[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"category-insurance-law-nl-2025":3},{"detail":4,"years":63},{"category":5,"year":11,"latestYear":11,"monthlyCounts":12,"decisions":38,"total":16,"page":14,"limit":62},{"id":6,"slug":7,"name":8,"country":9,"createdAt":10},70,"insurance-law-nl","Insurance Law","NL","2026-07-08T16:54:31.274Z",2025,[13,15,18,20,22,24,26,28,30,32,34,36],{"month":14,"count":14},1,{"month":16,"count":17},2,0,{"month":19,"count":17},3,{"month":21,"count":17},4,{"month":23,"count":17},5,{"month":25,"count":17},6,{"month":27,"count":17},7,{"month":29,"count":17},8,{"month":31,"count":17},9,{"month":33,"count":17},10,{"month":35,"count":14},11,{"month":37,"count":17},12,[39,53],{"id":40,"ecli":41,"slug":42,"caseNumber":43,"courtId":44,"decisionDate":45,"fullText":46,"summary":43,"language":47,"source":48,"sourceUrl":49,"sourceTimestamp":50,"parsedAt":51,"updatedAt":52},"1833","ECLI:NL:RBNHO:2025:16064","ecli-nl-rbnho-2025-16064","",73,"2025-11-12T00:00:00.000Z","RECHTBANK Noord-Holland\n\nCiviel recht\n\nZittingsplaats Alkmaar\n\nZaaknummer \u002F rekestnummer: C\u002F15\u002F368386 \u002F HA RK 25-119\n\nBeschikking van 12 november 2025\n\nin de zaak van\n\nASR SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,\n\nte Utrecht,\n\nverzoekende partij,\n\nhierna te noemen: ASR,\n\nadvocaat: mr. Chr.H. van Dijk,\n\ntegen\n\n1. [verweerder sub 1]\n\n2. [verweerder sub 2],\n\nbeiden in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van hun minderjarige zoon [minderjarige] (hierna: [minderjarige] ),\n\nte [woonplaats] ,\n\nverwerende partijen,\n\nhierna samen te noemen: de ouders.\n\n1. De procedure\n\n1.1.. Het verloop van de procedure blijkt uit:\n\n- het verzoekschrift dat op 8 augustus 2025 door de rechtbank werd ontvangen, met producties 1 tot en met 19;\n\n- aanvullende productie 20 van ASR;\n\n- de e-mailberichten van 22 augustus 2025, 24 augustus 2025, 23 september 2025, 25 september 2025 en 28 september 2025 van de ouders, met de daarbij gevoegde stukken;\n\n- de mondelinge behandeling van 1 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.\n\n1.2.. De ouders zijn niet op de mondelinge behandeling verschenen en hebben zich ook niet laten vertegenwoordigen door een advocaat. Dit betekent dat de rechtbank in beginsel geen kennis mag nemen van de door de ouders toegestuurde berichten en stukken. Tijdens de mondelinge behandeling heeft ASR uitdrukkelijk aangegeven dat zij er geen bezwaar tegen heeft dat de rechtbank kennisneemt van de berichten van de ouders en dat de rechtbank deze bij de beoordeling van de zaak betrekt. De rechtbank heeft deze stukken daarom toegevoegd aan het procesdossier.\n\n1.3.. De beschikking is bepaald op vandaag.\n\n2. De relevante feiten\n\n2.1.. Op 21 oktober 2024 heeft de zoon van de ouders, [minderjarige] , als gevolg van een verkeersongeval ernstig letsel opgelopen. [minderjarige] was op dat moment 13 jaar oud.\n\n2.2.. ASR heeft erkend dat haar verzekerde aansprakelijk is voor de door [minderjarige] als gevolg van het ongeval geleden en nog te lijden schade en dat zij als WAM-verzekeraar de ongevalsgerelateerde schade zal vergoeden.\n\n2.3.. Tussen de ouders en ASR is over het schaderegelingstraject een conflict dan wel impasse ontstaan.\n\n3. Het verzoek\n\n3.1.. In dit deelgeschil verzoekt ASR de rechtbank om:\n\nde ouders te gelasten om de noodzakelijke medewerking te verlenen aan en inlichtingen te verstrekken voor het volgens de in Nederland geldende regels in kaart brengen van de ongevalsgerelateerde schade van [minderjarige] , onder meer maar niet alleen door onafhankelijke deskundigenrapporten;\n\nde ouders te gelasten medewerking te verlenen aan het inschakelen van Trivium Advies of een andere te goeder naam en faam bekendstaande zorgregisseur en aan de werkzaamheden van deze de medewerking te verlenen en de inlichtingen te verstrekken die deze nodig acht.\n\n3.2.. ASR stelt daartoe - samengevat - dat het schadetraject is komen stil te liggen na indiening van klachten van de ouders over de schadebehandeling. De ouders maken ASR allerlei onterechte verwijten en willen niet meer meewerken aan een reguliere schadeafwikkeling. Zonder onderbouwing vorderden de ouders in maart 2025 een schadebedrag van € 16.000.000, wat inmiddels in de tiende klachtbrief is opgelopen tot € 175.000.000. Ondanks pogingen van ASR om de ouders te bewegen de schaderegeling weer op gang te brengen, is dit niet gelukt. De ouders worden niet langer bijgestaan door een belangenhartiger of een advocaat. Het is niet in het belang van [minderjarige] en ASR dat de schaderegeling niet wordt voortgezet. ASR trekt zich het belang van [minderjarige] aan en roept daarom de hulp in van de deelgeschilrechter om de schaderegeling weer op gang te brengen.\n\n4. Het verweer\n\n4.1.. De ouders voeren verweer in de e-mails die zij aan de rechtbank hebben gestuurd. Kort gezegd voeren de ouders het volgende aan. Zij vinden dat de zaak zich niet leent voor een beperkte behandeling in deelgeschil. De kern van het conflict ziet namelijk niet alleen op de schadeafwikkeling, maar op institutioneel en moreel falen van ASR. De ouders hebben daarover inmiddels tien klachtbrieven aan ASR gestuurd, die inhoudelijk niet zijn beantwoord. Daarnaast is het proces-verbaal van de politie nog niet volledig en loopt er nog een forensische expertise, zodat een zorgvuldige beoordeling op dit moment niet mogelijk is. Verder schetst ASR in het verzoekschrift een beeld dat volgens de ouders niet overeenstemt met de werkelijkheid. De ouders worden ten onrechte weggezet als “onredelijke ouders”, die niet handelen in het belang van hun zoon.\n\n5. De beoordeling\n\n5.1.. Tijdens de mondelinge behandeling heeft ASR de rechtbank verzocht om “ambtshalve” een bijzondere curator te benoemen in de zin van artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en de zaak aan te houden om de ouders in de gelegenheid te stellen daarover te worden gehoord. Gelet op de impasse die is ontstaan en het feit dat de ouders ook niet naar de zitting zijn gekomen om de zaak te bespreken, dient deze stap in het belang van [minderjarige] te worden overwogen, aldus ASR.\n\n5.2.. \n\nIn artikel 1:250 lid 1 BW is (voor zover van belang) bepaald dat als een zaak aanhangig is, de desbetreffende rechter een bijzondere curator kan benoemen voor aangelegenheden over het vermogen van de minderjarige. De rechter zal dit alleen doen als hij dit noodzakelijk acht in het belang van de minderjarige en er sprake is van een belangenstrijd tussen de belangen van de minderjarige en de belangen van zijn ouders.\n\nAls er een bijzondere curator benoemd wordt, betekent dit dat de bijzondere curator [minderjarige] zowel in als buiten rechte zal vertegenwoordigen. De bijzondere curator zal dan in plaats van de ouders beslissingen nemen ten aanzien van de (vermogensrechtelijke) belangen van [minderjarige] in het kader van de schaderegeling.\n\n5.3.. Het aanstellen van een bijzondere curator is dus een vergaande en ingrijpende maatregel. De ouders waren er niet van de op de hoogte dat ASR tijdens de zitting zou vragen een bijzondere curator te benoemen. Zij hebben hun standpunt daarover dus nog niet naar voren kunnen brengen. De rechtbank kan niet beslissen over het wel of niet benoemen van een bijzondere curator zonder de ouders eerst in de gelegenheid te stellen hierover gehoord te worden. De rechtbank zal daarom een nieuwe mondelinge behandeling gelasten. De rechtbank vindt het belangrijk dat de ouders bij de volgende zitting aanwezig zijn om de zaak te bespreken. De rechtbank zal daarom bepalen dat zij daarbij aanwezig moeten zijn.\n\n5.4.. De rechtbank zal op dit moment nog geen beslissing nemen over de verzoeken die ASR in haar verzoekschrift heeft gedaan en de verweren die de ouders hebben gevoerd. Of ASR ontvankelijk is in de verzoeken en zo ja, of de verzoeken zullen worden toe- of afgewezen, zal dus pas na een volgende zitting worden beoordeeld.\n\n5.5.. De rechtbank adviseert de ouders – gelet op de mogelijk vergaande gevolgen van het benoemen van een bijzondere curator – dringendom zich in het vervolg van deze procedure te laten bijstaan door een advocaat.\n\n5.6.. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.\n\n6. De beslissing\n\nDe rechtbank\n\n6.1.. beveelt een mondelinge behandeling en verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaat, met het doel dat in 5.3 is omschreven, door mr. N. Boots, in het gerechtsgebouw te Alkmaar, Kruseman van Eltenweg 2, op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,\n\n6.2.. bepaalt dat de heer [verweerder sub 1] en mevrouw [verweerder sub 2] dan in persoon aanwezig moeten zijn en dat ASR dan vertegenwoordigd moet zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,6.3.. bepaalt dat partijen uiterlijk woensdag 26 november 2025schriftelijk opgave moeten doen van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaat in de maandendecember 2025tot en metfebruari 2026, waarna dag en uur van de mondelinge behandeling zullen worden bepaald,\n\n6.4.. bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de mondelinge behandeling zelfstandig zal bepalen,\n\n6.5.. bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de mondelinge behandeling dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,\n\n6.6.. wijst partijen er op, dat voor de mondelinge behandeling 90 minutenzal worden uitgetrokken,\n\n6.7.. houdt iedere verdere beslissing aan.\n\nDeze beschikking is gegeven door mr. N. Boots, bijgestaan door de griffier mr. M. Bouwen en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025.","nl","rechtspraak_nl","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:16064","2026-06-01T00:00:00.000Z","2026-07-08T16:52:53.682Z","2026-07-13T00:29:41.036Z",{"id":54,"ecli":55,"slug":56,"caseNumber":43,"courtId":57,"decisionDate":58,"fullText":59,"summary":43,"language":47,"source":48,"sourceUrl":60,"sourceTimestamp":58,"parsedAt":51,"updatedAt":61},"1528","ECLI:NL:GHAMS:2025:180","ecli-nl-ghams-2025-180",56,"2025-01-28T00:00:00.000Z","GERECHTSHOF AMSTERDAM\n\nafdeling civiel recht en belastingrecht\n\nzaaknummer : 200.349.867\u002F01\n\nzaaknummer rechtbank : C\u002F15\u002F333568\u002F HA ZA 22-668\n\narrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 28 januari 2025\n\ninzake\n\nPODOCENTRUM ALKMAAR B.V.,\n\ngevestigd te Alkmaar,\n\n [appellant 1]\n\ngevestigd te [plaats 1] ,\n\n [appellant 2] ,\n\nals vennoot van de vennootschap onder firma [vof] V.O.F.\n\ngevestigd te [plaats 1] ,\n\n [appellant 3] ,\n\nals vennoot van de vennootschap onder firma [vof] V.O.F.\n\ngevestigd te [plaats 1] ,\n\n [appellant 4]\n\ngevestigd te [plaats 2] ,\n\nStichting voor VOET- en Houding Beroepen h.o.d.n. Stichting Landelijk Overkoepelend Orgaan voor Podologie\n\nGevestigd te Utrecht,\n\nappellanten,\n\nadvocaat: mr. T.A.M. van den Ende te Utrecht,\n\ntegen\n\nVGZ U.A.,\n\ngevestigd te Arnhem,\n\nVGZ ZORGVERZEKERAAR N.V.,\n\ngevestigd te Arnhem,\n\nIZA ZORGVERZEKERAAR N.V.,\n\ngevestigd te Arnhem,\n\nN.V. ZORGVERZEKERAAR UMC.,\n\ngevestigd te Arnhem,\n\nN.V. UNIVÉ ZORG.,\n\ngevestigd te Arnhem,\n\ngeïntimeerden,\n\nadvocaat: mr. M.E. Jannink te Amsterdam.\n\n1. Het geding in hoger beroep\n\nAppellanten hebben bij exploot geïntimeerden aangezegd in hoger beroep te komen van een of meer tussen partijen in de onderhavige zaak gewezen vonnissen, met dagvaarding van geïntimeerden voor dit hof.\n\nDe zaak is op de rol ingeschreven en geïntimeerden zijn bij advocaat verschenen.\n\n2. Beoordeling\n\nHet hof ziet aanleiding om een mondelinge behandeling na aanbrengen te gelasten. Het doel is het beproeven van een minnelijke regeling en\u002Fof het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, mede aan de hand van door partijen en hun advocaten te geven inlichtingen, waarbij onder meer mediation, bewijsvoering en\u002Fof rapportage door deskundigen aan de orde kunnen komen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.\n\nMeer informatie over de mondelinge behandeling na aanbrengen en wat van partijen en hun advocaten verwacht wordt is digitaal beschikbaar via de link die te vinden is bij artikel 4.1 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven.\n\n3. Beslissing\n\nHet hof:\n\nbepaalt dat partijen in persoon respectievelijk, voor zover partijen rechtspersoon zijn, vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte is en die bevoegd is (door schriftelijke machtiging of anderszins) tot het aangaan van een schikking, tezamen met hun advocaten zullen verschijnen voor het tot raadsheercommissaris benoemde lid van het hof, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam, op een nader te bepalen tijdstip, tot het hiervoor onder 2 omschreven doel;\n\nbepaalt dat partijen binnen 2 weken gemotiveerd kunnen laten weten af te willen zien van een mondelinge behandeling na aanbrengen, bijvoorbeeld omdat schikkingsbereidheid ontbreekt, waarna de raadsheercommissaris zal beslissen of de mondelinge behandeling doorgang vindt;\n\nbepaalt dat partijen binnen 2 weken na heden op de rol van 11 februari 2025:\n\n- Appellanten – een kopie van het volledig procesdossier (de stukken van de eerste aanleg met inbegrip van de producties en appeldagvaarding) in tweevoud zal indienen.\n\n- Partijen – hun verhinderdagen en die van hun advocaten voor de eerstkomende 4 maanden kunnen opgeven, waarna het hof de dag en het tijdstip van de mondelinge behandeling zal vaststellen, in welk geval behoudens klemmende redenen of overmacht geen uitstel van de mondelinge behandeling meer zal worden verleend.\n\nbepaalt dat de datum van de mondelinge behandeling na aanbrengen in het roljournaal vermeld zal worden;\n\nbepaalt dat partijen uiterlijk 2 weken vóór de dag van de mondelinge behandeling de stukken waarop zij voor het overige een beroep zouden willen doen, in kopie over zullen leggen door toezending aan het hof (roladministratie – team handel) en de wederpartij;\n\nhoudt iedere verdere beslissing aan.\n\nDit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, A.R. Sturhoofd en L. Alwin en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:180","2026-07-13T00:29:25.489Z",20,[64,11,65,66],2026,2024,2023]