Skip to main content

ECLI:NL:GHAMS:2025:180

Instanță

Amsterdam

Data

28 January 2025

Limba

nl

Rezumatul Cauzei

Problema Juridică

Civiel recht

Hotărâre / Soluție

Uitspraak

Amsterdam

Procedure: UitspraakDomain: Civiel rechtType: uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.349.867/01

zaaknummer rechtbank : C/15/333568/ HA ZA 22-668

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 28 januari 2025

inzake

PODOCENTRUM ALKMAAR B.V.,

gevestigd te Alkmaar,

[appellant 1]

gevestigd te [plaats 1] ,

[appellant 2] ,

als vennoot van de vennootschap onder firma [vof] V.O.F.

gevestigd te [plaats 1] ,

[appellant 3] ,

als vennoot van de vennootschap onder firma [vof] V.O.F.

gevestigd te [plaats 1] ,

[appellant 4]

gevestigd te [plaats 2] ,

Stichting voor VOET- en Houding Beroepen h.o.d.n. Stichting Landelijk Overkoepelend Orgaan voor Podologie

Gevestigd te Utrecht,

appellanten,

advocaat: mr. T.A.M. van den Ende te Utrecht,

tegen

VGZ U.A.,

gevestigd te Arnhem,

VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V.,

gevestigd te Arnhem,

IZA ZORGVERZEKERAAR N.V.,

gevestigd te Arnhem,

N.V. ZORGVERZEKERAAR UMC.,

gevestigd te Arnhem,

N.V. UNIVÉ ZORG.,

gevestigd te Arnhem,

geïntimeerden,

advocaat: mr. M.E. Jannink te Amsterdam.

1. Het geding in hoger beroep

Appellanten hebben bij exploot geïntimeerden aangezegd in hoger beroep te komen van een of meer tussen partijen in de onderhavige zaak gewezen vonnissen, met dagvaarding van geïntimeerden voor dit hof.

De zaak is op de rol ingeschreven en geïntimeerden zijn bij advocaat verschenen.

2. Beoordeling

Het hof ziet aanleiding om een mondelinge behandeling na aanbrengen te gelasten. Het doel is het beproeven van een minnelijke regeling en/of het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, mede aan de hand van door partijen en hun advocaten te geven inlichtingen, waarbij onder meer mediation, bewijsvoering en/of rapportage door deskundigen aan de orde kunnen komen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

Meer informatie over de mondelinge behandeling na aanbrengen en wat van partijen en hun advocaten verwacht wordt is digitaal beschikbaar via de link die te vinden is bij artikel 4.1 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven.

3. Beslissing

Het hof:

bepaalt dat partijen in persoon respectievelijk, voor zover partijen rechtspersoon zijn, vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte is en die bevoegd is (door schriftelijke machtiging of anderszins) tot het aangaan van een schikking, tezamen met hun advocaten zullen verschijnen voor het tot raadsheercommissaris benoemde lid van het hof, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam, op een nader te bepalen tijdstip, tot het hiervoor onder 2 omschreven doel;

bepaalt dat partijen binnen 2 weken gemotiveerd kunnen laten weten af te willen zien van een mondelinge behandeling na aanbrengen, bijvoorbeeld omdat schikkingsbereidheid ontbreekt, waarna de raadsheercommissaris zal beslissen of de mondelinge behandeling doorgang vindt;

bepaalt dat partijen binnen 2 weken na heden op de rol van 11 februari 2025:

  • Appellanten – een kopie van het volledig procesdossier (de stukken van de eerste aanleg met inbegrip van de producties en appeldagvaarding) in tweevoud zal indienen.

  • Partijen – hun verhinderdagen en die van hun advocaten voor de eerstkomende 4 maanden kunnen opgeven, waarna het hof de dag en het tijdstip van de mondelinge behandeling zal vaststellen, in welk geval behoudens klemmende redenen of overmacht geen uitstel van de mondelinge behandeling meer zal worden verleend.

bepaalt dat de datum van de mondelinge behandeling na aanbrengen in het roljournaal vermeld zal worden;

bepaalt dat partijen uiterlijk 2 weken vóór de dag van de mondelinge behandeling de stukken waarop zij voor het overige een beroep zouden willen doen, in kopie over zullen leggen door toezending aan het hof (roladministratie – team handel) en de wederpartij;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, A.R. Sturhoofd en L. Alwin en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.

Mai Multe Decizii