ECLI:NL:RBDHA:2026:17447
Rezumatul Cauzei
Civiel recht; Personen- en familierecht
Uitspraak
Den Haag
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-9480
Zaaknummer: C/09/696148
Datum beschikking: 28 mei 2026Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 15 december 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B.S. van Haeften in ‘s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: voorheen mr. M.E.R. van Herpen in ’s-Gravenhage.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
het verzoekschrift;
het bericht van 16 december 2025 van de vader;
het bericht van 16 december 2025 met bijlage van de moeder;
het bericht van 18 december 2025 met bijlage van de moeder;
het bericht van 18 december 2025 met bijlage van de vader;
het bericht van 6 januari 2026 van de vader;
het bericht van 6 januari 2026 met bijlage van de moeder;
het bericht van 17 februari 2026 van de moeder;
het bericht van 5 mei 2026 van de moeder.
Op 11 mei 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
de moeder bijgestaan door haar advocaat;
de vader.
Feiten
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad
Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats] ;
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2023 in [geboorteplaats] .
De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt, na wijziging en aanvulling, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, al dan niet tijdelijk, te wijzigen, waarbij:
- de vader iedere zaterdag of zondag van 9.00 uur tot 12.00 uur contact heeft met de kinderen onder begeleiding van zijn ouders, zussen of vooraf afgestemde andere persoon en de kinderen onder deze begeleiding bij de moeder ophaalt en terugbrengt,
althans een regeling wordt vastgesteld zoals deze rechtbank juist acht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a in samenhang met artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de ouders of één van hen een beslissing over de zorgregeling alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder maakt zich zorgen over de veiligheid van de kinderen en de opvoedcapaciteiten van de vader. Zo laat de vader [de minderjarige 1] met regelmaat alleen thuis, kleedt hij de kinderen niet op een verantwoordelijke manier aan en brengt hij [de minderjarige 1] vaak te laat naar school. De kinderen worden vaak moe naar de moeder gebracht. [de minderjarige 2] slaapt niet in een geschikt bed bij de vader en de kinderen hebben van augustus tot en met november onder enkel een laken geslapen. Voor [de minderjarige 1] is het extra belangrijk dat er rust, reinheid en regelmaat is. De vader kan dit niet bieden, hetgeen niet in het belang van [de minderjarige 1] zijn ontwikkeling is. De vader is eind juni 2025 verhuisd. Hij heeft de kinderen langere tijd laten wonen in een woning die niet af is en niet veilig is voor de kinderen. Ook houdt de vader zich niet aan de afspraak dat hij niet zou drinken, waardoor hij een keer [de minderjarige 1] niet kon terugbrengen naar de moeder, omdat hij teveel had gedronken. De vader stelt daarentegen dat de veiligheid van de kinderen niet meer in het geding is nu de vader de verbouwing van de woning heeft afgerond. De vader is daarnaast ook bezig met hulp zoeken voor zijn alcoholproblemen.
De rechtbank overweegt als volgt. Op de zitting en uit de stukken is gebleken dat de moeder de vader ziet als een goede en lieve vader voor de kinderen, maar ze zich zorgen maakt over de veiligheid van de kinderen bij de vader. In verband met deze zorgen heeft de vrouw eerder een Veilig Thuis melding gemaakt. Het is de rechtbank op de zitting gebleken dat de vader moeite heeft met het reguleren van zijn boosheid richting de moeder en dat er zorgen zijn over zijn alcoholgebruik. De vader erkent deze problemen en dat hij aan zichzelf moet werken. De rechtbank acht het van belang dat de vader aan deze problematiek werkt en daarvoor de tijd en ruimte krijgt. De kinderen hebben twee beschikbare ouders nodig en daarvoor is vereist dat de vader aan zichzelf werkt, mede om de veiligheid van de kinderen te kunnen garanderen. Desalniettemin is de rechtbank van oordeel, net als de moeder, dat er ondertussen wel contact tussen de vader en de kinderen zal zijn. Daarom zal de rechtbank een begeleide zorgregeling tussen de kinderen en de vader vaststellen, zodat het contact tussen de vader en de kinderen op een verantwoorde en veilige manier plaatsvindt. Het contact tussen de vader en de kinderen zal plaatsvinden conform het verzoek van de moeder, te weten iedere zaterdag of zondag van 9.00 uur tot 12.00 uur onder begeleiding van vader zijn ouders of een van zijn zussen, of vooraf afgestemde andere persoon. De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat de vader deze begeleiding zal regelen, zodat hij ook daadwerkelijk contact kan hebben met de kinderen, temeer de moeder aangeeft dat de kinderen de vader ook missen.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de minderjarigen:
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats] ;
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2023 in [geboorteplaats] ,
bij de vader zullen zijn iedere zaterdag of zondag van 9.00 uur tot 12.00 uur onder begeleiding van zijn ouders, zussen of vooraf afgestemde andere persoon en de kinderen onder deze begeleiding bij de moeder ophaalt en terugbrengt;
verklaart deze regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, (kinder)rechter, bijgestaan door P.F. Weenink als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 mei 2026.