Skip to main content

ECLI:NL:GHARL:2026:4281

Instanță

Arnhem

Data

30 June 2026

Limba

nl

Rezumatul Cauzei

Problema Juridică

Civiel recht; Insolventierecht

Hotărâre / Soluție

Uitspraak

Arnhem

Procedure: UitspraakDomain: Civiel recht; InsolventierechtType: uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.368.921

rekestnummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, [zaaknummer]

arrest van 30 juni 2026

in de zaak van:

[appellant] ( [appellant] )

die woont in [woonplaats]

advocaat: mr. J.A.M. Kuijlaars

1. De procedure bij de rechtbank

De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, heeft bij vonnis van 7 mei 2026 het verzoek van [appellant] tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (de wsnp) afgewezen.

2. De procedure bij het hof

2.1.. Bij op 13 mei 2026 bij het hof binnengekomen beroepschrift heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen dat vonnis. [appellant] verzoekt het hof het vonnis te vernietigen en alsnog het verzoek om toelating tot de wsnp toe te wijzen.

2.2.. Het hof heeft kennisgenomen van:

het tijdig ingediend beroepschrift met producties;

de brief van 19 juni 2026 van mr. Kuijlaars met producties.

2.3.. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 juni 2026. Hierbij is [appellant] verschenen, bijgestaan door mr. Kuijlaars.

3. De feiten, het oordeel van de rechtbank en het standpunt van [appellant]

De feiten

3.1.. Als gevolg van psychische en lichamelijke klachten ontvangt [appellant] een (oude) Wajong-uitkering van het UWV. Zij heeft schulden laten ontstaan die in mei 2023 zijn opgelost door een (eerder, minnelijk) schuldsaneringstraject. In dat kader stond zij tot 1 september 2023 onder beschermingsbewind. In deze periode is [appellant] , met toestemming van het UWV en met behoud van haar Wajong-uitkering, gestart met de (online) opleiding tot fitnesstrainer A en voedingsdeskundige. Het UWV heeft met [appellant] afgesproken dat zij deze opleiding op haar eigen tempo kan volgen zonder dat zij hiernaast betaald werk hoeft te verrichten.

3.2.. Niet alle schulden waren in het schuldsaneringstraject van mei 2023 in de schuldenlijst opgenomen, waardoor een aanzienlijke schuld (op dit moment de grootste) is blijven bestaan en [appellant] het overzicht over haar financiën kwijtraakte en nieuwe schulden zijn ontstaan. [appellant] heeft zich daarvoor bij de gemeentelijke schuldhulpverlening gemeld. [appellant] heeft geprobeerd om met haar schuldeisers een minnelijke schuldregeling overeen te komen, maar niet alle schuldeisers zijn akkoord gegaan. Volgens het overgelegde crediteurenoverzicht heeft [appellant] een totale schuldenlast van € 20.288,74 bij diverse schuldeisers. Aangezien [appellant] over onvoldoende middelen beschikt om haar schuldeisers te voldoen, heeft zij op 19 januari 2026 een verzoek om toelating tot de wsnp ingediend bij de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

3.3.. De rechtbank heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij alle verplichtingen die horen bij de wsnp naar behoren zal nakomen. Daarbij heeft de rechtbank geoordeeld dat één van die verplichtingen de arbeids- en sollicitatieplicht is die meebrengt dat een schuldenaar fulltime beschikbaar moet zijn voor de arbeidsmarkt. Doordat [appellant] een voltijdopleiding volgt is zij naar verwachting voor een jaar niet beschikbaar voor betaalde arbeid en kan zij niet voldoen aan deze inspanningsverplichting. Het feit dat [appellant] door het UWV is ontheven van haar arbeidsverplichting betekent niet dat vooraf vaststaat dat zij van de arbeidsverplichting in de wsnp zal worden ontheven. Indien de schuldenaar niet in staat is om te werken, bestaat de inspanningsverplichting erin dat de schuldenaar zich dient in te spannen om weer arbeidsgeschikt te worden.

Het standpunt van [appellant]

3.4..
[appellant] kan zich niet verenigen met dit oordeel van de rechtbank. Zij is van mening dat zij wel aan haar inspanningsverplichting kan voldoen. Doordat haar opleiding een flexibele thuisopleiding is, betekent het volgen daarvan niet dat zij niet kan werken. Volgens de Recofa-richtlijnen is het toegestaan om een opleiding te volgen gedurende de wsnp en het is zeer waarschijnlijk dat [appellant] in de wsnp zal worden ontheven van de sollicitatieverplichting. Bovendien geldt voor haar Wajong-uitkering dat, om ervoor in aanmerking te komen, er nooit meer gewerkt kan worden vanwege een ziekte of handicap en er een re-integratieplicht bestaat die niet specifiek beschikbaarheid voor betaald werken impliceert. Door het volgen van een opleiding spant [appellant] zich maximaal in om haar arbeidsperspectief te verbeteren. Tot slot zou het verrichten van betaalde arbeid verrekend worden met haar Wajong-uitkering, waardoor betaalde arbeid niet leidt tot een hogere uitdeling aan de schuldeisers. Het gaat bij de inspanningsverplichting niet om het financiële resultaat, maar om de mate van inspanning, aldus [appellant] .

4. Motivering van de beslissing in hoger beroep

Juridisch kader

4.1.. Een verzoek om toelating tot de wsnp wordt op grond van artikel 288 lid 1 Fw slechts toegewezen als de schuldenaar voldoende aannemelijk maakt dat de schuldenaar:

niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden;

ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoek is ingediend, te goeder trouw is geweest; en

de uit de wsnp voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.

Niet kunnen voortgaan met betalen

4.2.. Volgens het overgelegde crediteurenoverzicht heeft [appellant] een totale schuldenlast van € 20.288,74 bij diverse schuldeisers. Zij ontvangt een Wajong-uitkering van ongeveer € 1.350 netto per maand. Naar het oordeel van het hof is het voldoende aannemelijk dat [appellant] met deze uitkering niet zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden.

Te goeder trouw

4.3.. Het hof stelt vast dat de grootste schuld van [appellant] (€ 9.576,94) is ontstaan op 1 januari 2015 en dus meer dan drie jaar voorafgaand aan de dag waarop [appellant] haar verzoekschrift tot toepassing van de wsnp heeft ingediend. Dit betekent dat het ontstaan van deze schuld niet in de weg staat aan toelating van [appellant] tot de wsnp. Bovendien heeft [appellant] voldoende toegelicht dat deze schuld in mei 2023 al gesaneerd zou zijn als die toen door de beschermingsbewindvoerder was meegenomen in dat schuldsaneringstraject. Daarnaast heeft [appellant] toegelicht dat zij door het feit dat deze schuld nog bestond en door het begin van haar opleiding veel stress heeft ervaren en het overzicht over haar financiële situatie heeft verloren. De overige schulden die binnen de driejaarstermijn zijn ontstaan zijn gelet op de beperkte omvang en de aard van deze schulden niet zodanig aan [appellant] te verwijten dat die aan toelating tot de schuldsaneringsregeling in de weg staan. [appellant] heeft hulp gezocht bij het oplossen van haar financiële situatie door zich te melden bij de gemeentelijke schuldhulpverlening en gebruik te maken van een budgetbeheerder en een budgetcoach. Deze hulp heeft ertoe geleid dat [appellant] sinds 30 juni 2025 heeft gespaard voor haar schuldeisers en dat de afgelopen zestien maanden geen nieuwe schulden zijn ontstaan. Voor het inlopen van haar huurachterstand is een betaalplan gemaakt, dat [appellant] nakomt. De schuld aan haar zorgverzekeraar wordt betaald via beslag op haar Wajong-uitkering, waardoor die ook wordt ingelopen. Gelet op het voorgaande heeft [appellant] voldoende aannemelijk gemaakt dat zij te goeder trouw is ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden.

Nakoming wsnp-verplichtingen

4.4.. Het hof is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat [appellant] in staat zal zijn de uit de wsnp voorvloeiende verplichtingen naar behoren na te komen en dat zij zich voldoende zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. Ten aanzien van de inspanningsverplichting oordeelt het hof als volgt. [appellant] volgt momenteel een thuisopleiding. Deze opleiding mag er niet aan de in weg staan dat zij voldoet aan haar arbeids- en sollicitatieplicht. [appellant] heeft er in dat kader terecht op gewezen dat het volgen van deze opleiding geen nadelige gevolgen heeft voor haar Wajong-uitkering. Het UWV heeft haar opleiding bekostigd en [appellant] behoudt haar volledige uitkering gedurende de opleiding. Dat volgt ook uit het werkplan dat [appellant] heeft overgelegd en op de mondelinge behandeling bij het hof heeft toegelicht. Daarnaast heeft [appellant] toegelicht dat de (oude) Wajong-uitkering van [appellant] in beginsel een levenslange uitkering is waarbij het UWV geen mogelijkheden ziet voor betaalde arbeid. Het hof heeft op de mondelinge behandeling benadrukt dat het oordeel van het UWV dat zij geen arbeid kan verrichten niet per definitie wil zeggen dat zij een ontheffing krijgt van haar sollicitatieplicht in het kader van de wsnp. [appellant] heeft daarop verklaard bereid te zijn om gedurende de wsnp een nieuwe arbeidsgeschiktheidskeuring te ondergaan en te solliciteren, zolang de rechter-commissaris geen ontheffing verleent van de sollicitatieplicht.

4.5.. Op de mondelinge behandeling heeft [appellant] op de vraag van het hof ook verklaard dat zij alle relevante informatie aan de bewindvoerder zal verstrekken. Zij heeft daarbij verklaard dat zij nu ook steeds alle relevante informatie aan de betrokken hulpverleners verstrekt en dat zij dit ook logisch vindt om te doen. Ook heeft zij toegelicht dat zij gebruik zal blijven maken van de budgetcoach om te voorkomen dat er nieuwe schulden ontstaan. Gelet op dit alles is het hof van oordeel dat [appellant] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij zal doen wat binnen haar vermogen ligt om aan haar verplichtingen uit de wsnp te voldoen.

Het alternatieve aanvangsmoment

4.6.. De termijn van de wsnp bedraagt anderhalf jaar (artikel 349a lid 1 Fw). Die termijn begint (a) op de dag van de uitspraak tot toepassing van de wsnp of (b) de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de minnelijke schuldregeling (het alternatieve aanvangsmoment). Het gaat bij het bepalen van het alternatieve aanvangsmoment om de dag waarop de eerste aflossing is gedaan tijdens het minnelijke traject van schuldhulpverlening. Als ‘eerste aflossing’ is onder andere aan te merken een aflossing die ten goede is gekomen aan de gezamenlijke schuldeisers. Een aflossing aan één of enkele schuldeisers uit hoofde van een ten laste van de schuldenaar gelegd beslag kan ook als een eerste aflossing worden aangemerkt. Dat geldt ook voor een eerste bedrag dat wordt gespaard tijdens het minnelijke traject van schuldhulpverlening.

4.7.. Om in aanmerking te komen voor het alternatieve aanvangsmoment, moet de schuldenaar tijdens het minnelijke traject van schuldhulpverlening hebben voldaan aan de verplichtingen die uit dat traject voortvloeien. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke traject van schuldhulpverlening maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag, moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Als aan de geldende voorwaarden is voldaan moet de rechter het alternatieve aanvangsmoment ambtshalve toepassen, aldus de Hoge Raad.

4.8.. Uit de overgelegde stukken is gebleken dat [appellant] tussen 30 juni 2025 en 30 november 2025 op basis van het vrij te laten bedrag maximaal heeft gespaard voor haar schuldeisers. Op 30 januari 2026 kon [appellant] niet meer sparen voor de schuldeisers, omdat op die datum beslag gelegd is op haar Wajong-uitkering inzake haar schuld aan de zorgverzekeraar. Op de mondelinge behandeling bij het hof heeft [appellant] verklaard dat de door haar ontvangen belastingteruggave ook volledig is gespaard. Het hof kan op basis van de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken, vaststellen dat [appellant] vanaf 30 juni 2025 begon met sparen voor haar schuldeisers en dat zij vervolgens de aflossing heeft voortgezet via het beslag. Het hof is van oordeel dat [appellant] zich daarmee maximaal heeft ingespannen om zoveel mogelijk baten voor haar schuldeisers te verwerven en dat [appellant] tijdens het minnelijk traject van schuldhulpverlening heeft voldaan aan de verplichtingen die uit dat traject voortvloeien.

4.9.. Het voorgaande brengt mee dat [appellant] zal worden toegelaten tot de wsnp. Het aanvangsmoment wordt vastgesteld op 30 juni 2025.

Conclusie

4.10.. Het hoger beroep slaagt. Het hof zal beslissen zoals hierna is vermeld.

5. De beslissing

Het hof:

5.1.. vernietigt het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 7 mei 2026 en beslist als volgt:

5.2.. verklaart de wsnp van toepassing ten aanzien van [appellant] , met 30 juni 2025 als aanvangsmoment;

5.3.. verwijst de zaak ter verdere afdoening naar de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, ter uitvoering van die regeling.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.P.M. Hennekens, G.P. Oosterhoff en J.G.B. Pikkemaat en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2026.

Hoge Raad 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913.

Mai Multe Decizii