Skip to main content

ECLI:NL:GHARL:2025:8237

Instanță

's-Hertogenbosch

Data

15 October 2025

Limba

nl

Rezumatul Cauzei

Problema Juridică

Strafrecht

Hotărâre / Soluție

Uitspraak

's-Hertogenbosch

Procedure: UitspraakDomain: StrafrechtType: uitspraak

Parketnummer : 20-002733-24

Uitspraak : 15 oktober 2025

TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshofArnhem-Leeuwarden, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 31 maart 2023, in de strafzaak met parketnummer 16-017691-23, alsmede de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf onder parketnummer 21-005774-19, tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,

blijkens de Informatiestaat SKDB-persoon van 13 augustus 2025 ingeschreven op: [adres 1] .

Hoger beroep

Bij het vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het onder feit 1 primair, feit 2 primair, feit 3 primair en feit 4 primair tenlastegelegde bewezenverklaard, dat telkens gekwalificeerd als ‘diefstal’, de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Tot slot heeft de politierechter de tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 3 weken – onder parketnummer 21-005774-19 – gelast.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen.

Namens de verdachte is door de raadsvrouw voor alle feiten primair vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de raadsvrouw een straftoemetingsverweer gevoerd. Ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging heeft de raadsvrouw het hof verzocht om – indien het hof tot een veroordeling komt – de proeftijd te verlengen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het bestreden vonnis, met aanvulling van de bewijsvoering en met aanvulling van de strafmotivering.

Aanvulling van de bewijsvoering

Aanvulling bewijsmiddelen feit 1

In verband met het ontbreken van de postcode vult het hof het door de politierechter gebezigde bewijsmiddel ‘Proces-verbaal van aangifte van [aangever] , namens [bedrijf 1] [adres 2] , op ambtsbelofte en op ambtseed opgemaakt door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] op 4 maart 2022, p. 5 ev’ aan met:

Plaats delict: [adres 2] .

Aanvulling bewijsmiddelen feit 2

In verband met het ontbreken van de postcode vult het hof het door de politierechter gebezigde bewijsmiddel ‘Proces-verbaal van aangifte van [aangever] , namens [bedrijf 2] , [adres 3] , op ambtsbelofte en op ambtseed opgemaakt door de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 2] op 24 maart 2022, p. 18 ev.’ aan met:

Plaats delict: [adres 3] .

Aanvulling bewijsmiddelen feit 3

In verband met het ontbreken van het huisnummer, de postcode en de plaats vult het hof het door de politierechter gebezigde bewijsmiddel ‘Proces-verbaal van aangifte van [aangever] , namens [bedrijf 3] , [adres 4] , op ambtsbelofte en op ambtseed opgemaakt door de verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 2] , p. 31 ev.’ aan met:

Plaats delict: [adres 4] , binnen de gemeente West Betuwe.

Aanvulling bewijsmiddelen feit 4

In verband met het ontbreken van de postcode vult het hof het door de politierechter gebezigde bewijsmiddel ‘Proces-verbaal van aangifte van [aangever] , namens [bedrijf 3] , [adres 5] , op ambtsbelofte opgemaakt door de verbalisant [verbalisant 1] en op ambtseed ondertekend door verbalisant [verbalisant 2] , p. 42 ev (gebezigd als geschrift in de zin van art. 344.1.5° WvSv)’ aan met:

Plaats delict: [adres 5] .

Aanvulling strafmotivering

Het hof verenigt zich met hetgeen door de rechtbank omtrent de op te leggen straf is overwogen en beslist. Het hof zal deze overwegingen aanvullen met de constatering dat in hoger beroep sprake is van een schending van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Namens de verdachte is immers op 11 april 2023 hoger beroep ingesteld en het hof wijst heden, op 15 oktober 2025, arrest. Gelet daarop is niet binnen twee jaren na aanvang van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM arrest gewezen en is de redelijke termijn in hoger beroep met zes maanden overschreden. Het hof overweegt dat de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep voornamelijk te wijten valt aan de verdachte. Het hof heeft de zaak immers eerder aangehouden op verzoek van de verdediging, omdat de verdachte in de file stond. Het hof zal zodoende geen consequenties verbinden aan de overschrijding van de redelijke termijn en zal volstaan met de enkele constatering daarvan.

BESLISSING

Het hof:

bevestigt het vonnis waarvan beroep. met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Aldus gewezen door:

mr. A.M.G. Smit, voorzitter,

mr. Y.G.M. Baaijens-van Geloven en mr. A. Muller, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D.S. Yap en mr. N. van Abeelen, griffiers,

en op 15 oktober 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. A.M.G. Smit, mr. Y.G.M. Baaijens-van Geloven en mr. N. van Abeelen zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Mai Multe Decizii