ECLI:NL:GHDHA:2016:1037
Rezumatul Cauzei
Strafrecht
Uitspraak
Den Haag
Rolnummer: 22-005707-15
Parketnummer: 09-766011-14
Datum uitspraak: 31 maart 2016
VERSTEKGerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 16 april 2015 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats] ,
adres: [woonadres] te [woonplaats] (België).
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 primair, 3 en 4 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 31 maart 2016 gevorderd dat de niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte
niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte heeft geen schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin zijn door of namens hem ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. J.M. Reinking,
mr. E.C. van Veen en mr. J.W. Klein Wolterink, in bijzijn van de griffier mr. S.N. Keuning.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 31 maart 2016.