Skip to main content

ECLI:NL:RBDHA:2026:17507

Instanță

Den Haag

Data

29 May 2026

Limba

nl

Rezumatul Cauzei

Problema Juridică

Civiel recht; Personen- en familierecht

Hotărâre / Soluție

Uitspraak

Den Haag

Procedure: UitspraakDomain: Civiel recht; Personen- en familierechtType: uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/09/705561 / FA RK 26-5048

Datum uitspraak: 29 mei 2026

Beschikking van de kinderrechter

Wijziging voorlopige voogdij

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, 'sGravenhage,

hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] ([geboorteland]),

hierna te noemen: [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de vader],

hierna te noemen: de vader,

in het BRP geregistreerd als geëmigreerd,

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,

zijnde de voorlopige voogdes.

De kinderrechter merkt als informant aan:

Leger des Heils Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,

zijnde de beoogde voogdes.

1. Het verloop van de procedure

1.1.. Bij beschikking van 21 mei 2026 heeft de kinderrechter in deze rechtbank – met wijziging van de beschikking van 9 april 2026 met zaaknummer C/09/702234 / FA RK 26-3043 – het Leger des Heils Jeugdbescherming & Jeugdreclassering belast met de voorlopige voogdij over [minderjarige] in plaats van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland met ingang van 21 mei 2026 tot 4 juni 2026. De behandeling van het verzoek is voor het overige aangehouden.1.2.. De kinderrechter neemt nu ook de voornoemde beschikking van 21 mei 2026 mee in de beoordeling.

1.3.. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:

[naam 1] namens de Raad;

[naam 2] namens Stichting Jeugdbescherming west Zuid Holland;

[naam 3] namens Leger des Heils Jeugdbescherming & Jeugdreclassering.

1.4.. De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat hij wel juist is opgeroepen.

1.5.. De kinderrechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld haar mening te geven. Zij heeft hier geen gebruik van gemaakt.

2. De feiten

2.1.. Voor de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 21 mei 2026.

3. Het verzoek

3.1.. Het verzoek strekt tot wijziging van de voorlopige voogdij over [minderjarige], in die zin dat wordt verzocht het Leger des Heils Jeugdbescherming & Jeugdreclassering te belasten met de voorlopige voogdij over [minderjarige] in plaats van Stichting Jeugdbescherming West Zuid Holland en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De beoordeling

4.1.. Bij beschikking van 9 april 2026 is Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland belast met de voorlopige voogdij over [minderjarige] (zaaknummer C/09/702234 / FA RK 26-3043). Op grond van artikel 1:241 lid 5 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de maatregel worden ingetrokken of gewijzigd door de kinderrechter die haar heeft bevolen, tenzij een verzoek om een voorziening in het gezag over de minderjarige is verzocht. In dat geval beslist de rechter bij wie dit verzoek aanhangig is. De kinderrechter stelt vast dat de Raad op 28 april 2026 heeft verzocht om een voorziening in het gezag over [minderjarige]. Dat verzoek zal worden behandeld bij door een rechter van team Familie van de rechtbank Den Haag. Het is in het belang van [minderjarige] dat er zo spoedig mogelijk inhoudelijk op het verzoek wordt beslist, omdat er op dit moment feitelijk niet tot nauwelijks invulling wordt gegeven aan de voorlopige voogdijmaatregel. Aangezien het bij team Familie niet mogelijk is om verzoekschriften op zeer korte termijn inhoudelijk te behandelen en de aard van dit verzoek geen uitstel duldt, heeft de kinderrechter noodzaak gezien alsnog op dit verzoek te beslissen.

4.2.. Uit het verzoekschrift en de mondelinge toelichting ter zitting volgt dat Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland de afgelopen periode niet tot nauwelijks betrokken is geweest bij [minderjarige] vanwege personeelstekort. Het Leger des Heils Jeugdbescherming & Jeugdreclassering is bereid en heeft iemand beschikbaar om de voorlopige voogdij uit te voeren. Aangezien het dringend en onmiddellijk noodzakelijk is dat de belangen van [minderjarige] worden behartigd en de noodzakelijke (gezags)beslissingen over [minderjarige] kunnen worden genomen, is de kinderrechter van oordeel dat de voorlopige voogdij beter belegd kan worden bij het Leger des Heils Jeugdbescherming & Jeugdreclassering. De kinderrechter zal het verzoek van de Raad dan ook toewijzen.

4.3.. De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.4.4.. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5. De beslissing

De kinderrechter:

met wijziging van de beschikking van 9 april 2026 met zaaknummer C/09/702234 / FA RK 26-3043:

5.1.. belast het Leger des Heils Jeugdbescherming & Jeugdreclassering met de voorlopige voogdij over [minderjarige] in plaats van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland;5.2.. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2026 door

mr. R. van Zeijst-Repelaer van Driel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J.M. Dreef als griffier, en op schrift gesteld op 29 mei 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Artikel 2 Besluit gezagsregisters.

Mai Multe Decizii