Skip to main content

ECLI:NL:RBAMS:2026:6778

Instanță

Amsterdam

Data

22 June 2026

Limba

nl

Rezumatul Cauzei

Problema Juridică

Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht

Hotărâre / Soluție

Uitspraak

Amsterdam

Procedure: UitspraakDomain: Bestuursrecht; BestuursprocesrechtType: uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

wrakingskamer

zaaknummer: C/13/789763

rekestnummer HA/RK 26/235

Uitspraak: 22 juni 2026

Beslissing op het op 19 juni 2026 ingekomen verzoek van:

[verzoeker],verzoeker,

welk verzoek strekt tot wraking van de behandelend rechter(s) in de zaak met zaaknummer AMS 25/7305.

1. De procedure

1.1.. De rechtbank heeft kennisgenomen van het schriftelijk wrakingsverzoek met bijlagen van 17 juni 2026.

1.2.. De behandelend rechter van de zaak AMS 25/7305 betreft mr. K.S. Man (de rechter). De rechter heeft niet in de wraking berust.

2. De feiten en het verzoek

2.1.. Verzoeker is als eiser bij de rechtbank, afdeling Publiekrecht (team bestuursrecht) betrokken in een procedure met zaaknummer AMS 25/7305. Het betreft een zaak over waterschapslasten en verweerder in die zaak is het Algemeen Bestuur van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. De mondelinge behandeling van de zaak staat gepland bij de rechter op 22 juni 2026 om 14:50 uur.

2.2.. Verzoeker heeft de rechter verzocht om de zaak op de stukken af te doen. De griffier heeft verzoeker op 16 juni 2026 namens de rechter het volgende laten weten:

De rechtbank heeft uw verzoek om de zaak alleen op de stukken af te doen gezien. In principe wordt bij de behandeling van een zaak een zitting gepland (artikel 8:56 van de Awb). Het is aan de bestuursrechter om te beoordelen of geen onderzoek ter zitting nodig is. In dit geval is er geen aanleiding om de zaak buiten zitting af te doen. Er is overigens geen verschijningsplicht. U zou eventueel iemand kunnen machtigen om namens u naar de rechtbank te gaan.

2.3.. Verzoeker heeft daarop onderhavig wrakingsverzoek ingediend. Hij voert aan dat de rechter met het afwijzen van zijn verzoek om de zaak buiten zitting en op de stukken af te doen blijk geeft van de objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid, vooringenomenheid en ernstig gebrek aan rechterlijke onbevangenheid. Verzoeker heeft immers onderbouwd dat hij vanwege medische redenen op geen enkele wijze kan deelnemen aan een zitting. Er is sprake van discriminatie op grond van handicap of chronische ziekte. Dat verzoeker iemand kan machtigen is geen verplichting en is voor hem (mede om financiële redenen) ook geen optie. De rechter wil ten onrechte een onderzoek ter zitting laten plaatsvinden, terwijl hij weet dat verzoeker niet kan verschijnen. Dit bevestigt de objectieve vrees voor vooringenomenheid en tast de rechterlijke onpartijdigheid in de kern aan.

3. De beoordeling

3.1.. Op grond van het bepaalde in 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht dient in een wrakingsprocedure te worden onderzocht of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij verzoeker bestaande vrees dat de rechter niet onpartijdig is dan wel een vooringenomenheid koestert, objectief gerechtvaardigd is.3.2.. Het verwijt van verzoeker betreft een rechterlijke beslissing. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat een rechterlijke beslissing als zodanig nimmer grond kan vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel (zie het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413). 3.3. Het verzoek tot wraking is dus kennelijk ongegrond en zal worden afgewezen. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven (waar verzoeker overigens in zijn wrakingsverzoek ook om heeft verzocht).

BESLISSING:

De wrakingskamer:

  • wijst het verzoek tot wraking af;

  • bepaalt dat de zaak met zaaknummer AMS 25/7305 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking bevond.

Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, en N.C.H. Blankevoort en I.M. Bilderbeek, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 juni 2026 in tegenwoordigheid van mr. P. Tanis, griffier.

Mai Multe Decizii