ECLI:NL:RBDHA:2025:28023
Rezumatul Cauzei
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Uitspraak
Amsterdam
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.15376
V-nummer: [V-nummer]uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] ,
geboren op [geboortedag] 1996, van Turkse nationaliteit, eiseres
(gemachtigde: mr. M.F. Wijngaarden),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. E.C. Pietermaat).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres.
1.1.. Eiseres heeft op 20 maart 2024 een beroep wegens het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag ingesteld. Bij uitspraak van 13 september 2024heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep gegrond verklaard. De minister is tegen deze uitspraak in hoger beroep gegaan.
1.2.. Bij besluit van 19 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Ook heeft de minister een terugkeerbesluit uitgevaardigd. De Afdelingheeft bij uitspraak van 10 april 2025, het van rechtswege ontstane beroep tegen het bestreden besluit op grond van artikel 6:20, vierde lid, van de Awbterugverwezen naar deze rechtbank en zittingsplaats.
1.3.. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit tevens afzonderlijk beroep ingesteld.De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.. De rechtbank heeft het beroep op 15 oktober 2025, gelijktijdig maar niet gevoegd met het beroep van eiseres haar partner, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, [persoon] (de partner van eiseres), E. Taskin als tolk in de Turkse taal, en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt de ongegrondverklaring van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
3. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Wat er aan deze procedure voorafging
4. Eiseres heeft op 31 januari 2019 samen met haar zus een aanvraag voor een mvvingediend voor verblijf bij haar moeder in Nederland. De minister heeft deze aanvraag afgewezen. Eiseres heeft tegen het besluit beroep ingesteld. Met de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, van 11 maart 2022is de afwijzing in rechte vast komen te staan.
4.1.. Eiseres is vervolgens op 8 augustus 2023 Nederland ingereisd en heeft op 3 september 2023 een asielaanvraag ingediend.
Asielrelaas
5. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende relaas ten grondslag. Eiseres heeft de Turkse nationaliteit en behoort tot de Koerdische bevolkingsgroep. Eiseres is in 2015 lid geworden van [vereniging] , een vereniging gelieerd aan HDP. De vereniging is in 2016 per decreet gesloten. Eiseres is daarna doorgegaan met haar HDP-activiteiten, waaronder verkiezingsactiviteiten in 2018. Datzelfde jaar is bij eiseres een huisinval gedaan, werd eiseres in de gaten gehouden en is de politie langs geweest bij de universiteit van eiseres. Eiseres was bang om opgepakt te worden, dus heeft zij haar huis toen verlaten. In september 2021 moest eiseres lang wachten op de teruggave van haar identiteitskaart bij een controlepost. Eiseres is daarom weer naar een ander adres is gegaan. Na de aardbeving op 6 februari 2023 bevond eiseres zich in een café waar agenten in burgerkleding haar onder dwang meenamen en zeiden dat eiseres een getuigenverklaring moest ondertekenen. Zij wilden eiseres als informant gebruiken. Doordat eiseres vertelde dat ze hier nog even over moest nadenken, kon zij weggaan. Ook verwacht eiseres bij terugkeer problemen te ondervinden omdat zij in Nederland heeft deelgenomen aan demonstraties en omdat haar broer vorig jaar tijdens Nowruz als muzikant op het podium is verschenen en dit gepubliceerd is op YouTube en op Medya TV.
5.1.. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag de volgende documenten ten grondslag gelegd:
1. Nationale identiteitskaart van Turkije;
2. Uitdraai lidmaatschap [vereniging] ;
3. Kopie brief OM onderzoek naar de vereniging;
4. Verklaring HDP betrokkenheid van 2015 tot 2018;
5. Verklaring DEMNED;
6. Brief Turkse advocaat;
7. Document mensenrechtenorganisatie;
8. Document Human Rights Foundation of Turkey;
9. Verklaring moeder en broer.
Het bestreden besluit
6. Het asielrelaas bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Verrichte activiteiten in 2015 en 2018 voor de vereniging en HDP;
3. Problemen naar aanleiding van verrichte activiteiten;
4. Activiteiten in Nederland.
6.1.. De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig, evenals de activiteiten van eiseres tussen 2015 en 2018 voor de vereniging en HDP en de activiteiten van eiseres in Nederland. De problemen naar aanleiding van de verrichte activiteiten voor HDP acht de minister niet geloofwaardig. Volgens de minister vormen de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel. Zo is het voor de minister onduidelijk waarom eiseres onder verhoogde aandacht zou staan bij de Turkse autoriteiten. Ook acht de minister relevant dat eiseres geruime tijd, namelijk van 2018 tot 2021, zonder problemen in Turkije heeft kunnen leven. Verder heeft eiseres tegenstrijdig verklaard over of zij op haar eigen adres heeft verbleven of bij vrienden. Van 2021 tot de aardbeving in 2023 heeft eiseres geen problemen ondervonden. Het is bevreemdend dat de agenten zich na de aardbeving op eiseres zouden focussen. De minister acht het ongerijmd dat de agenten een onderzoek zouden opstarten, terwijl eiseres ervan overtuigd was dat er al een onderzoek naar haar liep. De minister gelooft niet dat eiseres werd vrijgelaten op basis van haar belofte om na te denken over het voorstel. De minister betrekt ook bij zijn beoordeling dat eiseres haar asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend, maar zich pas twintig dagen na inreis heeft gemeld bij de autoriteiten, en hier geen verschoonbare verklaring voor heeft.
6.2.. De geloofwaardig bevonden motieven acht de minister onvoldoende zwaarwegend om over te gaan tot het verlenen van een verblijfsvergunning. Eiseres heeft een politieke overtuiging, maar de minister acht niet aannemelijk dat eiseres in de negatieve belangstelling van de autoriteiten staat of komt te staan. Zij had namelijk geen bijzondere rol binnen HDP. Verder is eiseres in 2018 gestopt met haar activiteiten. Niet valt daarom in te zien waarom zij bij terugkeer de activiteiten weer zou willen oppakken. Ook betrekt de minister dat eiseres op legale wijze Turkije is uitgereisd. Ten aanzien van haar activiteiten in Nederland heeft eiseres verklaard dat zij bij terugkeer naar Turkije geen problemen verwacht. Omdat eiseres niet weet op welk YouTube-kanaal haar broer is verschenen, wordt niet ingezien dat de Turkse autoriteiten ervan op de hoogte zouden zijn dat het de broer van eiseres is die als muzikant optrad.
Ten aanzien van de nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling
7. Eiseres voert aan dat WI 2024/6in strijd is met het Unierecht. Deze nieuwe werkinstructie maakt van een geloofwaardigheidsbeoordeling in feite een harde bewijsplicht, terwijl een dergelijk zware maatstaf juist niet passend is in het asielrecht. De toepassing van het voordeel van de twijfel is in de WI namelijk zo ingevuld, dat hier alleen sprake van kan zijn op het moment dat de vreemdeling geen objectieve bewijsstukken overlegt, maar wel voldoet aan alle vijf cumulatieve voorwaarden van artikel 31, zesde lid, van de Vw. Uit artikel 4, derde lid, van de Kwalificatierichtlijnen artikel 10, derde lid en onder b, van de Procedurerichtlijnvolgt echter dat de minister onderzoek moet doen naar alle relevante informatie in het land van herkomst en de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker. Pas als er dan nog twijfel is, is doortoetsing aan artikel 4, vijfde lid, van de Kwalificatierichtlijn aan de orde. Bovendien gaat het bij artikel 4, eerste lid, van de Kwalificatierichtlijn niet alleen om samenwerken bij het verzamelen van de elementen – het gehoor – maar ook het beoordelen van de geloofwaardigheid van deze elementen en verklaringen. Subsidiair verzoekt eiseres om aanhouding van de zaak in afwachting van de antwoorden op de prejudiciële vragen van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond.
7.1.. De rechtbank overweegt dat tussen partijen geen discussie bestaat over het Unierechtelijk kader, zoals dat door eiseres naar voren is gebracht. Evenmin staat tussen partijen ter discussie dat WI 2024/6 op zichzelf in deze procedure niet ter toetsing voorligt. Ter beoordeling staat of de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas van eiseres, en de daarbij gebruikte bewijsmaatstaf, in strijd is met het (Unie)recht. Hierbij kan de door de minister gehanteerde wijze van beoordelen van de geloofwaardigheid wel relevant zijn. De rechtbank overweegt dat, gelet op de stellige en directieve formulering in de nieuwe werkinstructie, er situaties denkbaar zijn waarin de toepassing ervan in strijd is met artikel 4 van de Kwalificatierichtlijn. De rechtbank verwijst in dit verband naar rechtsoverweging 7.2 van de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht, van 10 juni 2025, en maakt deze overweging de hare. Dit betekent echter niet dat de toepassing van WI 2024/6 in iedere asielzaak zonder meer leidt tot een met het (Unie)recht strijdige geloofwaardigheidsbeoordeling. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat het voordeel van de twijfeldoor de minister in zijn algemeenheid op een andere of onjuiste wijze wordt toegepast. De rechtbank dient dit per individuele zaak te beoordelen. De rechtbank ziet evenmin aanleiding om de zaak aan te houden in afwachting van de antwoorden op de gestelde prejudiciële vragen. De beroepsgrond slaagt niet.
Ten aanzien van de problemen naar aanleiding van de verrichte activiteiten voor HDP en de vereniging
8. Eiseres voert aan dat afgaande op de geloofwaardig geachte feiten, de daarmee samenhangende consistente verklaringen én de samenhang met de landeninformatie, de problemen met de autoriteiten geloofwaardig moeten worden gevonden. Aan eiseres moet het voordeel van de twijfel worden gegeven als de verklaringen samenhangend en aannemelijk zijn en niet in strijd zijn met beschikbare informatie. Eiseres verwijst in dit verband naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 13 maart 2025.
8.1.. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet zorgvuldig heeft onderzocht en niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij de gestelde problemen van eiseres met de Turkse autoriteiten niet geloofwaardig acht en waarom hij eiseres niet het voordeel van de twijfel heeft gegeven. De rechtbank licht dat als volgt toe.
8.2. Eiseres heeft verklaard dat zij bestuurslid was van een vereniging waarvan haar moeder één van de oprichters was. Deze vereniging bood steun aan personen die waren gevlucht uit het noordelijk deel van Koerdistan. In 2016 is deze vereniging bij decreet door de Turkse autoriteiten gesloten. De moeder en de broer van eiseres waren op dat moment in Nederland en hebben hier asiel gevraagd en gekregen, mede vanwege een lopend onderzoek naar de vereniging. Ondanks deze gebeurtenissen heeft eiseres haar politieke activiteiten voortgezet en zich binnen HDP actief ingezet, onder meer door deelname aan verkiezingsactiviteiten tijdens de algemene verkiezingen van 2018. Ook heeft eiseres verklaard dat er rond die tijd een noodtoestand was uitgeroepen rond verkiezingen waardoor de autoriteiten meer vrijheden hadden bij het optreden tegen vermeende oppositieleden. Gezien deze verklaringen volgt de rechtbank de minister niet in zijn standpunt dat eiseres vaag heeft verklaard over waarom zij in de negatieve aandacht van de autoriteiten is komen te staan. Verder is de motivering van de minister dat hij gelet op haar marginale rol en activiteiten binnen HDP niet inziet waarom de politie bij eiseres een huisinval zou doen, onvoldoende. De rechtbank wijst in dat verband op de politieke context en de activiteiten van eiseres, zowel binnen HDP als in de hoedanigheid van bestuurslid van een vereniging die door de overheid is gesloten, en op de openbare landeninformatie waaruit blijkt dat ook familieleden van personen die actief zijn binnen HDP risico lopen op vervolging door de autoriteiten.Het relaas van eiseres spoort hiermee. De minister heeft dit onvoldoende in zijn besluit betrokken. Dat eiseres volgens de minister vaag heeft verklaard over dat de politie bij haar op de universiteit is langsgekomen, volgt de rechtbank gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ook niet. De rechtbank is het verder met eiseres eens dat het voor haar onmogelijk is om aannemelijk te maken wat het precieze motief van de politie is geweest voor haar handelen. In dit verband heeft eiseres terecht gewezen op de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 23 juni 2020, waarinis geoordeeld dat ook wanneer niet duidelijk is waarom iemand bij het politiebureau dient te verschijnen, niet op voorhand is uitgesloten dat die oproep verband houdt met persoonlijk gerichte negatieve aandacht van de autoriteiten. Ook het standpunt van de minister dat het door eiseres gestelde dat een politieagent haar na de huisinval heeft gevolgd slechts op een niet nader onderbouwd vermoeden berust, kan de rechtbank niet volgen. Eiseres heeft immers gedetailleerd verklaard over wat zij heeft waargenomen en verklaard dat zij één van de betrokken agenten herkende van de eerdere huisinval, nadat zij hem meerdere keren had gezien.
8.3.. Ten aanzien van de problemen van eiseres in de periode tussen 2018 en 2023 overweegt de rechtbank als volgt. Eiseres heeft aangevoerd dat zij in de periode na 2018 ondergedoken heeft gezeten en dat zij pas weer in contact is gekomen met de autoriteiten toen zij, bij het ophalen van het diploma van haar broer, lang moest wachten op haar identiteitskaart bij een controlepost. Eiseres heeft verklaard dat deze controle niet het gevolg was van een gerichte zoektocht naar haar, maar dat haar naam bij die gelegenheid opnieuw bij de autoriteiten naar voren kwam. Gelet op haar eerdere betrokkenheid bij HDP en de vereniging, is het goed mogelijk dat haar naam nog steeds in de systemen van de Turkse autoriteiten stond. Bovendien heeft eiseres verklaard dat zij sinds 2018 zat ondergedoken en bij verschillende vrienden en kennissen verbleef, en weinig buiten kwam vanwege de coronapandemie. De minister heeft zich hierover op het standpunt gesteld dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard met haar verklaringen tijdens de mvv-procedure in 2019 en de verklaringen van eiseres haar moeder destijds in haar asielprocedure dat eiseres in die periode in het ouderlijk huis verbleef. De rechtbank overweegt dat eiseres in de mvv-procedure haar ouderlijk adres heeft opgegeven, maar in haar eigen asielprocedure van meet af aan heeft verklaard dat zij daar niet verbleef, maar bij vrienden en kennissen. Dit werd haar pas in het voornemen tegengeworpen, waarop eiseres in de zienswijze een nadere uitleg heeft gegeven. Eiseres heeft haar moeder niet veel verteld over haar problemen in Turkije omdat zij haar niet wilde belasten. Hiermee heeft eiseres de tegenstrijdigheid naar het oordeel van de rechtbank weggenomen.
8.4.. De rechtbank is ook van oordeel dat de minister niet kan worden gevolgd in zijn standpunt dat het bevreemdend is dat eiseres in 2023 na de aardbeving op de radar van de autoriteiten stond. De minister heeft allereerst hetgeen hiervoor onder 8.3 is overwogen over het onderduiken van eiseres ten onrechte niet betrokken. Daarom is het standpunt van de minister dat sprake is van jaren van probleemloos verblijf en dat het vreemd is dat eiseres bij de identiteitscontrole in 2023 weer werd geconfronteerd met de autoriteiten niet deugdelijk gemotiveerd. Ook hier betrof het bovendien geen gerichte zoekactie, maar bevond eiseres zich na de aardbeving in een café waar zich ontheemden bevonden en de autoriteiten een identiteitscontrole uitvoerden. Dat eiseres ongerijmd zou hebben verklaard dat de agenten een onderzoek naar haar zouden kunnen starten, omdat eiseres er eerder van overtuigd was dat er al een onderzoek liep, volgt de rechtbank niet. De rechtbank is van oordeel dat eiseres hiervoor een afdoende verklaring heeft gegeven in het nader gehoor, namelijk dat zij – afgaande op de informatie van haar advocaat – ervan overtuigd was dat er eerder een vertrouwelijk geheim onderzoek naar haar liep, maar dat de agenten nu dreigden met een actief strafrechtelijk onderzoek.
8.5.. Bovendien acht de rechtbank het standpunt van de minister dat het bevreemdend is dat de politie eiseres na een lange zoektocht – zonder voorwaarden – heeft laten vertrekken onvoldoende gemotiveerd. De minister gelooft niet dat als de autoriteiten daadwerkelijk naar eiseres op zoek zouden zijn, de politie haar zou hebben vrijgelaten enkel op basis van een belofte om na te denken over hun voorstel. De rechtbank overweegt dat in het algemeen ambtsbericht 2025 staat dat in het bijzonder leden van de jongerenafdeling van HDP onder druk werden gezet door de Turkse autoriteiten om als ajan (‘informant’) te gaan fungeren. Dit strookt met de verklaring van eiseres, dat zij gedwongen is meegenomen en door middel van dreigingen in de auto druk op haar werd uitgeoefend om informant te worden. De gemachtigde van de minister heeft ter zitting volstaan met de enkele opmerking dat deze situatie niet zo in het ambtsbericht staat. Dat is onvoldoende. De rechtbank is verder van oordeel dat eiseres een afdoende verklaring heeft gegeven voor het feit dat zij zonder voorwaarden is vrijgelaten. Zo heeft eiseres verklaard dat zij door de autoriteiten niet als een getuige werd gezien, maar de autoriteiten haar als informant wilden hebben. Een getuige heeft informatie en wordt (mogelijk) met meer geweld gehoord om achter die informatie te komen, terwijl dat bij informanten niet aan de orde is, omdat de autoriteiten die nog nodig hebben om informatie voor hen te verkrijgen, aldus eiseres. De rechtbank merkt ook op dat eiseres heeft verklaard dat de politie haar in de auto een foto liet zien van een persverklaring (in 2015) waar eiseres bij was. Dit is in lijn met het algemeen ambtsbericht, waarin enkele omstandigheden worden genoemd die leidden tot verhoogde overheidsaandacht, waaronder het bijwonen van persverklaringen.De minister heeft deze aspecten onvoldoende bij zijn besluit betrokken.
8.6.. Tot slot overweegt de rechtbank dat de minister, in strijd met zijn eigen beleid, niet inhoudelijk is ingegaan op de persoonlijke omstandigheden van eiseres bij de beoordeling of eiseres een goede reden had voor het niet onmiddellijk indienen van haar asielaanvraag na aankomst in Nederland. Eiseres heeft hierover aangevoerd dat zij een lange reis achter de rug had, haar familie zeven jaar niet had gezien, chronisch ziek is en last heeft van depressieve en angstklachten, en verkouden was geworden. De minister is ten onrechte niet ingegaan op deze omstandigheden.
Conclusie en gevolgen
9. Het bestreden besluit is genomen in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De minister zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De minister dient zich bij zijn beoordeling van de zwaarwegendheid ook rekenschap te geven van de politieke activiteiten van de familie van eiseres en de informatie uit het algemeen ambtsbericht van februari 2025, in het bijzonder de wijze waarop door de Turkse autoriteiten de sociale media worden gemonitord. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.
10. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen.Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit;
draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag met inachtneming van deze uitspraak;
-veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.814,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, voorzitter, en mr. C.A.R. Bleijendaal en mr. H.B. van Gijn, leden, in aanwezigheid van mr. I.I. Mooij, griffier.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zaaknummer NL24.12220.
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
ECLI:NL:RVS:2025:1622.
Algemene wet bestuursrecht.
Zaaknummer NL25.15376. Eiseres heeft zekerheidshalve nogmaals beroep ingesteld onder dit zaaknummer, maar het betreft dus dezelfde zaak als het rechtswege ontstane beroep, zie voetnoot 1.
Zaaknummer NL25.15358.
Machtiging tot voorlopig verblijf.
Zaaknummer: NL21.4269.
Hierna: de vereniging.
Halklarin Demokratik Partisi.
Werkinstructie 2024/6 Geloofwaardigheidsbeoordeling (asiel).
Vreemdelingenwet 2000.
Richtlijn 2011/95/EU.
Richtlijn 2013/32/EU.
ECLI:NL:RBDHA:2025:136.
ECLI:NL:RBDHA:2025:10057.
Zoals neergelegd in artikel 31, zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
ECLI:NL:RBDHA:2025:7264.
Algemeen Ambtsbericht Turkije februari 2025, pagina 65.
ECLI:NL:RBDHA:2020:5725.
Onder verwijzing naar een uitspraak van de Afdeling van 3 december 2003, 200306257/1.
Algemeen ambtsbericht Turkije februari 2025, pagina 63.
Algemeen ambtsbericht Turkije februari 2025, pagina 64.
WI 2024/6.
Artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb.
Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.