ECLI:NL:GHAMS:2026:1775
Rezumatul Cauzei
Bestuursrecht; Belastingrecht
Uitspraak
Amsterdam
GERECHTSHOF AMSTERDAM
kenmerk 25/736
23 april 2026
uitspraak van de meervoudige douanekamer
op het hoger beroep van
[X BV] ,gevestigd te [Z], belanghebbende,
(gemachtigde: J.E. Mahulete en N. Egberts)
tegen de uitspraak van 23 december 2024 in de zaak met kenmerk HAA 22/3403 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de inspecteur van de Douane, de inspecteur.
1. Ontstaan en loop van het geding
1.1.. In de bestreden uitspraak heeft de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de afwijzing van haar bezwaar tegen een beschikking inzake een bindende tariefinlichting (hierna: BTI) ongegrond verklaard.
1.2.. Na het instellen van hoger beroep op naam van belanghebbende hebben partijen de volgende stukken ingediend:
een verweerschrift door de inspecteur;
een nader stuk door belanghebbende.
1.3.. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
2. Feiten
2.1.. De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld, waarbij de inspecteur wordt aangeduid als “verweerder” en belanghebbende als “eiseres”:
“1. Eiseres heeft op 6 november 2021 een BTI-aanvraag ingediend voor een artikel met de handelsnaam “ [knikkerbaanset] ” (hierna: het product). In de aanvraag wordt het product als volgt omschreven:
“Electronisch knikkerspel met motorisch en wedstrijd element. Het is gemaakt van kunstoog en kent een gemotoriseerd rad en diverse geluid- en licht effecten”.
Eiseres heeft in haar aanvraag verzocht om indeling van het product onder GN- postonderverdeling 9504 90 80 als gezelschapsspel, “andere”. Daarbij hoort een tarief van 0%.
2. Op 8 november 2021 heeft verweerder ten aanzien van eiseres een BTI met kenmerk NL BTI 2021-0641 gegeven. Het product is daarin als volgt omschreven:
“Een combinatie van speelgoed, bestaande uit constructiespeelgoed en knikkers met -volgens opgave - de volgende kenmerken en eigenschappen:
ontworpen voor ontspanning en vermaak;
voor het maken van verschillende knikkerbanen van een oplopend behendigheidsniveau;
hoofzakelijk vervaardigd van kunststof;
135 delen in 26 verschillende vormen variërend van grondplaten, steunen, baandelen, acrobatische delen en een knikkervangscherm;
10 knikkers in 5 verschillende kleuren;
een vel met stickers voor het decoreren van baandelen;
een boekwerk met bouwinstructies;
bedoeld voor kinderen van 4 jaar en ouder;
kan door 1 speler worden gespeeld.
Het geheel wordt aangeboden in een bedrukte kartonnen doos tezamen met een niet karakterbepalende gebruiksaanwijzing.”
3. Het product is, met verwijzing naar de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de GN, ingedeeld onder onderverdeling 9503 00 70 van de GN, als ander speelgoed, aangeboden in assortimenten of in stellen. De motivering daarbij is dat het product niet als een artikel voor gezelschapsspellen, als bedoeld bij post 9504 van het Geharmoniseerd Systeem (hierna: GS) kan worden aangemerkt omdat het spel met één speler kan worden gespeeld. De artikelen in de doos vervullen verschillende op elkaar afgestemde functies, zodat het geheel als een stel is aan te merken. Bij de indeling behoort een tarief van 4,7 %.
2.2.. Nu de hiervoor vermelde feiten door partijen op zichzelf niet zijn bestreden zal ook het Hof daarvan uitgaan.
3. Geschil in hoger beroep
Tussen partijen is in geschil de indeling van het product in de Gecombineerde Nomenclatuur (GN).
4. Juridisch kader
4.1.. Post 9503 van de GN luidt, voor zover van belang, als volgt:
9503 00 Driewielers, autopeds, pedaalauto's en dergelijk speelgoed op wielen; poppenwagens; poppen; ander speelgoed; modellen op schaal en dergelijke modellen voor ontspanning, ook indien bewegend; puzzels van alle soorten:
(…)
9503 00 30 – elektrische treinen, daaronder begrepen rails, signalen en ander
toebehoren; zelfbouwmodellen op schaal, ook indien bewegend vrij
– andere bouwdozen en ander constructiespeelgoed:
9503 00 35 – – van kunststof 4,7
9503 00 39 – – van andere stoffen vrij
(…)
9503 00 70 – ander speelgoed, aangeboden in assortimenten of in stellen 4,7
(…)
– ander:
(…) (…)
– – ander:
9503 00 95 – – – van kunststof 4,7
9503 00 99 – – – ander vrij
4.2.. De GS-toelichting op post 9503 luidt, voor zover hier van belang:
This group covers toys intended essentially for the amusement of persons (children or adults).
(…)
(D) Other toys.
(…)
These include:
(…)
(iii) Constructional toys (construction sets, building blocks, etc.).;
(…)
(xxi) Toy marbles (e.g., veined glass marbles put up in any form, or glass balls of any kind put up in packets for the amusement of children).
(…)
Certain of the above articles (toy arms, tools, gardening sets, tin soldiers, etc.) are often put up in sets.
(…)
4.3.. De GN-toelichting op post 9503 luidt, voor zover hier van belang:
De onderverdelingen 9503 0035 en 9503 0039 omvatten, met uitzondering van zelfbouwmodellen op schaal, andere bouwdozen en ander constructiespeelgoed die het karakter van speelgoed hebben. Deze goederen hebben de volgende kenmerken:
zij bestaan uit verschillende individuele componenten die tezamen worden aangeboden in een verpakking;
de individuele elementen zijn afgestemd op elkaar en zijn ieder op zich niet geschikt om mee te spelen. Een zelfbouwinstructie kan zijn bijgevoegd bij deze bouwdozen;
het uitgangspunt is dat de bouw/montage zelf het belangrijkste doel van het speelgoed is.
Tot deze onderverdelingen behoren niet goederen die worden aangeboden in niet-gemonteerde staat (algemene bepaling voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur 2, letter a), bijvoorbeeld voor verpakkingsdoeleinden, die pas na montage als speelgoed kunnen dienen.
4.4.. De GN-toelichting op GN-onderverdeling 9503 00 70 luidt, voor zover van belang:
„Assortimenten” van deze onderverdeling bestaan uit twee of meer verschillende soorten artikelen (hoofdzakelijk voor amusement), aangeboden in dezelfde verpakking voor de kleinhandel zonder herverpakking.
Artikelen van dezelfde onderverdeling, behalve diegene die vallen onder onderverdelingen 9503 00 95 of 9503 00 99 (aangezien daaronder diverse artikelen van verschillende soorten kunnen vallen), worden niet als verschillende soorten artikelen aangemerkt.
Een enkel artikel (“hoofdartikel”) in combinatie met:
a. a) een of meer accessoires die bedoeld zijn om samen met het “hoofdartikel” te worden gebruikt, of
b) een of meer ondergeschikte/bijkomstige artikelen (zie ook mutatis mutandis de richtsnoeren voor de indeling in de gecombineerde nomenclatuur van goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, deel B (III) (3))
vormt geen “stel of assortiment” en de combinatie wordt ingedeeld onder de GN-code voor het “hoofdartikel”.
Als “accessoires” in de zin van deze onderverdeling worden artikelen aangemerkt die zijn ontworpen om samen met het “hoofdartikel” te worden gebruikt, maar die niet gelijkwaardig zijn aan dat artikel wat betreft grootte, ontwerp of complexiteit (zij bevatten bijvoorbeeld geen beweegbare of scharnierende onderdelen of mechanische elementen). Doorgaans is er een duidelijk te onderscheiden wisselwerking tussen beide.
Voorbeelden van dergelijke accessoires zijn: kleding, schoenen, hoeden, tassen en toiletartikelen voor poppen (zie ook de GS-toelichting bij post 9503, C), poppen), namaakvoeding voor speelgoed (bijvoorbeeld een wortel of hooi van kunststof voor speelgoeddieren), borstels en zadels voor speelgoeddieren enz.
4.5.. Post 9504 van de GN luidt als volgt:
9504 Consoles en machines voor videospellen, artikelen voor gezelschapsspellen, daaronder begrepen spellen met motor of met drijfwerk, biljarten, speciale tafels voor casinospellen en automatische bowlinginstallaties
9504 20 00 – biljarten van alle soorten, alsmede toebehoren daarvoor
9504 30 – andere spellen, werkende op munten, bankbiljetten, bankkaarten, penningen of door middel van een andere wijze van betaling, andere dan automatische bowlinginstallaties
9504 30 10 – – spellen met beeldscherm
9504 30 20 – – andere spellen
9504 30 90 – – delen
9504 40 00 – speelkaarten
9504 50 00 – consoles en machines voor videospellen, andere dan die bedoeld bij onderverdeling 9504 30
9504 90 – andere
9504 90 10 – – elektrische autobanen, voor het houden van wedstrijden
9504 90 80 – – andere”
4.6.. De GS-toelichting op post 9504 luidt, voor zover het artikelen voor gezelschapsspellen betreft:
This heading includes:
(…)
(5) Table football or similar games.
(…)
(8) Skittles and indoor croquet requisites.
(9) Sets comprising slot‑racing motor cars with their track layouts, having the character of competitive games.
(10) Dartboards and darts.
(11) Card games of all kinds (bridge, tarot, “lexicon”, etc.).
(12) Boards and pieces (chessmen, draughtsmen, etc.) for games of chess, draughts, dominoes, mah‑jong, halma, ludo, snakes and ladders, etc.
(13) Certain other accessories common to a number of games of this heading, for example, dice, dice boxes, counters, suit indicators, specially designed playing cloths (e.g., for roulette).
5. Beoordeling van het geschil
5.1.. Het in te delen goed bestaat uit een doos met daarin 135 onderdelen van kunststof waarmee een knikkerbaan kan worden gebouwd, alsmede tien knikkers, een stickervel en een boekje met bouwinstructies. Indien de meest complete knikkerbaan wordt gebouwd (variant 3 in de meegeleverde bouwinstructies), dan worden alle 135 onderdelen gebruikt en ontstaat de hier getoonde knikkerbaan:
[afbeelding]
Ter zitting in hoger beroep hebben partijen zich eenparig op het standpunt gesteld dat sprake is van een knikkerbaan in niet-gemonteerde staat. Het Hof zal partijen hierin volgen, omdat het dit standpunt juist acht. Het voorgaande brengt met zich dat voor de beoordeling welke tariefpost van toepassing is, dient te worden uitgegaan van de knikkerbaan in gemonteerde staat (hierna ook: het product), op grond van het bepaalde in algemene indelingsregel 2 a), tweede volzin.
5.2.. Partijen houdt verdeeld of indeling van het product dient plaats te vinden onder post 9503 (standpunt inspecteur) als “ander speelgoed” (autres jouets/other toys), dan wel onder post 9504 (standpunt belanghebbende) als “artikelen voor gezelschapsspellen” (jeux de société/ table or parlour games).
5.3.. Zoals het Hof reeds heeft geoordeeld in zijn uitspraken van 30 november 2004, 04/3956 DK, ECLI:NL:GHAMS:2004:AR6815, r.o. 6.4 en 31 december 2004, 00/90122 DK, ECLI:NL:GHAMS:2004:AT3155, r.o. 6.11, volgt uit de opsomming van artikelen in de GS-toelichting bij post 9504 (zie 4.6) dat met een “gezelschapsspel” in de zin van deze post wordt bedoeld een spel met het karakter van een wedstrijd, dat met meer deelnemers wordt gespeeld. Zie in gelijke zin Tariefcommissie 7 november 2000, 0115/97 TC, UTC 2001/4.
5.4.. Het onderhavige product mist dit specifieke karakter: het heeft slechts één parcours met één startpunt en heeft reeds daarom niet inherent de kenmerken van een gezelschapsspel als bedoeld bij post 9504. Dat wordt niet anders doordat het product de mogelijkheid biedt om er samen mee te spelen en samen te aanschouwen welke van twee of meer achtereenvolgens in de starttrechter geworpen knikkers als eerste beneden is, mede na beïnvloeding door (niet door de gebruikers beïnvloedbare) wisselaars (switches) die in de baan zijn opgenomen. In de meegeleverde bouwinstructie wordt weliswaar beschreven hoe een “Competition Set” kan worden gebouwd, met twee startpunten, twee door de spelers handmatig te bedienen kanonnen waarmee zij de knikkers in een trechter moeten schieten, en een duidelijk eindpunt, maar daarbij is in een voetnoot vermeld “Voor het bouwen van deze Competition Set zijn onderdelen gebruikt van [het in te delen product] en de [set 2] .” Indeling van het product onder post 9504 als “gezelschapsspel” is daarom naar ’s Hofs oordeel niet mogelijk, wat er ook zij van de door belanghebbende genoemde vermeldingen op de verpakking.
5.5.. Bij deze stand van het geding is tussen partijen niet in geschil dat indeling dient plaats te vinden onder post 9503, als “ander speelgoed”, hetgeen het Hof juist acht. Ten aanzien van de binnen deze post toepasselijke onderverdeling heeft de inspecteur primair betoogd dat – conform de BTI – indeling dient plaats te vinden in onderverdeling 9503 0070 (ander speelgoed, aangeboden in assortimenten of in stellen) en subsidiair dat indeling dient plaats te vinden in GN-onderverdeling 9503 0095 (ander speelgoed; ander; ander; van kunststof, zie 4.1). Belanghebbende betwist dat indeling in GN-onderverdeling 9503 0070 mogelijk is, omdat, naar zij stelt, geen sprake is van een stel of assortiment.
5.6.. Het gelijk is in zoverre aan belanghebbende. Zoals reeds vastgesteld onder 5.1 is sprake van één product (een knikkerbaan in niet-gemonteerde staat) en niet van een “stel” of een “assortiment” bestaande uit twee of meer verschillende soorten artikelen. Het eveneens in de verpakking aanwezige stickervel (om de kunststofdelen van de knikkerbaan te verfraaien) en de bijgevoegde bouwinstructies, zijn ondergeschikte/bijkomstige artikelen en dergelijke artikelen vormen, zo volgt uit de GN-toelichting op onderverdeling 9503 0070 (zie 4.4), niet tezamen met het “hoofdartikel” een stel of assortiment. Indeling dient daarom naar ’s Hofs oordeel plaats te vinden in de (rest) onderverdeling 9503 0095.
Slotsom5.7.. Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank dient te worden vernietigd.
6. Kosten
Het Hof vindt aanleiding voor een veroordeling in de kosten op de voet van artikel 8:75 van de Awb in verbinding met artikel 8:108 van die wet.
Voor toekenning van een proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase is geen aanleiding, omdat daar niet om is verzocht. Voor beroepsmatige rechtsbijstand in beroep en hoger beroep kent het Hof, ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het Besluit, een vergoeding toe van 4 [beroepschrift, hogerberoepschrift en zitting bij rechtbank en Hof] x € 934 x 1 (gewicht van de zaak) = € 3.736.
7. Beslissing
Het Hof:
vernietigt de uitspraak van de rechtbank;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de uitspraak op bezwaar;
vernietigt de bindende tariefinlichting;
veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 3.736;
gelast de inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht ad € 365 (beroep bij de rechtbank) en € 579 (hoger beroep bij het Hof), in totaal € 944 te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door mrs. B.A. van Brummelen, voorzitter, C.J. Hummel en W.J. Blokland, leden van de douanekamer, in tegenwoordigheid van mr. A.H. van Dapperen, als griffier. De beslissing is op 23 april 2026 in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
Toelichting rechtsmiddelverwijzing
Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
Digitaal procederen
Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u opwww.hogeraad.nl.
Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.
Per post procederen
Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.
Een afschrift van deze uitspraak is aangetekend per post verzonden op: