Skip to main content

ECLI:NL:GHAMS:2026:1763

Instanță

Amsterdam

Data

2 July 2026

Limba

nl

Rezumatul Cauzei

Problema Juridică

Strafrecht

Hotărâre / Soluție

Uitspraak

Amsterdam

Procedure: UitspraakDomain: StrafrechtType: uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002516-25

datum uitspraak: 2 juli 2026

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 30 januari 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-066781-22 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964,

adres: [adres].Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 18 juni 2026.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van wat de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 15 maart 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden

dat hij op grond van een wettelijk voorschrift, te weten artikel 67 van de Vreemdelingenwet 2000, tot ongewenst vreemdeling was verklaard OF

dat tegen hem een inreisverbod was uitgevaardigd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 15 maart 2022 te Amsterdam als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat tegen hem een inreisverbod was uitgevaardigd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

Wat meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden, dat tegen hem een inreisverbod is uitgevaardigd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 weken, met een proeftijd van 1 jaar.

De raadsman heeft het hof primair verzocht de verdachte met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen straf of maatregel op te leggen. Subsidiair heeft hij verzocht om de verdachte een geheel voorwaardelijke straf op te leggen.

Het hof heeft in hoger beroep in het kader van de vraag welke straf passend is rekening gehouden met de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft in Nederland verbleven, terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat aan hem een inreisverbod was uitgevaardigd. Hiermee heeft hij in strijd gehandeld met een door het bevoegd gezag genomen besluit, een besluit dat dient ter bescherming van de openbare orde en veiligheid.

Blijkens het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 9 juni 2026 is de verdachte meerdere keren onherroepelijk veroordeeld voor dezelfde gedraging op andere datum dan nu is bewezen verklaard. Gelet hierop acht het hof de door de advocaat-generaal gevorderde straf in beginsel passend.

Het hof acht het evenwel raadzaam te bepalen dat in verband met de omstandigheden die zich na het feit hebben voorgedaan, geen straf of maatregel zal worden opgelegd. De verdachte kent vanwege het inreisverbod kort gezegd al jarenlang de inzet van het strafrecht en vreemdelingenbewaring. Uit de door de verdediging overgelegde stukken en wat is besproken ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de verdachte op dit moment is ingebed in de zorg (waaronder verslavingszorg). In tegenstelling tot in het verleden is de verdachte – vanwege die ingezette zorg – bereid met Dienst Terugkeer en Vertrek mee te werken aan zijn vertrek uit Nederland en Europees grondgebied. Het hof wenst deze ontwikkelingen niet met enige (voorwaardelijke) straf te belemmeren en vindt een vorm van strafoplegging nu niet opportuun.

Het voorgaande brengt mee dat de oplegging van een (voorwaardelijke) straf – hoewel in beginsel dus passend - naar het oordeel van het hof op dit moment geen redelijk doel (meer) dient.

Voorwaardelijk verzoek

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep voorwaardelijk verzocht om de zaak aan te houden in het geval dat het hof het strafmaatverweer verwerpt, geen toepassing geeft aan artikel 9a Sr en overweegt de verdachte een onvoorwaardelijke straf op te leggen. Nu het hof de verdachte geen straf of maatregel zal opleggen, is aan de aan het verzoek verbonden voorwaarde niet voldaan, zodat daarop niet hoeft te worden beslist.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.A.A. Postma, mr. R. van der Heijden en mr. R.A.J. Hübel, in tegenwoordigheid van mr. C.H. Sillen en Y. Amana, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 juli 2026.

mr. R.A.J. Hübel is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

proces-verbaal uitspraak


GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002516-25

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, op 2 juli 2026.

Tegenwoordig zijn:

mr. B.A.A. Postma, raadsheer,

B. Batman, griffier.

Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. M.M. Steinmetz, advocaat-generaal.

De raadsheer doet de zaak tegen de verdachte [verdachte] uitroepen.

De verdachte is wel / nietin de zaal van de terechtzitting aanwezig.

Raadsman/raadsvrouw is wel / nietaanwezig.

(zo ja:) naam raadsman/raadsvrouw en plaats:

Tolk is wel / nietaanwezig. (zo ja:) naam tolk en taal:

De raadsheer spreekt het arrest uit.

De raadsheer geeft de verdachte kennis, dat daartegen binnen 14 dagen na heden beroep in cassatie kan worden ingesteld. (indien de VTE is verschenen)

De verdachte heeft wel / geenafstand gedaan van het recht aanwezig te zijn bij de uitspraak.(indien VTEin deze zaak is gedetineerd)

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

Mai Multe Decizii