Skip to main content

ECLI:NL:RBAMS:2026:6702

Instanță

Amsterdam

Data

26 May 2026

Limba

nl

Rezumatul Cauzei

Problema Juridică

Civiel recht; Verbintenissenrecht

Hotărâre / Soluție

Uitspraak

Amsterdam

Procedure: UitspraakDomain: Civiel recht; VerbintenissenrechtType: uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11859401 \ CV EXPL 25-11923

Vonnis van 26 mei 2026

in de zaak van

Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS B.V.,

te Maastricht,

eisende partij,

hierna te noemen: Q-Park,

gemachtigde: mr. C.F.P.M. Spreksel,

tegen

[gedaagde],

te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

1.1.. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding van 26 augustus 2025, met producties

  • de conclusie van antwoord, met producties

  • de e-mail van [gedaagde] van 2 september 2025

  • het tussenvonnis van 23 september 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald

  • de akte van Q-Park van 1 december 2025, met een productie

  • de akte van Q-Park van 28 januari 2026, met producties.

1.2.. De mondelinge behandeling vond plaats op 13 april 2026. Namens de gemachtigde van Q-Park is verschenen [gemachtigde]. [gedaagde] is niet verschenen, hoewel zij wel voor de mondelinge behandeling was opgeroepen. Q-Park heeft haar standpunt nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2. Het geschil

2.1.. Q-Park vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 517,97, vermeerderd met rente en kosten. [gedaagde] heeft op 20 juni 2025 treintje gereden bij parkeeraccomodatie Amsterdam-Byzantium en is daarom op grond van de algemene voorwaarden het parkeergeld van € 68,00 en een schadevergoeding van € 382,41 verschuldigd.

2.2..
[gedaagde] voert verweer. Zij heeft inmiddels de hoofdsom voldaan, maar wil niet de bijkomende kosten betalen. Deze zijn onterecht omdat de dagvaarding onjuist is betekend en omdat [gedaagde] voor de behandeling van de zaak de vordering volledig heeft voldaan.

2.3.. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3. De beoordeling

Ambtshalve toetsing

3.1.. De overeenkomst waarop Q-Park zich beroept, is gesloten met een consument. In dat geval moet de kantonrechter ambtshalve onderzoeken of Q-Park heeft voldaan aan bepaalde consumentrechtelijke regels. Dit geldt ook als (een deel van) de hoofdsom al is betaald.

3.2.. De overeenkomst is tot stand is gekomen binnen de verkoopruimte. Eisende partij heeft voldoende onderbouwd gesteld dat zij voldaan heeft aan de informatieplichten die zij heeft op grond van artikel 6:230l BW.3.3.. De kantonrechter moet ook uit eigen beweging beoordelen of de bedingen in de overeenkomst en de algemene voorwaarden, waarop Q-Park haar vorderingen baseert of kan baseren, oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/13/EEG (de richtlijn oneerlijke bedingen, hierna: de richtlijn). Zoals al eerder is geoordeeld, worden de voor de beoordeling van de vordering van belang zijnde bedingen in de algemene voorwaarden (versie 02.2025) niet oneerlijk bevonden (zie bijvoorbeeld het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10294).

3.4.. Q-Park heeft ook buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Die vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Omdat [gedaagde] een consument is, moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Q-Park heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom heeft Q-Park terecht een bedrag van € 67,56 in rekening gebracht.

Dagvaarding

3.5.. Q-Park heeft verklaard dat de deurwaarder de Basisregistratie Personen (BRP) op 21 augustus 2025 heeft geraadpleegd en dat daaruit bleek dat [gedaagde] op die datum ingeschreven stond op het adres waarop zij is gedagvaard. De deurwaarder heeft verklaard dat deze inzage zeven dagen geldig is. De deurwaarder heeft de dagvaarding binnen die zeven dagen betekend aan [gedaagde] . De kantonrechter oordeelt dan ook dat de dagvaarding van 26 augustus 2025 rechtsgeldig is betekend aan [gedaagde] .

Beoordeling van de vordering

3.6.. Tijdens de zitting heeft Q-Park aangegeven dat [gedaagde] op 30 augustus 2025 een bedrag van € 517,97 heeft betaald. Wat resteert, is de door Q-Park gevorderde wettelijke rente over dit bedrag. Onweersproken is gebleven dat Q-Park [gedaagde] op 24 juni 2025 kosteloos heeft aangemaand om de vordering te voldoen en vervolgens op 10 juli 2025 nogmaals heeft aangeschreven om de vordering, dit keer inclusief de incassokosten, te voldoen. Omdat [gedaagde] het bedrag pas heeft betaald na het verstrijken van de in die brieven genoemde termijnen, moet zij de wettelijke rente betalen over een bedrag van € 450,41 (het parkeergeld en de schadevergoeding) vanaf 20 juni 2025, de datum van de gedraging, tot 30 augustus 2025, de dag dat zij het bedrag volledig heeft voldaan. Q-Park vordert de wettelijke rente ook over de buitengerechtelijke incassokosten. Deze is alleen toewijsbaar vanaf de dag van dagvaarding, omdat Q-Park niet heeft gesteld dat de schade (de buitengerechtelijke incassokosten) al eerder dan op de datum van de dagvaarding is geleden.

3.7.. Tot slot vordert Q-Park dat [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten. Onweersproken is gebleven dat Q-Park [gedaagde] verschillende keren heeft aangeschreven om de vordering te voldoen. Omdat [gedaagde] het bedrag na deze brieven niet heeft betaald, had Q-Park het recht om betaling in een gerechtelijke procedure te vorderen. Hiervoor heeft Q-Park kosten moeten maken. Omdat [gedaagde] pas na het uitbrengen van de dagvaarding heeft betaald, komen deze kosten voor haar rekening. Deze kosten worden begroot op:

  • kosten van de dagvaarding

120,78

  • griffierecht

340,00

  • salaris gemachtigde

288,00

(2 punten × € 144,00)

  • nakosten

72,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

820,78

4. De beslissing

De kantonrechter

4.1.. veroordeelt [gedaagde] om aan Q-Park te betalen de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 450,41, met ingang van 20 juni 2025 tot 30 augustus 2025, en de wettelijke rente over een bedrag van € 67,56 met ingang van 26 augustus 2025 tot 30 augustus 2025,

4.2.. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 820,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.3.. wijst het meer of anders gevorderde af,

4.4.. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.T. Beuving en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026.

57327

Mai Multe Decizii