en/of zoutzuur en/of aceton en/of caustic soda en/of citroenzuur,
( als gebruiker van het account [account 2] ) een of meer (encryptische) (chat)gesprekken te voeren met betrekking tot de prijs van een of meer grondstoffen waaronder methylamine en/of metanol en/of zoutzuur en/of aceton en/of caustic soda en/of citroenzuur;
( art 10a lid 1 ahf/sub 1 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 2 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 3 Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
4
Bezit ketamine ( [garage] )
hij op of omstreeks 26 februari 2024 te Breda , althans in Nederland, al dan niet opzettelijk, zonder registratie een of meer hoeveelheden ketamine, in elk geval een werkzame stof, in voorraad heeft gehad en/of heeft bereid en/of ingevoerd en/of te koop aan geboden en/of afgeleverd en/of uitgevoerd of anderszins binnen of buiten Nederlands grondgebied gebracht, dan wel in werkzame stoffen een groothandel gedreven;
( art 38 lid 1 Geneesmiddelenwet )