Skip to main content

ECLI:NL:RBAMS:2026:6591

Instanță

Amsterdam

Data

17 June 2026

Limba

nl

Rezumatul Cauzei

Problema Juridică

Civiel recht; Verbintenissenrecht

Hotărâre / Soluție

Uitspraak

Amsterdam

Procedure: UitspraakDomain: Civiel recht; VerbintenissenrechtType: uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht

Zaaknummer: C/13/775482 / HA ZA 25-1483

Vonnis van 17 juni 2026

in de zaak van

[eiser] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

advocaat: onttrokken op 5 januari 2026,

tegen

THE VECTORY B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

advocaat: mr. B.J.G. Sap.

Partijen worden hierna [eiser] en The Vectory genoemd.

1. De procedure in conventie en in reconventie

1.1.. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding van 5 september 2025 met producties,

  • de conclusie van antwoord in conventie en eis in reconventie met producties,

  • de conclusie van antwoord in reconventie met producties,

  • het tussenvonnis van 11 februari 2026 waarin een mondelinge behandeling is bepaald, - het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 23 april 2026 en de daarin vermelde stukken.

1.2.. Vervolgens wijst de rechtbank vandaag vonnis.

2. Kern van de zaak

2.1..
[eiser] en The Vectory hebben een overeenkomst gesloten op basis waarvan [eiser] heeft gewerkt voor The Vectory. Partijen verschillen van mening over de betalingsafspraken die zij in het kader van deze overeenkomst hebben gemaakt. [eiser] meent dat zij recht heeft op een maandelijkse vergoeding van The Vectory en vordert deze in conventie. The Vectory spreekt dit tegen en vordert in reconventie onder andere verklaringen voor recht en schadevergoeding wegens onwaarheden die [eiser] heeft geuit en beslagen die [eiser] onterecht heeft gelegd.

2.2.. In dit tussenvonnis beoordeelt de rechtbank verschillende omstandigheden die een rol spelen bij beantwoording van de vraag wat partijen zijn overeengekomen. Uiteindelijk komt de rechtbank tot de conclusie dat partijen een maandelijkse vergoeding hebben afgesproken die afhankelijk was van de omzet die [eiser] genereerde. Omdat deze targets niet zijn gehaald, hoefde The Vectory geen maandelijkse vergoeding te betalen.

2.3.. In reconventie komt de rechtbank tot de conclusie dat [eiser] de waarheidsplicht heeft geschonden ten aanzien van de facturen van 2025. Als gevolg daarvan zal zij de kosten van het deskundigenonderzoek dat The Vectory heeft laten uitvoeren, moeten betalen. Omdat de hoogte van deze kosten niet onderbouwd zijn, krijgt The Vectory de mogelijkheid dat alsnog te doen. Verder overweegt de rechtbank dat de conservatoire derdenbeslagen van [eiser] onrechtmatig zijn aangezien zij in conventie ongelijk krijgt. De vorderingen van The Vectory omtrent reputatieschade heeft zij onvoldoende onderbouwd.

3. De feiten in conventie en in reconventie

3.1..
[eiser] is een onderneming die managementtaken uitvoert in opdracht van andere ondernemingen. [naam 1] (hierna: [naam 1] ) is bestuurder en enig aandeelhouder van [eiser] .

3.2.. The Vectory is een onderneming die zich richt op sportmarketing en samenwerking met en tussen bedrijven in de sportwereld. [naam 2] (hierna: [naam 2] ) is indirect bestuurder van The Vectory.

3.3.. Vanaf 1 oktober 2024 heeft [eiser] in opdracht van The Vectory werkzaamheden verricht, met name met als doel om nieuwe klanten voor The Vectory te werven. In oktober, november en december 2024 heeft [eiser] facturen gestuurd voor haar werkzaamheden van telkens € 9.680,- (€ 8.000,- exclusief btw). Op 5 november 2024 heeft The Vectory € 4.000,- betaald aan [eiser] .

3.4.. Op 28 en 29 maart 2025 hebben [naam 1] en [naam 2] gecorrespondeerd over participatie door [naam 1] , naast [naam 2] en een derde, in de aandelen van Starp Agency B.V. (hierna: Starp). Participatie door The Vectory heeft niet plaatsgevonden.

3.5.. Op 31 maart 2025 heeft The Vectory de overeenkomst met [eiser] en andere personen die werkzaam waren bij The Vectory met ingang van 1 mei 2025 opgezegd omdat het financieel niet goed ging met The Vectory.

3.6.. Op 11 juni 2025 heeft [naam 1] een betalingsherinnering gemaild aan [naam 2] voor de drie facturen uit 2024. Vervolgens hebben zij hierover via Whatsapp gecorrespondeerd. Op 21 juli 2025 heeft [naam 2] per e-mail gereageerd en onder meer aangegeven dat [naam 1] vanaf het begin van de samenwerking heeft aangegeven dat er pas betaald hoefde te worden als [eiser] de afgesproken omzetdoelen had behaald. Na nog enkele e-mails over en weer heeft [naam 1] op 14 augustus 2025 Starp Agency (als rechtsopvolger van The Vectory) vier facturen gestuurd voor de maanden januari tot en met april 2025.

3.7.. Een andere opdrachtnemer van The Vectory, CP Sport Marketing, heeft haar vordering op The Vectory van € 7.260,- gecedeerd aan [eiser] . Op 21 oktober 2025 heeft The Vectory dit bedrag overgemaakt naar [eiser] met de beschrijving “uitsluitend voor gecedeerde CP Sports Marketing vordering”.

3.8.. Op 28 en 29 augustus 2025 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank [eiser] verlof verleend om conservatoir derdenbeslag te leggen ten laste van The Vectory onder ABN Amro Bank N.V. en Goodhunt Consulting B.V., waarna [eiser] beslag heeft gelegd.

3.9.. Op 5 september 2025 heeft [eiser] The Vectory een ingebrekestelling gestuurd voor onder meer de zeven facturen voor de maanden oktober 2024 tot en met april 2025.

3.10.. Op 17 september 2025 heeft The Vectory [eiser] een sommatiebrief gestuurd, onder andere ter opheffing van de beslagen. Hier heeft [eiser] afwijzend op gereageerd, waarna The Vectory op 22 oktober 2025 een opheffingskortgeding is gestart. Bij vonnis van 6 november 2025 heeft de rechtbank de vorderingen van The Vectory afgewezen.

3.11. 212. Digitaal Forensisch Onderzoek B.V. (hierna: het forensisch onderzoeksbureau) heeft in opdracht van The Vectory op 8 april 2026 een rapport uitgebracht met een metadata-onderzoek naar de bestanden met de facturen van [eiser] van januari tot en met april 2025 (hierna: het forensisch onderzoek).

3.12.. Voor zover de hierboven genoemde correspondentie relevant is voor de beoordeling, zal die daar worden geciteerd.

4. Het geschil

In conventie

4.1..
[eiser] vordert - samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, The Vectory veroordeelt tot betaling van € 71.020,-, vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten, de beslagkosten, rente en proceskosten.

4.2..
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat The Vectory haar betalingsverbintenis uit de overeenkomst van opdracht moet nakomen. In deze overeenkomst staat dat [eiser] recht heeft op een maandelijkse vaste vergoeding van € 9.680,-. Daarnaast heeft zij recht op een individuele bonusregeling. De overeenkomst had een duur van twaalf maanden en een opzegtermijn van één maand.

4.3.. The Vectory voert verweer en betwist de inhoud van de overeenkomst zoals [eiser] die stelt. Er was slechts sprake van een mondeling overeenkomst, geen schriftelijke. Partijen hebben afgesproken dat [eiser] maandelijks € 8.000,- ex btw zou ontvangen mits zij die maand een omzet van minstens € 16.000,- had gegenereerd. Als deze omzet niet werd gehaald, zou [eiser] voor die maand niet betaald krijgen. Volgens The Vectory heeft [eiser] geen omzet gegenereerd. The Vectory wil dat de vordering wordt afgewezen en dat [eiser] wordt veroordeeld in, primair, de werkelijke proceskosten met rente, of, subsidiair, de standaard proceskosten met rente.

In reconventie

4.4.. The Vectory vordert - samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

I. voor recht verklaar dat [eiser] de waarheidsplicht heeft geschonden;

II. voor recht verklaart dat de derdenbeslagen van [eiser] onrechtmatig waren;

III. [eiser] veroordeelt tot vergoeding van de schade die The Vectory door de beslagen heeft geleden en zal lijden, nader op te maken bij staat;

IV. voor recht verklaart dat [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld door het doen van onjuiste en reputatieschadelijke uitlatingen over The Vectory;

V. voor recht verklaart dat, zo begrijpt de rechtbank, het actief benaderen van zakelijke relaties van The Vectory met het oogmerk deze te bewegen de samenwerking te beëindigen of aan te gaan met [eiser] , onrechtmatig is;

VI. voor recht verklaart dat, zo begrijpt de rechtbank, het zich toe-eigenen of gebruiken van vertrouwelijke bedrijfsinformatie van The Vectory zonder toestemming, onrechtmatig is;

VII. [eiser] veroordeelt tot vergoeding van de schade die The Vectory heeft geleden en zal lijden als gevolg van het onrechtmatig handelen onder IV tot en met VI, nader op te maken bij staat;

VIII. [eiser] beveelt dergelijke handelen direct te staken en gestaakt te houden;

IX. bepaalt dat [eiser] bij overtreding van het bevel onder VIII een dwangsom verbeurt;

X. [eiser] veroordeelt in de werkelijke proceskosten met rente, althans de standaard proceskosten met rente.

4.5.. The Vectory legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [eiser] heeft gelogen over de facturen van januari tot en met april 2025. Anders dan [eiser] stelt heeft zij die pas in augustus verstuurd. Dit is een schending van de waarheidsplicht (artikel 21 Burgerlijk Wetboek van Rechtsvordering, hierna: Rv) en reden om [eiser] in de daadwerkelijk proceskosten te veroordelen. Verder zijn de gelegde derdenbeslagen onrechtmatig, omdat de vordering in conventie moet worden afgewezen en [eiser] dus onterecht beslag heeft gelegd. Tot slot stelt The Vectory dat [eiser] jegens zakelijke relaties van The Vectory haar reputatie heeft geprobeerd te beschadigen door onjuiste uitlatingen te doen.

4.6..
[eiser] voert verweer en betwist dat zij de waarheidsplicht heeft geschonden en The Vectory heeft zwartgemaakt bij diens zakelijke relaties. De beslagen zijn bovendien niet onrechtmatig, zoals de kortgedingrechter ook heeft geoordeeld.

4.7.. Op de standpunten van partijen in conventie en in reconventie wordt hieronder uitgebreider ingegaan.

5. De beoordeling

In conventie

5.1.. De gecedeerde vordering van CP Sport Marketing van € 7.260,- is inmiddels door The Vectory op 21 oktober 2025 betaald. Dit deel van de vordering wordt daarom afgewezen. Wat overblijft zijn de zeven facturen van [eiser] , van in totaal € 67.760,-, waarvan The Vectory in november 2024 € 4.000,- heeft betaald. Het resterende bedrag is € 63.760,-.

5.2..
[eiser] stelt dat de betalingsverplichting volgt uit de tussen partijen gesloten overeenkomst en The Vectory betwist dat. Om te bepalen wat de inhoud van de overeenkomst is, moet gekeken worden naar de tekst van de overeenkomst, de verklaringen en gedragingen die partijen naar elkaar hebben geuit en de verwachtingen die zij hieraan redelijkerwijs mochten verbinden. Ook zijn gedragingen van partijen in de latere uitvoeringsfase van de overeenkomst relevant bij het vaststellen van hun afspraken.Omdat [eiser] de eisende partij in conventie is en zij zich beroept op een betalingsverplichting uit de overeenkomst van opdracht, is het aan haar om te onderbouwen dat de afspraken zijn gemaakt zoals zij stelt.

5.3.. De rechtbank komt tot de conclusie dat [eiser] haar stellingen onvoldoende heeft onderbouwd en dat de betalingsverplichting daarom onvoldoende is vast komen te staan. Daarvoor zijn de volgende omstandigheden van belang.

De conceptovereenkomst5.4.. Volgens The Vectory zijn er alleen mondelinge afspraken gemaakt. [eiser] stelt dat er een schriftelijke overeenkomst is in de vorm van een conceptovereenkomst. Dit document heeft zij niet ingebracht in de procedure omdat zij daar niet over beschikt. Volgens [eiser] hebben twee betrokkenen het concept zien staan op de server van The Vectory. In reactie hierop heeft [naam 2] tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij een dergelijk stuk nooit gezien heeft en heeft hij erop gewezen dat het slechts een concept is en ook niet is ondertekend.

5.5..
[naam 1] heeft op de zitting aangeboden twee verklaringen van de genoemde betrokkenen over te leggen. De rechtbank gaat hieraan voorbij. Redengevend daarvoor is in ieder geval hetgeen hierna is opgenomen onder 5.17 over het ontbreken van een advocaat aan de zijde van [eiser] . Verder geldt dat deze verklaringen voorafgaand aan de zitting hadden moeten worden overlegd en dat ze voor de beoordeling onvoldoende van belang zijn nu in ieder geval vaststaat dat er geen getekende schriftelijke overeenkomst is.

De e-mail van 1 oktober 20245.6.. Op 1 oktober 2024, bij aanvang van de samenwerking, heeft [naam 1] aan [naam 2] gemaild:

“Jouw aanbod van EUR 8K per maand is voor mij genoeg om me volledig te committeren. Nadrukkelijk zolang de cash flow het aankan en uiteraard hebben we targets en is het de bedoeling dat binnen afzienbare termijn we via een performance bonus ik mezelf meer dan terug verdien.”

5.7.. Volgens [eiser] volgt uit deze e-mail dat hij met The Vectory een vaste vergoeding van € 8.000,- ex. btw is overeengekomen, aangevuld met een bonusregeling. The Vectory meent juist dat uit deze e-mail blijkt dat de maandelijkse vergoeding omzetafhankelijk was.5.8.. De rechtbank volgt The Vectory hierin; de maandelijkse vergoeding van € 8.000,- wordt betaald “nadrukkelijk zolang de cash flow het aankan”. Al gauw bleek dat het financieel niet goed ging met The Vectory en dat haarcash flowdeze maandelijkse kosten niet aankon. Volgens [naam 2] heeft hij voorafgaand aan de samenwerking met [naam 1] besproken dat The Vectory zonder de omzet die [naam 1] zou binnenhalen, niet maandelijks € 8.000,- aan hem kon betalen. [naam 1] heeft niet ontkend dat ze dit in een vroeg stadium hebben besproken, maar stelt dat [naam 2] ten onrechte een te positieve voorstelling van zaken gaf over decash flowvan The Vectory. Gelet hierop stelt de rechtbank vast dat [naam 1] zich ervan bewust was dat zijn maandelijkse vergoeding afhing van decash flowen dat hij dus niet op voorhand ervanuit kon gaan dat hij maandelijks € 8.000,- zou ontvangen.

De facturen van 2024 en betaling van € 4.000,-5.9.. In oktober, november en december 2024 heeft [eiser] maandelijks facturen gestuurd van telkens € 9.680,- per factuur (€ 8.000,- ex. btw). Op 5 november 2024 heeft The Vectory € 4.000,- betaald aan [eiser] , ter voldoening van de helft van de factuur van oktober.

5.10..
[eiser] stelt dat hij ontvangstbevestigingen van de facturen heeft gekregen en dat de betaling van € 4.000,- een erkenning is van de maandelijkse betalingsverplichting. Bovendien heeft The Vectory niet geprotesteerd tegen de facturen uit 2024.

5.11.. The Vectory voert aan dat zij zich niet verzet heeft tegen de facturen uit 2024 omdat zij van [eiser] had begrepen dat zij deze puur voor haar eigen boekhouding verzond. The Vectory hoefde pas te betalen na het behalen van de omzettargets en deze targets werden niet behaald. De € 4.000,- heeft The Vectory uit coulance betaald en met het vertrouwen dat [eiser] de afgesproken omzet zou gaan binnenhalen.

5.12.. Dat The Vectory de facturen heeft ontvangen en zonder protest heeft behouden en dat zij een betaling van € 4.000,- heeft verricht, acht de rechtbank gezien de hiervoor onder 5.6 genoemde e-mail onvoldoende om vast te stellen dat partijen zijn overeengekomen dat The Vectory maandelijks een vast bedrag van € 9.680,-, zou ontvangen ongeacht door [eiser] al dan niet gegenereerde omzet. Daarbij is ook van belang dat [eiser] pas op 2 mei 2025 voor het eerst heeft aangedrongen op betaling van de facturen uit 2024. Dit blijkt uit een e-mail van 2 mei 2025 van [naam 1] aan [naam 2] :

“Daarnaast lopen er nog een aantal zaken vanuit The Vectory, waar wij het ook tijdens onze lunch over gehad hebben. Ik kan er in jouw afwezigheid een aantal afhandelen samen met [naam 3] , zodat de begrote inkomsten binnen komen bij The Vectory.

Voor ieders duidelijkheid zouden dan ook de openstaande facturen aan mij voldaan zijn.”

5.13.. Op dat moment was de overeenkomst tussen The Vectory en [eiser] al per 1 mei 2025 beëindigd. Het feit dat [eiser] niet eerder een betalingsherinnering voor de facturen uit 2024 heeft gestuurd, valt niet te rijmen met zijn stelling dat hij vanaf oktober 2024 maandelijks € 9.680,- zou ontvangen. Dat al eerder sprake zou zijn van betalingsherinneringen of verslechterde verhoudingen blijkt ook niet uit het feit dat partijen op 28 en 29 maart 2025 hebben gemaild over een nieuwe samenwerking in de vorm van Starp. De toon van deze e-mails is over en weer positief.

5.14.. Ook e-mails van The Vectory van na mei 2025 bevatten, anders dan [eiser] stelt, geen erkenning van de verschuldigdheid van de facturen. [naam 2] heeft [naam 1] meermaals gewezen op de omzettargets en de geringe cash flowen altijd ontkend de facturen van 2024 te hoeven betalen omdat [naam 1] de omzettargets niet heeft gehaald.

Verklaringen van [naam 4] en [naam 5]5.15.. Tot slot beroept [eiser] zich op twee verklaringen van collega’s van The Vectory. In de verklaring van [naam 4] staat, voor zover relevant:

“Samen met het team zorgde hij ervoor dat in elke propositie richting zowel bestaande als nieuwe klanten een scherpe en realistische commerciële component werd opgenomen. Hij was elke dinsdag ochtend bij de weekstart met het hele team.

Daarnaast organiseerde hij wekelijks een intern overleg […] waarin hij collega’s ondersteunde bij uiteenlopende commerciële vraagstukken.”

In de verklaring van [naam 5] staat, voor zover relevant:

“Wekelijks hadden wij samen met collega’s op dinsdag de weekstart en commercieel overleg. Verder heb je jouw strategische bijdrage geleverd aan de strategie omtrent de Gameplans en het verder ontwikkelen van de invulling van de MaaS strategie.”

5.16.. De rechtbank constateert dat de verklaringen uitsluitend gaan over de werkzaamheden die [naam 1] heeft verricht en de samenwerking zoals [naam 4] en [naam 5] die hebben ervaren. Daaruit kan niet worden afgeleid wat partijen hebben afgesproken over een maandelijkse vergoeding. De verklaringen kunnen daarom niet worden gebruikt ter invulling van de overeenkomst tussen [eiser] en The Vectory.

5.17..
[eiser] heeft bewijs aangeboden van de door haar gestelde inhoud van de overeenkomst. Zij biedt aan om [naam 1] , [naam 4] en enkele andere betrokkenen te horen als getuigen over de totstandkoming van de overeenkomst. De advocaat van [eiser] heeft zich voorafgaand aan de mondelinge behandeling onttrokken. Dat betekent dat [eiser] geen proceshandelingen meer kan verrichten. Het horen van getuigen is een proceshandeling waarbij een partij verplicht moet worden bijgestaan door een advocaat. Namens [eiser] heeft zich geen nieuwe advocaat gesteld terwijl zij daar voldoende tijd voor heeft gehad. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan het bewijsaanbod van [eiser] .

5.18.. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [eiser] niet is geslaagd in het bewijs van de door haar gestelde inhoud van de overeenkomst met The Vectory en dat de voreringen in conventie zullen worden afgewezen.

In reconventie

Vordering I: schending waarheidsplicht en facturen van 20255.19.. The Vectory vordert een verklaring voor recht dat [eiser] de waarheidsplicht van artikel 21 Rv heeft geschonden. Volgens The Vectory klopt het niet dat er een conceptovereenkomst op haar server staat of heeft gestaan en zijn de facturen van de eerste vier maanden van 2025 en e-mails van [eiser] bij deze facturen, geantedateerd. Dit laatste onderbouwt The Vectory met het forensisch rapport dat concludeert dat de bestanden met de facturen van januari tot en met april 2025 zowel in PDF-format als in Word-format pas in augustus 2025 zijn aangemaakt en niet zoals [eiser] doet voorkomen, reeds in april 2025. Dit blijkt uit de metadata van de bestanden. The Vectory onderbouwt dit verder met een screenshot van haar e-mailbox waaruit blijkt dat [eiser] de facturen voor het eerst in augustus heeft verstuurd en niet in april en mei 2025.

5.20.. Of er op de server van The Vectory wel of geen conceptovereenkomst heeft gestaan, is niet vast komen te staan, zoals hiervoor is overwogen onder 5.5. Ook is niet vast komen te staan dat [eiser] hierover heeft gelogen. In reconventie ligt het op de weg van The Vectory om deze stelling te onderbouwen, hetgeen zij niet heeft gedaan, zodat de rechtbank hieraan voorbij gaat.

5.21.. Over de facturen van 2025 oordeelt de rechter anders. In conventie vordert [eiser] betaling van deze facturen. Voor de beoordeling of betaling daadwerkelijk is overeengekomen is mogelijk relevant of die facturen voor of na het ontstaan van het conflict tussen partijen zijn verstuurd. De datum waarop de facturen voor het eerst zijn verstuurd is daarmee relevant.

5.22..
[eiser] betwist dat hij de mails en facturen over 2025 heeft geantedateerd. Over de facturen van 2025 heeft [naam 1] op de zitting toegelicht dat hij deze per kwartaal heeft gestuurd en niet per maand, omdat hij wist dat betaling gezien de financiële situatie van The Vectory langer ging duren. Hij heeft de facturen van het eerste kwartaal in april verstuurd en de factuur van april in mei 2025. Vervolgens heeft hij ze in augustus 2025 nogmaals gestuurd. Mogelijk zijn de bestanden die hij in augustus verstuurde niet dezelfde als die hij in april en mei verstuurde, maar het gaat wel om dezelfde facturen. Het is ook mogelijk dat de PFD-bestanden pas in augustus zijn opgemaakt, maar de Word-bestanden dateren in ieder geval van april en mei 2025.

5.23.. De waarheidsplicht is vastgelegd in artikel 21 Rv: “Partijen zijn verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.”Op The Vectory rust ter zake de bewijslast.

5.24.. Ter onderbouwing van haar stelling beroept The Vectory zich op het forensisch onderzoek. Daaruit blijkt het volgende. Op de afbeeldingen van de e-mails die hieronder volgen, is te zien dat [eiser] op 14 augustus 2025 om 17:52 uur een e-mail aan Starp van 3 april 2025, heeft doorgestuurd aan haar advocaat. Deze e-mail aan Starp bevat de facturen van het eerste kwartaal van 2025. Vervolgens is te zien dat [eiser] op eveneens 14 augustus 2025 om 17:50 een e-mail aan Starp Agency van 8 mei 2025 om 15:17 uur, met de factuur van april 2025, eveneens heeft doorgestuurd aan haar advocaat.

Om privacy-redenen zijn de afbeeldingen verwijderd

De bestanden met de facturen die bij deze mails zijn gevoegd zijn onderzocht door het forensisch onderzoeksbureau. Zij concludeert dat uit de metadata van deze bestanden volgt dat ze alle vier op 14 augustus 2025 binnen enkele minuten na elkaar zijn aangemaakt in Word en vervolgens zijn geëxporteerd naar PDF. De documenten bestonden niet vóór deze datum. Het verweer van [eiser] dat de Word-bestanden van april en mei zijn, slaagt dus niet. Uit de afbeelding van de inbox van The Vectory blijkt verder dat [eiser] geen facturen heeft verstuurd in april en mei 2025. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat de facturen voor het eerst zijn opgemaakt op 14 augustus 2025 en dat [eiser] deze niet al op 3 april en 8 mei 2025 aan Starp Agency heeft verstuurd. Dit duidt erop dat de datering van de e-mails die [eiser] aan haar advocaat heeft gestuurd, achteraf is aangepast. Deze falsificatie van stukken die mogelijk belangrijk zijn in deze procedure is een schending van de waarheidsplicht.

5.25.. The Vectory heeft de rechtbank verzocht hier de gevolgstrekking aan te verbinden die zij geraden acht en heeft gevraagd om [eiser] te veroordelen tot betaling van de daadwerkelijke proceskosten van The Vectory. The Vectory heeft deze kosten echter niet onderbouwd, hetgeen wel op haar weg had gelegen. Wel zal [eiser] worden veroordeeld in de kosten van het forensisch onderzoek nu vaststaat dat deze kosten noodzakelijk waren voor de onderbouwing van de vordering van The Vectory. De hoogte van deze kosten zijn niet bekend en daarom zal de rechtbank The Vectory in de gelegenheid stellen alsnog de factuur van het onderzoeksbureau over te leggen.

Vorderingen II en III: beslagen waren onrechtmatig5.26.. The Vectory vordert verklaring voor recht dat de conservatoire beslagen die [eiser] heeft gelegd onrechtmatig zijn. The Vectory vordert ook schadevergoeding die zij als gevolg van deze schade heeft geleden, nader op te maken bij staat.

5.27..
[eiser] betwist dat de beslagen onrechtmatig zijn omdat de rechtbank in een eerder opheffingskortgeding tussen (de rechtsopvolger van) The Vectory en [eiser] heeft geoordeeld dat de beslagen naar haar voorlopig oordeel niet onterecht zijn gelegd.

5.28.. De rechtbank overweegt dat de vorderingen van [eiser] in de hoofdzaak worden afgewezen, wat tot gevolg heeft dat de beslagen ten onrechte zijn gelegd en dus onrechtmatig zijn.

5.29.. Voor een verwijzing naar de schadestaat moet aan twee vereisten zijn voldaan: aansprakelijkheid in de hoofdprocedure moet vaststaan en de mogelijkheid dat schade is of zal worden geleden moet aannemelijk zijn.Aan deze vereisten is voldaan: in deze hoofdzaak staat vast dat [eiser] aansprakelijk is voor schade als gevolg van de onrechtmatige beslagen. Ook heeft The Vectory voldoende onderbouwd dat met de beslagen haar inkomstenbron direct is geraakt waardoor zij lopende verplichtingen niet meer kon nakomen. De vordering zal op dit punt worden toegewezen.

Vorderingen IV tot en met IX: reputatieschade5.30.. Tot slot vordert The Vectory verklaringen voor recht dat [eiser] misleidende uitlatingen heeft gedaan over The Vectory die schadelijk zijn voor haar reputatie, dat [eiser] zakelijke relaties heeft benaderd met als doel de samenwerkingen van The Vectory te beëindigen en dat The Vectory vertrouwelijke informatie heeft gebruikt. The Vectory vordert hiervoor schadevergoeding, op te maken bij staat, en een bevel deze handelingen te staken, op straffe van een dwangsom. [eiser] betwist alles.

5.31.. The Vectory heeft de vorderingen slechts onderbouwd met een appbericht van een zakelijke relatie aan [naam 2] waarin staat dat deze relatie verhalen hoort dat [naam 1] aan anderen vertelt dat Starp failliet gaat en dat [naam 2] gevlucht is. Deze onderbouwing is, gelet op de stellige betwisting van [eiser] , onvoldoende om vast te kunnen stellen dat [naam 1] herhaaldelijk en opzettelijk schadelijke en misleidende uitlatingen heeft gedaan en nog steeds doet. Ook kan op basis van deze onderbouwing niet worden vastgesteld dat The Vectory hierdoor schade heeft geleden. Deze voreringen zullen worden afgewezen.

Conclusie in conventie en in reconventie

5.32.. Uit het voorgaande volgt dat de vorderingen in conventie zullen worden afgewezen. De vorderingen in reconventie onder I, II en III zullen worden toegewezen. De beslissing op vordering X zal worden aangehouden. The Vectory wordt in de gelegenheid gesteld de factuur van het forensisch onderzoeksbureau over te leggen. De overige vorderingen zullen worden afgewezen.

5.33.. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

6. De beslissing

De rechtbank

in reconventie

6.1.. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 29 juli 2026voor het nemen van een akte door The Vectory over wat is vermeld onder 5.25.

in conventie en in reconventie

6.2.. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Voetelink, rechter, bijgestaan door mr. Z.A. Mees, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026

Hoge Raad 13 maart 1981, NJ 1981/635 (Haviltex) en Hoge Raad 20 mei 1994, NJ 1994/574 (Gasunie /Gemeente Anloo).

Hoge Raad 25 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9675.

Hoge Raad 15 april 1965, NJ 1965/331 (S/S) en Hoge Raad 21 februari 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0512 (G/ [naam 6] q.q.).

Hoge Raad 17 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:428.

Mai Multe Decizii